Algemene beschou­wingen: De soort of het beestje?


12 juli 2017

Vandaag wil ik het met u hebben over landbouw, landschap, biodiversiteit en de beestjes zelf. Eerst even over biologisch en biodiversiteit.

Een week geleden was het weer in het nieuws. Friesland Campina, Rabobank en WNF zetten een coalitie op voor meer Boerenlandnatuiur. Zo moeten melkveehouders geholpen worden bij het herstel en het behoud van de natuur.

Het gaat hierbij om twee dingen: 1) zaken als biodiversiteit terugbrengen en iig niet verder laten dalen en investeren in een vruchtbare bodem en schoon water en behoud van mineralen en 2 )het terugdringen het mestoverschot en broeikasgassen.

Dat er wat moet gebeuren in de landbouw wordt steeds duidelijker. Ook ons college besteedt hier in de Voorjaarsnota aandacht aan en daar zijn wij blij mee. Maar er mag wat ons betreft nog wel een tandje bij. In onze provincie is die omschakeling naar meer biologische of in ieder geval natuurinclusieve landbouw nog noodzakelijker: waar landelijk ongeveer twee derde van het landoppervlak wordt gebruikt voor landbouw, is dat in onze provincie 80 %. En grond waar niet biologisch wordt geboerd, verarmt en vervuilt. Het gaat hierbij niet alleen om biodiversiteit. Het gaat om een systeem dat door intensief gebruik van kunstmest, pesticiden, en zaken als mestinjectie er jaren in is geslaagd om veel van het land te halen, maar nu tegen zijn eigen grenzen oploopt. We krijgen het water niet meer schoon en de bodem verarmt en boeren krijgen steeds meer te maken met plagen bacterien en virussen. Beestjes, die belangrijk zijn voor de voedselproductie, zoals wormen komen steeds minder voor. We zullen daarom in het najaar de uitvoering van ons eerdere bijenvoorstel en aangenomen motie Bijstand voor Bijstand daarom agenderen. We moeten wel omschakelen. Omschakelen naar biologisch boeren kost tijd en gemiddeld zo’n 150000 tot 200000 euro. Belemmeringen voor overstappers zijn investeringen en inkomensdaling tijdens omschakelproces. De eerste twee jaar kan een boer zijn product niet als biologisch verkopen, maar heeft wel hogere productiekosten. Hij moet veel kennis opdoen en zijn mineralenhuishouding weer op peil krijgen. Banken zijn niet echt toeschietelijk in deze. Gezien het grote maatschappelijke belang van de transitie van de landbouw naar biologisch vinden wij dat agrariërs, ook individuele hulp van de provincie verdienen om de transitie te vergemakkelijken. Daarom pleiten wij voor een revolverend fonds voor persoonlijke kredieten. We helpen de toekomstbestendige biologische sector groeien, en helpen tegelijkertijd de waterhuishouding, biodiversiteit, het dierenwelzijn het landschap en de lokale voedselproductie.

Motie: revolverend fonds

Maar er is meer op het platteland aan de hand dan alleen het biodiversiteitsverlies boven en onder de grond. Het is een stuk van onze cultuur dat verdwijnt. Het is terecht, in de ogen van de Partij voor de Dieren, dat we geld uittrekken voor monumenten, omdat dat concrete stukken geschiedenis zijn die iets over ons vertellen, die een deel van ons zijn. Zoals ik dat wel eens naar voren heb gebracht, binden zichtbare culturele uitingen zoals kerken, of heel oude melkfabrieken, of bewijzen van onze strijd tegen het wassende water, zoals oude sluizen, ons met vorige generaties maar daarmee ook met elkaar. Het laat zien dat we geen losse elementen zijn, individueel in de wereld geworpen, maar geworteld in een geschiedenis en een gemeenschap. Maar dit geldt niet alleen voor wat we hebben gebouwd, maar ook waar we uit voortkomen. De schaalvergroting en ruilverkaveling hebben een deel van de natuur die ook ons erfgoed was, vernietigd. Bosjes zijn verdwenen, het land is monotoon geworden, alhoewel sommigen beweren dat zichtlijnen een onderdeel van onze provincie horen te zijn.

