Statenvragen betreffende de aanleg van faunapassages en gebreken hiervan

Geacht college,

Onlangs verscheen het bericht in de media dat de Groningse otter erg kwetsbaar is en dat er onder hen veel verkeersslachtoffers vallen. Faunapassages en verbindingszones lijken niet te voldoen aan de eisen van de otter of van andere dieren. Bij bestudering van de thematiek kwam de Partij voor de Dieren meerdere knelpunten tegen met betrekking tot faunapassages in het algemeen.

Het doel van een faunapassage is drieledig1:
1) de afname van sterfte onder fauna door aanrijdingen en/ of verdrinking;
2) de afname van de barrièrewerking zodat de aanwezige dieren zich in principe ongestoord tussen beide gebieden kunnen begeven;
3) de toename in levensvatbaarheid van populaties

Naar aanleiding daarvan heeft de Statenfractie van de Partij voor de Dieren de volgende vragen:

  1. Vindt er een goede monitoring plaats van de aanwezige passages en de omgeving daarvan? En zo ja, op welke manier? Is deze monitoring volgens u voldoende om daar bepaalde conclusies aan te verbinden, zoals de eventuele afname van sterfgevallen? Zo ja, wat zijn die conclusies en zo nee, waarom niet? In dat laatste geval: wat gaat u daaraan doen?

    De indruk bestaat dat in de praktijk passages willekeurig worden aangelegd zonder vooraf te onderzoeken welke dieren er gebruik van zullen gaan maken. Elk diersoort stelt namelijk zijn eigen eisen. Veel passages sluiten echter niet aan bij wat het afzonderlijke dier nodig heeft; er wordt bijvoorbeeld verlichting gemaakt voor nachtdieren en passages met rechte hoeken erin voor dieren die zicht (en licht aan het eind van een tunnel) aan het einde van de passage nodig hebben.
     
  2. Is het college met ons van mening dat elke situatie uniek is en dat daarom per situatie bekeken moet worden hoe de voorziening, of combinatie van voorzieningen, het beste kan worden aangelegd en ingericht? Op welke wijze verklaart u dan dat dat toch vaak niet gebeurt? Wordt volgens u op de juiste wijze bepaald hoe en waar een passage moet worden aangelegd en voor welke dieren dat gebeurt? Kunt u ons meenemen in het onderzoek dat hiervoor plaatsvindt?

    Het Groninger Landschap geeft aan dat sommige passages niet goed zijn ingericht waardoor dieren ervoor kiezen om op andere manieren (bijvoorbeeld via de weg) hun doel te bereiken.
     
  3. In hoeverre kunt u deze uitspraak van ‘Het Groninger Landschap’ onderschrijven?
    Zo ja, wat gaat u doen om de passages te verbeteren?
    Zo nee, hoe verklaart u dan deze uitspraak en het feit dat op regelmatige basis dieren worden overreden terwijl er wel een faunapassage aanwezig is?

    Volgens Koeman en Bijkerk worden passages, naast het feit dat ze niet goed worden aangelegd, ook niet goed beheerd en onderhouden. Onze fractie heeft zelf meerdere plekken gezien waarin beheer ondermaats leek.
     
  4. In hoeverre bent u van mening dat de aanwezige passages voldoende beheerd worden? En zo ja, op welke manier? En zo nee, waarom niet en in hoeverre gaat u dat verbeteren?

    De ‘Leidraad faunavoorzieningen infrastructuur2‘ in opdracht van Rijkswaterstraat en ProRail geeft handvatten om passages goed in te richten en te beheren. Hiermee samenhangend bestaat de term ‘Systems Engineering’; deze bepaalt dat de eisen die de fauna aan de voorziening stelt, leidend zijn.
     
  5. Bent u bekend met de leidraad en met Systems Engineering?
    Zo ja, op welke wijze wordt er gebruik van gemaakt?
    Zo nee, waarom niet? En bent u bereid de leidraad mee te nemen in toekomstig beleid?
     
  6. In hoeverre bent u eigenlijk zelf tevreden met de gang van zaken rondom de passages? Kunt u dit toelichten?

    De gerechtelijke uitspraak over otters en de inwerkingtreding van de nieuwe wet Natuur maakten nieuw overleg tussen Rijk en provincies over het onderwerp noodzakelijk. Uit onze eerdere vragen kwam naar voren dat dit overleg al gaande was en onder meer ging over de verantwoordelijkheden van Rijk en provincies voor de actieve bescherming van EU beschermde dieren3. Het college verwachtte van dit overleg in 2015 duidelijkheid te krijgen over de vraag hoe de knelpunten in de rijksinfrastructuur kunnen worden opgelost.
     
