Vragen betref­fende uitspraak over veehou­derij in de gemeente Leek


Indiendatum: nov. 2016

Groningen, 7 november 2016

Betreft: Statenvragen van de Partij voor de Dieren Statenfractie Groningen aan het college van GS ex artikel 46 RvO betreffende uitspraak van de ABRvS over een veehouderij in Leek;

Geacht college,

In recente berichtgeving is er gewezen op “geblunder” met de uitbreiding van een megastal in de gemeente Leek.[1]en[2] In een uitspraak[3] die onze fractie vond, die volgens onze fractie bij dezelfde zaak hoort, valt te lezen dat er drie varkensstallen met 800m2 en 601 varkens zijn vergund in 1977, en dat in 2013 een omgevingsvergunning is aangevraagd en vergund door de gemeente voor het bouwen van een nieuwe vleesvarkensstal voor 3000 varkens. Dit ondanks dat deze varkensstal in strijd was met het bestemmingsplan, aangezien het bedrijf in het bestemmingsplan niet is aangeduid als "intensieve veehouderij". Naar aanleiding hiervan heeft de Partij voor de Dieren de volgende vragen:

1. De ABRvS heeft naar onze mening geoordeeld dat:

de gemeente de Wabo verkeerd toepaste, waardoor omwonenden een kans op het indienen van een zienswijze is ontnomen (rechtsoverweging 2.2);
het college van B&W een belangrijk punt ook niet zelf onder de aandacht van de Raad heeft gebracht, zodat die er bij het opstellen van een verklaring van geen bedenkingen geen rekening mee hield (rechtsoverweging 2.3);
het gebruik als intensieve veehouderij eigenlijk onterecht onder het overgangsrecht van het bestemmingsplan is komen te vallen, maar dat daar schijnbaar niets meer aan kan worden gedaan (rechtsoverweging 4.5);

Klopt dit met uw lezing? Deelt u de zorgen van onze fractie, dat er bij gemeentes in onze provincie soms te weinig kennis is om ruimtelijke vraagstukken goed af te handelen? Ziet u voor uzelf of voor de Omgevingsdienst hierin een (verdere) rol, zo ja, welke?

2. Bent u het met ons eens, dat er hier – anders dan de ABRvS lijkt te vinden - in principe sprake is van een nieuwvestiging van een intensief veehouderijbedrijf, aangezien die bestemming niet op het bedrijf lag? Zo ja, wat voor gevolgen ziet u voor de aanvraag van dit bedrijf aangezien nieuwvestiging volgens de omgevingsverordening niet toegestaan is? Indien uw antwoord nee is, waarom niet?

3. Bent u het met ons eens dat de definitie van “nieuwvestiging” wel in de omgevingsverordening opgenomen had moeten worden? Wat vindt u ervan dat dit niet opgenomen was, en de ABRvS dat zelf moest uitleggen? Is dit voor u reden om de Omgevingsverordening aan te passen / uit te breiden?

4. Bent u bekend met vergelijkbare situaties in onze provincie, namelijk dat door fouten van gemeentes toch de bedoeling van de Omgevingsverordening wordt omzeild? Kunnen dergelijke situaties zich elders voordoen? Zo ja, hoeveel situaties zijn u bekend? Wat vindt u hiervan? Bent u in staat en bereid om daartegen maatregelen te nemen?

5 Bent u het met ons eens dat, mede met het oog op zaken als dierenwelzijn, de bijbehorende import van meestal buitenlandse, onverantwoord geteelde soja-voer en schade voor natuur en milieu, intensieve veehouderij in het algemeen, geen ruimte voor uitbreiding zou mogen krijgen in onze provincie? Graag uw antwoord motiveren.

6 Volgens gegevens van Oozo.nl[4] is het bedrijf, gelegen aan de Dwarshaspel 15 te Zevenhuizen, op 13 november 2013 door de brandweer bezocht. Volgens Compactmedia waren er toen 50 varkens door een rooster gezakt en was er eerder in 2013 ook al een brand geweest bij dezelfde varkenshouder, maar op een andere locatie, waarbij zo’n 1200 dieren omgekomen zijn.[5] Deze brand zou het adres Zevenhuisterweg 64 te Nieuw-Roden betreffen[6] en daar is volgens het register van de Kamer van Koophandel[7] de onderneming A. Kroesbergen met KvK-nummer 01151276 gevestigd. Uit een MER-beoordelingsbesluit uit 2013[8] blijkt dat de aanvraag voor Dwarshaspel 15 voor 2980 vleesvarkens eveneens van (een) “A. Kroesbergen” afkomstig was.

