Statenvragen betreffende de verwachte ruiming van door fipronil besmette leghennen.

Door de aanwezigheid van de stof fipronil zullen landelijk waarschijnlijk rond de miljoen leghennen voortijdig worden dood gemaakt. Dit kost vele dieren het leven en is een strop voor boeren. Voortijdig afmaken (“ruimen”) is niet de enige mogelijkheid om van de stof af te komen. Ook het ruien (ontgiften) van de hennen behoort tot de mogelijkheden. Dit houdt in dat de hennen vijf weken op dieet worden gezet en zo de, in het vet opgeslagen, fipronil kwijtraken. Het laten ruien van de hennen is kostbaar aangezien de boer die weken geen inkomsten heeft.

Naar aanleiding daarvan heeft de Statenfractie van de Partij voor de Dieren de volgende vragen:

Naast het leed dat de dieren wordt aangedaan ziet de Partij voor de Dieren de problemen voor de boeren.

  1. Bent u bereid om de boeren die kiezen voor het ontgiften van hun dieren tegemoet te komen met een noodfonds zodat zij de weken waarin zij geen inkomen hebben kunnen overbruggen?
    Zo nee; waarom niet?
     
  2. Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat de levens van duizenden dieren niet onnodig vervroegd beëindigd dienen te worden en dat om die reden een algemeen noodfonds niet wenselijk is? Graag een gemotiveerd antwoord.   
     

Met vriendelijke groet,

Kirsten de Wrede
Partij voor de Dieren

Antwoorden

Datum: 11 AUG. 2017 
Dossiernummer: 2017-074473/32 K2098 
Behandeld door: H. Hermse
Antwoord op: uw brief van 7 augustus 2017
Onderwerp: Vragen over de verwachte ruiming van door fipronil besmette leghennen.
 

Geachte mevrouw De Wrede,

In uw bovenvermelde brief heeft u ons schriftelijke vragen gesteld over de huidige fipronil affaire. In deze brief beantwoorden wij uw vragen.

1. Bent u bereid om de boeren die kiezen voor het ontgiften van hun dieren tegemoet te komen met een noodfonds zodat zij de weken waarin zij geen inkomen hebben kunnen overbruggen? Zo nee; waarom niet?
Antwoord: Gelet op de landelijke omvang van deze affaire ligt het niet in de rede, los van de beperkte provinciale middelen, om hier als individuele provincie op in te zetten. Wij hebben, mede namens de provincies Drenthe en Frysiän, daarom op 11 augustus een brief aan staatssecretaris Van Dam gezonden om hieraan tegemoet te komen (zie bijlage).

2. Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat de /evens van duizenden dieren niet onnodig vervroegd beëindigd dienen te worden en dat om die reden een aigemeen noodfonds niet wenseiijk is? Graag een gemotiveerd antwoord.
Antwoord: het is niet aan ons om aan te geven hoe individuele bedrijven moeten of kunnen handelen om deze crisis te boven te komen. Wij achten dit primair een onderwerp voor overleg tussen de sector en de landelijke overheid.

Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Hoogachtend, Gedeputeerde Staten van Groningen  

 

Bijlage: 

Staatssecretaris van Economische Zaken,
dhr. M.H.P. van Dam
ostbus 20401
2500 EK Den Haag

Datum: 11 augustus 2017
Onderwerp: brief Noordelijke provincies fipronil-affaire

Geachte heer Van Dam,

Mede namens de provincies Drenthe en Fryslan willen wij het volgende onder uw aandacht brengen.

Naar aanleiding van de fipronil-affaire in de pluimveehouderijsector hebben wij contact gehad met getroffen pluimveehouders in onze provincies.

Uit de gevoerde gesprekken is ons gebleken dat er onder de pluimveehouders veel onduidelijkheid bestaat over de interpretatie van de regels, de te nemen maatregelen, de mate van effectiviteit hiervan en de acceptabele grenzen van het beoogde eindbeeld.

Verder ervaren zij de NVWA als weinig proactief en behulpzaam in het geven van de gevraagde duidelijkheid. Ook bestaat er onder de pluimveehouders het beeld dat de normen en regels en de interpretatie van Europese regelgeving in Nederland fors strenger zijn dan in ons omringende landen.

Al met al leidt de fipronil-affaire tot forse onzekerheid en financiële druk bij de getroffen ondernemers.

Om deze redenen verzoeken wij u zich in te spannen de navolgende punten te bewerkstelligen, dan wel te bespoedigen:

  • duidelijkheid richting de getroffen pluimveehouders over regels, maatregelen, acties en acceptabele grenzen van het beoogde eindbeeld inclusief tijdsplanning;
  • het instellen, samen met de sector, van een onderzoek naar mogelijkheden voor een landelijk noodfonds voor de getroffen bedrijven;
  • een duidelijke verbinding tussen de Europese regelgeving en de in Nederland geldende normen en regels, waarbij er sprake is van een gelijk speelveld met de andere Europese landen,
  • een onderzoek naar het optreden van de NVWA in deze kwestie met aanbevelingen over mogelijke verbeterpunten.

Graag horen wij zo spoedig mogelijk welke acties wij vanuit u en uw ministerie mogen verwachten in dit dossier.

Hoogachtend
Gedeputeerde Staten van Groningen, mede namens Gedeputeerde Staten van Fryslan en Drenthe: