Schrif­te­lijke vragen inzake ontheffing Wet Natuur­be­scherming voor Suiker­zijde


Indiendatum: 17 sep. 2021

Betreft: Statenvragen van de Partij voor de Dieren Statenfractie Groningen aan het college van GS ex artikel 67 RvO betreffende ontheffing Wnb vernietiging natuur Suikerunieterrein

Geacht College,

Op 14 september j.l. verleende u een ontheffing Wet Natuurbescherming aan de gemeente Groningen voor de realisatie van de woonwijk Suikerzijde. In antwoord op onze vragen d.d. 21 april en 5 mei 2021 stelde u: ‘Er is ambtelijk gesproken met de gemeente Groningen over de toepassing van de landelijke en provinciale wet- en regelgeving op het gebied van de bescherming van natuurwaarden. In lijn met die regelgeving is geadviseerd om aantasting zo veel mogelijk te voorkomen en de resterende schade aan beschermde natuurwaarden te mitigeren en te compenseren.’ En: ‘Wij streven naar het zoveel mogelijk behouden van natuurwaarden op de plek waar deze aanwezig zijn. In sommige situaties is het behoud van natuurwaardes op dezelfde plek niet mogelijk, gelet op andere maatschappelijke opgaves zoals de woningbouwopgave. In dat geval beoordelen wij de benodigde ontheffingsaanvraag conform de Wet natuurbescherming, waarbij onder andere uitvoerig wordt gekeken naar andere bevredigende oplossingen.

Bureau Waardenburg stelde een rapport op met een alternatief plan voor de inrichting van het terrein, waarbij geen of nauwelijks schade zou optreden aan beschermde soorten en er geen noodzaak zou zijn voor grootschalige compensatie. U zei hierover: ‘In het kader van het afwegen van andere bevredigende oplossingen zullen wij deze optie met de gemeente bespreken.

Wij stellen u graag de volgende vragen.

1. Artikel 3.8, lid 5 van de Wet Natuurbescherming luidt: ‘Een ontheffing wordt uitsluitend verleend, indien er geen andere bevredigende oplossing bestaat’. Waarom heeft u de ontheffing niet geweigerd op grond van een bestaande andere bevredigende oplossing? Heeft u hiermee als overheid de voorschriften uit de wet correct nageleefd?

In paragraaf 3.1.6. geeft u aan dat afzien van de realisatie van de woonwijk geen realistisch alternatief is. Hiermee gaat u voorbij aan het alternatief binnen het plangebied, waarbij woningbouw mogelijk is zonder de natuur (ernstig) aan te tasten. Dit is uitgewerkt door Bureau Waardenburg.

2. Waarom bent u in uw ontheffing niet ingegaan op dit alternatief? Hoe beoordeelt u het rapport van Bureau Waardenburg? Wat was de uitkomst van het overleg met de gemeente over dit alternatief?

3. Heeft u overleg gehad met de betrokken natuurorganisaties over de plannen en het alternatief? Zo nee, waarom zijn deze organisaties niet gehoord? Zo ja, wat was hiervan de uitkomst?

4. Waarom bent u zonder meer meegegaan in de conclusie van de gemeente dat álle natuur op het Suikerunieterrein plaats moet maken voor het woningbouwplan? Heeft u zelf nog input geleverd voor een natuursparende inrichting van het terrein? Zo nee, waarom niet en acht u dergelijk advies wel of niet behorend bij uw taak als natuurbeschermer? Zo ja, wat heeft u voorgesteld en wat was hiervan de uitkomst?

Compensatiegebied 1 is het zuidelijk deel van de vloeivelden, een gebied dat óók is aangewezen voor toekomstige woningbouw. Eerder stelde u ‘Het is niet uit te sluiten, dat het inrichten van het zuidelijk deel leidt tot nieuwe opgaven voor mitigatie of compensatie van natuurwaarden. Bij onze besluitvorming in het kader van de ontheffing voor het noordelijk deel houden wij er uiteraard wel rekening mee dat de noodzakelijke compenserende maatregelen voor dit deel van het plangebied niet op korte termijn weer verschoven moeten worden. Wij zijn het met u eens dat het onwenselijk is om herhaaldelijk met soorten te schuiven wanneer dat niet strikt noodzakelijk is.

5. Wat heeft u doen besluiten om toch te kiezen voor dit tijdelijke compensatiegebied? Wat verstaat u onder ‘korte termijn’?

