Schrif­te­lijke vragen inzake methaan­lekkage uit boor­putten


Betreft: Statenvragen van de Partij voor de Dieren Statenfractie Groningen aan het college van GS ex artikel 46 RvO betreffende methaanlekkage uit boorgaten.

Geacht college,

Er verschijnen de laatste tijd verontrustende berichten over methaanlekkage uit zowel actieve als ook afgesloten boorgaten. Uit een artikel in de Correspondent van 10-9-2018[i] blijkt dat het afsluiten van boorgaten (m.b.t. Groningen voor gas- en zoutwinning) met cement gebruikelijk is, maar niet afdoende. In een laboratorium van Shell bleken alle cementsoorten gas door te laten. Cement kan krimpen en scheuren en (ook) een oude boorput kan gaan lekken. Zo’n put wordt nauwelijks of niet gecontroleerd. Uit internationaal onderzoek blijkt dat de methaanuitstoot in Groningen groter is dan gedacht.

1. Kent u het bericht “Meer methaanuitstoot door gasindustrie in Groningen dan gedacht”[ii], waaruit blijkt dat aannames rond methaanuitstoot door de gasindustrie niet correct zijn en dat deze uitstoot te laag wordt ingeschat?

2. Bent u met ons van mening dat het zeer belangrijk is om methaanemissies goed in kaart te brengen en vast te stellen met objectieve en controleerbare metingen in plaats van door schattingen van de sector? Zo nee, waarom niet? Zo ja, bent u bereid te pleiten voor een landelijk en objectief meetprogramma zoals voorgesteld door het TNO?[iii]

3. Kunt u aangeven hoeveel actieve en reeds afgesloten boorputten er in de provincie Groningen zijn en op welke wijze deze op dit moment worden gemonitord?

Boorgaten worden door de olie- en gasindustrie gedicht met cement. Van alle soorten cement die getest zijn in het laboratorium bleek niet één goed genoeg. Daarbij komt dat de kans op lekkages groter wordt naarmate de putten ouder worden. Recentelijk zijn er nieuwe materialen op de markt gekomen die dan wel duurder zijn, maar goed genoeg werden bevonden voor afdichting. In Nederland is al bij een paar putten gebruik van deze materialen gemaakt.

4. Bent u het met ons eens dat deze nieuwe materialen ook in onze provincie toegepast zouden moeten worden, ongeacht eventuele meerkosten? Zo nee waarom niet? Zo ja, op welke wijze kunt u zich hiervoor inzetten?

5. In Nederland blijft een bedrijf ook na het dichten van een put aansprakelijk. Kunt u aangeven om welke aansprakelijkheidstermijn het hier gaat en of hierover in de provincie Groningen concrete afspraken zijn gemaakt met de verantwoordelijke bedrijven? Zo ja, wat is er afgesproken? Zo nee, bent u bereid alsnog afspraken te maken?

6. Denkt u dat terreinen van boorputten in de toekomst weer bruikbaar zijn voor natuur-, agrarische-, of industriële doeleinden of voor bewoning? Zo nee, welke toekomst ziet u voor deze terreinen?

Dank u wel,

met vriendelijke groet.

Ankie Voerman
Partij voor de Dieren

[i] https://decorrespondent.nl/8674/uit-tienduizenden-boorputten-lekt-het-broeikasgas-methaan-wie-doet-de-deksel-erop/1471989561944-6aa0d245

[ii] https://energeia.nl/energeia-artikel/40071210/meer-methaanuitstoot-door-gas-in-groningen-dan-geschat?utm_source=nieuwsbrief&utm_campaign=energeia-

[iii]https://www.tno.nl/nl/over-tno/nieuws/2018/8/nieuw-onderzoek-toont-noodzaak-methaan-meetprogramma-aan

Antwoorddatum: 30 okt. 2018

1. Kent u het bericht "Meer methaanuitstoot door gasindustrie in Groningen dan gedacht", waaruit blijkt dat aannames rond methaanuitstoot door de gasindustrie niet correct zijn en dat deze uitstoot te laag wordt ingeschat?

Ja, wij hebben kennis genomen van deze berichten.


2. Bent u met ons van mening dat het zeer belangrijk Is om methaanemissles goed In kaart te brengen en vast te stellen met objectieve en controleerbare metingen In plaats van door schattingen van de sector? Zo nee, waarom niet? Zo ja, bent u bereid te pleiten voor een landelijk en objectief meetprogramma zoals voorgesteld door het TNO?