Betreffen deze feiten allemaal dezelfde ondernemer als in de uitspraak van de ABRvS en de persberichten van de afgelopen tijd? Zo ja, bent u het dan met onze fractie eens dat het erop lijkt dat deze varkenshouder het wellicht niet zo nauw neemt met de veiligheid van dier en omgeving en dat deze voorgeschiedenis meegewogen zou moeten worden door de gemeente bij de nieuwe besluitvorming over deze uitbreiding? Zo nee, waarom niet? Zo ja, bent u dan bereid om die visie met de gemeente te delen en erop aan te dringen dat deze geen medewerking verleent aan de uitbreiding? Graag uw antwoord motiveren.

Bij voorbaat dank ik u voor uw antwoord.

Met vriendelijke groet,

Ankie Voerman,

Partij voor de Dieren

[1] http://www.dvhn.nl/groningen/B-en-W-fout-met-megastal-Zevenhuizen-21715866.html

[2] http://www.rtvnoord.nl/nieuws/169112/Raad-van-State-geblunder-rond-plannen-megastal-Zevenhuizen

[3] https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/zoeken-in-uitspraken/tekst-uitspraak.html?id=89106

[4] http://www.oozo.nl/hulpdiensten/leek/zevenhuizen/buitengebied-ten-westen-van-zevenhuizen/brandweer/818569/brandweer-naar-dwarshaspel-in-zevenhuizen

http://www.oozo.nl/hulpdiensten/leek/zevenhuizen/buitengebied-ten-westen-van-zevenhuizen/brandweer/818535/brandweer-naar-dwarshaspel-in-zevenhuizen

[5] http://www.compactmedia.nl/2013/11/13/varkens-in-de-problemen-aan-de-dwarshaspel-in-zevenhuizen/

[6] http://www.ditisroden.nl/pages/archiefbericht.php?n_id=4733

[7] https://www.kvk.nl/orderstraat/bedrijf-kiezen/?q=01151276

[8] https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2013-10992.html

Indiendatum: nov. 2016
Antwoorddatum: 1 dec. 2018

Datum 24 JAN. 2017
Briefnummer 2017-01646/4/A.17, BJC
Behandeld door P.Bijl
Antwoord op uw brief van 7 november 2016
Onderwerp Schriftelijke vragen betreffende uitspraak van ABRvS over veehouderij te Leek

Geachte mevrouw Voerman,
Bij uw bovenvermelde brief heeft u ons, namens de Statenfractie van de Partij voor de Dieren, een aantal vragen gesteld over de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State inzake de verleende omgevingsvergunning voor uitbreiding van een veehouderij te Leek. Wij beantwoorden uw vragen als volgt.


Vraag 1
De ABRvS heeft naar onze mening geoordeeld dat:
a. de gemeente de Wabo verkeerd toepaste, waardoor omwonenden een kans op het indienen van een zienswijze is ontnomen (rechtsoverweging 2.2j;
b. het college van B&W een belangrijk punt ook niet zelf onder de aandacht van de Raad heeft gebracht, zodat die er bij het opstellen van een verklaring van geen bedenkingen geen rekening mee hield (rechtsoverweging 2.3);
c. het gebruik als intensieve veehouderij eigenlijk onterecht onder het overgangsrecht van het bestemmingsplan is komen te vallen, maar dat daar schijnbaar niets meer aan kan worden gedaan (rechtsoverweging 4.5);
Klopt dit met uw lezing? Deelt u de zorgen van onze fractie, dat er bij gemeentes in onze provincie soms te weinig kennis is om ruimtelijke vraagstukken goed af te handelen? Ziet u voor uzelf of voor de Omgevingsdienst hierin een (verdere) rol, zo ja, welke?

Antwoord
Uw samenvatting van de uitspraak is correct. Wij delen niet uw zorg dat het kennisniveau bij gemeenten op het gebied van het ruimtelijk bestuursrecht in het algemeen te wensen overlaat.

Vraag 2
Bent u het met ons eens, dat er hier- anders dan de ABRvS lijkt te vinden - in principe sprake is van een nieuwvestiging van een intensief veehouderijbedrijf, aangezien die bestemming niet op het bedrijf lag? Zo ja, wat voor gevolgen ziet u voorde aanvraag van dit bedrijf aangezien nieuwvestiging volgens de omgevingsverordening niet toegestaan is? Indien uw antwoord nee is, waarom niet?

