Schrif­te­lijke vragen betref­fende pilot doden steen­marters


Indiendatum: sep. 2022

Betreft: Statenvragen van de Partij voor de Dieren Statenfractie Groningen aan het college van GS ex artikel 67 RvO betreffende pilot doden steenmarters

Geacht College,

De Staten zijn op 15 juni j.l. per brief (2022-051480) geïnformeerd over de resultaten van het doden van steenmarters in weidevogelgebieden Koningslaagte, Paddepoel en Winsumermeeden in 2021. Begin 2023 worden de resultaten van dit jaar besproken en besloten over voortzetting van het project. Op 7 september j.l. is kort gesproken met een bij de pilot betrokken ambtenaar over de werkwijze bij het vangen en doden van de dieren.

Wij stellen u graag de volgende vragen:

Vangkooien:

De marters worden gevangen middels vangkooien en vervolgens gedood. Het logboek toont aanzienlijke bijvangsten van o.a. bunzing, eend, egel, haas, kat, kip en diverse vogels.

In Friesland worden inmiddels in elf gebieden steenmarters gedood. Daar werden 227 andere dieren van 20 soorten als bijvangst geregistreerd, waaronder twee honden.

  1. De vangkooien staan volgens de betrokken afdeling alleen op boerenerven opgesteld. Weidevogels broeden niet op boerenerven.
    1. Kunt u aangeven waarom er voor is gekozen de kooien op erven en niet in het veld te plaatsen?
    2. Beseft u dat hierdoor mogelijk ’de verkeerde’ steenmarters worden gevangen die helemaal niet in het boerenland op zoek gaan naar weidevogels maar alleen op het erf jagen op bijvoorbeeld muizen en ratten?
  2. Experts hebben het sterke vermoeden dat slechts een (zeer) klein deel van alle aanwezige steenmarters het op (de eieren van) weidevogels heeft voorzien. De methodiek met vangkooien doodt steenmarters zonder enig onderscheid. Kunt u aangeven op welke wijze daar rekening mee is gehouden in de pilot? Bent u bereid tot specifieker onderzoek, zoals maagonderzoek bij de inmiddels gedode steenmarters om te zien of er (resten van) weidevogels of hun eieren aanwezig zijn? Wanneer een verdachte wordt opgepakt, wordt deze toch ook niet veroordeeld zonder bewijs?
  3. U heeft enige tijd geleden de bunzing en hermelijn een beschermde status gegeven. Dit schept o.i. ook verplichtingen. Bent u het met ons eens dat er niet zomaar vangkooien kunnen worden geplaatst in een biotoop van bunzingen en hermelijnen? Te meer omdat uit de lijsten met bijvangst van zowel Groningen als Friesland blijkt dat bunzingen heel vaak gevangen worden.
  4. Indien de pilot volgend jaar wordt voortgezet, bent u dan bereid om de vangstlocaties vooraf te laten controleren op de aanwezigheid van bunzings? Zo nee, waarom niet? Zo ja, kunt u dit uitbesteden aan onafhankelijke experts i.p.v. door jachtopzieners en/of weidevogelbeschermer te laten uitvoeren?
  5. De Partij voor de Dieren is van mening dat indien de pilot toch wordt voortgezet dan tenminste voorafgaand aan het gebruik van vangkooien het gebied (of het erf) eerst met cameravallen moet worden onderzocht op de aanwezigheid van beschermde soorten. Wanneer bijvoorbeeld een bunzing wordt aangetroffen is het gebruik van vangkooien op die locatie taboe, vanwege verstoring van het leefgebied van de beschermde bunzing. Kun u zich daarin vinden? Zo nee, waarom niet? zo ja, bent u bereid om hiervoor een onafhankelijk adviesbureau in te schakelen dat specialistische kennis heeft van het gebruik van cameravallen en onderzoek naar marterachtigen?
  6. Kunt u meer inzicht geven in de werkwijze: a. Gevangen dieren in een kooi hebben veel stress en doodsangst en kunnen, in een ultieme poging om te ontsnappen, zichzelf mogelijk verwonden. Hoe lang blijven de gevangen dieren in de kooi? Is er een registratie van het moment van melding en het moment van doden (of loslaten in geval van bijvangst)? Hoe ziet u dat voor u als er straks in meer gebieden vangkooien, ook in het veld, worden ingezet? Bent u het met ons eens dat dit leidt tot een onacceptabele toename van dierenleed? Zo nee, waarom niet? b. Het controleren en loslaten van bijvangst. Is het correct dat (nacht)dieren die ’s nachts gevangen worden in de ochtend bij daglicht worden losgelaten? Zo ja, bent u het met ons eens dat (nacht)dieren die vaak een hele nacht geen voedsel tot zich kunnen nemen en bovendien stress ervaren wanneer ze overdag worden losgelaten hier (sterk) onder te lijden hebben? c. Hoe schat u de reactie van diereigenaren in, immers katten, honden, kippen worden ook slachtoffer van de vangkooien.
