Schrif­te­lijke vragen inzake stik­stofe­missies uit onbenutte ruimte en rest­de­po­sitie


Indiendatum: 20 jan. 2021

Betreft: Statenvragen van de Partij voor de Dieren Statenfractie Groningen aan het college van GS ex artikel 67 RvO betreffende stikstofemissies uit onbenutte ruimte en restdepositie

Geacht College,

Graag vragen wij aandacht voor twee vormen van stikstofemissie die tot nu toe (grotendeels) onderbelicht blijven. De deposities die deze emissies veroorzaken zijn geen onderwerp van ecologische toetsing of gerichte compensatie. Deze uitstoot leidt echter wel tot hogere achtergronddepositie en daarmee negatieve effecten op natuur en milieu.

a. Restdepositie: Cumulatie van deposities onder de drempelwaarde:

In AERIUS worden alle deposities onder de 0,0005 mol/ha/jr afgerond op 0. Jaarlijks worden tientallen of honderden vergunningen verleend, hetgeen resulteert in een fikse cumulatie van deze restdeposities.

Aan het gebruik van deze drempelwaarde lijkt geen goede ecologische onderbouwing ten grondslag te liggen. Er wordt namelijk geen passende beoordeling gemaakt van waaruit zekerheid verkregen wordt dat de depositie gelijk blijft of terugloopt, ondanks de gezamenlijke extra uitstoot. Er staan geen specifieke maatregelen tegenover deze uitstoot ter compensatie. Ook zijn er tot nu toe geen strikte emissiebeperkende maatregelen afgesproken waarmee ruimte wordt gecreëerd. Er zijn weliswaar maatregelen aangekondigd door het Rijk, maar die zijn nog niet concreet ingevuld, en de zekerheid dat ze tot vermindering van stikstofdepositie leiden is er op dit moment niet. Het Rijk wil de extra verkregen stikstofruimte bovendien niet gebruiken voor compensatie van extra emissies, maar voor nieuwe vergunningverlening, met name voor woningbouw en infra.

b. Onbenutte ruimte in verleende vergunningen:

Het is op dit moment niet duidelijk hoeveel extra emissie er ‘boven de markt hangt’ in de vorm van niet benutte ruimte in bestaande vergunningen die (al dan niet door extern salderen) alsnog benut zal worden. Deze onbenutte ruimte betreft in de landbouw vaak Nbw-vergunningen voor bedrijfsuitbreidingen die zijn verleend onder het PAS, maar die nog niet uitgevoerd zijn:

  • De stal is gebouwd, maar nog niet vol (bij voorbeeld omdat de veehouder geen dieren wil aankopen, maar de veestapel wil uitbreiden met eigen jonge dieren)
  • De stal is nog in aanbouw
  • Er is nog niets gebeurd, bij voorbeeld omdat andere vergunningen niet rond komen.

Veehouders proberen de stikstofruimte die ze niet nodig hebben vast te houden in de hoop dat het geld waard wordt middels extern salderen.

Bovenstaande in acht nemend, stellen wij u graag de volgende vragen:

  1. Kunt u aangeven hoeveel depositie er in de voorbije 5 jaar heeft plaatsgevonden ten gevolge van de optelsom van alle deposities onder 0,0005 mol/ha/jr uit de Aerius berekeningen? (de ad a. genoemde restdepositie) Zo nee, waarom weet u dit niet en bent u bereid dit alsnog in kaart te brengen?
  2. Kunt u aangeven hoeveel onbenutte stikstofruimte er is vergund, maar nog niet ingevuld? (de ad b. genoemde emissies) Zo nee, waarom weet u dit niet en bent u bereid dit alsnog in kaart te brengen?
  3. Heeft u enig idee welke effecten op natuur en milieu de ad a. en b. genoemde depositie kan gaan hebben? Wordt hier rekening mee gehouden in de gebiedsaanpak c.q. compensatiemaatregelen, en op welke wijze?
  4. Bent u bereid om op zowel de onbenutte ruimte als de cumulatieve restdeposities een passende beoordeling te laten uitvoeren, en met de uitkomst van de beoordeling ervoor zorg te dragen dat elders de benodigde stikstofruimte wordt ingenomen? Zo nee, waarom niet?
  5. Is het volgens u correct dat bij iedere vergunning waarbij extra emissie worden toegestaan, gekeken moet worden naar de effecten van het project, maar ook tezamen met andere plannen en projecten (art 6 lid 3 Hrl)? Waarom gebeurt dat op dit moment niet?
  6. Denkt u dat het hanteren van de beslisboom van LNV waarbij cumulatieve effecten niet worden meegerekend juridisch houdbaar is indien dit naar de Raad van State wordt gebracht? Zo ja, waarom?
  7. Kunt u inschatten hoeveel stikstofruimte er vrij moet worden gemaakt om de extra emissies uit de onbenutte ruimte te compenseren? Zo nee, waarom niet? En op welke wijze wordt dan besloten hoe compensatie hiervoor wordt ingevuld? Bent u überhaupt van plan om deze extra emissie te gaan compenseren?
  8. Welke provinciale maatregelen kunt u nemen? Hierbij doelen wij op maatregelen die voldoende daling van de stikstofemissie in de provincie teweeg brengen om de nog onbenutte emissies / cumulatieve deposities te compenseren. En bent u hiertoe bereid? Zo nee, waarom niet?
  9. Bent u bereid om (op eigen titel of in IPO-verband) aandacht vragen voor deze omissie in de stikstofaanpak?
  10. Bent u bereid om bij het Rijk aan te dringen om de extra verkregen ruimte eerst in te zetten voor natuurherstel, vóórdat deze ruimte wordt opgesoupeerd door infra en industrie? Zo nee, waarom niet?
  11. Bent u het met ons eens dat verkleinen van de veestapel de snelste en meest effectieve weg is om de stikstofproblematiek op te lossen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, waarom wordt een dergelijke aanpak in de GRAS en in uw overige beleid stelselmatig genegeerd?

Met vriendelijke groet,

Ankie Voerman

Partij voor de Dieren

Indiendatum: 20 jan. 2021
Antwoorddatum: 9 mrt. 2021

U kunt de antwoorden hier inzien.