Schrif­te­lijke vragen inzake stik­stof­uit­stoot EEW Oosterhorn


Indiendatum: 21 okt. 2020

Betreft: Statenvragen van de Partij voor de Dieren Statenfractie Groningen aan het college van GS ex artikel 67 RvO betreffende stikstofuitstoot EEW Oosterhorn

Geacht College,

In maart van dit jaar werd een handhavingsverzoek ingediend aangaande EEW Energy from Waste in Oosterhorn. In het DvhN[1] werd naar aanleiding daarvan het volgende gemeld: ,,Een slimme advocaat en de provincie kwamen erachter dat er toch nog genoeg ruimte zat in de vergunning, waardoor EEW zonder problemen kon blijven draaien.’’ En: ‘Gedeputeerde Henk Staghouwer merkte toen op dat de afvalverwerker zodanig onder het vergrootglas lag dat alle alarmbellen begonnen te rinkelen. ,,We hebben sluiting kunnen voorkomen. We wachten op het rijk dat op dit moment kijkt naar de ontwikkelruimte van de bedrijven.” De Rechtbank Noord-Nederland heeft onlangs de natuurvergunning van EEW toch vernietigd, waardoor de geplande uitbreiding niet door kan gaan. Inmiddels is op 3 sept. j.l. ook opnieuw een handhavingsverzoek ingediend, dat momenteel ter beoordeling ligt bij VTH. In het verzoek wordt gesteld dat het bedrijf sinds 1 september j.l. meer stikstofoxide uitstoot dan is vergund, en dat derhalve de bedrijfsvoering stilgelegd zou moeten worden.

Graag stellen wij u de volgende vragen.

  1. Kunt u aangeven welke ‘ruimte in de vergunning’ u samen met de ‘slimme advocaat’ gevonden hebt, en waarom deze toch niet rechtmatig bleek te zijn? Hoe heeft deze inschattingsfout kunnen gebeuren?
  2. Kunt u bevestigen dat EEW na de uitspraak voor de gehele bedrijfsvoering een nieuwe vergunning moet aanvragen, voor zowel de bestaande afvallijnen alsook de derde en vierde lijn? Zo nee, waarom niet?
  3. Waarom kiest u momenteel voor het gedogen van EEW, in plaats van direct handhaven? Bent u het met ons eens dat er een ongewenste precedentwerking uit gaat van een provinciale overheid die mogelijk illegale uitstoot gedoogt? Zo nee, waarom niet?
  4. Indien na afronding van de beoordeling blijkt dat EEW inderdaad teveel stikstofoxide uitstoot, wat zijn dan de consequenties? Kan de excessieve uitstoot nog op enige wijze gecompenseerd worden?
  5. Kan EEW volgens u onder de huidige omstandigheden een nieuwe stikstofbeoordeling doorstaan, en waarop baseert u dit? Indien ja, waarom besloot u dan dat de uitbreiding wel onder de oude natuurvergunning uitgevoerd zou kunnen worden? Waarom is er niet meteen gekozen om het bedrijf een nieuw vergunningentraject te laten doorlopen om elke twijfel uit te sluiten, mede gezien de zeer gespannen stikstofsituatie en het eerder genoemde vergrootglas?
  6. Kunt u aangeven hoeveel industriële bedrijven sinds de PAS uitspraak van de RvS (mogelijk) in een vergelijkbare situatie werken? Om hoeveel bedrijven gaat het, en welke bedrijven betreft het? Indien u hier geen zicht op heeft, hoe bent u van plan dit te gaan inventariseren? Worden de natuurvergunningen actief gescreend, of hangt beoordeling af van ingediende bezwaren?
  7. Hoe lang blijft u nog wachten op ontwikkelruimte voor bedrijven door Rijksmaatregelen? Het is algemeen bekend dat die ruimte met de huidige maatregelen niet gevonden kan worden. Het IPO / de provincies stellen zelf: ‘de aanpak van het kabinet levert nog te weinig stikstofvermindering op en daarmee te weinig ruimte voor natuurherstel en te weinig ruimte voor maatschappelijke en economische ontwikkelingen, die provincies in hun rol als bevoegd gezag voor vergunningen nodig hebben.’[2] Bent u het met ons eens dat terwijl u in de wachtkamer zit wél de wet gevolgd dient te worden, en illegale activiteiten moeten worden stilgelegd, hoe pijnlijk ook?

Met vriendelijke groet,

Ankie Voerman

Partij voor de Dieren


[1] https://www.dvhn.nl/groningen/...

[2] https://nieuws.ipo.nl/kabinets...

Indiendatum: 21 okt. 2020
Antwoorddatum: 19 jan. 2021

U kunt de antwoorden hier inzien.