Schrif­te­lijke vragen inzake medi­cijn­resten van graas­dieren en natuur­schade


Indiendatum: 10 feb. 2022

Betreft: Statenvragen van de Partij voor de Dieren aan het college van GS ex artikel 67 RvO betreffende medicijnresten graasdieren en natuurschade

Geacht College,

ARK Natuurontwikkeling presenteerde onlangs de uitkomsten van een onderzoek[1] naar ontwormingsmiddelen en pesticiden in de mest van grote grazers. In het Lauwersmeer werd in meer dan de helft van de monsters triclabendazol gevonden. Daarnaast werd permethrine gevonden, een stof met bijzonder hoge milieutoxiciteit. De gevonden resten zijn zelfs bij extreem lage doseringen al zo giftig dat veel insecten sterven. Ook worden bepaalde stoffen opgenomen door het gras, waardoor andere dieren het weer binnenkrijgen.

Het Lauwersmeer is een zeer belangrijk fourageergebied voor tientallen vogelsoorten. Het verdwijnen van insecten heeft een negatieve impact op de vogelpopulaties, en bedreigt ook reptielen en zoogdieren. De vervuiling zal niet beperkt zijn tot natuurgebieden waar met grote grazers beheerd wordt. In het hele agrarische gebied worden dergelijke middelen gebruikt om bij schapen, koeien en paarden wormen en vliegen te bestrijden en als preventie tegen ziekten als leverbot.

Wij stellen u graag de volgende vragen.

  1. Bent u van mening dat (resten van) anti-parasitaire middelen een negatieve invloed hebben op de biodiversiteit in Groningen in en buiten natuurgebieden? Zo nee, waarom niet? Zo ja, bent u voornemens hierop te acteren en op welke wijze?
  2. Bent u het met ons eens dat er meer inzicht verkregen moet worden in de relatie tussen verontreiniging van natuurgebieden (met diergeneesmiddelen, pesticiden en andere chemicaliƫn, zoals microplastics) en het voorkomen van geleedpotigen en andere diersoorten? Wat gaat u doen om deze kennis te verkrijgen?
  3. Zijn de andere natuurgebieden in de provincie ooit onderzocht op aanwezigheid van medicijnresten en/of andere landbouwpesticiden? Zo ja, wat was hiervan de uitkomst en welke conclusies zijn getrokken ten aanzien van schade aan biodiversiteit? Zo nee, bent u bereid onderzoek uit te zetten?
  4. Welke instrumenten zou u in kunnen zetten om het gebruik van de schadelijke middelen te verminderen of uitfaseren c.q. om verstandig gebruik onder de aandacht van dierhouders te brengen?
  5. Bent u of gaat u met de kuddemanagers en terreinbeheerders in gesprek over de gevaren van anti-parasitaire middelen, en mogelijke toepassing van alternatieven? Zo nee, waarom niet, en wie zou dit dan wel moeten doen?
  6. Wil u de zorgen over de effecten op natuurbeheer van deze middelen (opnieuw) inbrengen bij het ministerie, en vragen om maatregelen voor uitfasering van deze schadelijke middelen?

Met vriendelijke groet,

Ankie Voerman,

Partij voor de Dieren


[1] https://www.ark.eu/sites/default/files/media/Poep/Poeponderzoek_Natuurgebieden_2021_ARK_Natuurontwikkeling.pdf

Indiendatum: 10 feb. 2022
Antwoorddatum: 17 mrt. 2022

U kunt de antwoorden hier inzien.