Schrif­te­lijke vragen posi­ti­o­nering GS en IPO inzake GLB-NSP


Indiendatum: 8 dec. 2021

Betreft: Statenvragen van de Partij voor de Dieren aan het college van GS ex artikel 67 RvO betreffende positionering GS en IPO inzake GLB-NSP

Geacht College,

De wijze waarop de Europese landbouwgelden worden ingezet kan van grote invloed zijn op de gewenste landbouwtransitie. Het Rijk, de provincies en waterschappen kunnen samen besluiten om miljoenen vrij te spelen voor het klimaat, de natuur, onze gezondheid en de boeren van de toekomst.

Provinciale bestuurders met het dossier landbouw zijn de afgelopen tijd bij elkaar gekomen in het Interprovinciaal Overleg (IPO). Dat heeft geleid tot een droef stemmend compromis dat zelfs de bescheiden ambities van het Rijk verder afzwakt. De IPO-bestuurders willen niet direct minstens 30%, maar slechts 15% van het landbouwbudget overhevelen voor de transitie naar een gezonde landbouw. Het IPO-compromis is niet door volksvertegenwoordigers in de provincies goedgekeurd, maar zal medebepalend zijn voor de invulling van het belangrijke NSP. Het overgrote deel van de Europese gelden gaat als vanouds naar inkomenssteun voor boeren. Een kleiner deel gaat naar groener plattelandsbeleid, verduurzaming en agrarisch natuurbeheer. Wageningen University & Research (WUR) rekende een aantal scenario’s door op de effecten voor klimaat en biodiversiteit. Daaruit blijkt dat het gunstigste scenario voor natuur en klimaat is om ten minste 30% uit de pot voor inkomenssteun over te hevelen naar het groenere plattelandsbeleid. Zo komen miljoenen extra beschikbaar voor boeren die stappen willen zetten naar een gezonde en diervriendelijke landbouw.

In de aanloop naar en tijdens de totstandkoming van het IPO advies zijn de Staten procesmatig geïnformeerd, alsmede over de positionering van alle provincies tezamen. Zij zijn echter niet gevraagd om inhoudelijk te besluiten over de specifieke inzet van de provincie Groningen.

Wij stellen u graag de volgende vragen.

  1. Uit antwoorden op technische vragen maken wij op dat het IPO-standpunt niet sterk afwijkt van de wensen en belangen van Groningen. Kunnen wij hieruit concluderen dat u het eens was met het uiteindelijke advies? Zo nee, op welke onderdelen wijkt het IPO standpunt (sterk) af van uw primaire inzet?
  2. Wat was uw inzet m.b.t. de overheveling van inkomenssteun naar ecoregelingen? Kunt u aangeven waarom u dit de beste verdeling vindt?
  3. Bent u van mening dat een hogere overheveling van pijler 1 naar pijler 2 gaat leiden tot een lagere vraag naar inkomenssteun? En zo ja, zou dat volgens u ook één op één leiden tot een verminderd gebruik van de ecoregelingen en het ANLB, en waarom?
  4. Is het College het met ons eens dat we als provincies de minister niet moeten remmen in de transitie naar een toekomstbestendige landbouw? Zo ja, waarom bent u dan toch akkoord gegaan met het advies van het IPO?
  5. Bent u van mening dat u Provinciale Staten voldoende inhoudelijk heeft geïnformeerd over de inzet en het resultaat van de gesprekken in het IPO? Zo ja, waarop baseert u dit, immers de Staten zijn niet in de gelegenheid gesteld om inhoudelijke input te leveren.
  6. Is het correct dat uw IPO-inbreng voornamelijk langs de lijnen van de Groninger Landbouwprogramma 2021-2024 en bestaande regiodeals liep? Zo ja, is hiermee volgens u voldoende recht gedaan aan de urgente uitdagingen rondom de voedseltransitie van dierlijk naar plantaardig, de bescherming van biodiversiteit binnen landbouwgebieden en het verbeteren van het dierenwelzijn, en kunt u dit toelichten?
  7. Voor welke beleidsdoelen wilt u Europees geld beschikbaar stellen (middels ANLB en LEADER), en kunt u toezeggen dat de Staten inspraak krijgen bij de verdeling van middelen tussen de verschillende doelen?

Met vriendelijke groet,

Ankie Voerman,

Partij voor de Dieren