Schrif­te­lijke vragen betref­fende lekkage aard­gas­con­densaat tankenpark Farnsum


Geacht college,

In het tankenpark van de NAM bij Farmsum is donderdag j.l. een lekbak overgestroomd, met als gevolg ernstige verontreiniging van het afwateringskanaal met zeer giftig en brandbaar aardgascondensaat. De vervuiling werd door de NAM schijnbaar eerst niet opgemerkt. Dit gebeurde pas nadat door buitenstaanders melding was gemaakt van een olievlek. Op maandag werd duidelijk dat de lekkage wel degelijk van het tankenpark afkomstig was, en nóg een dag later gaf de NAM pas publiekelijk toe dat zij verantwoordelijk was voor de vervuiling. In de tussenliggende dagen hebben mens en dier onnodig gevaar gelopen. Het vertrouwen van omwonenden is tot een nieuw dieptepunt gedaald, nu blijkt dat de NAM haar controles niet op orde heeft.

Wij stellen u graag de volgende vragen:

  1. Hoe beoordeelt u de, naar onze mening, ernstig tekortschietende controles van de NAM op haar eigen installaties en het daaropvolgende trage optreden van de NAM? Welke rol kan de provincie spelen om dit soort incidenten te voorkomen, alsmede de NAM meer verantwoordelijkheid te laten nemen?
  2. In hoeverre kunt u inschatten of omwonenden direct gevaar hebben gelopen en bent u bereid hiertoe nader onafhankelijk onderzoek te laten verrichten?
  3. Wanneer is de verontreiniging gemeld bij de Omgevingsdienst en welke actie is daaropvolgend ondernomen?
  4. Welke schade voor het milieu en de dieren in en rond het kanaal is er opgetreden? Is de NAM al in overleg getreden met de provincie over de wijze waarop deze hersteld moet worden en of er sprake kan zijn van compensatiemaatregelen?
  5. In antwoord op onze vragen van d.d. 1 december 2015 gaf u aan dat het onwenselijk is dat de NAM haar eigen toezicht en risicoanalyses uitvoert. Bent u bereid om, mede naar aanleiding van dit incident, er bij de NAM en het SodM op aan te dringen dat er een onafhankelijke partij wordt aangesteld om een degelijke risicoanalyse te laten opstellen voor het tankenpark, waaronder een kritische beoordeling van de huidige controlemechanismen bij de NAM?
  6. Bent u van mening dat er extra metingsapparatuur ingebouwd zou moeten worden in bijvoorbeeld het riool en het kanaal, zodat verontreinigingen meteen gesignaleerd worden? Zo ja, bent u bereid om hier bij de NAM en het SodM op aan te dringen? Zo nee, waarom niet?
  7. De incidentenreeks met grote bedrijven waarvoor de provincie niet het bevoegd gezag is, wordt langer en langer. Het is een kwalijke zaak dat deze bedrijven de veiligheid en de volksgezondheid van Groningers en natuur en milieu in onze provincie in gevaar kunnen brengen. Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat het beter zou zijn als de provincie méér invloed en gezag zou krijgen over deze bedrijven, of op andere wijze meer inspraak? Zo ja, kunt u dit toelichten en bent u bereid om met de Staten over de mogelijkheden in gesprek te gaan?

Bij voorbaat dank ik u voor uw antwoord.

Met vriendelijke groet,

Ankie Voerman,

Partij voor de Dieren

Antwoorddatum: 21 nov. 2018

Vraag 1a Hoe beoordeelt u de, naar onze mening, ernstig tekortschietende controles van de NAM op haar eigen installaties en het daaropvolgende trage optreden van de NAM?

Wij vinden het zeer ernstig dat de lekkage heeft plaatsgevonden, zeker in die omvang en duur. De afhandeling van het incident is echter in handen van het SodM. Wij hebben op het punt van de controles en het optreden van de NAM geen
wettelijke rol en hebben ook geen zicht op de kwaliteit van het toezicht van de NAM op haar eigen installaties. Vooralsnog zien wij geen aanleiding voor eigen initiatief en wachten de beoordeling van het SodM af.

Vraag 1b Welke rol kan de provincie spelen om dit soort incidenten te voorkomen?
Het is primair aan het bedrijf om dit soort incidenten te voorkomen en het is vervolgens aan het SodM om conform de wet- en regelgeving toe te zien op de naleving door het bedrijf. Omdat wij in dit geval wettelijk gezien geen belanghebbende zijn kan de provincie ook geen rol spelen om dit soort incidenten te voorkomen.