6. Bent u zich er van bewust dat u moedwillig populaties gaat verstoren en dit over een x aantal jaar weer laat herhalen? In gebied 1 worden bassins uitgegraven, maar deze moeten weer gedempt als met de woningbouw begonnen wordt. Bomen worden gekapt voor de werkzaamheden, en vervolgens weer geplant voor de compensatie, en dan over een x aantal jaren weer gekapt als de woningbouw begint. Bent u het met ons eens dat dit geschuif en gegoochel met tijdelijke natuur in de verste verte niks meer te maken heeft met serieus natuurbeheer, het vermeende streven naar bestendige, stabiele natuur en al helemaal niet leidt tot goede bescherming van de betreffende soorten? Is het niet uw taak om middels verstandige vergunningverlening natuur te beschermen in plaats van onder druk te zetten?

De inrichting van compensatiegebied 2 gaat direct ten koste van één van de succesvolste weidevogelgebieden van de provincie. Indien blijkt dat de weidevogelstand hier daalt, en / of compensatiegebied 3 niet gaat functioneren als ‘goedmaker’, is er nog aanvullende compensatie voorzien bij verder gelegen weidevogelgebieden. Dat is echter ná aangetoond verlies van broedparen. Wat weg is, is niet zomaar terug. Bij de vleermuizen is de eis dat het compensatiegebied moet functioneren, voordat er gedempt mag worden. Bij weidevogels is hier niet voor gekozen.

7. Waarom wordt bij de weidevogels niet eerst bewijs verzameld voor het functioneren van de compensatiegebieden, voordat de werkzaamheden worden begonnen?

8. Bent u het met ons eens dat weidevogels zich niet zomaar van een geschikte broedplek naar een plek kilometers verderop laten dirigeren? Waarop is uw aanname gebaseerd dat dit wél succesvol gaat verlopen?

9. In de ontheffing lezen wij ‘De inrichting van natuurcompensatiegebied 3 (aangepast weidevogelbeheer) is gepland voor het broedseizoen van 2021’. Kunt u bevestigen dat compensatiegebied 3 inderdaad volledig is ingericht gedurende de voorbije zomer? Zo ja, waaruit blijkt dat? Zo nee, wanneer gebeurt het dan en welke gevolgen heeft dit voor de planning?

10. ‘Het natuurcompensatiegebied 3 kan negatief beïnvloed kan worden door een hoge predatiedruk en de verstoring van een boomsingel langs het Aduarderdiep. Indien uit de monitoring naar voren komt dat deze factoren een negatieve invloed hebben, kan hier sneller op gereageerd worden.’ Wat bedoelt u in deze met ‘reageren’? Doden van predatoren en/of het kappen van boomsingels? Bent u het met ons eens dat er hier een keten van negatieve gevolgen voor dieren en natuur in gang gezet wordt, die zelfs kilometers van het woningbouwgebied doorwerkt?

11. Waarom denkt u het ‘Aanvalsplan grutto’ en de weidevogelmaatregelen i.h.k.v. de Tennetverbinding aan te mogen dragen als compensatiemiddel? Bent u het met ons eens dat dit al bestaand beleid was, dat dit nu ‘dubbel geclaimd’ wordt en wel een heel handige manier van ‘beleidsinbreiding’ is? Bovendien moet de compensatie dan wel erg ver van de suikerunieterreinen plaatsvinden, waarom zou dit toegestaan zijn?

12. Indien uit de monitoring blijkt dat de nieuwe fourageergebieden voor vleermuizen níet gaan functioneren, mogen de bassins niet gedempt worden. Wat gaat er in dat geval gebeuren?

13. U stelt dat ‘met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de voorgestelde manier van werken de negatieve effecten op aangetroffen beschermde soorten kan voorkomen of tot een voldoende minimum beperken’. Indien over 10 jaar blijkt dat uw besluit toch heeft geleid tot een verdere verslechtering van veertien, deels zeer kwetsbare, diersoorten, wie gaat er dan ter verantwoording geroepen worden en hoe wordt er voor gezorgd dat de schade aan de soorten wordt ‘hersteld’?

Met vriendelijke groet,

Ankie Voerman

Partij voor de Dieren

Indiendatum: 17 sep. 2021
Antwoorddatum: 12 okt. 2021

U kunt de antwoorden hier inzien.