Schrif­te­lijke vragen inzake herbouw afge­brande kuiken­stallen Kiel-Windeweer


Indiendatum: 6 jul. 2020

Betreft: Statenvragen van de Partij voor de Dieren Statenfractie Groningen aan het college van GS ex artikel 67 RvO betreffende nieuwbouw vleeskuikenstallen Kiel-Windeweer

Geacht College,

De door brand verwoeste stallen van het vleeskuikenbedrijf in Kiel-Windeweer, waarbij 100.000 kuikentjes omkwamen, worden herbouwd. Uit de NRD voor het MER[1] blijkt dat er op de plek van de twee voormalige stallen 4 nieuwe stallen worden gebouwd en dat dit bouwperceelvergroting vereist. Het dierenwelzijn wordt met enkele maatregelen enigszins verhoogd, maar blijft zelfs nog onder de eisen voor het Beter Leven Keurmerk 1 ster. Er wordt vastgehouden aan 305.000 kuikens.

De Commissie MER adviseert om te beoordelen of de nieuwbouw invloed heeft op de luchtkwaliteit, geur- en geluidhinder. Omwonenden maken zich ernstig zorgen over de nieuwe stallen, te meer omdat er sinds 2012 al sprake is van grote stank- en stofoverlast. Zij maken zich zorgen over gezondheid, immers fijnstof is drager van virussen en bacteriën, en kan longschade toebrengen.

Bij de bouw van de oorspronkelijke stallen werd nadrukkelijk gesteld dat ‘brandveiligheid als integraal onderdeel is meegenomen in de plannen’[2]. Toch zijn er 100.000 kuikens verbrand.

Wij stellen u graag de volgende vragen.

