Schrif­te­lijke vragen inzake natuur­beleid en biodi­ver­siteit


Indiendatum: 6 jun. 2020

Betreft: Statenvragen van de Partij voor de Dieren Statenfractie Groningen aan het college van GS ex artikel 67 RvO betreffende effecten natuurbeleid op biodiversiteit

Geacht College,

Recent zijn omvangrijke onderzoeken naar natuurbeleid en het effect daarvan op biodiversiteit gepubliceerd.

Het rapport ‘Decentraal natuurbeleid onder de Wet Natuurbescherming’[1] beschrijft de inzet van de provincies op natuurbeleid en de inzet van de Wet Natuurbescherming. In dit rapport wordt benadrukt dat er steeds vaker sprake is van een antropocentrische beoordeling, waarbij de natuur ‘nut’ moet hebben, en dat ‘draagvlak’ nogal eens het behalen van (verplichte!) biodiversiteitsdoelen in de weg zit.

Vorige week publiceerde dagblad Trouw een omvangrijk onderzoek[2] waarin geconcludeerd wordt dat in Nederland 30 jaar nadat afspraken werden gemaakt over de EHS, en na een investering van ruim 11 miljard euro, nauwelijks positieve effecten voor natuur en biodiversiteit zijn gerealiseerd. Tevens wordt door provincies nogal eens een inspanningsverplichting in plaats van een resultaatsverplichting gehanteerd.

Wageningen Universiteit publiceerde eind vorig jaar het CBD rapport ‘Sixth National Report of the Kingdom of the Netherlands’[3], met de boodschap dat 90% van de leefgebieden, 70% van de planten en tot 40% van de Rode Lijst soorten niet behouden kan blijven. De biodiversiteitsdoelen voor 2020 worden niet behaald.

De eerste ‘Lerende evaluatie van het natuurpact’[4] maakt duidelijk dat ‘voor een hoger doelbereik de milieu- en watercondities verbeterd moeten worden, de landbouw verduurzaamd moet worden en meer natuur buiten het NNN moet worden gecreëerd’. De tweede evaluatie, waarin wordt ingegaan op de bereikte resultaten, wordt deze maand verwacht.

In de meest recente ‘Staat van natuur en landschap Groningen’ (2017)[5] wordt geconcludeerd dat voor een beperkt aantal doelsoorten een toename te zien is, maar voor de meeste soorten de aantallen afnemen. De natuurwaarden in bossen en graslanden zijn vooralsnog (zeer) matig.

Graag stellen wij u de volgende vragen:

