Schrif­te­lijke vragen inzake hand­having twee­jaars­termijn PAS


Indiendatum: 28 nov. 2022

Betreft: Statenvragen van de Partij voor de Dieren Statenfractie Groningen aan het college van GS ex artikel 67 RvO betreffende handhaving tweejaarstermijn PAS

Geacht College,

Ondernemers met een PAS-vergunning voor uitbreiding moeten voldoen aan een termijn van twee jaar voor realisatie van het vergunde project. Aan de vergunning Natuurbeschermingswet voor veehouderijbedrijven is het voorschrift verbonden dat:

‘de activiteit waarvoor ontwikkelingsruimte is toegedeeld binnen twee jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning volledig dient te zijn gerealiseerd dan wel te zijn verricht’.

De provincie heeft tot nu toe in deze het standpunt ingenomen dat de tweejaarstermijn uitsluitend geldt voor realisatie van de gebouwen. Of de veebezetting ook binnen de tweejaarstermijn ingevuld werd niet relevant geacht.

Op 15 juli j.l. deed de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak (zie bijlage) in een zaak betreffende een melkveehouderij in Tinallinge. Hieruit blijkt dat de provincie geen deugdelijk onderzoek heeft verricht naar de werkelijke aantallen melkkoeien en jongvee twee jaar na afgifte van de vergunning. Aan u werd opgedragen een nieuw besluit te nemen over het al dan niet intrekken van de vergunning.

Uit de rechtsgang blijkt dat zowel de provinciale Commissie Rechtsbescherming als de rechter een ander standpunt innemen dan u over realisatie van een project. Volgens hen betreft de realisatie zowel gebouw als veebezetting. Zij concluderen verder dat als blijkt dat niet volledig is voldaan aan het voorschrift bij de vergunning, de provincie op basis van een afweging van belangen kan afzien van intrekking of wijziging van de vergunning.

Graag stellen wij u de volgende vragen:

  1. Erkent u dat het bij de realisering van PAS-vergunde projecten zowel gaat om gebouwen als om veebezetting?
  2. Bent u het met ons eens dat u dient af te wegen of niet tijdig gerealiseerde PAS-vergunningen (voor wat betreft gebouwen én veebezetting) geheel of gedeeltelijk moeten worden ingetrokken?
  3. Bent u bereid om in beeld te brengen hoe veel stikstofruimte van PAS-vergunningen nog altijd niet tijdig benut is? Zo nee, waarom niet?
  4. U voert momenteel geen actief beleid op het intrekken van niet tijdig gerealiseerde PAS-vergunningen. Welke afwegingen liggen daaraan ten grondslag? En kunt u aangeven hoe u daarbij het belang weegt van de natuur?
  5. Bent u het met ons eens dat alle mogelijkheden om stikstofruimte te ‘creëren’ volledig benut dienen te worden gegeven de deplorabele staat van de natuur en het tekort aan stikstofruimte voor woningbouw? Zo nee, waarom niet?
  6. Bent u voornemens om een actief beleid te gaan voeren op (gedeeltelijke) intrekking van niet tijdig gerealiseerde PAS-vergunningen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, per wanneer gaat u dit in gang zetten?

Met vriendelijke groet,

Ankie Voerman

Partij voor de Dieren