Schrif­te­lijke vragen inzake verstoring natuur door groepen wadlopers


Indiendatum: jul. 2022

Betreft: Statenvragen van de Partij voor de Dieren Statenfractie Groningen aan het college van GS ex artikel 67 RvO betreffende verstoring door groepen wadlopers

Geacht College,

De verstoring van kwetsbare kweldernatuur door groepen wadlopers lijkt toe te nemen. Media en ooggetuigen maken melding van grote groepen mensen die broedende vogels verstoren, vegetatie plattrappen en vee laten schrikken. Bij de Negenboerenpolder is de overlast groot door touringcars en tientallen geparkeerde auto’s.

Wadloopgroepen lopen vanaf de waterkering dwars door de kwetsbare kwelders naar het Wad, terwijl er ook speciaal aangelegde wandelpaden zijn. Bij Pieterburen hebben agrariërs inmiddels kwelders afgesloten voor wadloopgroepen. De Groninger kwelders die in eigendom zijn van het Groninger Landschap zijn afgesloten voor publiek.

U bent, samen met de provincie Fryslân, verantwoordelijk voor het uitgeven van diverse typen Wadloopvergunningen[1]. Aan deze vergunningen zijn voorschriften en beperkingen verbonden om overlast en schade te voorkomen, en landschap en natuur te beschermen.

Wij stellen u graag de volgende vragen:

  1. Bent u op de hoogte van de toenemende overlast en schade die wadlopers veroorzaken aan de flora en fauna in de kwetsbare kwelders, o.a. door het mijden van de aangelegde wandelpaden? Heeft u stappen ondernomen om hier een einde aan te maken en welke zijn dit? Of bent u van plan dit te doen, en zo ja welke en op welke termijn?
  2. Zijn er signalen binnengekomen bij de provincie van agrariërs, de Waddenvereniging, gemeenten etc. over overlast en schade, en hoe heeft u hierop geacteerd?
  3. Is er in het verleden ecologisch onderzoek uitgevoerd naar mogelijk schadelijke gevolgen van wadlopen, o.a. verstoring van broedende en foeragerende vogels en beschadigen van kwetsbare vegetatie? Zo ja, van wanneer dateert het onderzoek en wat zijn de uitkomsten? Zo nee, waarom niet, en bent u bereid een onderzoeksopdracht uit te zetten?
  4. Is er in de voorbije jaren door de provincie gecontroleerd op het naleven van de voorschriften en beperkingen voor wadlopers, naar aanleiding van de door u verleende vergunningen? Zo ja, welke overtredingen worden begaan en hoe is gehandhaafd? Zo nee, waarom wordt er niet gecontroleerd?
  5. a. Is het College het met de PvdD eens dat wadlopen tijdens broedperioden absoluut geen verstoring mag veroorzaken van broedende en foeragerende vogels?
  6. b. Is er momenteel een limiet gesteld aan het aantal tochten/deelnemers per jaar? Zo nee, waarom niet en acht u dit wél noodzakelijk (nu of in de toekomst) om het Wad te beschermen? Zo ja, hoe is deze limiet tot stand gekomen, ligt hier ecologische toetsing aan ten grondslag, en wordt deze limiet regelmatig geëvalueerd?
  7. Artikel 3.5 lid 2 en lid 5 van de Wet Natuurbescherming zijn bedoeld om verstoring van vogels en vernieling van beschermde vegetatie in de kwelder te voorkomen.
  8. Hoe vaak zijn er overtredingen van de Wnb begaan door organisatoren van wadlooptochten, en welke disciplinaire maatregelen heeft u getroffen?
  9. Bent u van mening dat betreffende wetsartikelen voldoende zijn om de flora en fauna van het Wad te beschermen, of zijn er aanvullende (provinciale of gemeentelijke) regels nodig? Zo ja, welke?
  10. Is er voldoende handhavingscapaciteit bij provincie en andere partijen om toe te zien op de wadloop-business?
  11. Is het College het met de PvdD eens dat de ‘vermarkting’ van de Waddenzee op geen enkele wijze ten koste mag gaan van de natuur, maar dat hier steeds meer sprake van is? (Denk ook aan zeehondentochten en zwerftochten op de zandplaten). Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke praktische stappen of beleidswijzigingen bent u van plan door te voeren om de rust op het Wad te bewaken?
  12. Is er volgens u nauwere samenwerking met Rijkswaterstaat nodig, om zowel handhaving als regelgeving af te stemmen, of functioneert dit voldoende effectief?
  13. Het huidige beheerplan Wadden 2016-2022 loopt dit jaar af.
    1. Wanneer wordt het nieuwe beheerplan vastgesteld?
    2. Bent u met ons van mening dat het noodzakelijk is om bij het opstellen van dit nieuwe beheerplan het voorzorgsprincipe te hanteren m.b.t. de mogelijke negatieve impact dit wadlopen kan hebben?
    3. Bent u bereid om - met dit voorzorgsprincipe in het achterhoofd - bij het opstellen van het nieuwe beheerplan met alle stakeholders in overleg te treden om te komen tot aanvullend beleid en regelgeving voor wadlopen? Waarom wel of niet?

Met vriendelijke groet,

Ankie Voerman

Partij voor de Dieren


[1] https://www.provinciegroningen...