Vraag 1c Welke rol kan de provincie spelen om de NAM meer verantwoordelijkheid te laten nemen?

De toezichthouders van de Omgevingsdienst (DDG) hebben gesproken met de NAM, evenals de gemeente Delfzijl. Wij zien daarom op dit moment geen aanleiding om in gesprek gaan met de NAM.

Vraag 2a In hoeverre kunt u inschatten of omwonenden direct gevaar hebben gelopen?

Wij hebben onvoldoende informatie om in te schatten of omwonenden direct gevaar hebben gelopen. In Nederland is een dergelijke inschatting belegd bij de gemeente, de Veiligheidsregio en de Geneeskundige hulpverleningsorganisatie.

Vraag 2b Bent u bereid nader onafhankelijk onderzoek te laten verrichten?

Nee, wij vertrouwen erop dat de voornoemde overheidsorganisaties voldoende onderzoek doen of laten doen.

Vraag 3 Wanneer is de verontreiniging gemeld bij de Omgevingsdienst en welke actie is daaropvolgend ondernomen?

Nadat verontreiniging op het wateroppervlak was geconstateerd, is dit door het waterschap Hunze en Aa's op 4 oktober 2018 aan de Omgevingsdienst (ODG) gemeld. Met het waterschap heeft afstemming plaatsgevonden over het verwijderen van de vervuiling. Aansluitend hebben op 5, 6, 7 en 8 oktober medewerkers van de ODG meegeholpen bij het opsporen van de bron, omdat de vervuiling bleef voortduren. Het vermoeden bestond dat de verontreiniging aardgascondensaat betrof. Een medewerker van de NAM heeft op 8 oktober 2018 aan de ODG bevestigd dat het een verontreiniging met aardgascondensaat betrof, geloosd via het vuilwaterriool van het NAM tankenpark te Farmsum.

Vraag 4 Welke schade voor het milieu en de dieren in en rond het kanaal is er opgetreden? is de NAM ai in overleg getreden met de provincie over de wijze waarop deze hersteld moet worden en of er sprake kan zijn van compensatiemaatregelen?

Wij hebben geconstateerd dat er vogels zijn omgekomen na het incident. De NAM is tot op heden niet met ons in overleg getreden over de wijze waarop de schade hersteld moet worden. Vanuit onze toezichthoudende bevoegdheid in het kader van de Wet natuurbescherming zullen wij contact met de NAM opnemen. De toezichthouder zal meedere keren de natuurbij het afwateringkanaal in de gaten houden.

Vraag 5 Bent u bereid om, mede naar aanleiding van dit incident, er bij de NAM en het SodM op aan te dringen dat er een onafhankelijke partij wordt aangesteld om een risicoanalyse te laten opstellen voor het tankenpark, waaronder een kritische beoordeling van de huidige controlemechanismen bij de NAM?

Wij wachten de informatie van het SodM af en hebben er vertrouwen in dat het SodM in deze zijn taak als toezichthouder adequaat invult.

Vraag 6 Bent u van mening dat er extra metingsapparatuur ingebouwd zou moeten worden in bijvoorbeeld het riool en het kanaal, zodat verontreinigingen meteen gesignaleerd worden? Zo ja, bent u bereid om hier bij de NAM en het SodM op aan te dringen? Zo nee, waarom niet?

Wij beschikken over onvoldoende informatie om te kunnen bepalen of het inbouwen van meetapparatuur een toegevoegde waarde heeft. Het is primair aan het SodM om dit samen met het Waterschap te beoordelen.

Vraag 7. Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat het beter zou zijn als de provincie méér Invloed en gezag zou krijgen over deze bedrijven, of op andere wijze meer Inspraak? Zo ja, kunt u dit toelichten en bent u bereid om met de Staten over de mogelijkheden In gesprek te gaan?

Omdat de huidige wetgeving geen ruimte biedt voor een andere rolinvulling door ons als provincie, zien wij geen aanleiding noch mogelijkheid om méér invloed en gezag over deze bedrijven te verwerven. Uiteraard zijn wij bereid om met Provinciale Staten dit onderwerp te bespreken.

Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.