Schrif­te­lijke vragen inzake boer­de­rij­brand Den Horn


Betreft: Statenvragen van de Partij voor de Dieren Statenfractie Groningen aan het college van GS ex artikel 46 RvO betreffende boerderijbrand Den Horn

Geacht college,

Op 1 mei j.l. is voor opnamen van een speelfilm in Den Horn een boerderij in brand gestoken. Op 29 april is door de gemeente Westerkwartier een nieuwe ontheffing Wet Milieubeheer verleend. Dit nadat een eerdere poging tot in brand steken op 19 april door de droogte werd uitgesteld.

De boerderij, sinds 1966 onbewoond, ligt midden in een bosje, omringd door kaal grasland. Het bosje dient hiermee als stepping stone voor migrerende dieren, en als mogelijke rust- en fourageerplaats voor vogels, vleermuizen en kleine zoogdieren. Er is op 17 maart een quickscan uitgevoerd. Hierbij is de aanwezigheid van diverse vogelsoorten, amfibien en muizen vastgesteld.

In het rapport staan een aantal opmerkelijke bevindingen. Onder andere “dat het verwijderen van asbest op 8 april 2019 zoveel onrust zal veroorzaken dat er geen sprake meer zal zijn van broedende vogels”[1]. Hiermee wordt eigenlijk aangegeven dat bijvoorbeeld de aanwezige witte kwikstaart opzettelijk verstoord wordt (overtreding). Tussen de asbestwerkzaamheden en de uiteindelijke brand zitten vervolgens nog ruim 3 weken, hetgeen vogels voldoende rust en tijd geeft om te starten met nestbouw. Een risico dat ook de ecoloog aangeeft in zijn rapport.

Graag stellen wij u de volgende vragen.

  1. Op de beschikking rust een bezwaartermijn van zes weken. Toch werd de boerderij twee dagen na het verlenen van de ontheffing in brand gestoken, waardoor de bezwaarprocedure een wassen neus is. Kunt u aangeven waarom onomkeerbare ingrepen als deze, dwars door de bezwaartermijn heen, toch mogen worden uitgevoerd? Hoe wordt op deze manier juridisch correct invulling gegeven aan inspraakprocedures?
  2. De wet Natuurbescherming verbiedt o.a. het volgende: het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels, of het wegnemen van nesten (artikel 3.1 lid 2); en: het opzettelijk storen van vogels (artikel 3.1 lid 4). Aangezien er diverse vogelsoorten aanwezig waren in de bomen en bosjes rondom de boerderij, en het aannemelijk is dat er vogels nesten wilden bouwen, heeft er hier naar onze mening een overtreding van de Wnb plaatsgevonden. Bent u het eens met deze constatering? Zo nee, waarom niet? Zo ja, kunt u aangeven waarom de provinciale handhaving hier tekort is geschoten? Welke actie gaat u ondernemen richting de gemeente Westerkwartier voor het begaan van de overtreding?
  3. De quickscan is anderhalve maand voor de brand uitgevoerd. Bent u het met ons eens dat dit geen realistisch beeld opgeleverd kan hebben, aangezien het broed- en paarseizoen op dat moment nog niet begonnen was? Bent u het met ons eens dat er een uitgebreid onderzoek plaats had moeten vinden kort voordat de boerderij in brand werd gestoken, om uit te sluiten dat er zich dieren in en rondom de boerderij bevonden of zelfs aan het broeden waren? Zo nee, waarom niet?
  4. De gemeente Westerkwartier heeft aangegeven dat de ecoloog voorafgaand aan de brand de lokatie nog snel heeft bezocht. Kunt u ons de bevindingen van dit bezoek doen toekomen?
  5. In de ontheffing staat dat er bosjes zijn verwijderd t.b.v. het verwijderen van asbest. Uit de ontheffing: ‘Ter compensatie van de flora en fauna zijn de takken elders op het terrein neergelegd.’ Vindt u het neerleggen van snoeihout elders een toereikende compensatiemaatregel, en kunt u dit toelichten? Kunt u aangeven waarom hier door de gemeente toch toestemming voor gegeven is?
  6. Kunt u aangeven welke eisen worden gesteld aan de ecologen / ecologische adviesbureau’s die quickscans e.d. uitvoeren? Is er een certificering die waarborgt dat deze bureau(tje)s over voldoende ecologische kennis beschikken, en die tevens objectieve onafhankelijkheid garandeert? Zo nee, vindt u dit een wenselijke situatie en ziet u mogelijkheden om bijvoorbeeld een lijst op te stellen van geselecteerde ecologen en bureau’s waar gemeenten en provincie zich toe moeten wenden?
  7. Door burgers is bij de provincie voorafgaand aan de brand een handhavingsverzoek ingediend. Zij hebben op dit verzoek geen reactie ontvangen van de provincie. Bent u het met ons eens dat dit getuigt van minachting voor betrokken burgers die de moeite nemen om natuur en leefomgeving te beschermen, en dat dit twijfels oproept over het volwaardig functioneren van het vergunningenloket?
  8. Bij wet is het verbranden van afval buiten inrichtingen niet toegestaan. Hiervan kan vrijstelling worden verleend ‘indien het belang van de bescherming van het milieu zich daar niet tegen verzet’ (Art. 10.63 wet Milieubeheer). Bij een grote brand als deze komt veel fijnstof, CO2 en mogelijk ook schadelijke stoffen vrij. Hoe rijmt u het opzettelijk vervuilen van het milieu middels een aangestoken brand met de overheidsverplichtingen om het milieu te beschermen?
  9. Bent u bereid om aanvullende regelgeving in te voeren die het onmogelijk maakt ontheffingen te verlenen voor het verbranden van welke vorm van afval dan ook in het broedseizoen? Zo nee, waarom niet?

