Schrif­te­lijke vragen inzake lande­lijke bossen­stra­tegie en uitvoe­rings­pro­gramma Bos & Hout in Klimaat­a­genda


Indiendatum: 15 feb. 2021

Betreft: Statenvragen van de Partij voor de Dieren Statenfractie Groningen aan het college van GS ex artikel 67 RvO betreffende landelijke bossenstrategie en uitvoeringsprogramma Bos & Hout in Klimaatagenda

Geacht College,

LNV heeft de landelijke bossenstrategie in de nota ‘Bos voor de toekomst’ uitgewerkt. Deze wordt zeer binnenkort behandeld door de Tweede Kamer. Er is vanuit allerlei hoeken stevige kritiek geuit op de uitganspunten van de bossenstrategie[1]. Zo is er een uitgebreid amendement ingediend bij de vaste kamercommissie[2]. Ook is een alternatieve bossenstrategie opgesteld; het rapport ‘Een toekomst voor bossen en bomen’[3]. Hierin wordt gesteld dat de in de landelijke bossenstrategie aangekondigde maatregelen contraproductief zijn voor de beoogde doelstellingen. Zij zullen waarschijnlijk leiden tot minder vastlegging van CO2 in bossen en afname van de biodiversiteit. In de bossenstrategie ontbreekt bovendien een ecologische benadering die bossen als zelfregulerende systemen ziet.

Wij stellen u graag de volgende vragen:

  1. Heeft u kennis genomen van het amendement op de bossenstrategie en het rapport ‘Een toekomst voor bossen en bomen’? Wat vindt u van het feit dat er hoge urgentie bestond om deze te schrijven naast het rapport van het Rijk? Wat is uw reactie op de conclusies, en gaat u deze expliciet meenemen in het uitvoeringsprogramma Bos en Hout?
  2. Waar in Groningen ziet u mogelijkheden voor het stimuleren van spontane bosontwikkeling, als een natuurlijk en goedkoop alternatief naast het aanplanten van bos? Bent u bereid dit als uitgangspunt mee te nemen in het uitvoeringsprogramma Bos en Hout? Zo nee, waarom niet?
  3. Veenweidegebieden en beekdalen zijn uitermate geschikt om nieuw bos aan te leggen, omdat meerdere gunstige effecten optreden. In de nota Bos en Hout is voor de Groninger veenweidegebieden maar een magere ambitie opgenomen, en ook nog als ‘kans op de lange termijn’[4]. Bent u bereid om in het uitvoeringsprogramma nadrukkelijk ook de (korte termijn) kansen voor het veenweidegebied en de beekdalen te betrekken?
  4. Zal bij de locatiekeuze voor aanplant van nieuw bos de mate van stikstofdepositie worden meegewogen? Zo nee, waarom niet?

In Groningen wordt momenteel voor het ‘klimaatslim’ beheren van bestaande bossen een verkenning uitgevoerd. In de bossenstrategie wordt gesteld dat klimaatdoelstellingen zullen worden gehaald door bosuitbreiding en ‘revitalisering’ van bossen. In de alternatieve bossenstrategie geeft aan dat de maatregelen die i.h.k.v. ‘revitalisering’ worden voorgesteld juist leiden tot een verminderde vastlegging van CO2 in bossen, door o.a. het toestaan van vlaktekap, meer kappen en dunnen in bossen, intensieve bodembewerking, het uitstrooien van basenrijke meststoffen en een hoger energieverbruik door apparatuur. Daarentegen is het ongestoord oud laten worden van bossen de meest doeltreffende manier om koolstofopslag te optimaliseren in de bomen en in de bosbodem.

5. Wordt in het provinciale onderzoek naar klimaatslim beheren ‘revitalisatie’ ook als mogelijke aanpak onderzocht? En wordt hier dan gedoeld op allerhande technische ingrepen in het bos?

6. Bent u bereid om expliciet ook zelfregulering door natuurlijke processen als ‘klimaatslimme’ aanpak in het onderzoek op te nemen? Zo nee, waarom niet?

In Groningen zijn de ambities en uitgangspunten Bos & Hout in de Klimaatagenda vastgesteld, gebaseerd op de landelijke bossenstrategie. De bossenstrategie is nog niet vastgesteld, en het is zeer wel mogelijk dat er nog wijzigingen worden aangebracht.

7. Welke mogelijkheden zijn er om, bijvoorbeeld n.a.v. besluitvorming in de Tweede Kamer, het uitvoeringsprogramma Bos en Hout aan te passen?

