Vogel­griep: Partij voor de Dieren maant provincie tot actieve aanpak


29 april 2021

De Partij voor de Dieren vraagt de provincie opnieuw om zich in te zetten voor het bestrijden van de vogelgriep. De ziekte wordt inmiddels in de hele provincie aangetroffen. Opruimen van de dode dieren is noodzakelijk ter bescherming van zowel de volksgezondheid als de overgebleven vogels. Het is sinds kort verplicht om kadavers op te ruimen om verdere verspreiding te voorkomen. De provincie heeft bovendien een zorgplicht voor de overgebleven levende dieren – besmette dieren sterven een langzame dood. De Partij voor de Dieren vraagt het College van GS om niet langer achterover te leunen en wil weten wanneer en door wie er actie ondernomen wordt.

De verantwoordelijkheden en te nemen maatregelen voor het inperken van ziekte worden al maanden kundig heen en weer geschoven tussen Rijk/NVWA, provincies, gemeenten en veiligheidsregio’s, waardoor er weinig gebeurt. Momenteel ruimen terreinbeheerders op enkele plekken, waar veel publiek komt, wel dode dieren op. In de natuurgebieden zelf blijven ze liggen. Vorige week is nieuwe Europese wetgeving van kracht geworden die voorschrijft dat het opruimen van kadavers, óók van wilde vogels, verplicht is ter bestrijding van de ziekte. Ankie Voerman: ‘Er moet nu snel gehandeld worden. In de meivakantie trekken veel mensen de natuur in, met het risico dat ze via hun schoenen de griep verder verspreiden. Ganzen, eenden, maar ook roofvogels en steltlopers zijn vatbaar en er dreigt dus nog meer sterfte en lijden. Iemand moet de regie nemen en samenwerking coördineren, voordat het verder uit de hand loopt.’ Vrijwilligers van dierenambulances en dierenopvangcentra hebben hulp aangeboden, echter hier wordt vooralsnog niet op gereageerd.

Vorig jaar stelde de partij ook al vragen over de aanpak van de vogelgriep. Zij drong hierbij onder andere aan op een jachtverbod, omdat jagers de ziekte ook verder verspreiden. De provincie reageerde terughoudend en stelde dat zij geen actieve rol op zich hoefde te nemen. Een al te makkelijke reactie volgens Voerman: ‘Beseft de overheid wel voldoende welk gevaar de vogelgriep meebrengt? Het virus kan in grote kippenstallen verder muteren tot zeer besmettelijke varianten die van mens op mens overdraagbaar zijn. Daarmee ligt een nieuwe pandemie op de loer – ik denk niet dat iemand daar behoefte aan heeft.’ In het Westerkwartier werden vorig jaar al 48.000 leghennen gedood nadat er vogelgriep was aangetroffen op het bedrijf. De hoge dierdichtheid in de Nederlandse intensieve veehouderij wordt door virologen als een tikkende tijdbom beschouwd.