  7. Is dit inmiddels duidelijk? En wat is hier uit naar voren gekomen?
     
  8. Bent u het voorts met de Partij voor de Dieren eens dat het bij faunapassages niet alleen zou moeten gaan om doelsoorten of door EU beschermde dieren, maar dat voor ALLE dieren een veilige passage over wegen gegarandeerd zou moeten zijn door middel van faunapassages? Zo nee, waarom niet?

    Het college zette zich in om de door Alterra genoemde knelpunten in de provinciale infrastructuur op te heffen door de aanleg van onder meer faunapassages en rasters. Eén van die knelpunten betrof de A28. Uit de beantwoording van onze eerdere vragen kwam naar voren dat een definitieve faunapassage nog gerealiseerd moest worden. 
     
  9. Hoe staat deze er nu voor? Kunt u ons meenemen in het proces ten aanzien van deze passage?

 

Met vriendelijke groet,

Kirsten de Wrede
Partij voor de Dieren

1Grift, E.A. van der, M. Epe, H.A.H. Jansman, H.P. Koelewijn, P. Schippers & J. Verboom, 2009a. Monitoringplan Meerjarenprogramma Ontsnippering. Alterra-rapport 1943. Alterra, Wageningen.

2http://www.buwa.nl/leidraad-faunavoorzieningen.html

3https://groningen.partijvoordedieren.nl/vragen/vragen-betreffende-otter-verkeersslachtoffer-groninger-wegen

Antwoorden

Datum: 2- sept,eber 2017
Dossiernummer: 2017-079.837/38/A.7 K2098
Behandeld door: B. van Berkel 
Antwoord op: uw brief van 21 augustus 2017
Onderwerp: schriftelijke vragen over faunapassages

Geachte mevrouw De Wrede,

In uw brief van 21 augustus jl., stelt u ons een aantal vragen over de aanleg van faunapasssages. De aanleiding daarvoor is volgens u de volgende: "Onlangs verscheen het bericht in de media dat de Groningse otter erg kwetsbaar is en dat er onder hen veel verkeersslachtoffers vallen. Faunapassages en verbindingszones iijken niet te voldoen aan de eisen van de otter of van andere dieren. Bij bestudering van de thematiek kwam de Partij voor de Dieren meerdere knelpunten tegen met betrekking tot faunapassages in het algemeen. Het doel van een faunapassage is drieledig^:
1) de afname van sterfte onder fauna door aanrijdingen en/ of verdrinking;
2) de afname van de barrièrewerking zodat de aanwezige dieren zich in principe ongestoord tussen beide gebieden kunnen begeven;
3) de toename in levensvatbaarheid van populaties"

Het algemene beeld: voorafgaand aan de beantwoording van uw vragen, schetsen wij graag een algemeen beeld van de wijze waarop wij met de aanleg van faunapasssages omgaan. Al vanaf 2005 zijn wij planmatig bezig met het treffen van faunamaatregelen, zoals het aanleggen van faunapasssages en het plaatsen van wildrasters. Wij doen dat om de door u genoemde redenen op plaatsen waar infrastructuur (wegen, kanalen, spoorlijnen) een grote barrière vormt in de natuurgebieden of de ecologische verbindingen daartussen van het Natuurnetwerk Nederland (NNN).
De Laagveengordel: Al geruime tijd zetten wij ons in voor de realisering van diverse faunamaatregelen in de zogenaamde Laagveengordel. Dat is een zone van onderling verbonden natuurgebieden, die van oost naar west door Groningen en Drenthe loopt. Deze gordel is cruciaal voor het functioneren van de Groninger en Drentsche NNN. Hij is in oppervlak groter dan de Oostvaardersplassen en loopt ruwweg van de natuurgebieden in het Zuidelijk Westerkwartier, via de Onlanden en het Drentsche Aa en Zuidlaardermeergebied tot aan 't Roegwold. Op bijna alle locaties waar er grote knelpunten tussen infrastructuur en deze natuurzone zijn, zijn door ons  faunapasssages gerealiseerd, in voorbereiding of in uitvoering. Een goed voorbeeld is de plek waarde ecologische verbinding tussen het Zuidlaardermeergebied en 't Roegwold wordt doorsneden door het Winschoterdiep, de provinciale N860 en de A7-oost bij Westerbroek. De benodigde faunapassages bij en onder het Winschoterdiep en de N860, zijn dit voorjaar door ons aangelegd en we zijn voorbereidingen aan het treffen voor de bouw van de benodigde faunatunnel onder de A7 in overleg met het Rijk. In het Drentsche Aa gebied wordt de Laagveengordel doorsneden door de A28 en het Noord-Willemskanaal. In samenwerking met onder meer de provincie Drenthe, Rijkswaterstaat en het waterschap Hunze en Aa's zijn wij daar op diverse plaatsen de aanleg van faunamaatregelen aan het voorbereiden. In september van dit jaar wordt gestart met de aanleg van een raster met een lengte van ca. 2 km langs het Noord-Willemskanaal, waarbij otters naar twee bestaande ondergangen worden geleid. Ook worden er dit jaar meer en bredere loopplanken in die onderdoorgangen aangelegd. Overige ecologische verbindingen en de knelpunten daarin Naast de natuurzone de Laagveengordel zijn er ook kleinere ecologische verbindingen. Het doel daarvan is ook om kleinere en grotere natuurgebieden van het Natuurnetwerk Nederland onderling te verbinden, zodat er een echt netwerk ontstaat. De provincie heft ook hierin de barrières op die door infrastructuur gevormd worden. Zo is er bij de reconstructie van de N361 tussen Winsum en Mensingeweer voor gezorgd dat er op een drietal plekken goede faunavoorzieningen werden getroffen. Binnenkort zal in het rond het Lauwersmeergebied de schop de grond ingaan voor de aanleg van faunapasssages in de N388 bij Zoutkamp en wordt de laatste hand gelegd aan de aanleg van rasters en looprichels daar waar de N361 de Vlinderbalg kruist.