Een heikel punt in de bossenstrategie is vlaktekap. De drie uitgangspunten van de bossenstrategie zijn klimaat, recreatie en biodiversiteit. Kaalkap heeft echter sterk negatieve effecten op de koolstofbalans en de biodiversiteit. Er zijn twee onderzoeken naar vlaktekap uitgevoerd. In het rapport ‘Ecologische effecten van vlaktekap’[5], worden de gunstige effecten van vlaktekap voor de bosbouw uiteen gezet. Echter het rapport 'Ecologische effecten van vlaktekap op de kwaliteit van bosecosystemen’[6] stelt dat vlaktekap, ongeacht de schaal, schadelijk is voor bos, bodemvruchtbaarheid, biodiversiteit en klimaat. Positieve elementen staan daar niet tegenover. Bovendien is deze vorm van bosbedrijf verliesgevend.

8. Onderschrijft u het genoemde risico dat met de ontwikkeling van nieuw bos de ‘houtteeltkundige’ benadering de overhand krijgt, waarbij vlaktekap leidt tot ‘intensieve landbouw’ voor houtproductie, hetgeen weinig meer te maken heeft met natuurbeheer? Zo nee, waarom niet?

9. Bent u bereid om in het uitvoeringsprogramma Bos en Hout aanwijzingen op te nemen voor het verbieden van vlaktekap, en dit te vervangen voor selectieve uitkap en groepenkap (tot 0,1 ha)? Zo nee, waarom niet?

Eén van de conclusies uit het rapport is dat de uitvoering van de bossenstrategie kan leiden tot nóg grotere maatschappelijke onvrede, mede door het kappen van flinke oppervlakten bos. Dhr. Van Beusekom, oud-directeur van Staatsbosbeheer, stelt: ‘Houtproductie, waar nu indirect de nadruk op ligt, heeft niets te betekenen in vergelijking met het belang van bossen voor gezondheid en ­recreatie. Daar liggen de echte publieke belangen.’[7]

10. Graag uw reactie op deze uitspraak. Bent u van mening dat met het provinciale programma de belangen van gezondheid en recreatie voldoende worden bewaakt? Zo ja, kunt u dit toelichten? Of onderschrijft u de mening van de Partij voor de Dieren dat er in Groningen veel te weinig bos is voor zowel natuur als (de groeiende vraag naar) groene vrijetijdsbesteding, en dat dit niet bereikt wordt met o.a. erfbeplanting of groene bedrijventerreinen? Bent u van plan méér prioriteit te geven aan bos ter bevordering van gezondheid en welbevinden en dit tot uitdrukking te laten komen in het uitvoeringsprogramma?

Bij het bomenkapmeldpunt van onze fractie[8] komen vele meldingen binnen van bomenrijen of kleine bosjes waarin rigoureus gekapt wordt. Deze kap is meldingsplichtig bij de provincie. Regelmatig vragen gemeenten of terreineigenaren de kap aan omdat de bomen overlastgevend zijn voor de landbouw.

11. Kapmeldingen worden niet gepubliceerd en derhalve blijft onduidelijk hoeveel are bos en meters bomenrijen verdwijnen, en hoe het gesteld is met de verplichte herplant. Bent u bereid om de locaties en aard van de kapmeldingen openbaar te maken voor derden? Zo nee, waarom niet?

12. Bent u het met ons eens dat met publicatie een publiek belang gediend is, gezien de maatschappelijke onrust over bomenkap? Zo nee, waarom niet?

13. Kunt u aangeven welke criteria en overwegingen u hanteert voor het toestaan van dergelijke kap – wanneer is ‘overlast’ bijvoorbeeld dusdanig van aard dat u toestemming geeft voor kap, in de wetenschap dat daarmee belangen als recreatieve en landschappelijke waarde en beschutting voor vee en andere dieren geschaad worden?

Met vriendelijke groet,

Ankie Voerman

Partij voor de Dieren


[1] Zie o.a. de brieven van derden bij commissievergadering 17-02-2021.

[2] https://www.natuurvolgendbosbe...

[3] Bijlage D.https://wfdrenthe.nl/wp-conten...

[4] P. 8, 24 en 25 Bos en Hout

[5] https://research.wur.nl/en/pub...

[6] https://www.urgenda.nl/wp-cont...

[7] https://www.trouw.nl/duurzaamh...

[8] https://groningen.partijvoorde...

Indiendatum: 15 feb. 2021
Antwoorddatum: 16 mrt. 2021

U kunt de antwoorden hier inzien.