Schrif­te­lijke vragen inzake hand­having Wnb vernie­tigen krab­ben­scheer De Held


Indiendatum: 13 aug. 2021

Betreft: Statenvragen van de Partij voor de Dieren Statenfractie Groningen aan het college van GS ex artikel 67 RvO betreffende de handhaving van de Wet natuurbescherming

Geacht College,

In sloten in de wijk De Held in Groningen floreerde in 2019 een omvangrijke en vitale vegetatie van krabbenscheer. Deze plant is onontbeerlijk voor de voortplanting van de libellensoort Groene Glazenmaker. Geen krabbenscheer betekent géén Groene glazenmaker. Deze zeldzame en kwetsbare libellensoort staat expliciet op de lijst van beschermde planten en dieren in bijlage IV van de Habitatrichtlijn. Derhalve valt deze soort onder de bescherming van de Wet natuurbescherming. Op grond van artikel 7.1. van de Wet natuurbescherming bent u verantwoordelijk voor de handhaving van deze wet.

In de periode december 2019 – november 2020 is het grote oppervlak aan krabbenscheervegetatie in het slotenstelsel in De Held nagenoeg voor 100% verwijderd, terwijl dit volgens de betrokken gedragscode op basis van de Wet natuurbescherming maximaal 50% had mogen zijn.

Een beschrijving van de gebeurtenissen is te vinden in de bijlage ‘Vernietiging topnatuur in de wijk De Held in Groningen: feitenrelaas van een meervoudige wetsovertreding met toelichting’.

Bij brief dd. 29-03-2021 (documentnr. 2021-029173) heeft u het Waterschap Noorderzijlvest een handhavingswaarschuwing gegeven vanwege het niet naleven van de gedragscode met betrekking tot krabbenscheer/Groene Glazenmaker. In deze brief schrijft u het volgende: ‘Gelet op de omvang van de gevolgen van de overtredingen positioneren wij de overtredingen in segment A2[1] van de interventiematrix. Waterschap Noorderzijlvest valt in deze categorie, omdat het Waterschap de te veel verwijderde krabbenscheer heeft hersteld. Tevens wegen wij mee, dat het Waterschap Noorderzijlvest niet eigenhandig het krabbenscheer heeft verwijderd’.

Wij stellen u graag de volgende vragen:

1. Bent u met ons van mening dat een optimale waarheidsvinding een basisvoorwaarde is voor een adequate uitvoering van toezicht en handhaving? Zo ja, bent u van mening dat u in deze casus de volledige en ware feitentoedracht op tafel hebt gekregen? Zo ja, hoe valt dit te rijmen met het bijgevoegde feitenrelaas?

2. Naar aanleiding van kritische vragen over de grootschalige verwijdering van krabbenscheer medio december 2019 kwam het Waterschap in eerste instantie met het verweer, dat het krabbenscheer waarschijnlijk spontaan was neergedaald in het water en daardoor niet meer zichtbaar was. Acht u dit verweer plausibel gegeven het feit dat het krabbenscheer toen van de ene op de andere dag is verdwenen? Zo ja, hoe zou dit spontane proces volgens u hebben kunnen verlopen?

Tot op de dag van vandaag is het verweer van het Waterschap Noorderzijlvest, dat het krabbenscheer geheel zonder medeweten van het Waterschap is verwijderd door een onbekende derde partij. Uit uw handhavingsbrief dd. 29-03-2021 blijkt, dat u deze verklaring van het Waterschap Noorderzijlvest voor waar aanneemt.

3. Kunt u zich een geloofwaardig scenario voorstellen van de wijze waarop deze grootschalige overtreding van de Wet natuurbescherming z’n beslag heeft kunnen krijgen (d.w.z. zonder medeweten en bemoeienis van het Waterschap Noorderzijlvest en op eigen kosten van de onbekende derde partij waarbij het Waterschap pas met dit verweer op de proppen kwam toen er kritische vragen rezen over de verwijdering van de krabbenscheervegetatie)? Zo ja, hoe ziet dat geloofwaardige scenario er dan in concreto uit? Zo nee, hoe zou de vork dan wel in de steel kunnen zitten?