Misschien heb ik het al es verteld, maar dan doe ik het nog een keer. Jaren geleden wandelde ik met mijn vader door de ommelanden bij Joure, Friesland, en hij vertelde, terwijl hij zijn arm uitstrekte, dat die landen vroeger tjokvol zaten met kievitsnesten. Als boeren planden om een paar varkens te slachten, werden mensen met emmers het land ingestuurd om die te vullen met kievitseieren. Je haalde een emmer vol van een weiland, zei mijn vader. Die eieren werden vervolgens in de varkenstrog gegooid en op die manier kreeg het vlees een heel bijzondere smaak. Niet helemaal in onze lijn, maar goed, u begrijpt mijn punt! Tegenwoordig zijn we al blij met een paar nesten. Het stikte vroeger van de vogels, de insecten, de bloemen en de kruiden. De lente was anders; nu horen we eens wat jonge vogels, vroeger explodeerde de natuur. Het land was vol kleuren, vol geuren en vol geluiden. Wat ons rest door de intensieve landbouw is de groene monotonie van landbouw, uitputting, dode kuikens die tussen de maaitijden niet meer groot kunnen worden en in het kruidenloze gras amper insecten kunnen vinden. Mijn vader voelt zich ontheemd in zijn eigen land. Dit roept de vraag op: van wie is het land? Steeds groter worden de tegenstellingen tussen boeren en burgers, en de conflicten, en de juridische procedures, over mestvergisters, gifgebruik, de gevaren van de intensieve veehouderij. Ook dit zijn symptomen van een systeem dat op zijn laatste benen loopt. De belangen van burgers en boeren moeten weer meer in één lijn lopen en ook daarom is die transitie zo belangrijk. Vandaar onze tweede motie biologische landbouw, over het bij elkaar brengen van product en koper. Concrete stappen worden genomen, zoals het koppelen van biologische bouwpercelen aan specifieke afnemers. Mn de biologische melkveehouderij kan nog wel wat nieuwe afzetmarkten gebruiken. We stellen een subsidieregeling voor waar ondernemers en marktpartijen zelf met voorstellen kunnen komen voor consumentgerichte promotie of het ontwikkelen van samenwerkingsprojecten. Dit heeft in de provincie Overijssel enige jaren geleden tot veel goede ontwikkelingen geleid.

Motie: Verbeterde afzet biologische producten

Ten onrechte heeft geitenmelk een duurzamer en diervriendelijker karakter dan koeienmelk en denken veel boeren over te kunnen stappen naar geiten. Beide takken zijn echter een vorm van intensieve veehouderij geworden en wij zullen daarom in het najaar met een initiatiefvoorstel komen om zowel de melkveehouderij, zowel koeien als geiten, tot de intensieve veehouderij te benoemen. Van geiten weten we nu bijvoorbeeld dat ze tot meer longontstekingen leiden. Vreemd genoeg is er op dit moment echter weinig transparantie rondom veehouderijbedrijven: locaties, vergunningen, emissies van ammoniak, fijnstof en geur, diersoort en dieraantallen zijn versnipperd opgeslagen en moeilijk of niet toegankelijk. De nu beschikbare kaarten en gegevenssets op de site van de provincie zijn wat betreft veehouderij zeer summier en bovendien statisch. Een openbaar, up-to-date bestand is niet alleen van groot nut voor de provincie zelf, maar ook voor agrariers, burgers, gemeenten en allerhande organisaties en bedrijven. De provincies Brabant, Gelderland en Utrecht maken al jarenlang naar tevredenheid gebruik van het Bestand Veehouderij Bedrijven, en ook in Limburg en Overijssel wordt een BVB opgezet. De Partij voor de Dieren vindt ook in Groningen de tijd rijp voor verbetering/professionalisering van de informatievoorziening rondom veehouderijbedrijven.

Motie: bestand veehouderijbedrijven

De Partij voor de Dieren is natuurlijk blij met al die recente aandacht voor biodiversiteit, alhoewel we wel bang zijn dat het vooral bij loze plannen blijft. Verder zijn wij bezorgd dat bij alle gepraat over het belang van biodiversiteit, Rode Lijstsoorten en ecosystemen, het beestje zelf wat ondersneeuwt. We zien dat heel duidelijk bij de nieuwe Natuurwet, waarbij dieren alleen worden beschermd als de soort in het gedrang is. Voor de rest mag je nesten afbreken wat je wil, als dat zo uitkomt in je bouwplan. En wat betreft algemene regelgeving zijn dieren dingen, waarbij, tragiek ten top, nog steeds geen aanvullende brandveiligheidseisen verplicht zijn. We kunnen berekenen hoeveel bijen waard zijn, in termen van hun bijdrage aan onze voedselproductie. Maar hebben soorten waarvan we het rendement niet kunnen berekenen nog wel recht van bestaan?

