Aanvullende statenvragen betreffende de vergunning voor varkenshouderij in gemeente Leek.

Geacht college,

In november 2016 stelden wij schriftelijke vragen over de gang van zaken rondom de vergunning voor de bouw van een varkensstal voor 3000 varkens aan de Dwarshaspel in Zevenhuizen1. Deze varkensstal was in strijd met het bestemmingsplan, aangezien het bedrijf in het bestemmingsplan niet is aangeduid als "intensieve veehouderij". Inmiddels is het bestemmingsplan ‘gerepareerd’ en is er een herziening gekomen van het begrip intensieve veehouderij.

Drie weken na het indienen van de zienswijze van omwonenden is een actualisatie geweest van de POV waar een nieuwe definitie van het begrip nieuwvestiging intensieve veehouderij is opgenomen:

nieuwvestiging intensieve veehouderij: het bestemmen van een agrarisch bouwperceel ten behoeve van intensieve veehouderij op gronden waar feitelijk geen intensieve veehouderij rechtmatig wordt uitgeoefend, met uitzondering van intensieve veehouderij die reeds op grond van een omgevingsvergunning planologisch is toegestaan;

Naar aanleiding daarvan heeft de Statenfractie van de Partij voor de Dieren de volgende aanvullende vragen:

  1. Bij de bestudering van dit dossier ontstaat de indruk dat de definitie in de POV is aangepast om deze uitbreiding te faciliteren.
    a) Is de nieuwe definitie onder andere opgenomen naar aanleiding van de situatie aan de Dwarshaspel?
    b) Is er contact geweest tussen de gemeente en GS over de wijziging in de POV? Zo ja, wat is er besproken?
  2. In antwoord op onze eerdere schriftelijke vragen over het onderwerp bleek dat GS het toen niet nodig vond een (nieuwe) definitie op te nemen. Wat is de reden dat het nu wel is gebeurd? Graag een gemotiveerd antwoord.

    Uit antwoorden op onze technische vragen van 26 juli j.l. kwam naar voren dat bedrijven waar geen IV bestemming meer op zit, toch aanspraak kunnen maken op de aanduiding indien er feitelijk intensieve veehouderij rechtmatig wordt uitgeoefend dan wel intensieve veehouderij mogelijk is op grond van een reeds verleende omgevingsvergunning of een in het verleden verleende bouwvergunning.
  3. a) Kunt u bevestigen dat de enige eis is of er een geldige vergunning (al dan niet volledig in gebruik) voor het bedrijf is, ongeacht of de bedrijfsactiviteit bijvoorbeeld is wegbestemd? Met andere woorden, is het juist dat aan een bestemming in een bestemmingsplan geen rechten kunnen worden ontleend, maar dat de vergunde situatie leidend is?
    b) Indien uw antwoord ‘nee’ is, is de provincie dan van plan om de gemeente Leek duidelijk te maken dat de vergunningen (milieu- en omgevingsvergunning) moeten worden ingetrokken als die feitelijk geen betekenis meer hebben? Graag een gemotiveerd antwoord.
  4. Uit het collegeakkoord wordt duidelijk dat het college tegen de uitbreiding van intensieve veehouderij is. Welke middelen heeft het college tot nu toe gebruikt om de uitbreiding van deze stal tegen te houden?

Met vriendelijke groet,

Ankie Voerman
Partij voor de Dieren

1https://groningen.partijvoordedieren.nl/vragen/vragen-betreffende-uitspraak-over-veehouderij-in-de-gemeente-leek

Antwoorden

Datum: 12/09/2017
Dossiernummer:  2017-079.834/37/A.27 K2098
Behandeld door: P. de Plaa
Antwoord op:  uw brief van 15 augustus 2017
Onderwerp: aanvullende schriftelijke vragen vergunning varkenshouderij

Geachte mevrouw Voerman,

In uw bovenvermelde brief heeft u ons aanvullende vragen gesteld over de vergunning voor een varkenshouderij in gemeente Leek. In deze brief beantwoorden wij deze vragen.

1. Bij de bestudering van dit dossier ontstaat de indruk dat de definitie in de POV is aangepast om deze uitbreiding te faciiiteren.

a) is de nieuwe definitie onder andere opgenomen naar aanieiding van de situatie aan de Dwarshaspei?
Antwoord: In voorbereiding is een actualisatie van de Omgevingsverordening. In dat kader wordt onder meer een omschrijving van het begrip "nieuwvestiging intensieve veehouderij" in de Omgevingsverordening opgenomen. Dit betreft een technisch-juridische verbetering. De aanleiding daartoe wordt gevormd door de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 19 oktober 2016, nr. 201508243/1/A1 (rechtsoverweging 4.6) betreffende de door u bedoelde bedrijfsuitbreiding. Uit deze uitspraak blijkt het ontbreken van een definitie van het begrip "nieuwvestiging" in de Omgevingsverordening tot onduidelijkheid kan leiden bij de toepassing van regels over intensieve veehouderij. Dit is ongewenst. Inhoudelijk heeft het opnemen van voornoemde definitie geen betekenis voor de planologische besluitvorming van de gemeente, omdat, zoals ook uit deze uitspraak blijkt, in dit geval geen sprake is van nieuwvestiging maar van uitbreiding van een bestaand bedrijf.