Hieronder gaan wij in op uw vragen over de aanleg van faunapasssages en gebreken hiervan.

1. Vindt er een goede monitoring plaats van de aanwezige passages en de omgeving daarvan? En zo ja, op welke manier? is deze monitoring volgens u voldoende om daar bepaalde conclusies aan te verbinden, zoals de eventuele afname van sterfgevallen? Zo Ja, wat zijn die conclusies en zo nee, waarom niet? In dat laatste geval: wat gaat u daaraan doen?
Antwoord; De faunapasssages die door ons, of met betrokkenheid van ons, zijn aangelegd worden gemonitord door onder andere terrein beherende organisaties. Zij informeren ons regelmatig over het gebruik van de passages. Daarnaast volgen we de ontwikkeling en verspreiding van de populaties van beschermde diersoorten via onder meer het Netwerk Ecologische Monitoring, de Nationale Databank Flora en Fauna en door ons gesubsidieerd onderzoek. Ook wordt in opdracht van ons onderzoek uitgevoerd naar de vraag waar infrastructuur een barrière vormt voor bepaalde diersoorten. Deze informatie volstaat om op hoofdlijnen de effectiviteit van ons bele id te kunnen toetsen. Zo weten wij dat soorten als de otter, bever en das zich uitbreiden in onze provincie en zijn wij op de hoogte van de knelpunten die zich mogelijk voordoen. Op basis daarvan zetten wi j ons onder meer in voor de aanleg van faunapasssages en rasters in wegen in het Lauwersmeergebied, in de verbindingszone bij Westerbroek en in en langs de rijks weg A28 en A l.

2. De indruk bestaat dat in de praktijk passages willekeurig worden aangelegd zonder vooraf te onderzoeken welke dieren er gebruik van zullen gaan maken. Elk diersoort stelt namelijk zijn eigen eisen. Veel passages sluiten echter niet aan bij wat het afzonderlijke dier nodig heeft; er wordt bijvoorbeeld verlichting gemaakt voor nachtdieren en passages met rechte hoeken erin voor dieren die zicht (en licht aan het eind van een tunnel) aan het einde van de passage nodig hebben.
Is het college met ons van mening dat eike situatie uniek is en dat daarom per situatie bekeken moet worden hoe de voorziening, of combinatie van voorzieningen, het beste kan worden aangelegd en ingericht? Op weike wijze verklaart u dan dat dat toch vaak niet gebeurt? Wordt volgens u op de Juiste wijze bepaaid hoe en waar een passage moet worden aangelegd en voor welke dieren dat gebeurt? Kunt u ons meenemen in het onderzoek dat hiervoor plaatsvindt?
Antwoord: De aanleg van faunavoorzieningen is maatwerk en moet goed worden afgestemd op de lokale situatie en op de soorten waarvoor ze bedoeld zijn. Dit is dan ook ons uitgangspunt bij het bepalen hoe en waar een passage moet worden aangelegd en voor welke dieren dat gebeurt. Onze faunapasssages liggen op plekken waar infrastructuur een belangrijke barrière vormt in de natuurgebieden of de ecologische verbindingen van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Op basis van ecologisch onderzoek is de precieze ligging van die natuurgebieden en verbindingszones bepaald, alsmede de soorten waarvoor ze met name bedoeld zijn (de doelsoorten). De faunapasssages worden aangelegd voor de doelsoorten van het betreffende deel van de NNN. Daarnaast wordt, om de faunavoorzieningen optimaal vorm te geven, een concrete locatiestudie gedaan met betrokkenheid van een faunadeskundige en de relevante instanties en belanghebbenden. Naast de provincie Groningen, leggen ook andere instanties zoals gemeenten en Rijkswaterstaat, faunapasssages aan in de door hen beheerde infrastructuur. Uw vragen over de effectiviteit van hun faunavoorzieningen kunnen alleen door hen beantwoord worden.