  1. Bent u van mening dat het huidige natuurbeleid in de provincie Groningen voldoet aan alle wettelijke eisen, dus dat er gewerkt wordt met resultaatsverplichtingen in plaats van inspanningsverplichtingen? Zo nee, op welke gebieden zijn nog geen resultaatsverplichtingen vastgelegd?
  2. Welke ambities heeft het College om aanvullende natuur aan te leggen buiten het beperkte NNN areaal? Zijn voor deze ‘extra’ natuur ook concrete doelen opgesteld (kwantitatief en kwalitatief) en zo ja, welke?
  3. Versnippering wordt in alle bovengenoemde publicaties aangehaald als belangrijke reden voor het uitblijven van biodiversiteitsherstel. Han Olff (RUG) stelt dat de ambities om natuur te verbinden nooit zijn waargemaakt. Welke plannen heeft het College om alsnog over te gaan tot aanleg van robuuste verbindingszones (niet zijnde faunapassages)? Zijn hier ook concrete doelen voor opgesteld (kwantitatief en kwalitatief) en zo ja, welke?
  4. Denkt u dat met de realisatie van het Groninger deel van het NNN volledig gaat voldoen aan de landelijke biodiversiteitsdoelstellingen c.q. de internationale ecologische verplichtingen? Zo ja, waarop baseert u deze aanname? Zo nee, welke extra inspanningen zijn er nodig en hoe worden deze ingevuld?
  5. Het behalen van natuurdoelen in het merendeel van de natuurgebieden is afhankelijk van maatschappelijke partners zoals terreinbeherende organisaties en agrarische collectieven. Bestaat er in Groningen onzekerheid over de ‘opbrengst’ van de maatregelen die door de maatschappelijke partners worden ingezet? Zo ja welke, en op welke wijze stuurt de provincie bij? Kunnen deze partners ook ter verantwoording worden geroepen indien de natuurdoelen niet worden behaald, of blijft de eindverantwoordelijkheid voor de provincie?
  6. Wat is uw zienswijze op de conclusie dat er steeds sterkere nadruk ligt op een antropocentrische benadering waarbij de natuur nut c.q. voordelen moet hebben voor de mens, en tevens afhankelijk gemaakt wordt van draagvlak? Denkt u dat dit in Groningen ook speelt en zo ja, heeft dit een remmend effect op het behalen van natuurdoelen?
  7. Onderschrijft u de conclusie van het rapport ‘Decentraal natuurbeleid….’ dat: ‘intrinsieke waarde echter juist is dat het niet aan de mens is om te bepalen welke natuur van waarde is. Alle componenten van de natuur komt een intrinsieke waarde toe. Dit betekent dat ingrijpen in de natuur, bijvoorbeeld door het doden van in het wild levende dieren in het kader van schadebestrijding en populatiebeheer, een gedegen onderbouwing behoeft.’
  8. Bent u van mening dat u voldoende rekening houdt met de intrinsieke waarde van in het wild levende dieren in uw beleid t.a.v. schadebestrijding en populatiebeheer? Zo ja, op welke wijze?
  9. Bent u het met de PvdD eens dat alle besluiten rondom schadebestrijding en populatiebeheer genomen worden van uit een antropocentrische invalshoek? Zo nee, waarom niet?
  10. In antwoord op onze vragen van d.d. 17 april 2020 stelde u dat er geen aantallen bekend zijn van beschermde diersoorten die door landbouwwerkzaamheden om het leven komen.
  11. Bent u het met ons eens dat dit een tekortkoming is, en dat dit de ambities ter behoud van akker- en weidevogels belemmert? Zo ja, gaat u actie ondernemen om beter inzicht te verkrijgen over de omvang van het probleem?
  12. Is het correct dat er in Groningen niet wordt gehandhaafd op landbouwkundige werkzaamheden waarbij de Wnb wordt overschreden, zoals maaien en bemesten waarbij vogels en nesten worden vernietigd? Zo ja, waarom wordt niet gehandhaafd? Zo nee, op welke wijze wordt dan gehandhaafd en welke en hoeveel overtredingen zijn geconstateerd?
  13. Welke actieve inzet pleegt de provincie richting de agrarische sector om ‘landbouwslachtoffers’ te voorkomen, en wordt dit alleen binnen de voor agrarisch natuurbeheer aangewezen gebieden en/of weidevogelgebieden gedaan of ook daarbuiten?
  14. Het rapport ‘Decentraal natuurbeleid….’ stelt over het Groninger Actieplan Weidevogels: ‘Het actieplan heeft heldere doelstellingen voor grutto’s, maar deze zijn door de provincie niet overgenomen. Voor andere soorten zijn evenmin heldere doelstellingen. In 2016 concludeert de provincie dat het beheer voor akker- en weidevogels niet/matig effectief is, maar het beheer lijkt vervolgens niet te zijn bijgesteld.’ Graag uw gemotiveerde reactie op deze constatering.