b) is er contact geweest tussen de gemeente en GS over de wijziging in de POV? Zo Ja, wat is er besproken?
Antwoord Niet expliciet over de voorgenomen begripsomschrijving. Wel heeft over de voorgenomen actualisatie van de Omgevingsverordening - op ambtelijk niveau -vooroverleg met de Groninger gemeenten plaatsgevonden. De begripsomschrijving heeft niet tot een reactie van de gemeente Leek of enig andere gemeente geleid.  

2. In antwoord op onze eerdere schriftelijke vragen over het onderwerp bleek dat GS het toen niet nodig vond een (nieuwe) definitie op te nemen. Wat is de reden dat het nu wei is gebeurd? Graag een gemotiveerd antwoord.
Antwoord Op uw eerdere schriftelijke vragen hebben wij geantwoord dat in de toelichting op de op 1 juni 2016 vastgestelde (nieuwe) Omgevingsverordening is beschreven wat onder het begrip nieuwvestiging moet worden verstaan. De voorgenomen actualisatie van de Omgevingsverordening vormt naar ons oordeel een goede gelegenheid om in de Omgevingsverordening zelf, in de vorm van een begripsomschrijving , duidelijk te regelen in welk geval sprake is van nieuwvestiging van intensieve veehouderij. Uit antwoorden op onze technische vragen van 26 juli jl. kwam naar voren dat bedrijv en waar geen IV bestemming meer op zit, toch aanspraak kunnen maken op de aanduiding indien er feitelijk intensieve veehouderij rechtmatig wordt uitgeoefend dan wel intensieve veehouderij mogelijk is op grond van een reeds verleende omgevingsvergunning of een in het verleden verleende bouwvergunning.

3. a) Kunt u bevestigen dat de enige eis is of er een geldige vergunning (ai dan niet volledig in gebruik) voor het bedrijf is, ongeacht of de bedrijfsactiviteit bijvoorbeeld is wegbestemd? Met andere woorden, is het Juist dat aan een bestemming in een bestemmingsplan geen rechten kunnen worden ontleend, maar dat de vergunde situatie leidend is?
Antwoord Het bedrijf is in het geldende bestemmingsplan "Buitengebied Leek" niet positief bestemd en valt daardoor onder het daarin opgenomen overgangsrecht. Dat betekent dat uitsluitend het bestaande gebruik ten behoeve van intensieve veehouderij mag worden voortgezet. Uitbreiding van de bedrijfsbebouwing is echter niet toegestaan. Van een geldend bestemmingsplan kan echter bij omgevingsvergunning - op basis van een goede ruimtelijke onderbouwing - worden afgeweken. Wel dient daarbij de Omgevingsverordening in acht te worden genomen. Bij de hiervoor genoemde uitspraak is het besluit van 10 december 2014 tot vergunningverlening echter vernietigd omdat er een procedurefout is gemaakt bij het afgeven van de verklaring van geen bedenkingen (vvgb) door de gemeenteraad. Dat betekent dat burgemeester en wethouders opnieuw op de aanvraag om omgevingsverlening moeten beslissen. Inmiddels hebben een ontwerpbesluit tot vergunningverlening en een ontwerp vvgb ter inzage gelegen waartegen zienswijzen naar voren konden worden gebracht.

b) indien uw antwoord 'nee' is, is de provincie dan van plan om de gemeente Leek duidelijk te maken dat de vergunningen (milieu- en omgevingsvergunning) moeten worden ingetrokken ais die feitelijk geen betekenis meer hebben? Graag een gemotiveerd antwoord.
Antwoord De in deze vraag beschreven situatie doet zich niet voor.

4. Uit het coiiegeakkoord wordt duidelijk dat het college tegen de uitbreiding van intensieve veehouderij is. Welke middelen heeft het college tot nu toe gebruikt om de uitbreiding van deze stal tegen te houden?
Antwoord: Op grond van de Omgevingsverordening mag een bestemmingsplan niet voorzien in uitbreiding van de bestaande stalvloeroppervlakte voor intensieve veehouderij, tenzij uitbreiding in het belang is van het milieu of het dierenwelzijn. Tot 1 januari 2019 geldt een overgangsregeling voor bedrijven waarop ten tijde van de inwerkingtreding van de Omgevingsverordening (1 juli 2016) al intensieve veehouderij werd uitgeoefend binnen de op kaart 10 aangegeven gebieden "uitbreiding stalvloeroppervlakte intensieve veehouderij tot 5000 m2 respectievelijk 7500 m2. Zoals ook uit de uitspraak blijkt, past de aangevraagde omgevingsvergunning binnen deze overgangsregeling.

Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Hoogachtend, Gedeputeerde Staten van Groningen