Schrif­te­lijke vragen inzake finan­ciering preda­tie­on­derzoek weide­vogels


Indiendatum: apr. 2020

Betreft: Vervolg statenvragen van de Partij voor de Dieren Statenfractie Groningen aan het college van GS ex artikel 67 RvO betreffende onderzoek predatie weidevogels Groningen

Geachte College,

Onlangs stelde u € 74.928 beschikbaar voor het uitvoeren van een predatieonderzoek door Collectief Groningen-West en Het Groninger Landschap.

Vergelijkbare onderzoeken zijn al op meerdere plaatsen uitgevoerd, zowel in Groningen als op vele andere locaties in Nederland. [1],[2],[3],[4],[5] De uitkomsten zijn vergelijkbaar en voorspelbaar: predatie en predatiepatronen is geen rechtlijnige materie, maar complex en divers. Het gedrag van het ene individu is niet één op één te kopiëren naar het gedrag van het volgende dier en zegt weinig over het gedrag van de rest van de populatie. Bovendien verschilt de situatie van plek tot plek en van seizoen tot seizoen, zoals ook werd geconcludeerd na de onderzoeken die in 2017 en 2019 in de Medenertilsterpolder, de Fransumerpolder, Winsumermeeden en Paddepoel-Koningslaagte al zijn uitgevoerd.

Graag stellen wij u de volgende vragen:

  1. Kunt u aangeven waarom u opnieuw een predatieonderzoek wil laten uitvoeren, terwijl er al meerdere vergelijkbare onderzoeken zijn uitgevoerd in zowel Groningen als andere provincies, en de resultaten voorspelbaar zijn?
  2. De uitkomsten van dit onderzoek zullen gebruikt worden om de toekomstige bestrijding van predatoren (zoals steenmarters, vossen en kraaien) te verantwoorden. Waarom wordt deze reden nergens genoemd?

Predatoren hebben áltijd een negatieve impact op het broedsucces van grondbroeders, een gegeven dat in de opzet echter als rechtvaardiging voor het onderzoek wordt gepresenteerd. De realiteit is dat de aantallen weidevogels te laag zijn om predatie op te vangen. Predatie is een normaal verschijnsel in de natuur, maar bij weidevogelbescherming wordt dit niet geaccepteerd. Verliezen door agrarische activiteit worden wel als ‘normaal’ beschouwd. Predatoren krijgen de schuld van de afname van de weidevogels, maar de werkelijke oorzaak is de intensieve agrarische bedrijfsvoering. De productie staat voorop en door het agrarisch bewerken en verarmen vallen doorlopend slachtoffers onder de weidevogels, óók in de weidevogelgebieden.

  1. Is GS bereid om predatie als normaal verschijnsel in de natuur te accepteren, en zich voortaan uitsluitend te richten op het herstellen van het ecologisch evenwicht in de natuur, in plaats van verdere verstoring van de natuur te financieren? Zo nee, waarom niet?
  2. Als roofdieren elders genoeg prooi vinden trekken ze niet naar weidevogelgebieden toe. Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat de beste investering is om het omringende landschap geschikter te maken voor predatoren door extensivering van agrarisch gebruik, herstel van landschapselementen en extensief bermbeheer met minder maaien? Zo nee, waarom niet, en waarop baseert u dan de aanname dat deze aanpak niet zou werken?
  3. Kunt u aangeven wat er bekend is over de aantallen weidevogelslachtoffers door agrarische werkzaamheden en waterpeilverlaging? Hoeveel ouderdieren, eieren en kuikens overleven het bewerken met machines niet? Hoeveel weidevogelkuikens verhongeren omdat er een tekort is aan insecten op de akkers en weilanden? Hoeveel eieren komen niet uit en hoeveel kuikens worden niet groot doordat de bodem te droog is (door actieve verlaging of klimaatverandering?)
  4. Overal in het agrarisch gebied, zelfs in weidevogelgebieden, zijn zeer diepe sloten en greppels met steile kanten te vinden. Weidevogelkuikens verdrinken, verhongeren of verdrogen omdat ze niet uit de sloten en greppels kunnen klimmen en er beneden geen voedsel is. Wat is bij u bekend over deze problematiek (aantallen, soorten, gebieden)? Wordt er door agrariërs en/of weidevogelbeschermers melding gemaakt van dit probleem? Welke maatregelen zijn al getroffen of bent u bereid te laten treffen om deze slachtoffers te voorkomen?