  7. Is het correct dat (een deel van) het veldwerk wordt uitgevoerd door jagers of jachtopzieners? Bent u het met ons eens dat zij mogelijk een negatieve houding hebben t.o.v. steenmarters in het bijzonder en marters en predatie in het algemeen? Het risico is aanwezig dat niet gewerkt wordt volgens de regels en dat niet alle gegevens over vangsten en bijvangsten worden doorgegeven om het vangwerk beter te doen voorkomen. Kunt u aangeven waarom het wegvangen en registreren niet uitgevoerd wordt door onafhankelijke onderzoekers, die verder niet betrokken zijn bij de weidevogelbescherming?
  8. In antwoord op onze vragen d.d. stelt u dat er na het volgende seizoen een afweging wordt gemaakt of het steenmarterbeheer volgend jaar gaat worden uitgevoerd door de FBE’s. Kunt u aangeven wat de plannen voor 2023 zijn, en of de FBE’s daar bij betrokken worden?
  9. Nu de vossenstand door jacht is gedecimeerd is het mogelijk dat de steenmarter de plek van de vos heeft ingenomen als incidentele predator van (eieren van) weidevogels. Wanneer de steenmarters zijn gedecimeerd zal een andere predator de plek van de steenmarter innemen, waarschijnlijk bunzing en/of hermelijn. Deze kleine marters zijn onlangs door de provincie Groningen van de vrijstellingslijst gehaald omdat er geen sprake is van een gunstige staat van instandhouding. Bent u van plan om straks ook een ontheffing voor deze soorten te verlenen, wanneer ze de plek innemen van de steenmarter?
  10. Op veel boerderijen zijn (zwerf)katten aanwezig. Katten die ’s nachts rondzwerven zijn beruchte predatoren, ook van weidevogels en hun jongen. Bent u voornemens om in de toekomst ook katten te gaan doden? Zo nee, heeft u andere maatregelen voor ogen? . Zijn er afspraken gemaakt met boeren die (zwerf)katten op hun erf hebben? Is het nog steeds correct dat alle katten, ook zwerfkatten, weer worden losgelaten als ze in een kooi zijn gelopen?
  11. Het stapelvoedsel van steenmarters bestaat uit muizen en ratten. Steenmarters zijn (dus) uitstekende natuurlijke plaagdierbestrijders op erven van boerderijen. Wanneer steenmarters worden gedood heeft dat een negatief effect, het ligt voor de hand dat het aantal plaagdieren toeneemt en bestrijding met gif of klemmen toeneemt, met vergiftiging van allerlei dieren én het milieu tot gevolg. Bent u zich bewust van dit kettingeffect? Zo ja, bent u van plan dit tegen te houden?
  12. Concluderend: Bent u het met ons eens dat het gebruik van vangkooien een weinig fijnzinnig middel is dat tot veel dierenleed leidt? Hoe lang denkt u hier nog mee door te gaan?

Omstandigheden in weidevogelgebieden:

In de brief d.d. 15 juni staat dat uit het onderzoek in de weidevogelgebieden een aantal zaken naar voren is gekomen, te weten dat het broedsucces onvoldoende is om de populaties in stand te houden en dat de leefomstandigheden goed zouden zijn. Gruttokuikens zouden voldoende voedsel vinden. Dat laatste staat echter niet op die manier in het rapport. In het rapport over 2021 wordt aangegeven dat er in dat jaar geen onderzoek is gedaan naar de kuikenoverleving. Er wordt verwezen naar het rapport over 2020. Hierin staat: ‘Zowel in Paddepoel als de Winsumermeeden lagen de gemiddelde condities van de verschillende gemeten lichaamsmaten en gewichten rondom de verwachte waarde. Wel zijn in beide gebieden dode sterk vermagerde kuikens gevonden zonder bijtsporen. Dit laatste zou kunnen betekenen dat de voedselomstandigheden in beide gebieden niet overal optimaal zijn.’