3. Het Groninger Landschap geeft aan dat sommige passages niet goed zijn ingericht waardoor dieren ervoor kiezen om op andere manieren (bijvoorbeeld via de weg) hun doei te bereiken. in hoeverre kunt u deze uitspraak van 'Het Groninger Landschap' onderschrijven? Zo Ja, wat gaat u doen om de passages te verbeteren? Zo nee, hoe verklaart u dan deze uitspraak en het feit dat op regelmatige basis dieren worden overreden terwijl er wei een faunapassage aanwezig is?
Antwoord: Het klopt dat er incidenteel dieren worden overreden terwijl er wel al faunavoorzieningen aanwezig zijn. Ondanks goed functionerende faunavoorzieningen is niet te voorkomen dat er af en toe een otterslachtoffer valt. Met name jonge otters kunnen over vele tientallen kilometers uitzwermen. Daar waar er nog niet voldoende toereikende faunamaatregelen zijn getroffen, zetten wij ons in voor uitbreiding daarvan. Zie ook onze antwoorden op de vragen 6 en 9. Verder gaan wij in overleg met de gemeente Groningen en de Stichting Groninger Landschap over de vraag hoe we otters uit de stad Groningen kunnen weghouden en om de stad heen kunnen geleiden.

4. Volgens Koeman en Bijkerk worden passages, naast het feit dat ze niet goed worden aangelegd, ook niet goed beheerd en onderhouden. Onze fractie heeft zelf meerdere plekken gezien waarin beheer ondermaats leek. In hoeverre bent u van mening dat de aanwezige passages voldoende beheerd worden? En zo Ja, op welke manier? En zo nee, waarom niet en in hoeverre gaat u dat verbeteren?
Antwoord: ook voor deze vraag geldt dat wij alleen uitspraken kunnen doen over de faunapassages die door de provincie Groningen zelf beheerd worden. Voor de faunavoorzieningen die de laatste jaren door ons aangelegd zijn, zijn beheer en onderhoud goed geregeld. Om te bekijken of onze oudere faunavoorzieningen eventueel moeten worden verbeterd, zullen wij de staat van het beheer van deze voorzieningen in kaart gaan brengen. Op grond van de resultaten van dat onderzoek zullen wij zo nodig actie ondernemen om het beheer te verbeteren.

5. De 'Leidraad faunavoorzieningen infrastructuui^' in opdracht van Rijkswaterstraat en ProRaii geeft handvatten om passages goed in te richten en te beheren. Hiermee samenhangend bestaat de term 'Systems Engineering'; deze bepaalt dat de eisen die de fauna aan de voorziening stelt, leidend zijn. Bent u bekend met de leidraad en met Systems Engineering? Zo Ja, op welke wijze wordt er gebruik van gemaakt? Zo nee, waarom niet? En bent u bereid de leidraad mee te nemen in toekomstig beleid?
Antwoord: Wij zijn goed bekend met de Leidraad faunavoorzieningen infrastructuur en leggen alleen faunavoorzieningen aan die effectief zijn voor de fauna die er gebruik van moet maken. Bij alle locatiestudies die voor de aanleg van een faunapasssage worden uitgevoerd, worden de "Leidraad" en ander beschikbare achtergrondinformatie gebruikt. Systems Engineering is een methodiek om de eisen en wensen te registreren die een rol spelen bij het ontwerp van een (infrastructuur)project. Daarbij gaat het om de wettelijke eisen en andere eisen en wensen van de opdrachtgever en belanghebbenden. Bij de aanleg van een faunavoorziening, spelen de eisen die de fauna daaraan stelt natuurlijk een centrale rol. Bij onze provinciale projecten leggen wij deze eisen en wensen vast in ontwerp-logboeken en projectrapportages. http://www.buwa.nl/leidraad-faunavoorzieningen.html