Iets soortgelijks geldt voor het landschap. Ouddirecteur van het WNF en filosoof Johan van den Gronden noemt als belangrijk moment de jaren tachtig, toen de natuurbeweging het boerenland de rug toekeerde en koos voor een strikte functiescheiding tussen productieland en natuur. Nieuwe natuur moest groots en meeslepend zijn, met alle gevolgen vandien. Ook hij zegt dat zelfs binnen de natuurbeweging vaak niet wordt gesproken over de schoonheid, de moraal of de intrinsieke waarde van de natuur. We hebben het over een recreatief goed, klimaatbuffer. Nutsdenken. Maar wat blijft er voor ons over, als de natuur er niet meer is?

Behalve de verschraling van ons landschap gebeuren er natuurlijk nog meer dingen op het platteland die niet door de beugel kunnen. Heel blij waren wij dan ook met de brief van de dierenartsen, die zich in de NRC van een paar weken geleden uitspraken tegen de ontwikkelingen in de intensieve veehouderij, waar het lijden en wezensvreemd houden van dieren vergoelijkt wordt en weggeredeneerd omwille van rendement, kostprijzen, winstmarges, efficiëntie. “Kom in verzet dierenarts. Dit is geen dierenwelzijn”, heet de brief en het is een opsomming van het leed dat dieren in de Intensieve Veehouderij moeten ondergaan. Ik zal het u besparen, maar er is één ding waar wij bij het behandelen van deze voorjaarsnota wel over willen spreken en dat is wat er gebeurt met fokzeugen. Hoe de iv in bepaalde opzichten een gelegitimeerde vorm van dierenmishandeling is, wordt nergens zo duidelijk. In een kraamkooi kan een zeug alleen staan of liggen. Het dier is ingeklemd tussen stalen rekken omdat men vreest dat ze anders haar eigen biggen dooddrukt. En dat kost geld. Nu baren zeugen al enorm veel biggen om de winst te maximaliseren, maar dit terzijde. De hokken: De zeug gaat de bevalling al gestresst in, omdat het dier geen nest kan maken voor haar biggen, een onbedwingbare neiging. Volgens Wageningse onderzoekers zijn deze kraamkooien één van de grootste misstanden in de huidige iv. Nu vinden wij de gehele intensieve varkenshouderij afkeurenwaardig. En willen wij de gehele intensieve veehouderij zoals u weet afschaffen. Maar zover is het nog niet. Voor de kraamkooien is een alternatief bedacht. Het pro dromi kraamhok, waar de zeug vrij rond kan lopen en een nest maken voor haar biggen. De bevalling verloopt soepeler en de biggen groeien gezonder op. Daarom dienen wij de volgende motie in.

Motie: Pro pro dromi

Ook de megastallen, de intensieve veehouderij, het verdwijnen van dieren uit beeld en het verbergen van honderden, duizenden levende wezens achter muren leiden tot onze vervreemding van het platteland. Het is fantastisch beschreven in het boekje Landschapspijn van Jantien de Boer. De term landschapspijn is bedacht door Theunis Piersma, hoogleraar trekvogelecologie. Het is deze term die Jantien gebruikte voor columns in de Leeuwarder Courant over wat er gebeurt op het Friese platteland. Maar het gebeurt even goed hier. En het slaat aan. Mensen schrijven haar dat ze soms tranen in de ogen krijgen van het platteland. Deze term "Landschapspijn" heeft in Friesland een hele discussie op gang gebracht en laat zien hoe belangrijk taal is om over de wereld om ons heen te praten en deze te vangen.

Taal is ook van invloed op de manier waarop wij met dieren omgaan. Alleen al de term “dier” is erg waardegeladen. Taal is performatief: schept een werkelijkheid. Voor de meesten van ons geldt dat ze de mens niet als dier beschouwen. Alle levende wezens zijn dieren, behalve wij. Dit is het standpunt in de westerse cultuur. In andere culturen is dit heel anders. Dit, terwijl, zoals de Franse filosoof Derrida opmerkte, een gorilla aanmerkelijk meer overeenkomsten heeft met ons dan met een kwal. De term “mens” plaatst ons in een uitzonderingspositie, geeft ons een valse superioriteit die geen recht doet aan het feit dat ook dieren beschikken over vormen van intelligentie en talige vermogens en het vermogen om te lijden.

Het spreekt voor zich dat de hengelsport, om maar te zwijgen over de beroepsvisserij, tot bijzonder veel dierenleed lijdt en dat ieder respect voor het dier, indien met tonnen in netten gelijktijdig op het dek gekwakt, is verdwenen. Maar er is een nog grotere aantasting van het dwz voor vissen op komst. De kweekvisserij.