Antwoord
Op grond van de Omgevingsverordening is van nieuwvestiging sprake als de uitoefening van intensieve veehouderij mogelijk wordt gemaakt op een locatie waar feitelijk nog geen intensieve veehouderij wordt uitgeoefend. Die situatie doet zich hier niet voor; op de onderhavige bedrijfslocatie is al sinds tientallen jaren een varkenshouderij gevestigd.

Vraag 3
Bent u het met ons eens dat de definitie van "nieuwvestiging" wel in de omgevingsverordening opgenomen had moeten worden? Wat vindt u ervan dat dit niet opgenomen was, en de ABRvS dat zelf moest uitleggen? Is dit voor u reden om de Omgevingsverordening aan te passen/uit te breiden?

Antwoord
Uit het antwoord op vraag twee blijkt dat er in deze situatie geen sprake is van nieuwvestiging. In de toelichting op de (nieuwe) Omgevingsverordening 2016 bij het onderdeel 'Nieuwvestiging en uitbreiding hoofd- of neventak intensieve veehouderij niet toegestaan' is beschreven wat onder nieuwvestiging moet worden verstaan.

Vraag 4
Bent u bekend met vergelijkbare situaties in onze provincie, namelijk dat door fouten van gemeentes toch de bedoeling van de Omgevingsverordening wordt omzeild? Kunnen dergelijke situaties zich elders voordoen? Zo ja, hoeveel situaties zijn u bekend? Wat vindt u hiervan? Bent u in staat en bereid om daartegen maatregelen te nemen?

Antwoord
Er zijn ons geen gevallen bekend dat gemeenten fouten maken waardoor de bedoeling van de Omgevingsverordening wordt omzeild.

Vraag 5
Bent u het met ons eens dat, mede met het oog op zaken als dierenwelzijn, de bijbehorende import van meestal buitenlandse, onverantwoord geteelde soja-voer en schade voor natuur en milieu, intensieve veehouderij in het algemeen, geen ruimte voor uitbreiding zou mogen krijgen in onze provincie? Graag uw antwoord motiveren.

Antwoord
Wij verwijzen kortheidshalve naar het in deel C van de Omgevingsvisie verwoorde beleid ten aanzien van intensieve veehouderij (par. 14.2).

Vraag 6
Volgens gegevens van Oozo.nl is het bedrijf, gelegen aan de Dwarshaspel 15 te Zevenhuizen, op 13 november 2013 door de brandweer bezocht. Volgens Compactmedia waren er toen 50 varkens dooreen rooster gezakt en was er eerder in 2013 ook al een brand geweest bij dezelfde varkenshouder, maar op een andere locatie, waarbij zo'n 1200 dieren omgekomen zijn. Deze brand zou het adres Zevenhuisterweg 64 te Nieuw-Roden betreffen en daar is volgens het register van de Kamer van Koophandel de onderneming A. Kroesbergen met KvK-nummer 01151276 gevestigd. Uit een MER-beoordelingsbesluit uit 2013 blijkt dat de aanvraag voor Dwarshaspel 15 voor 2980 vleesvarkens eveneens van (een) "A. Kroesbergen" afkomstig was.
Betreffen deze feiten allemaal dezelfde ondernemer als in de uitspraak van de ABRvS en de persberichten van de afgelopen tijd? Zo ja, bent u het dan met onze fractie eens dat het erop lijkt dat deze varkenshouder het wellicht niet zo nauw neemt met de veiligheid van dier en omgeving en dat deze voorgeschiedenis meegewogen zou moeten worden door de gemeente bij de nieuwe besluitvorming over deze uitbreiding? Zo nee, waarom niet? Zo Ja, bent u dan bereid om die visie met de gemeente te delen en erop aan te dringen dat deze geen medewerking verleent aan de uitbreiding? Graag uw antwoord motiveren.

Antwoord
Het toezicht op de constructieve veiligheid en brandveiligheid van gebouwen berust bij de gemeenten, niet alleen bij de vergunningverlening, maar ook in de fase van het gebruik van de gebouwen (handhaving). Met verwijzing naar het antwoord op vraag 1 zien wij geen aanleiding om hierover in contact te treden met het gemeentebestuur.
Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Hoogachtend,
Gedeputeerde Staten van Groningen

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer