Schrif­te­lijke vervolg­vragen inzake drijvende zonne­parken


Indiendatum: apr. 2020

Betreft: Vervolg statenvragen van de Partij voor de Dieren Statenfractie Groningen aan het college van GS ex artikel 67 RvO betreffende drijvende zonneparken

Geacht College,

Vorig jaar stelden wij vragen[1] over de plannen voor het drijvende zonnepark bij Sellingerbeetse.

Graag stellen wij u de volgende (vervolg)vragen:

  1. In antwoord op vraag 2 stelde u dat bescherming van de natuur voldoende kan worden gewaarborgd. Hiermee wordt voorbij gegaan aan het feit dat voormalige zandwinplassen, ook al liggen ze buiten N2000 of NNN, wel degelijk een leefgebied zijn voor allerlei diersoorten en waterflora. In dit geval grenst de plas zelfs aan het NNN. Erkent u het feit dat de plas in Sellingerbeetse een belangrijk leefgebied kan zijn? Zo ja, erkent u dan ook de noodzaak om de effecten van drijvende zonneparken op deze dieren en waterflora uitgebreid inzichtelijk te krijgen, omdat de natuurwaarden mogelijk achteruitgaan?

Deskundigen stellen dat kennis over het effect op waterkwaliteit, waterflora en -fauna van drijvende zonneparken beperkt is, en dat praktijkmetingen onder diverse omstandigheden gewenst zijn[2]. Er zijn allerlei theoretische aannames die nog niet worden gestaafd door praktijkonderzoek. Momenteel loopt er bij de Hanzehogeschool Groningen een verkennend onderzoek op de zandwinplas bij Tynaarlo[3] naar effecten[4]. De projectleider van dit onderzoek stelt dat er nog te weinig lange termijn onderzoeksresultaten zijn om negatieve effecten uit te kunnen sluiten. Daarom is bij nieuwe parken langdurig onderzoek nodig en moeten er bij negatieve onderzoeksresultaten aanpassingen mogelijk blijven.[5] Ook de GNMF stelt dat goed ecologisch onderzoek naar de aquatische ecologie van de plas onontbeerlijk is.[6] De Vogelbescherming en Natuurmonumenten maken zich zorgen over schade aan dieren en natuur[7], volgens de GNMF hebben de op de plas overwinterende watervogels straks onvoldoende alternatieven. Staatsbosbeheer wil dat de effecten op de toendrarietganzen worden gemonitord[8].

Nulmetingen en effectmonitoring zijn, gezien de groei aan aanvragen voor (omvangrijke) drijvende zonneparken, bovendien onontbeerlijk voor toekomstige vergunningverlening.

  1. In uw besluit van 19 december 2020 stelt u dat onder uw begeleiding de maatwerkmethode is doorlopen, en dat voldaan is aan de voorwaarden voor een bestemmingsplanwijziging. Echter de borging van natuurwaarden is volgens ons ontoereikend. Dit blijkt ook uit het Rapport ruimtelijke onderbouwing drijvend zonnepark Sellingerbeetse[9]. Er is nog aanvullend ecologisch onderzoek nodig, toch wordt er al besloten over vergunningverlening. Er zijn geen bindende voorschriften voor het volledig inventariseren van aanwezige natuurwaarden opgesteld, noch voor mitigerende maatregelen. Een ecologische nulmeting hoeft pas te worden uitgevoerd nadat de vergunning is verleend, en het is niet vastgelegd dat met de uitkomsten van een ecologische nulmeting rekening moet worden gehouden. Kunt u aangeven waarom u, bovenstaande in ogenschouw nemend, toch uw goedkeuring heeft verleend?
  2. Nu er toestemming lijkt te komen om het zonnepark te ontwikkelen, dient zich een uitstekend moment aan om meer kennis te verkrijgen over de effecten op waterkwaliteit en waterflora en -fauna in de Groninger (zandwin)plassen. Er moet een ecologische nulmeting worden uitgevoerd, maar deze heeft alleen nut als deze wordt opgevolgd door een (langdurig) monitoringsprogramma.
  3. Bent u het met ons eens dat deze kans gegrepen moet worden om aansluitende effectmetingen uit te voeren? Zo ja, bent u bereid dit (in samenwerking met de andere partijen) te realiseren? Zo nee, waarom niet?
  4. Bent u bereid toe te zeggen dat watervogels en andere fauna niet verjaagd gaan worden indien zij de werking van het park beïnvloeden door bijvoorbeeld uitwerpselen of nestbouw? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe gaat u dit borgen?
  5. Als onderdeel van de ruimtelijke onderbouwing van het plan is aan de omwonenden een afname van vrachtverkeer beloofd, t.g.v. de verplaatsing van de zandwinningsinstallatie. Echter per wanneer deze afname gaat plaatsvinden, voor welke periode en wat de afname behelst is nergens bindend vastgelegd. Er is slechts sprake van vage uitspraken als ‘een afname op redelijke termijn’. Bent u van mening dat deze werkwijze voldoet aan Art. 2.5.3 uit de Omgevingsverordening, en kunt u dit toelichten? Bent u bereid de gemeente aan te spreken op dit punt, en te eisen dat de toezeggingen juridisch bindend worden vastgelegd?
  6. Kunt u aangeven waarom het plan niet MER(beoordelings)plichtig is volgens bijvoorbeeld Cat. D9 of D.22.1 bijlage Besluit MER[10]? Het zonnepark maakt immers deel uit van een groter landinrichtingsproject (de zandwinning en veranderende omgevingsinrichting door afgraving), en er wordt stroom geproduceerd. Is de redenering in paragraaf 4.12 van het Rapport ruimtelijke onderbouwing volgens u correct?

Met vriendelijke groet,

Ankie Voerman

Partij voor de Dieren

[1]https://groningen.partijvoordedieren.nl/uploads/site/groningen/20191009_Ant_SV_drijvende_zonneparken.pdf

[2] https://www.h2owaternetwerk.nl/vakartikelen/het-effect-van-drijvende-zonnepanelen-op-de-waterkwaliteit

[3] https://www.climatescan.org/projects/4367/detail

[4] https://www.nwo.nl/onderzoek-en-resultaten/onderzoeksprojecten/i/17/34817.html

[5] Contact met Dhr. F.C. Boogaard, Kenniscentrum NoorderRuimte.

[6] Zienswijze GNMF op ontwerp WABO-vergunning, d.d. 4 maart 2020

[7] https://www.trouw.nl/duurzaamheid-natuur/groots-plan-voor-drijvende-zonneparken-verontrust-natuurorganisaties~be0670ae/

[8] https://www.dvhn.nl/groningen/Staatsbosbeheer-Drijvend-zonnepark-in-Sellingerbeetse-mag-rietganzen-niet-schaden-25210109.html

[9] https://www.westerwolde.nl/file/6686/download

[10] https://wetten.overheid.nl/BWBR0006788/2018-07-01#Bijlage

Indiendatum: apr. 2020
Antwoorddatum: 26 mei 2020

U kunt de antwoorden hier inzien.