De vissen in viskwekerijen leven onder extreem dieronvriendelijke omstandigheden, die vergelijkbaar zijn met die in de bio-industrie voor onder andere varkens en kippen. Dit blijkt uit een recente studie naar het gedrag van zalm in viskwekerijen. De zalmen zijn daar met enorme aantallen soortgenoten in een veel te kleine ruimte opgesloten en zijn hierdoor permanent blootgesteld aan zware stress. Veel vissen zijn niet bestand tergen de stress die deze grote sociale druk veroorzaakt. Ze groeien niet meer, bewegen bijna niet meer en zonderen zich af. Soms vertoont een kwart van de vissen dergelijk gedrag. Looserfish worden ze wel genoemd. Sommige wetenschappers noemen ze depressief.

Paling is de meest gekweekte vis in Nederland. Kweekpalingen hebben last van stress, kannibalisme en ondervoeding. Besmettelijke ziekten vormen ook een grote bedreiging. Er worden regelmatig virussen, bacteriën en parasieten aangetroffen in de Nederlandse palingteelt, waarbij de sterfte kan oplopen tot wel 100%. De waterkwaliteit is vaak slecht, dichtheden zijn hoog en er wordt geen rekening gehouden met de natuurlijke behoeften van paling.

Viskwekerijen zijn een nieuwe vorm van dieruitbuiting die ook onze provincie binnensluipt.

Een deel van de gekweekte vis wordt bovendien gevoed met zeevis. Viskwekerijen bieden daarom geen oplossing voor de overbevissing, maar vormen juist een extra aanslag op de zeevisbestanden. Bovendien levert viskwekerij risico's voor de volksgezondheid op, omdat er veel antibiotica wordt gebruikt hetgeen leidt tot resistente bacterien. Ook komen resten van geneesmiddelen in zee of grondwater terecht.

Wij willen voorkomen dat de kweekvissector zich uitbreidt in Groningen en dienen daarom de volgende motie in.

Motie: vis moet zwemmen

Tot slot. Het is weinigen zo gegeven de waarde van natuur, dieren en biodiversiteit zo te beschrijven als Midas Dekkers. In één van zijn columns heeft hij het over de Na te hebben opgemerkt dat een vlinder wellicht niets anders is dan een felgekleurde, tijdelijke toestand van de lucht, die zich op onvoorspelbare wijze verplaatst, gaat hij dieper in op de vlinderigste der vlinders, de Lobocraspis Griseifusa. Zelfs het sap van van de fijnste cipressen is deze vlinder nog te grof. Deze vis lust alleen tranen. Het dier likt, alleen of in groepjes, traanvocht op uit de ogen van een hert of een paard, waar hij geniet van het de exquise eiwtten die erin zitten, het wolkje albumine. Er is een foto van een entomoloog die het vlindertje liet drinken van zijn eigen tranen. Vlinder Gods, schrijft Dekkers hierover, die het verdriet des mensens wegneemt.

Tweede termijn

Het verschil tussen de borgstelling van staatssecretaris van Dam voor bedrijven die willen overschakelen naar biologisch en ons revolverend fonds, is dat een bank als commerciëel bedrijf een hogere rente zal vragen. Wij zijn benieuwd naar de brief van het college over de biologische afzetmarkt en dergelijke en hun acties in deze en zullen daarom onze motie over het consumentenbewustzijn aanhouden.

Dan de motie Bestand Veehouderij Bedrijven: de foto's die het college regelmatig zou nemen, zijn snel achterhaald. Het bestand waar wij op doelen wordt continu bijgehouden en is dus steeds up to date. Het kan zeer makkelijk geïmplementeerd worden via de app van het Gemeenschappelijk Beheer Organisatie Provincies.

Voorts klopt het dat het college ondernemers reeds de mogelijkheid had geboden om te investeren in Pro Dromi stallen, maar dat daar weinig gebruik van was gemaakt. Wij wilden daarom graag het college vragen aandacht te vragen voor deze mogelijkheid. Merkwaardig dat de SP niet voor is, landelijk is dat wel het geval.

De motie viskwekerijen zullen wij intrekken, omdat het college duidelijk heeft gemaakt geen juridische mogelijkheden hiervoor te zien.

En ten aanzien van de kersverse motie van de VVD over Pro Dromi stallen: wij kunnen ons goed vinden in de uitbreiding van stallen in verband met dierenwelzijn, maar niet in een uitbreiding van de veestapel. Bovendien moet het echt om pro dromi gaan of om een systeem dat qua dierenwelzijn minimaal gelijkwaardig is. Deze motie vinden wij sympathiek maar we vinden het moeilijk om de gevolgen goed te kunnen inschatten. Daarom zullen we de motie niet steunen.



Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer