Schrif­te­lijke vragen inzake stik­stofe­missie scheeps­be­we­gingen extra biomassa RWE


Indiendatum: 4 nov. 2021

Betreft: Statenvragen van de Partij voor de Dieren Statenfractie Groningen aan het college van GS ex artikel 67 RvO betreffende de stikstofemissie en -depositie vanwege de aanvoer van extra biomassa voor RWE.

Geacht College,

De Partij voor de Dieren heeft in de vergadering van de Statencommissie op 27 oktober 2021 een vraag gesteld over de toename van de stikstofemissie en -depositie als gevolg van het scheepvaartverkeer dat nodig is voor de aanvoer van de extra biomassa om het percentage biomassa-bijstook in de RWE-centrale te verdubbelen van 15 naar 30%.

In antwoord op onze vraag gaf het College aan, dat de depositie als gevolg van de scheepvaartbewegingen voor de aanvoer van de huidige en extra biomassa zijn meegenomen in de omgevingsvergunning van RWE en ook in de voortoets voor de Wet natuurbescherming.

Dit antwoord spoort niet met de inhoud van het beroepschrift dd. 25-10-2021 van o.a. MOB tegen de revisie van de omgevingsvergunning voor de RWE.

In dit beroepschrift wordt op basis van een gedetailleerde onderbouwing aangegeven, dat de emissies van NOx als gevolg van de scheepsbewegingen naar en van de haven niet zijn meegenomen in de emissieberekeningen. Dit betekent dat het effect van de toename van de NOx-emissie als gevolg van verhoogde aanvoer van biomassa ten onrechte buiten beschouwing is gebleven. In het beroepschrift wordt erop gewezen, dat in de AERIUS-berekeningen enkel en alleen is gekeken naar de emissies tijdens het aanleggen en lossen van schepen. Maar in onze vraag gaat het over de stikstofemissie en -depositie als gevolg van de scheepvaartbewegingen voor de aanvoer van biomassa naar de haven. In het beroepschrift wordt klip en klaar onderbouwd, dat de stikstofemissie en -depositie van deze scheepvaartbewegingen in het geheel niet zijn meegenomen. Overigens ontbreekt er in de stukken een deugdelijke motivering van het buiten beschouwing laten van deze stikstofberekeningen.

Wij stellen u graag de volgende vragen:

  1. Waarop is uw antwoord gebaseerd, dat de stikstofdepositie als gevolg van het scheepvaartverkeer voor de aanvoer van de (extra) biomassa voor de RWE is meegenomen in de RWE-vergunning en in de voortoets, en kunnen wij hier de beoordeling met berekeningen van ontvangen?
  2. Bent u met ons van mening dat MOB c.s. in hun beroepschrift op basis van een gedegen onderbouwing aangeven, dat de verhoogde stikstofemissie en -depositie als gevolg van de aanvoer van extra biomassa niet zijn meegenomen in de stikstofberekeningen ten behoeve van de vergunningverlening? Zo nee, op grond waarvan is het beroepschrift op dit punt niet in overeenstemming met de feiten?
  3. Bent u met ons van mening, dat onze vraag hierover op 27-11-2021 onjuist is beantwoord? Zo nee, op grond waarvan niet? Zo ja, wat is dan uw bijgestelde antwoord op onze vraag in de Statencommissie van 27 oktober 2021?

Met vriendelijke groet,

Ankie Voerman

Partij voor de Dieren