Dank u wel,

met vriendelijke groet,


Ankie Voerman

Partij voor de Dieren

[1] Quickscan Boerderij in brand, P. 20

Antwoorddatum: 6 jun. 2019

Geachte mevrouw Voerman,

Hierbij beantwoorden wij uw schriftelijke vragen over bovengenoemd onderwerp, zoals u die ons heeft gesteld in uw brief van 6 mei 2019.

1. Op de beschikking rust een bezwaartermijn van zes weken. Toch werd de boerderij twee dagen na het verlenen van de ontheffing in brand gestoken, waardoor de bezwaarprocedure een wassen neus is. Kunt u aangeven waarom onomkeerbare ingrepen ais deze, dwars door de bezwaartermijn heen, toch mogen worden uitgevoerd? Hoe wordt op deze manier Juridisch correct invulling gegeven aan inspraakprocedures?

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westerkwartier hebben een gemeentelijke ontheffing verleend op grond van de Wet milieubeheer. Alleen voor een omgevingsvergunning geldt de verplichte toets voor de gemeente op de Wet natuurbescherming. De afhandeling van de bezwaarschriftenprocedure valt onder het bevoegd gezag van de gemeente Westerkwartier, wij zijn niet bevoegd.

2. De wet Natuurbescherming verbiedt o.a. het volgende: het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels, of het wegnemen van nesten (artikel 3.1 lid 2); en: het opzettelijk storen van vogels (artikel 3.1 lid 4). Aangezien er diverse vogelsoorten aanwezig waren in de bomen en bosjes rondom de boerderij, en het aannemelijk is dat er vogels nesten wilden bouwen, heeft er hier naar onze mening een overtreding van de Wnb plaatsgevonden. Bent u het eens met deze constatering? Zo nee, waarom niet? Zo Ja, kunt u aangeven waarom de provinciale handhaving hier tekort is geschoten? Welke actie gaat u ondernemen richting de gemeente Westerkwartier voor het begaan van de overtreding?

Gedeputeerde staten zijn het bevoegd gezag voor de Wet natuurbescherming. Als toezichthouder doen wij onderzoek naar mogelijke overtredingen van de wetgeving. Op 19 april 2019 hebben wij gecontroleerd op de zorgplicht- en de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. Uit onze inspectie blijkt dat er geen sprake is van overtredingen uit de Wet natuurbescherming. Het ecologisch onderzoek dat wij van de gemeente hebben ontvangen, is hierin meegenomen. Uit de inspectie blijkt dat de initiatiefnemer zich vooraf op de hoogte heeft gesteld van aanwezige natuurwaarden, de kwetsbaarheid ervan en de mogelijke gevolgen van zijn handelen en dat er geen sprake is van een overtreding van de Wet natuurbescherming

Wij hebben op 30 april 2019 contact opgenomen met de ecoloog. Deze heeft aangegeven dat een extra ronde is gemaakt voor de boerderij in brand werd gestoken. Ook heeft de ecoloog na de brand nogmaals een ronde gemaakt. Er zijn geen zaken geconstateerd die in strijd zijn met de Wet natuurbescherming.

