Schrif­te­lijke vervolg­vragen inzake vernie­tiging krab­ben­scheer De Held en hand­having Wet Natuur­be­scherming


Indiendatum: okt. 2021

Betreft: vervolg Statenvragen van de Partij voor de Dieren Statenfractie Groningen aan het college van GS ex artikel 67 RvO betreffende de handhaving van de Wet natuurbescherming inzake het verwijderen van krabbenscheer

Geacht College,

De Statenfractie van de Partij voor de Dieren heeft op 13 augustus 2021 vragen gesteld over de handhaving van de Wet natuurbescherming in verband met overtredingen bij de verwijdering van krabbenscheer in de wijk De Held in Groningen. Ter onderbouwing van de statenvragen dd. 13-08-2021 was een bijlage bijgevoegd met een beschrijving van de gebeurtenissen getiteld ‘Vernietiging topnatuur in de wijk De Held in Groningen: feitenrelaas van een meervoudige wetsovertreding met toelichting’ dd. 13-08-2021. In dit feitenrelaas is op basis van foto’s vastgelegd, dat de grote oppervlakken aan krabbenscheervegetaties bij slootwerkzaamheden in drie werkgangen (in de periode december 2019 – november 2020) voor nagenoeg 100% zijn verwijderd.

Uw college heeft de statenvragen beantwoord bij brief van 16 september 2021 (documentnr. 2021-079635). Wij constateren echter dat hiermee niet alle vragen dd. 13-08-2021 volledig en/of duidelijk zijn beantwoord, met name doordat u niet ingaat op het hiervoor bedoelde feitenrelaas. Tevens roept uw brief van 16-09-2021 vragen op over de vervolgstappen.

Wij stellen u graag de volgende vragen:

  1. U stelt in uw beantwoording dat u nog geen volledig feitenrelaas ‘boven water’ heeft gekregen. Heeft u bij de beantwoording van de statenvragen tevens het hiervoor bedoelde feitenrelaas dd. 13-08-2021 betrokken?
    Zo nee, op grond van welke overwegingen heeft u dit feitenrelaas niet gebruikt?
    Zo ja, welke onduidelijkheden zijn er bij u, mede op basis van dit feitenrelaas, dan nog over de gang van zaken met betrekking tot de grootschalige verwijdering van de krabbenscheervegetaties in de drie betrokken werkgangen (in december 2019, in september 2020 en in november 2020) alsook over de samenhang tussen de gebeurtenissen tijdens deze drie werkgangen?
  2. Wanneer verwacht u uw onderzoek naar de verwijdering van de krabbenscheervegetaties af te ronden en conclusies te trekken over de ware toedracht van de overtredingen in de drie werkgangen met inbegrip van de samenhang hiertussen? Bent u voornemens juridische en/of handhavingsacties te nemen gericht op een (volledig?) herstel van de grootschalige krabbenscheervegetaties in het slotenstelsel van De Held? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wilt u toezeggen dat onze fractie hierover tijdig, juist en volledig zal worden geïnformeerd?
  3. Voor het beschermen en versterken van natuurwaarden is toepassing van ecologisch beheer van watergangen noodzakelijk. Bent u van mening dat a. de waterschappen voldoende kennis hebben van (mogelijkheden voor) ecologisch beheer, en b. dat de bedrijven die de sloten schonen een hierop gerichte opdracht krijgen én correct kunnen uitvoeren teneinde vernietiging van waardevolle soorten te voorkomen? Bent u, of gaat u in gesprek met beide waterschappen over het provincie-breed uitvoeren van ecologisch beheer, en waar nodig het verhogen van kennis en vaardigheden op dit vlak?

Met vriendelijke groet,

Ankie Voerman

Partij voor de Dieren