Staten­vragen betref­fende de aard­be­vingen nabij de gasopslag bij Zuid­wending (gemeente Veendam)


Betreft: Statenvragen van de Partij voor de Dieren Statenfractie Groningen aan het college van GS ex artikel 46 RvO betreffende de aardbevingen nabij de gasopslag bij Zuidwending (gemeente Veendam).

Geacht college,

Twee weken geleden vonden er in de omgeving van Veendam twee lichte aardbevingen plaats met een kracht van 1.3 en 1.0 op de schaal van Richter. Volgens het KNMI bevond het epicentrum van de tweede beving zich op 1000 meter diepte, in of nabij de steenzoutformaties bij Zuidwending. In dit gesteente bevinden zich de gasopslagcavernes van EnergyStock.

Hierover stellen wij u graag de volgende vragen:

  1. Vóór januari 2019 vonden er zover bekend geen bevingen plaats rond de zoutcavernes en de gasopslag bij Veendam. De Partij voor de Dieren maakt zich, net als de bewoners van het gebied, ernstig zorgen over deze bevingen. Vooral om de eventuele gevolgen (op termijn) voor de stabiliteit van de zoutkoepels. Deelt u deze zorgen? Zo ja, wat voor actie kunt en wilt u ondernemen? Zo nee, waarom niet?
  2. Heeft u over deze situatie contact gehad met het ministerie van Economische zaken en Klimaat als zijnde het verantwoordelijk gezag en het Staatstoezicht op de Mijnen? Zo ja, wat zijn de resultaten hiervan? Zo nee, bent u bereid dit binnenkort te doen?
  3. Eerste inspecties van EnergyStock hebben geen bijzonderheden opgeleverd. Voor trillingen op deze schaal is specialistische apparatuur nodig. Bent u van mening dat deze apparatuur permanent aanwezig zou moeten zijn, nu er aardbevingen hebben plaatsgevonden bij de gasopslag? Zo ja, welke actie gaat u ondernemen? Zo nee, waarom niet?
  4. Bij eerdere schriftelijke vragen van de Partij voor de Dieren betreffende de zoutwinning heeft u aangegeven dat u het aspect van veiligheid van groot belang acht bij de mijnbouw en dat u gebruik zult maken van uw adviesrecht en het recht van inspreken wanneer u dit nodig acht. Geldt dit voornemen ook wanneer het gaat om ondergrondse gasopslag? Kunt u dit toelichten?

In Duitsland[i] is men tot de conclusie gekomen dat de opslag van radioactief afval in zoutcavernes minder veilig is dan gedacht doordat een caverne bij het doorboren zijn stabiliteit kan verliezen. Ook uit o.a. onderzoek van de Universiteit van Texas[ii] kwam naar voren dat zoutlagen door plaatselijke hoge druk (bijvoorbeeld bij doorboring) kunnen gaan lekken. Daarbij komt dat zoutlagen vaak een breekbare hoed hebben. Door bewegingen in het zoutgesteente of breukbewegingen/aardbevingen kunnen breuken ontstaan waarlangs materiaal kan weglekken.

5. Bent u op de hoogte van bovenstaande bevindingen en het onderzoek dat op dit gebied is uitgevoerd? Zo ja, bent u het dan met ons eens dat er zeker nu er aardbevingen in het gebied

plaatsvinden de zoutwinning en ondergrondse gasopslag onaanvaardbare risico’s met zich meebrengen? Graag een gemotiveerd antwoord.

6. De oorzaak van de bevingen in Veendam worden door het SodM onderzocht. Bent u bereid om met de toezichthouder in gesprek te gaan en hen te verzoeken het onderzoek uit te breiden, waarbij gekeken wordt naar de effecten van aardbevingen op de stabiliteit van de zoutcavernes zodat risico’s met betrekking tot de ondergrondse gasopslag bij Zuidwending ook betrokken worden in het onderzoek?