6. In hoeverre bent u eigenlijk zelf tevreden met de gang van zaken rondom de passages? Kunt u dit toelichten?
Antwoord: Wij zijn zeer tevreden over het voortvarende tempo waarmee de laatste jaren faunavoorzieningen worden aangelegd daar waar provinciale infrastructuur een cruciaal knelpunt vormt in de NNN. Voor de aanpak van de faunapasssages die nog moeten worden gerealiseerd, maken wij een programma. Het opheffen van alle knelpunten in de rijkswegen A28 en A7 (bij Westerbroek) is voor ons een lastiger traject. Wij zijn van mening dat het Rijk als wegbeheerder, een grote financiële verantwoordelijkheid heeft voor de realisering van de gewenste faunapasssages maar tot nu toe heeft ons overleg met het Rijk nog niet voldoende opgeleverd. Zie ook ons antwoord op de vragen 7 en 9. Tenslotte willen wij ons de komende tijd richten op een verdere versterking van de samenwerking met andere beheerders van faunapasssages zoals de gemeente Groningen. Daarbij betrekken wij ook terrein beherende organisaties zoals de Stichting Groninger Landschap.

7. De gerechtelijke uitspraak over otters en de inwerkingtreding van de nieuwe wet Natuur maakten nieuw overleg tussen Rijk en provincies over het onderwerp noodzakelijk. Uit onze eerdere vragen kwam naar voren dat dit overleg ai gaande was en onder meer ging over de verantwoordelijkheden van Rijk en provincies voor de actieve bescherming van EU beschermde dieren^. Het college verwachtte van dit overleg in 2015 duidelijkheid te krijgen over de vraag hoe de knelpunten in de rijksinfrastructuur kunnen worden opgelost. Is dit inmiddels duidelijk? En wat is hier uit naar voren gekomen?
Antwoord: Uw vraag betreft voor de provincie Groningen de knelpunten in de Rijkswegen A28 en Al. De, inmiddels twee, gerechtelijke uitspraken over het opheffen van knelpunten voor otters hebben er helaas niet toe geleid dat deze knelpunten op korte termijn door het Rijk moeten worden opgelost. De barrières gevormd door de A28 en A7 zijn opgenomen in het zogenaamde Meerjarenprogramma Ontsnippering (MJPO). Ook in andere provincies speelt dat het Rijk tot nu toe weigert om een aantal van deze MJPO-knelpunten in rijksinfrastructuur op te heffen. Via het Interprovinciaal overleg zijn wij nog steeds in gesprek met het Rijk over dit onderwerp. Ook voeren wij directe gesprekken met het ministerie van EZ over de knelpunten in de A28 en A7 (zie ook het antwoord op vraag 9).

8. Bent u het voorts met de Partij voor de Dieren eens dat het bij faunapassages niet alleen zou moeten gaan om doeisoorten of door EU beschermde dieren, maar dat voor ALLE dieren een veilige passage over wegen gegarandeerd zou moeten zijn door middel van faunapassages? Zo nee, waarom niet?
Antwoord: Wij richten ons vooral op die soorten waarvoor de provincie Groningen een speciale verantwoordelijkheid heeft in het kader van de Wet Natuurbescherming. Wij leggen wel, binnen onze mogelijkheden, de faunapasssages zo aan dat ook algemenere soorten er goed gebruik van kunnen maken.

9. Het college zette zich in om de door Aiterra genoemde knelpunten in de provinciale infrastructuur op te heffen door de aanleg van onder meer faunapassages en rasters. Eén van die knelpunten betrof de A28. Uit de beantwoording van onze eerdere vragen kwam naar voren dat een definitieve faunapassage nog gerealiseerd moest worden. Hoe staat deze er nu voor? Kunt u ons meenemen in het proces ten aanzien van deze passage?
Antwoord: Eind september 2016 is een nieuw locatieonderzoek afgerond naar de benodigde faunamaatregelen voor de A28, tussen de stad Groningen en De Punt in Drenthe. De provincie Groningen trok dit onderzoek, samen met de provincie Drenthe, Rijkswaterstaat en belanghebbenden zoals terreinbeherende organisaties, de waterschappen en het Natuurplatform Drentsche Aa. Dit najaar zal een aantal van de benodigde maatregelen in uitvoering worden genomen. 

Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Hoogachtend,

Gedeputeerde Staten van Groningen