  15. In antwoord op onze vragen van d.d. 17 april 2020 stelt u dat ‘Het herstel van gunstige leefomstandigheden voor weidevogels tijd vergt om het beheer te optimaliseren. Daarom kan het noodzakelijk zijn om predatie tijdelijk te beperken, zodat weidevogelpopulaties de kans krijgen zich te herstellen tot een niveau dat een natuurlijke predatiedruk aan kan.’ Kunt u aangeven hoeveel tijd u nodig denkt te hebben om gunstige leefomstandigheden te herstellen c.q. het nodig is om door te gaan met predatiebeheer?
  16. Bent u het met ons eens dat ook bij de weidevogelproblematiek heldere doelen en een tijdstermijn geformuleerd dienen te worden, en zo ja, wilt u deze opstellen en delen met de Staten?
  17. Bent u bereid om, indien de doelen niet binnen afzienbare termijn gerealiseerd kunnen worden, het failliet van het huidige faunabeheer te erkennen en derhalve te schrappen?
  18. Kunt u aangeven welk meetbaar effect de provinciale maatregelen (landschapsbeheer, agrarisch natuur beheer en predatiebeheer) de voorbije 20 jaar hebben gesorteerd op de aantallen weide- en akkervogels? Kunt u aangeven hoeveel predatoren in de voorbije 20 jaar zijn gedood ten behoeve van weide- en akkervogelbeheer? Wat is uw visie op deze verhouding, is er op basis van deze gegevens volgens u nog steeds voldoende rechtvaardiging voor doden?
  19. In antwoord op onze vragen van d.d. 27 maart 2020 stelt u dat ‘preventieve middelen niet voldoende effectief zijn om belangrijke schade te voorkomen’. Dit moet echter worden aangetoond. Kunt u aangegeven HOE toezicht wordt gehouden op de naleving van de plicht tot inzet preventieve middelen? En wordt hierbij gekeken naar de correcte wijze van toepassing inclusief de intensiviteit van de toepassing?
  20. De PvdD heeft al vaak aangegeven dat bij faunabeheer ontheffingen en vrijstellingen gebaseerd worden op onvolledige of verouderde (aantallen)gegevens. In het rapport ‘Decentraal natuurbeheer…’ wordt ook meermaals opgemerkt dat de informatie die wordt verstrekt door de Faunabeheereenheid gedateerd en beperkt is. Onderschrijft u deze conclusie? Bent u het met ons eens dat deze gegevens onontbeerlijk zijn voor het nemen van uw besluiten? Bent u bereid de FBE te vragen om per diersoort recente en volledige gegevens aan te leveren?
  21. Kunt u aangeven of er overleg plaatsvindt met Friesland en Drenthe, alsmede met het Rijk en Niedersachsen, over de aanwijzing van en maatregelen voor prioritaire soorten? Zo nee, waarom niet, en bent u het met ons eens dat afstemming wel noodzakelijk is om robuuste populaties te verkrijgen?
  22. Deelt u de conclusie dat behoud van landschap moeilijk toetsbaar is, met name voor waarden als rust, ruimte en openheid, en dat landschapsbescherming in gevaar komt doordat gemeenten ruimtelijke ontwikkelingen toelaten die het landschap schaden? Zo ja, is verdere aanscherping van provinciale regie (bijv. middels de POV) nodig, en op welke wijze gaat u dit invullen?
  23. Kunt u aangeven waarom de egel nog op de provinciale vrijstellingenlijst staat, in acht nemende dat algemeen erkend wordt dat egels het zeer moeilijk hebben en er bovendien weinig gegevens bekend zijn over de aantalsontwikkeling? Wordt er überhaupt gebruik gemaakt van de vrijstelling om egels te doden of verjagen? Bent u bereid de egel van de lijst te halen? Zo nee, waarom niet?

Met vriendelijke groet,

Ankie Voerman

Partij voor de Dieren

[1]https://www.researchgate.net/publication/340514885_Decentraal_natuurbeleid_onder_de_Wet_natuurbescherming_Een_beschrijving_van_de_provinciale_inzet

[2] https://www.trouw.nl/duurzaamheid-natuur/hoe-dertig-jaar-beleid-en-11-miljard-de-natuur-niks-hebben-opgeleverd~b095791d/

[3] https://www.wur.nl/upload_mm/8/e/2/1047e9ed-4184-4d5f-a1de-9a9706122364_WOt-technical%20report%20156%20webversie.pdf

[4] https://themasites.pbl.nl/evaluatie-natuurpact/archief-2

[5] https://destaatvangroningen.nl/uploads/toestand-van-natuur-en-landschap-achtergronddocument.pdf

Indiendatum: 6 jun. 2020
Antwoorddatum: 30 jun. 2020

U kunt de antwoorden hier inzien.