  1. De kuikens in de stallen gaan er minimaal op vooruit in dierenwelzijn, echter deze veranderingen maken wel een vergroting van het bouwperceel mogelijk. Bent u het met ons eens dat het op deze wijze wel heel makkelijk is om een bedrijf uit te breiden? Bent u het met ons eens dat de Verordening op dit punt danig tekort schiet? Bent u bereid om de Verordening aan te passen zodat er ook eisen gesteld gaan worden aan de mate van dierenwelzijnsverhoging ‘in ruil’ voor de uitbreiding, tot minimaal een bepaald keurmerkniveau of biologisch systeem? Zo nee, waarom niet?
  2. Is het onder de huidige regelgeving mogelijk dat bedrijven op grond van verhoging dierenwelzijn uitbreiden, en dat daar in de toekomst toch weer meer dieren worden houden door bijvoorbeeld een wijziging in stalsysteem? Zo nee, hoe wordt dit voorkomen?
  3. Omwonenden geven aan dat beloften die gedaan zijn ten tijde van de bouw van het vorige stallencomplex niet zijn nagekomen. Zo is er geen groene wal aangelegd en was er gedurende de voorbije 10 jaar grote stankoverlast en fijnstofuitstoot. Is het bij u bekend dat de afspraken uit de vergunning van 2011 niet volledig zijn nagekomen? Zo ja, op welke aspecten, is hier op gehandhaafd en op welke wijze?
  4. Is er in de voorbije 8 jaar een handhavingsverzoek binnengekomen t.a.v. dit bedrijf? Zo ja, met welke reden en hoe is dit opgevolgd?
  5. Heeft u zelf nog aanvullende eisen ingebracht t.a.v. de reikwijdte en detailniveau van de MER? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet?
  6. De fijnstofuitstoot voor de nieuwbouw zit nét onder de toegestane maximale norm. Acht u het toch ethisch verantwoord om een bedrijf te vergunnen dat voor de komende tientallen jaren in hoge mate zal bijdragen aan fijnstofbelasting? Indien de plannen voor een buitenuitloop gerealiseerd worden in de toekomst, zal dit leiden tot nog meer fijnstofverspreiding. Gaat u eisen dat ook de uitstoot van de toekomstige uitloop wordt meegenomen in de MER? Zo nee, waarom niet?
  7. Voor verwarming van het bedrijf en de droging van de mest wordt gebruik gemaakt van een houtstookinstallatie, een bron van stikstofoxiden. Vindt u het werkelijk een duurzaam idee om de mest van een dierfabriek te laten drogen door bomen te verbranden en de lucht te vervuilen, met als doel die mest op toch al overbemeste akkers te kunnen laten uitrijden? Graag uw toelichting.
  8. In de NDR wordt aangeven dat de nu geldende natuurvergunning is verleend voor het houden van pluimvee. Andere activiteiten zoals de houtverbrandingsinstallatie en het verkeer van en naar de inrichting werden destijds niet als bronnen met een relevante N-emissie beschouwd. Kunt u aangeven hoe u de houtverbrandingsinstallatie en emissie van verkeer nu wél gaat beoordelen in de aanvraag Wnb vergunning?
  9. Zijn er meer mestdrooginstallaties in gebruik in onze provincie? Vindt u het een wenselijke ontwikkeling dat steeds meer en grotere houtverbrandingsinstallaties toe worden gestaan om zodoende een kleine afname van ammoniakemissie te bewerkstelligen? Is het middel niet erger dan de kwaal?
  10. Bent u het met ons eens dat het (opnieuw) toestaan van bedrijven van deze omvang de intensieve veehouderij verder bestendigt, en dat dit niet strookt met de onomkeerbare trend naar een meer plantaardige voedselvoorziening en het voornemen van de overheid om de voedselproductie te regionaliseren? Zo nee, waarom niet?
  11. Hoe is te verklaren dat twee stallen volledig zijn uitgebrand, terwijl brandveiligheid bij de bouw in 2012 hoge prioriteit had, en er brandwerende wanden waren gebruikt?
  12. In hoeverre en met welke frequentie wordt er door de provincie gecontroleerd op naleving van de veiligheidsbepalingen bij de veebedrijven waarvoor u het bevoegd gezag bent? Kunt u toelichten of er sprake is van verbetering of anderszins?
  13. Het aanpassen van het provinciaal ruimtelijk beleid is één van de aanbevelingen die in het Actieplan Brandveilige Veestallen wordt gedaan. Daarbij wordt voorgesteld om te kijken naar de provinciale regels die worden gesteld met betrekking tot de ruimtelijke ordening van veehouderijen. Bent u bereid om te onderzoeken of het mogelijk en effectief is om de Omgevingsverordening aan te passen om de (brand)veiligheid in veestallen te bevorderen? Zo nee, waarom niet?
  14. Bij dit bedrijf betreft het opnieuw een stal met zeer grote compartimenten, waardoor bij een brand alle dieren in de stal zullen bezwijken – deze tekortkoming in het nu geldende Bouwbesluit is al door vele partijen benadrukt. Bent u bereid om de minister dringend te verzoeken om de bepalingen over de toegestane grootte van de brandcompartimenten in het Bouwbesluit te verkleinen?
  15. Heeft u recentelijk nog contact gehad met het Rijk over het almaar toenemende aantal dierslachtoffers door stalbranden? Heeft u het Rijk daarbij opgeroepen om aanvullende wettelijke maatregelen te treffen om de brandveiligheid in stallen te verhogen? Zo nee, waarom niet?

Met vriendelijke groet,

Ankie Voerman

Partij voor de Dieren

[1] https://www.provinciegroningen.nl/fileadmin/user_upload/Documenten/Bekendmakingen/Notitie_Reikwijdte_en_detailniveau_Pluimveehoudereij_De_Groot_Vossenburg_1_Kiel_Windeweer.pdf

[2] http://rombou.nl/25_nieuwbouw_pluimveestal_kiel_windeweer

Indiendatum: 6 jul. 2020
Antwoorddatum: 18 sep. 2020

U kunt de antwoorden hier inzien.