Schrif­te­lijke vragen inzake schuil­mo­ge­lijk­heden dieren


Indiendatum: 27 aug. 2020

Betreft: Statenvragen van de Partij voor de Dieren Statenfractie Groningen aan het college van GS ex artikel 67 RvO betreffende schuilmogelijkheden dieren

Geacht College,

Uit een steekproef van dierenwelzijnsorganisatie Wakker Dier op 31 juli 2020, een tropische dag, bleek dat bijna driekwart van de schapen in de hitte staat zonder enige vorm van schaduw.[1] De organisatie trof in Noord-Holland alleen al duizenden hijgende schapen aan met hittestress. “Schapen bij dertig graden of meer in de volle zon laten staan, dat is onverantwoord. Het betekent hittestress en een marteling voor de dieren,” aldus Wakker Dier. De organisatie stelt dat schapenboeren duidelijk niet voorbereid zijn op de hete zomers.

Schapen krijgen vanaf 23°C last van hittestress. Ze gaan dan hijgen, snel ademhalen, zoeken schaduw op, proberen in elkaars schaduw te staan en worden sloom. Experts noemen vooral schaduw en voldoende water als belangrijke maatregelen om hittestress bij dieren tegen te gaan. Het treffen van maatregelen is des te urgenter nu de zomers warmer worden, met hitterecords van boven de 40 graden Celsius.

LTO roept hun leden op om te anticiperen op hitte als deze. Boeren, ook schapenhouders, hebben er groot belang bij om hittestress bij hun dieren te voorkomen, aldus LTO.[2] Toch nemen veel dierhouders geen maatregelen.

Groningen telt veel schapen, waarvan het merendeel op dijken en open weilanden zonder enige vorm van beschutting staat. Koeien, geiten en paarden hebben ook vaker niet dan wel bescherming tegen extreme weersomstandigheden. Het gaat hier om zowel hobbymatig als bedrijfsmatig gehouden dieren. Voor hobbymatig gehouden dieren geldt dat gemeenten vaak geen toestemming geven voor schuilstallen – daarnaast verschilt het beleid per gemeente. De provincie Friesland heeft al in 2014 in de Verordening Ruimte[3] vastgelegd dat schuilstallen tot 30m² toegestaan zijn.

De wet schrijft voor dat dieren bescherming moet worden geboden tegen slechte weersomstandigheden, zoals hitte, maar ook kou, storm en hagel. Zie art. 1.3 Wet dieren (dieren moeten worden gevrijwaard van fysiek en fysiologisch ongerief) en art. 1.6 Besluit houders van dieren (een dier wordt, indien het niet in een gebouw wordt gehouden, bescherming geboden tegen slechte weersomstandigheden, gezondheidsrisico’s).

Graag stellen wij u de volgende vragen.

  1. Kunt u schetsen wat de huidige procedure is voor het plaatsen van een schuilstal? Hebben bijvoorbeeld schapenhouders op de dijken toestemming om tijdelijke / verrijdbare schuilmogelijkheden te plaatsen? En is een vaste schuilstal voor a. bedrijfsmatig en b. hobbymatig gehouden dieren altijd vergunning plichtig?
  2. Heeft u enig zicht op het beleid aangaande schuilstallen bij gemeenten? Zo ja, welk beeld komt hieruit naar voren?
  3. Zien GS het ontbreken van beschutting bij extreme weersomstandigheden voor weidedieren ook als een probleem? Zo nee, waarom niet en hoe verhoudt de opvatting van GS zich tot de bepalingen in de Wet dieren?
  4. In het coalitieakkoord stelt u: ‘Voor meer CO₂ opname, betere waterafvoer en meer koelte, zorgen wij voor meer aanplant van groen’. Heeft u bij dit voornemen om middels aanplant meer koelte te genereren slechts mensenbelangen voor ogen, of ook de belangen van weidedieren? Zo ja, hoe gaat u hier vorm aan geven?
  5. Zijn GS bereid om te bekijken welke rol de provincie kan spelen om meer beschutting in en rond weilanden te realiseren middels bomen en houtwallen?
    1. Welke mogelijkheden ziet u om particulieren en veebedrijven hiertoe aan te zetten?
    2. Welke mogelijkheden heeft u als provinciale overheid om bij te dragen aan beter dierenwelzijn door het zelf realiseren van extra aanplant? Bent u bereid om in de aanstaande nota ‘Bos en Hout’ ook expliciet aandacht te besteden aan beplanting in open weidegebieden? Kan het aanplanten van bomensingels onderdeel worden van de visie Natuurinclusieve Landbouw?
  6. GS hebben in het coalitieakkoord aangegeven dat ze wil dat ‘Boeren (…) op een duurzame en diervriendelijke manier hun dieren kunnen houden’. Bent u bereid om in de uitvoering hiervan u samen met agrariërs en agrarische organisaties, in te zetten voor betere beschutting en schuilmogelijkheden voor weidedieren? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke wijze gaat u dat doen?
  7. Indien schuilstallen niet worden toegestaan omwille van het landschap, erkent u dan dat u ‘landschappelijke openheid’ belangrijker vindt dan dierenwelzijn, of dat gemeenten menen dat dit belangrijker is volgend uit de provinciale visie op openheid?
  8. In de Verordening Ruimte wordt gesteld dat schuilstallen tot 25m² mogelijk zijn zonder aanvullende regels uit het bestemmingsplan. In de praktijk blijkt dat veel gemeenten echter géén vergunning verlenen voor schuilstallen. Hoe verklaart u deze tegenstelling? Bent u bereid nogmaals nadrukkelijk naar gemeenten te communiceren dat dierenwelzijn leidend moet zijn en wat de regels zijn? Zo nee, waarom niet?
  9. Bent u bereid om, vergelijkbaar met de provincie Friesland, een aparte en heldere paragraaf op te nemen in de Verordening, zodat het schuilstallenbeleid voor elke gemeente duidelijk én bindend is? Zo nee, waarom niet? Zo ja, per wanneer kunt u deze wijziging toevoegen?

Met vriendelijke groet,

Ankie Voerman

Partij voor de Dieren


[1] https://www.wakkerdier.nl/persberichten/steekproef-driekwart-schapen-in-hitte-zonder-schaduw/

[2] https://nos.nl/artikel/2343134-driekwart-schapen-heeft-geen-schaduw-verschillende-partijen-werken-aan-hitteplan.html

[3] https://www.fryslan.frl/document.php?m=7&fileid=55066&f=bca1efb76002762f9abcea5b3700f9ea&attachment=0, p.19.

Indiendatum: 27 aug. 2020
Antwoorddatum: 7 okt. 2020

U kunt de antwoorden hier inzien.