4. In uw handhavingsbrief dd. 29-03-2021 stelt u, dat het Waterschap Noorderzijlvest niet eigenhandig het krabbenscheer heeft verwijderd. Op basis waarvan komt u tot de vaststelling, dat het Waterschap Noorderzijlvest ook niet actief betrokken is geweest bij de overmatige verwijdering van krabbenscheer in september 2020 en evenmin bij de verwijdering van de laatste grote oppervlakken aan krabbenscheervegetaties bij de zgn. hersteloperatie in november 2020?

5. Waarom bent u in uw handhavingsbrief en bijbehorend inspectierapport niet ingegaan op de diverse overtredingen door het Waterschap bij de slootwerkzaamheden in september 2020 waarbij niet alleen veel te veel krabbenscheer is verwijderd maar ook het voorgeschreven tijdvak van 1 oktober tot 1 december niet in acht is genomen?

6. Bent u met ons van mening dat de gebeurtenissen omtrent de systematische verwijdering van het krabbenscheer in de eerste ronde (december 2019), in de tweede ronde (september 2020) en in de derde ronde (medio november 2020) niet los van elkaar kunnen worden gezien waarbij het Waterschap Noorderzijlvest logischerwijs een sleutelrol heeft vervuld?

a. Zo ja, welke conclusies verbindt u hier dan aan met betrekking tot de intenties en de concrete handelwijze van het Waterschap Noorderzijlvest én de wijze waarop het hierover verantwoording heeft afgelegd?

b. Zo nee, hoe verklaart u dan dat het Waterschap naar aanleiding van de vermoede actie van derden in zijn sloten in december 2019 geen aanleiding heeft gezien om de rest van het krabbenscheer in het slotenstelsel in De Held zo goed mogelijk te beschermen en bij het eigen beheer van deze sloten in september en november 2020 op z’n minst de betrokken gedragscode in acht te nemen?

7. Wat vindt u van de wijze waarop het Waterschap de zgn. hersteloperatie heeft uitgevoerd in november 2020? Deelt u onze conclusie, dat het Waterschap deze hersteloperatie (doelbewust) heeft aangegrepen om ook de resterende grote stukken aan krabbenscheervegetaties op te ruimen zoals foto’s laten zien?

8. Vindt u, dat het Waterschap serieus werk heeft gemaakt van het herplanten van krabbenscheer? Zo ja, op grond van welke feiten baseert u dat? Zo nee, hoe heeft u die bevinding dan meegewogen in uw handhavingsbesluit?

9. Tussen december 2019 en medio november 2020 is nagenoeg 100% van de krabbenscheervegetaties in De Held verwijderd, terwijl maximaal 50% was toegestaan. In uw handhavingsbrief schrijft u dat ‘het Waterschap de teveel verwijderde krabbenscheer heeft hersteld’. Vraag: op basis waarvan heeft u kunnen vaststellen, dat het Waterschap die 50% aan krabbenscheervegetatie heeft hersteld?

10. Bent u nog steeds van mening dat deze meervoudige overtredingen van de Wet natuurbescherming in segment A2 van de interventiematrix vallen? Zo ja, op welke feiten en overwegingen is uw mening gebaseerd mede in het licht van het bijgevoegde feitenrelaas? Zo nee, welke stappen gaat u dan nemen richting Waterschap Noorderzijlvest om duidelijk te maken dat hier stelselmatig sprake is geweest van ernstige overtredingen van de Wet natuurbescherming?

11. Welke lessen trekt u uit deze casus met betrekking tot de wijze waarop u uitvoering geeft aan de wettelijke taken inzake de handhaving van de Wet natuurbescherming?

12. Welke acties gaat u ondernemen om ervoor te zorgen dat het Waterschap Noorderzijlvest voortaan strikt de Wet natuurbescherming met inbegrip van de zorgplichtbepaling in acht gaat nemen?

13. Welke acties gaat u ondernemen om te bevorderen dat er in het slotenstelsel in De Held weer zo snel mogelijk een vitale krabbenscheervegetatie gaat ontstaan?

Met vriendelijke groet,

Ankie Voerman

Partij voor de Dieren


[1] Segment A2: lichte overtreding met beperkte gevolgen. Gedrag van de overtreder = goedwillend: onbedoeld en proactief.