Aan weidevogelbescherming en weidevogelonderzoek kleven bezwaren. Een aantal voorbeelden:

  • Niet maaien rond nesten trekt predatoren en zorgt voor extra kuikenpredatie omdat predatoren de nesten makkelijk kunnen vinden.
  • Uit onderzoek van SOVON[6] blijkt dat na elk nestbezoek door weidevogelbeschermers de kans op predatie met 10 % toeneemt.
  • Het plaatsen en controleren van de camera’s zorgt per definitie voor extra predatie – de predatoren herkennen en gebruiken de belopen paadjes naar de nesten, ze hebben ‘geleerd’ waar de voedselbron zich bevindt.
  • Wat is uw zienswijze op bovenstaande punten? Bent u zich er van bewust dat het onderzoek tot meer slachtoffers gaat leiden en de uitkomsten dus niet betrouwbaar kunnen zijn?
  • Bent u het met ons eens dat áls er dan toch beschermende maatregelen getroffen worden, het onderzoeksbudget beter aangewend kan worden om het uitrasteren met schrikdraad uitvoeriger te onderzoeken en toe te passen? Nu behelst dit slechts een minimaal steekproefsgewijs deel van het onderzoek, terwijl schrikdraad een blijvende en structurele oplossing is voor het weren van grondpredatoren.

In de onderzoeksopzet wordt voorgesteld steenmarters, katten en mogelijk hermelijnen te zenderen. De Partij voor de Dieren is hier geen voorstander van. Er is uitvoerig bekend hoe predatoren leven en jagen, zenderen levert géén nieuwe informatie op. Daarnaast zijn er ethische bezwaren. Bij het zenderen worden de dieren gebruikt als onderzoeksobject. Het aanbrengen van de zenders levert veel stress op, dieren kunnen verwond raken of sterven door de zenders. En tenslotte levert elk zenderonderzoek nieuwe vragen op waardoor vervolgonderzoek nodig is. Dit blijkt ook uit deze onderzoeksvraag, die een herhaling van c.q. vervolg is op het onderzoek van 2019 in dezelfde gebieden. Er wordt een vicieuze cirkel opgetoomd waar vooral ecologische onderzoeksbureaus baat bij hebben, maar die ten koste gaat van het welzijn van dieren.

  1. Wat is volgens u de meerwaarde van zenderen van dieren binnen het onderzoek? Vindt u het moreel acceptabel om dieren te kwellen en in gevaar te brengen door vangen en zenderen omwille van het verzamelen van niet-noodzakelijke gegevens?
  2. Wat is er gebeurd met de twintig katten die in 2020 voor het onderzoek zijn gezenderd? Zijn de katten na afloop van het onderzoek opnieuw gevangen om de zenders te verwijderen? Zo nee, vindt u dit een juiste gang van zaken? Bent u bereid als eis te stellen dat alle gezenderde dieren na afloop van onderzoek weer zonder elektronica aan hun lijf vrijgelaten worden?

Met vriendelijke groet,

Ankie Voerman

Partij voor de Dieren

[1] https://www.altwym.nl/wp-content/uploads/2019/03/2801-rapport-2359-Reproductie-en-predatie-Medenertilsterpolder.pdf

[2]https://collectiefgroningenwest.nl/images/uploads/PDF_Bestanden/Predatieonderzoek_Reitdiep_Winsumermeeden_2019_DEFINITIEF_RAPPORT.pdf

[3]https://www.sovon.nl/sites/default/files/doc/De%20invloed%20van%20beheer%20en%20predatie%20op%20de%20overleving%20van%20weidevogelkuikens%20in%20Friesland_rap2010_12.pdf

[4] https://www.sovon.nl/sites/default/files/doc/rap_2018-31_eindrapportage-predatie-boerenlandvogels-2017_0.pdf

[5] https://www.sovon.nl/sites/default/files/doc/rap_2019-23_wrapup-boerenlandvogels-predatie.pdf

[6] https://www.sovon.nl/nl/content/effect-van-nestbezoek-en-onderzoek-op-weidevogels

Indiendatum: apr. 2020
Antwoorddatum: 13 mei 2020

U kunt de antwoorden hier inzien.