Met vriendelijke groet,

Ankie Voerman

Partij voor de Dieren

[i] https://www.nrc.nl/nieuws/2010/06/23/de-zoutmijn-met-radioactief-afval-beweegt-11910430-a1373314

[ii] https://www.nrc.nl/nieuws/2015/11/27/veel-zoutkoepels-raken-sneller-lek-dan-verwacht-1564308-a284672

Antwoorddatum: 22 feb. 2019

1. Vóór januari 2019 vonden er zover bekend geen bevingen plaats rond de zoutcavernes en de
gasopslag bij Veendam. De Partij voor de Dieren maakt zich, net als de bewoners van het
gebied, ernstig zorgen over deze bevingen. Vooral om de eventuele gevolgen (op termijn) voor
de stabiliteit van de zoutkoepeis. Deelt u deze zorgen? Zo Ja, wat voor actie kunt en wilt u
ondernemen? Zo nee, waarom niet?

Ook bij ons waren er tot voor kort geen bodemtrillingen bekend bij de ondergrondse gasopslag van
EnergyStock dan wel bij de zoutwinning van Nouryon in Zuidwending/Ommelanderwijk. Uiteraard waren wij wel
bekend met de lichte bodemtrillingen die in november 2017 in de nabijheid van het zoutvoorkomen te
Heiligerlee hebben plaatsgevonden en waarover het KNMI op 3 september 2018 heeft gerapporteerd.
De door u beschreven bodemtrilling werd voor het eerst op 11 januari jl. op de website van het Koninklijk
Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) gepubliceerd en door ons die ochtend opgemerkt. Er is direct
contact gezocht met het KNMI. Zoals er ook die dag contact is geweest met zowel Nouryon als EnergyStock en
ook met de gemeente Veendam.
EnergyStcok en Nouryon hadden inmiddels al contact gehad met zowel het KNMI als met het Staatstoezicht op
de Mijnen (SodM). Beide bedrijven hebben vervolgens alle beschikbare informatie, die mogelijkerwijs te
koppelen zou kunnen zijn aan deze bodemtrilling, aan het SodM en het KNMI verstrekt. De bodemtrilling is bij
beide instanties in onderzoek.
Op 11 januari jl. hebben wij van het KNMI de toezegging ontvangen dat wij door hen op de hoogte zouden
worden gehouden van alle ontwikkelingen aangaande hun onderzoek. Het KNMI is in Nederland
verantwoordelijk voor het beheer van het seismisch meetnetwerk en de communicatie daaromtrent.
Op 17 januari jl. hebben wij overleg gevoerd met EnergyStock over de voortgang. Daarbij werd aangegeven dat
beide bedrijven inmiddels alle informatie hadden aangeleverd waarnaar gevraagd was en nu het wachten is op
de onderzoeksrapporten van het KNMI en het SodM.
Alvorens wij ons kunnen uitspreken over de door u benoemde zorgen wachten wij deze rapportages af, die naar
verwachting ook zullen ingaan op veiligheidsaspecten

2. Heeft u over deze situatie contact gehad met het ministerie van Economische zaken en
Klimaat als zijnde het verantwoordelijk gezag en het Staatstoezicht op de Mijnen? Zo Ja, wat
zijn de resultaten hiervan? Zo nee, bent u bereid dit binnenkort te doen?

Zie het antwoord op vraag 1. Het KNMI is verantwoordelijk voor de communicatie over waargenomen
seismiciteit.

3. Eerste inspecties van EnergyStock hebben geen bijzonderheden opgeleverd. Voor triliingen
op deze schaal is specialistische apparatuur nodig. Bent u van mening dat deze apparatuur
permanent aanwezig zou moeten zijn, nu er aardbevingen hebben plaatsgevonden bij de
gasopsiag? Zo Ja, welke actie gaat u ondernemen? Zo nee, waarom niet?