Ja, wij vinden het van belang dat methaanemissies vanuit welke bron dan ook goed in kaart worden gebracht. Of daarbij altijd uitgegaan moet worden van metingen in plaats van op basis van internationaal erkende kentallen berekende emissies staat voor ons niet op voorhand vast. Veelal betreft de monitoring van methaanemissies naar de lucht, zoals ook blijkt uit de hierboven bedoelde Kamerbrief, een combinatie van methodieken die leidt tot betere resultaten. De regelgeving omtrent het elektronisch milieujaarverslag stelt regels aan de rapportageverplichtingen voor de relevante bedrijven waaronder ook mijnbouwinrichtingen.
In deze Kamerbrief wordt ook aangegeven (op biz. 6 van 13) dat het hierboven door u genoemde TNO-onderzoek zich richt op de offshore (Noordzee) en zal worden afgerond in het eerste kwartaal van 2019.

3. Kunt u aangeven hoeveel actieve en reeds afgesloten boorputten er In de provincie Groningen zijn en op welke wijze deze op dit moment worden gemonltord?

Boorgaten worden door de olie- en gasindustrie gedicht met cement. Van alle soorten cement die getest zijn In het laboratorium bleek niet één goed genoeg. Daarbij komt dat de kans op lekkages groter wordt naarmate de putten ouder worden. Recentelijk zijn er nieuwe materialen op de markt gekomen die dan wel duurder zijn, maargoed genoeg werden bevonden voor afdichting. In Nederland Is al bij een paar putten gebruik van deze materialen gemaakt.
De registratie van (afgesloten) boorputten en het toezicht op de monitoring van boorputten is een taak van het ministerie van EZK dan wel het SodM.

4. Bent u het met ons eens dat deze nieuwe materialen ook In onze provincie toegepast zouden moeten worden, ongeacht eventuele meerkosten? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke wijze kunt u zich hiervoor Inzetten?

Indien naar het oordeel van de bevoegde instanties, het ministerie van EZK en het SodM, blijkt dat nieuwe en beter functionerende materialen beschikbaar zijn en toegepast kunnen worden, onderschrijven wij het verplichtend voorschrijven van het gebruik van dergelijke materialen. De toepassing van dergelijke materialen valt dan binnen het begrip BBT, waarop het SodM vergunning-aanvragen toetst.

5. In Nederland blijft een bedrijf ook na het dichten van een put aansprakelijk. Kunt u aangeven om welke aansprakelijkheldstermijn het hier gaat en of hierover In de provincie Groningen concrete afspraken zijn gemaakt met de verantwoordelijke bedrijven? Zo ja, wat Is er afgesproken? Zo nee, bent u bereid alsnog afspraken te maken?

Mijnbouwondernemingen blijven ook na het verlaten van boorputten dan wel gehele mijnbouw-inrichtingen op basis van het Burgerlijk Wetboek en de Mijnbouwwet aansprakelijk voor een termijn van dertig jaar na de laatste activiteit. Het is dan van belang dat de bevoegde instanties het beginpunt van deze 30-jaarstermijn, op basis van een sluitingsplan, goed definiëren. Het SodM ziet hierop toe.
Het betreffen algemene wettelijke aansprakelijkheden en hieromtrent zijn voor de provincie Groningen geen concrete afzonderlijke afspraken gemaakt. Nadere regionale afspraken lijken ons op voorhand niet noodzakelijk. Mogelijk dat ons standpunt in dezen op een later moment verandert bij het definitief sluiten en verlaten van afzonderlijke putten of productieclusters in het Groningenveld.
Zie ook ons antwoord op vraag 6.

6. Denkt u dat terreinen van boorputten In de toekomst weer bruikbaar zijn voor natuur-, agrarische-, of Industriële doeleinden of voor bewoning? Zo nee, welke toekomst ziet u voor deze terreinen?

Voor zowel het sluiten als het verwijderen van een boorput dan wel een gehele mijnbouwinrichting dient op basis van het Mijnbouwbesluit (Mbb) een plan (van aanpak), een zogenaamd "sluitingsplan", bij het ministerie van EZK ter instemming te worden ingediend door de desbetreffende mijnbouw-onderneming. Een dergelijk plan wordt door het SodM beoordeeld.
Het proces "sluiten" wordt als afgerond beschouwd nadat op basis van de Mbb (art. 40, lid 1 sub d) is aangetoond door middel van een beschrijving van de maatregelen die worden genomen om het terrein waarop het mijnbouwwerk is opgericht zoveel mogelijk in de oorspronkelijke staat is teruggebracht dan wel anderszins aan de eigenaar is overgedragen. Na dit hierboven bedoelde traject van sluiten kan de eigenaar van de gronden (mede) bepalen wat het toekomstig gebruik wordt.
Veel van deze terreinen sluiten ruimtelijk gezien niet aan bij woongebieden dan wel bestaande industriegebieden. Veelal zijn deze mijnbouwterreinen direct omringd door agrarische gebieden.
Vanuit onze provinciale rol wat betreft ruimtelijke planning zullen wij ons, wanneer dergelijke vraagstukken zich aandienen, inzetten voor een optimale herontwikkeling van verlaten mijnbouwterreinen.

Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.