3. De QuickScan is anderhalve maand voor de brand uitgevoerd. Bent u het met ons eens dat dit geen realistisch beeld opgeleverd kan hebben, aangezien het broed- en paarse/zoen op dat moment nog niet begonnen was? Bent u het met ons eens dat er een uitgebreid onderzoek plaats had moeten vinden kort voordat de boerderij in brand werd gestoken, om uit te sluiten dat erzieh dieren in en rondom de boerderij bevonden of zelfs aan het broeden waren? Zo nee, waarom niet?

Indien een ecologische onderzoek (Quickscan) hiervoor aanleiding geeft, kan door de ecoloog nader ecologisch onderzoek worden gedaan. De QuickScan geeft hier geen aanleiding voor, er zijn geen overtredingen geconstateerd. Zie verder het antwoord op vraag 1.

4. De gemeente Westerkwartier heeft aangegeven dat de ecoloog voorafgaand aan de brand de locatie nog snel heeft bezocht. Kunt u ons de bevindingen van dit bezoek doen toekomen?

Wij hebben op 13 mei 2019 de aanvullingen van de ecoloog ontvangen. Deze aanvullingen worden opgenomen in het ecologisch onderzoek. Zodra wij het complete onderzoeksrapport hebben ontvangen, kunnen wij deze u doen toekomen.

5. In de ontheffing staat dat er bosjes zijn verwijderd t.b.v. het verwijderen van asbest. Uit de ontheffing: ‘Ter compensatie van de flora en fauna zijn de takken elders op het terrein neergelegd. ’ Vindt u het neerleggen van snoeihout elders een toereikende compensatiemaatregel, en kunt u dit toelichten? Kunt u aangeven waarom hier door de gemeente toch toestemming voorgegeven is?

Wij kunnen deze vraag niet beantwoorden, de gemeente is bevoegd gezag in deze kwestie.

6. Kunt u aangeven welke eisen worden gesteld aan de ecologen / ecologische adviesbureaus die quickscans e.d. uitvoeren? Is er een certificering die waarborgt dat deze bureau(tje)s over voldoende ecologische kennis beschikken, en die tevens objectieve onafhankelijkheid garandeert? Zo nee, vindt u dit een wenselijke situatie en ziet u mogelijkheden om bijvoorbeeld een lijst op te stellen van geselecteerde ecologen en bureaus waar gemeenten en provincie zich toe moeten wenden?

De wet stelt geen eisen aan ecologen of ecologisch adviesbureaus. Ecologische adviezen die wij in behandeling hebben worden door onze ecologen beoordeeld op kwaliteit en volledigheid. Wij gaan geen lijst opstellen van ecologen die de overheid erkend.

7. Door burgers is bij de provincie voorafgaand aan de brand een handhavingsverzoek ingediend. Zij hebben op dit verzoek geen reactie ontvangen van de provincie. Bent u het met ons eens dat dit getuigt van minachting voor betrokken burgers die de moeite nemen om natuur en leefomgeving te beschermen, en dat dit twijfels oproept over het volwaardig functioneren van het vergunningenloket?

Wij nemen als bevoegd gezag elke melding serieus en hebben hier zo spoedig mogelijk op gehandeld. Wij hebben op 17 april 2019 een melding ontvangen. Op 17 april 2019 is tevens een reactie vanuit gedeputeerde staten gekomen dat de melding in behandeling is genomen.

8. Bij wet is het verbranden van afval buiten inrichtingen niet toegestaan. Hiervan kan vrijstelling worden verleend ‘indien het belang van de bescherming van het milieu zich daar niet tegen verzet’ (Art. 10.63 wet Milieubeheer). Bij een grote brand als deze komt veel fijnstof, C02 en mogelijk ook schadelijke stoffen vrij. Hoe rijmt u het opzettelijk vervuilen van het milieu middels een aangestoken brand met de overheidsverplichtingen om het milieu te beschermen?

Het college van burgemeester en wethouders is het bevoegd gezag. De Wet milieubeheer voorziet in de mogelijkheid dat onder bepaalde omstandigheden ontheffing kan worden verleend van een aantal verplichtingen uit de Wet milieubeheer. Deze beoordeling ligt bij de gemeente.

9. Bent u bereid om aanvullende regelgeving in te voeren die het onmogelijk maakt ontheffingen te verlenen voor het verbranden van welke vorm van af val dan ook in het broedseizoen? Zo nee, waarom niet?

Nee, wij vinden het niet nodig om aanvullende regelgeving in te voeren, er is voldoende regelgeving beschikbaar. In voorliggende zaak gaat het bovendien om een gemeentelijke ontheffing en is de gemeente derhalve bevoegd gezag.

Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Hoogachtend, Gedeputeerde Staten van Groningen