Schrif­te­lijke vragen betref­fende natuur­in­clu­sieve landbouw en boeren­land­vogels


Indiendatum: sep. 2021

Betreft: Statenvragen van de Partij voor de Dieren Statenfractie Groningen aan het college van GS ex artikel 67 RvO betreffende natuurinclusieve landbouw en boerenlandvogels

Geacht College,

De Partij voor de Dieren is verheugd dat de provincie Groningen inzet op natuurinclusieve landbouw, omdat dit perspectieven biedt voor natuur en biodiversiteit, klimaatproblemen en een eerlijke voedselvoorziening. Er zijn nog veel onzekerheden over de inhoud van natuurinclusieve landbouw en het tempo van invoering. De tweede voortgangsrapportage[1] van de RegioDeal Natuurinclusieve landbouw (RD NIL), en de ingezonden brief[2] over de teloorgang van het Groninger akkervogelbeleid zijn aanleiding voor de volgende vragen:

1. Wordt het agrarisch natuurbeheer gericht op boerenlandvogels, zoals in het verleden uitgevoerd, onverminderd gecontinueerd? Zo ja, waaruit blijkt dat? Is er sprake van minder budget specifiek voor deze vogelsoorten ten gevolge van veranderende subsidiestromen naar o.a. natuurinclusieve landbouw?

2. Is het volgens u noodzakelijk en effectief om een (nieuw) actieplan akkervogels[3] op te stellen? Waarom heeft de akkervogelbescherming deze nieuwe impuls kennelijk nodig? Kunnen we concluderen dat het beleid tot nu toe (te) weinig effect heeft gehad, en zo ja, wat zijn daarvan de oorzaken?

3. Kunt u uiteenzetten hoe bescherming en ontwikkeling van de populaties boerenlandvogels uitgewerkt en uitgevoerd wordt in het NIL beleid? De Veenkoloniën worden in de RD NIL benoemd als akkervogelkerngebied, echter er lijken geen duidelijke doelen voor behoud en versterking populaties boerenlandvogels te zijn geformuleerd.

4. Hoe ziet u de toekomst van het bewezen succesvolle Groninger Akkervogelmodel? Wordt deze aanpak (deels) geïntegreerd in de natuurinlusieve landbouw, en zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom wordt deze losgelaten? Is er nog steeds sprake van specifiek Groninger doelsoorten met bijbehorende (extra) inspanningen?

De NRK concludeert n.a.v. haar onderzoek ‘Zoektocht naar duurzaamheid in het landbouwbeleid’[4] dat de drie noordelijke provincies nooit helder hebben gedefinieerd wat ze bedoelen en willen bereiken met ‘natuurinclusief duurzamer maken van de landbouw’. Het maatschappelijk effect van het beleid voor verduurzaming van landbouw is niet te bepalen. De activiteiten die in het kader van het beleid zijn ontplooid zijn slechts ten dele te specificeren. Verder wordt er te weinig voortgeborduurd op wat in het verleden al is bereikt.

Ons inziens liggen dezelfde fouten nog steeds op de loer, want ook de RD NIL ontbeert concrete, meetbare doelen en een helder eindbeeld.

5. Was de conclusie van de NRK voor u aanleiding om de inhoud en aanpak van de Regiodeal nog eens zeer kritisch te bekijken? Zo ja, welke aanpassingen/verbeteringen zijn of worden er gedaan? Zo nee, waarom meent u de kritiek naast u neer te kunnen leggen?

6. Bent u van mening dat er een duidelijke doorgaande lijn en / of aansluiting is met de RD NIL bij eerdere programma’s zoals Duurzame Landbouw (2017 – 2024), de Programma’s Landelijk Gebied en de innovatieprogramma’s landbouw? Zo ja, waaruit blijkt dat?

7. Wij krijgen de indruk dat het wiel weer grotendeels opnieuw uitgevonden moet worden en kostbare tijd verloren gaat met ‘het vinden van vormen van overleg en gesprek’, met kennismaken, netwerken, een basis leggen, leren samen te werken. Bent u het met ons eens dat deze langdradige startprocessen veel vertraging opleveren? Zo nee, waarom niet?

Helaas kunnen wij uit de voortgangsrapportages van de RD NIL nergens opmaken hoe de ecologische pijlers van natuurinclusieve landbouw geborgd gaan worden. Er lijkt geen sprake te zijn van heldere ecologische doelen en eenduidige meet- en evaluatiemechanismen, noch is het duidelijk of gewerkt wordt met vrijblijvendheid/pilotbeginsel of dat er resultaatsverplichtingen gelden. Ook lezen wij dat de projecten verschillen in de wijze waarop zij ‘natuurinclusiviteit’ invullen.

8. Kunt u aangeven naar welk van de vier NIL niveau’s[5] wordt gestreefd voor huidige en toekomstige projecten, en waarom hiervoor gekozen is?

9. Wordt er gemonitord op soortniveau of habitatniveau? Wordt gebruik gemaakt van de (prestatie)indicatoren van de bestaande agrarisch natuur- en landschapsbeheer pakketten? Zo ja, voldoen deze volgens u? Zo nee, komen er specifieke NIL indicatoren? En wanneer verwacht u deze in te kunnen zetten?

10. De NRK stelt dat gegevens over specifieke bestemmingen van verduurzamingssubsidies ontbraken. Ook in de RD NIL is de besteding van de middelen erg algemeen weergegeven. Bent u bereid om de Statenleden een overzicht van de (gedane en geplande) bestedingen, per project en per projectonderdeel (i.e. uitgesplitst naar bijvoorbeeld advies, overleg, middelen en materialen, veldproeven) te overleggen? Zo nee, waarom niet?

11. Bent u het eens met de kritiek van boeren en natuurorganisaties dat er veel geld aan de strijkstok is blijven hangen voor overhead etc. en dat dit geld beter direct in het veld besteed had kunnen worden? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke veranderingen gaat u doorvoeren?

12. Kunt u aangeven wat de ‘knellende regelgeving’ in onze provincie behelst[6] en welke ambities u heeft om e.e.a. zo spoedig mogelijk aan te passen?

13. Bent u bereid een aanvullende brief op te stellen waarin de hierboven aangehaalde omissies worden toegelicht, en deze brief aan de Statenleden toe te sturen?

14. Last but not least: verwacht u dat er voldoende bereidheid is onder agrariërs in Groningen om de huidige landbouwmethoden (meestal gebaseerd op veel en goedkope productie ten koste van bodem en biodiversiteit) vaarwel te zeggen en een radicale omslag te maken naar landbouw met de natuur als basis? Welke rol ziet u voor de provincie om dit te begeleiden?

Met vriendelijke groet,

Ankie Voerman

Partij voor de Dieren


[1] P.12, https://www.regiodealnatuurinc...

[2] DD.12.A https://ris2.ibabs.eu/Agenda/D...

[3] https://www.rtvnoord.nl/nieuws...

[4] https://www.noordelijkerekenkamer.nl/nl/zoektocht-naar-duurzaamheid-in-het-landbouwbeleid

[5] https://edepot.wur.nl/520660, p. 8/9

[6] P. 15, tweede voortgangsrapportage RD NIL