In de lopende procedure in het kader van de Mijnbouwwet voor het door EnergyStock in 2020-2021 in gebruik
nemen van de zesde caverne voor de opslag van laagcalorisch gas hebben wij een zienswijze ingediend. In
deze zienswijze geven wij aan dat wij van mening zijn dat er rondom de EnergyStock-locatie te
Zuidwending/Ommelanderwijk een monitoringsmeetnet moet worden aangelegd mogelijk overeenkomstig het
netwerk dat in 2018 ook in Heiligerlee is aangelegd door Nouryon in overleg met het KNMI.

4. Bij eerdere schriftelijke vragen van de Partij voor de Dieren betreffende de zoutwinning heeft u
aangegeven dat u het aspect van veiligheid van groot belang acht bij de mijnbouw en dat u
gebruik zult maken van uw adviesrecht en het recht van inspreken wanneer u dit nodig acht.
Geldt dit voornemen ook wanneer het gaat om ondergrondse gasopsiag? Kunt u dit
toelichten?

Het aspect veiligheid achten wij blijvend van groot belang. Zie ook ons antwoord op vraag 3.
In een tussenstuk in uw vraagstelling gaat u in op persberichten van 23 juni 2010 en 27 november 2015 over
zoutmijnen in Duitsland en de opslag van radioactief afval in deze mijnen.

5. Bent u op de hoogte van bovenstaande bevindingen en het onderzoek dat op dit gebied is
uitgevoerd? Zo Ja, bent u het dan met ons eens dat er zeker nu er aardbevingen in het gebied
plaatsvinden de zoutwinning en ondergrondse gasopsiag onaanvaardbare risico's met zich
meebrengen? Graag een gemotiveerd antwoord.

Ja, wij waren op de hoogte van deze eerdere berichten. De berichten gaan over zoutmijnen in Duitsland. Het
betreft hier ondergrondse begaanbare ruimtes waarin radioactief afval werd en wordt opgeslagen. Er zijn in
Nederland en ook in Groningen geen ondergrondse begaanbare zoutmijnen en er vindt geen opslag van
radioactief afval in dergelijke bergingen plaats. Deze buitenlandse situatie is onvergelijkbaar met de
zoutcavernes in onze provincie. Al decennia lang is ons beleid dat wij geen opslag van dit soort afval willen en
niet zullen toestaan. Dat beleid zullen wij blijven handhaven.
Bij winnings- en opslagplannen voor zoutcavernes worden door de betrokken initiatiefnemers uitgebreide
studies gedaan, ook naar de stabiliteit en de permeabiliteit van de zoutvoorkomens. Deze studies worden
beoordeeld door de desbetreffende toezichthouder, het SodM, met zijn specifieke adviseurs. Wij hebben geen
reden om aan te nemen dat het gebruik van zoutcavernes in onze provincie met de risico's die in bovenstaande
persberichten worden benoemd, in aanraking kunnen komen. De zoutcavernes in onze provincie zijn of met
gassen of met pekel gevuld en staan onder druk.
Wij zijn op dit moment bezig ons beleid ten aanzien van de (diepe) ondergrond te actualiseren. Hierbij speelt de
veiligheid en de risico's van de verschillende ondergrondse activiteiten de belangrijkste rol. Daartoe wordt de
Visie op de Ondergrond van 2015 omgezet naar de Nota Ondergrond, die gekoppeld zal gaan worden aan onze
Omgevingsvisie. De nota zal door het nieuwe college worden vastgesteld.

6. De oorzaak van de bevingen in Veendam worden door het SodM onderzocht Bent u bereid om
met de toezichthouder in gesprek te gaan en hen te verzoeken het onderzoek uit te breiden,
waarbij gekeken wordt naar de effecten van aardbevingen op de stabiliteit van de
zoutcavernes zodat risico's met betrekking tot de ondergrondse gasopslag bij Zuidwending
ook betrokken worden in het onderzoek?

Ja, uiteraard zijn wij bereid op basis van de onderzoeksrapporten zowel met het SodM als met het KNMI in
gesprek te gaan. Wanneer zich dit moment aandient is nog niet te zeggen. Daarnaast zijn wij in gesprek met de
betrokken bedrijven.

Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.