Schrif­te­lijke vragen inzake onthef­fingen doden steen­marters en vossen in weide­vogel


Indiendatum: 25 jan. 2021

Betreft: Statenvragen van de Partij voor de Dieren Statenfractie Groningen aan het college van GS ex artikel 67 RvO betreffende ontheffingen doden steenmarters en vossen in weidevogelgebieden.

Geacht College,

Onlangs verleende u twee ontheffingen voor jacht op steenmarters in de weidevogelgebieden Paddepoel-Koningslaagte en Winsumermeeden[1], [2]. Ook verleende u opnieuw ontheffing voor het jagen op vossen tijdens nachtelijke uren en tijdens de dracht- en zoogperiode in en rondom vijf weidevogelgebieden[3]. Een soortgelijke ontheffing voor vossenjacht werd vorig jaar ook al verleend, maar echter weer ingetrokken omdat een interne commissie oordeelde dat de motivatie onvoldoende was.

Wij stellen u graag de volgende vragen:

  1. Kunt u toelichten waarom u meent dat de ontheffing voor vossen nu wél voldoende gemotiveerd is, in tegenstelling tot de ontheffing van vorig jaar? Waaruit bestaat deze extra motivatie en waarom bent u er van overtuigd dat deze stand gaat houden bij de rechter?
  2. Bent u op de hoogte van de pilot die vorig jaar in Friesland plaatsvond, waarbij steenmarters gedood werden? Aan deze pilot zijn tot op heden nog geen conclusies verbonden. Bent u het met ons eens dat uitbreidingen van pilots op zijn minst zouden moeten wachten tot eventuele conclusies van andere pilots bekend zijn? Zo nee, waarom niet?
  3. Uit onderzoek in drie Groninger weidevogelgebieden in 2019 en 2020[4] wordt de conclusie getrokken dat steenmarters de belangrijkste predatoren zijn. Echter meer dan de helft van de gezenderde vogels is nooit terug gevonden, waardoor de uitkomsten van het onderzoek niet nauwkeurig bepaald kunnen worden. Bovendien bleek de veldmuizenpopulatie van zeer grote invloed op de mate van predatie. Bent u het met ons eens dat bovengenoemd onderzoek geen solide basis biedt om steenmarters aan te wijzen als ‘hoofdschuldige’? Zo nee, waarom niet?
  4. Kunt u ons op de hoogte stellen van wetenschappelijk goed onderbouwde gegevens, waaruit blijkt dat er uitzonderlijk hoge predatiedruk door steenmarters wordt uitgeoefend op weidevogels in verhouding tot andere diersoorten?
  5. Bent u bekend met de uitkomsten van wetenschappelijke onderzoeken dat wezel, bunzing, hermelijn, buizerd, torenvalk, rat, egel, ooievaar en reiger véél belangrijker predatoren zijn van eieren en jongen van weidevogels dan steenmarters? Zo ja, waarom denkt u dan dat het tijdelijk wegnemen van steenmarters hét verschil gaat maken voor de weidevogels? Of bent u van plan om bijvoorbeeld ook egels of ooievaars te gaan doden?
  6. Heeft een ooievaar of reiger volgens u meer recht op leven dan een steenmarter en kunt u dit toelichten?
  7. Kunt u aangeven waarom in de nu gepubliceerde ontheffingen is gekozen voor het vangen van maximaal 15 respectievelijk 10 marters in de gebieden? Denk u te kunnen aantonen dat het doden van vijftien/tien marters een wezenlijk verschil gaat maken in de predatie van kuikens en eieren? Zo nee, hoe zit het dan?
  8. O.a. de landbouwcollectieven beweren dat de aantallen vossen, kraaien en steenmarters toenemen in agrarisch gebied. Wat is volgens u de reden dat deze diersoorten hier toenemen, en welke relatie is er met de huidige inrichting van het agrarische gebied?
  9. In december vorig jaar deed gedeputeerde Staghouwer de uitspraak dat ‘steenmarters, vossen, kraaien en katten uit het systeem gehaald moeten worden’. Mogen wij hieruit opmaken dat het College voornemens in om de komende jaren in alle weidevogelgebieden deze vier diersoorten te gaan doden? Zo nee, wat bedoelde Dhr. Staghouwer dan?

Met vriendelijke groet,

Ankie Voerman

Partij voor de Dieren


[1] https://zoek.officielebekendma...

[2] https://zoek.officielebekendma...

[3] https://zoek.officielebekendma...

[4] https://collectiefgroningenwes...

Indiendatum: 25 jan. 2021
Antwoorddatum: 9 feb. 2021

U kunt de antwoorden hier inzien.