13. Bent u het met ons eens dat er geen onderbouwing is voor de stelling dat de leefomstandigheden goed zijn en de kuiken voldoende voedsel kunnen vinden, en dat dit dus niet als motivatie mag worden gebruikt om het doden van steenmarters te justificeren?

In de brief van 15 juni staat dat de verbetering van de BTS een stevige indicatie is dat het beheer effect heeft gehad. Daar kunnen ook vraagtekens bij worden geplaatst. Immers, in het monitoringrapport van 2020 staat ( blz. 72):

“Geconcludeerd kan worden dat de nestoverleving in Paddepoel, de Koningslaagte en de Winsumermeeden in 2020 voor zowel grutto als kievit onvoldoende was om op termijn de populatie in stand te houden. Hierbij dient er rekening mee te worden gehouden dat 2020 een uitzonderlijk slecht veldmuizenjaar was na een heel goed veldmuizenjaar 2019. De veldmuizenpiek in 2019 zorgde voor een toename van muizenpredatoren, zoals kleine marterachtigen. In 2019 bleef de predatie van weidevogelnesten beperkt omdat er een overvloed aan veldmuizen was. Begin 2020 nam het aantal veldmuizen echter sterk af, waardoor het inmiddels hoge aantal kleine marterachtigen in vergelijking met andere jaren zorgde voor een verhoogde predatie op weidevogelnesten.”

14. Gelet op de conclusie in dit rapport blijkt 2020 een jaar te zijn met een verhoogde predatie als gevolg van de muizenpiek een jaar eerder. Dat betekende een extra slecht jaar voor de weidevogels. Dat er ten opzichte van 2020 in 2021 dus sprake was van een lichte stijging van het uitkomstpercentage is heel logisch en heeft o.i. niets te maken met het predatiebeheer dat is toegepast. Graag uw reactie.

15. Bent u het met ons eens dat weidevogel’succes’ vooral afhankelijk is van natuurlijke fluctuaties, zoals het weer, de aan- of afwezigheid van prooidieren, en een geschikt leefgebied? En dat men dus slechts invloed zou moeten uitoefenen middels het creëren van een kansrijk landschap voor weidevogels, door de bekende maatregelen zoals peilverhoging, kruidenrijk grasland en aanpassingen in agrarische activiteit op de percelen? Zo nee, waarom niet?

Voor kuikenoverleving is belangrijk dat insecten tenminste aanwezig moeten zijn tot en met het moment dat de kuikens vliegvlug zijn[1]. Daarvoor is de aanwezigheid van bloeiende kruiden en grassen tot en met eind juli belangrijk. Bovendien is het vooral voor de grotere kuikens belangrijk dat er ook grote insecten aanwezig zijn. In de monitoringrapporten over het steenmarterbeheer wordt geen informatie gegeven over het precieze beheer in de onderzochte weidevogelgebieden, laat staan dat is aangegeven hoe het staat met de aanwezigheid van insecten en ofwel of aan alle behoeften van de verschillende weidevogelkuikens wordt voldaan. Daarnaast is zoals hiervoor al aangegeven in 2021 niet gekeken naar de kuikenoverleving, terwijl juist de kuikenoverleving essentieel is voor het broedsucces en kuikenoverleg voornamelijk wordt bepaald door de omstandigheden in de broedgebieden.

16. Bent u van mening dat de omstandigheden in de drie gebieden optimaal genoeg waren en zijn? Zo ja, waar baseert u dat op? Zo nee, waarom is dan gekozen voor ingrijpen in de verhouding predatoren-prooidieren? Immers er kunnen nog zoveel vossen en marters worden gedood, als er onvoldoende voedsel is zullen er nooit gezonde populaties ontstaan.

17. 2022 zal door de extreme droogte niet bevorderlijk zijn geweest voor het overleven van kuikens en groei van populaties. In hoeverre houdt u hier rekening mee in uw besluitvorming over 2023?

18. Hoe ziet u de toekomst van het weidevogelbeheer? Kunt u bevestigen dat u tot in de lengte der dagen door wil gaan met het doden van predatoren? Of ziet u dit als een tijdelijke maatregel en waarom?

Met vriendelijke groet,

Ankie Voerman

Partij voor de Dieren


[1] https://boerenlandvogels.info/zoeken/resultaat/kuikenoverleving?id=1160893