Vragen zout­winning Waddenzee


Indiendatum: okt. 2014

Statenvragen van de Partij voor de Dieren Statenfractie Groningen aan het college van GS op grond van artikel 46 van het Reglement van Orde.

Geacht college,

Onlangs verleende staatssecretaris Dijksma een Natuurbeschermingswetvergunning aan het bedrijf Frisia om zout te gaan winnen uit de Waddenzee. Onder natuurorganisaties en kustbewoners leven grote zorgen over de gevolgen van de winning voor de natuur, met name trekvogels, alsmede de kustveiligheid van de Waddeneilanden door de voorspelde bodemdaling en zanderosie.

Wij stellen u graag de volgende vragen:

  1. Bent u het met De Partij voor de Dieren, de Waddenvereniging, Vogelbescherming, Natuurmonumenten en de gemeenten Texel en Terschelling eens dat zoutwinning negatieve gevolgen kan hebben voor de Waddenzee en de kustbewoners? Zo nee, kunt u dit toelichten? Zo ja, wanneer en op welke wijze hebt u deze mening naar buiten gebracht?
  2. Is er in het proces naar de vergunningverlening toe contact geweest tussen a. de Waddenprovincies onderling, en b. tussen de provincie Groningen en de staatssecretaris? Zo ja, wat was hiervan de insteek en de uitkomst? Zo nee, hoe kan het dat de provincie Groningen, als Waddenprovincie, geen stem heeft gehad in het proces?
  3. Bent u bereid om samen met de andere Waddenprovincies en de eilanden te onderzoeken wat er gedaan kan worden om de zoutwinning alsnog ongedaan te maken?
  4. Bent u van mening dat de Natuurbeschermingswet afdoende bescherming biedt om een natuurgebied als de Waddenzee te beschermen, gezien het grote aantal activiteiten dat onder deze wet vergund wordt, en de mogelijke cumulatieve effecten hiervan? Zo ja, kunt u dit toelichten? Zo nee, bent u bereid stappen te ondernemen om hier verandering in te brengen?
  5. Gedeputeerde Staghouwer vertegenwoordigt de waddenprovincies in de regiekamer van het programma “Naar een Rijke Waddenzee”. Hoe verhoudt de voorgenomen zoutwinning zich tot bovengenoemd programma, gegeven dat natuurherstel het belangrijkste doel is?
  6. Acht u het moreel verantwoord en duurzaam om zout te winnen onder een kwetsbaar natuur- en kustgebied en werelderfgoed, terwijl enkele honderden kilometers verderop aan de Duitse Waddenkust tonnen zout in het water geloosd worden? Kunt u uw antwoord toelichten?
  7. Bent u van mening dat het beheer van het Wad nog functioneel is, gezien het feit dat er 13 verschillende beherende organisaties in het spel zijn, en kunt u dit toelichten?

Met vriendelijke groet,

Kirsten de Wrede

Indiendatum: okt. 2014
Antwoorddatum: 16 dec. 2014

Geachte mevrouw De Wrede,

Bij brief van 10 oktober jl. stelt u vragen over de Natuurbeschermingswet­ vergunning die door staatssecretaris Dijksma is afgegeven aan Frisia om zout te winnen in de Waddenzee. Deze brief vormt de beantwoording op uw vragen.

Vraag 1. Bent u het met De Partij voor de Dieren, de Waddenvereniging, Vogelbescherming, Natuurmonumenten en de gemeenten Texel en Terschelling eens dat zoutwinning negatieve gevolgen kan hebben voor de Waddenzee en de kustbewoners? Zo nee, kunt u dit toelichten? Zo ja, wanneer en op welke wijze hebt u deze mening naar buiten gebracht?
Antwoord: Het ministerie van EZ is bevoegd gezag voor vergunningverlening van deze activiteit. Naar ons oordeel heeft het ministerie de gevolgen van de zoutwinning op de natuur en kustveiligheid zorgvuldig getoetst. Uit onderzoek is gebleken dat significante effecten op wadvogels zijn uit te sluiten, mits monitoring plaatsvindt en in de vergunning het "hand aan de kraan" principe gehanteerd wordt.

Vraag 2. Is er in het proces naar de vergunningverlening toe contact geweest tussen a. de Waddenprovincies onderling, en b. tussen de provincie Groningen en de staatssecretaris? Zo ja, wat was hiervan de insteek en de uitkomst? Zo nee,hoe kan het dat de provincie Groningen, als Waddenprovincie, geen stem heeft gehad in het proces?
Antwoord: Nee, er is geen contact geweest tussen het ministerie en de provincie Groningen. Gelet op de bevoegdheidsverdeling tussen provincie en Rijk zoals vastgelegd in het 'Besluit vergunningen' bij de Nb-wet is alleen het ministerie van EZ bevoegd gezag voor winning van diepe delfstoffen en bestaat alleen de wettelijke verplichting om de provincie bij de procedure te betrekken op wiens grondgebied de voorgenomen activiteit valt, conform artikel 44 lid 3 van de Nb-wet. Het ministerie heeft dan ook de provincie Friesland om een zienswijze op de aanvraag verzocht aangezien de voorgenomen zoutwinning plaats zal vinden bij Harlingen.


Vraag 3. Bent u bereid om samen met de andere Waddenprovincies en de eilanden te onderzoeken wat er gedaan kan worden om de zoutwinning alsnog ongedaan te maken?
Antwoord: Nee, wij zien daar geen aanleiding, zie het antwoord op vraag 1.

Vraag 4. Bent u van mening dat de Natuurbeschermingswet afdoende bescherming biedt om een natuurgebied als de Waddenzee te beschermen, gezien het grote aantal activiteiten dat onder deze wet vergund wordt, en de mogelijke cumulatieve effecten hiervan? Zo ja, kunt u dit toelichten? Zo ne e, bent u bereid stappen te ondernemen om hier verandering in te brengen?
Antwoord: Wij zijn van oordeel dat de Natuurbeschermingswet afdoende bescherming levert voor de Waddenzee. In de vergunningverlening worden cumulatieve effecten met andere plannen en projecten steeds meegenomen. Naast vergunningen spelen tevens beheerplannen een rol in de bescherming van het N2000 gebied.

Vraag 5. Gedeputeerde Staghouwer vertegenwoordigt de waddenprovincies in de regiekamer van het programma "Naar een Rijke Waddenzee". Hoe verhoudt de voorgenomen zoutwinning zich tot bovengenoemd programma, gegeven dat natuurherstel het belangrijkste doel is?
Antwoord: Wij gaan er, zoals ook in het antwoord op vraag 1 is aangegeven, van uit dat het ministerie de gevolgen van de zoutwinning zorgvuldig heeft getoetst en pas tot vergunningverlening overgegaan is nadat, mede door voorschrijven van monitoring en benutting van het "hand aan de kraan" principe en er dus geen sprake is van belangrijke natuureffecten op de Waddenzee.

Vraag 6. Acht u het moreel verantwoord en duurzaam om zout te winnen onder een kwetsbaar natuur- en kustgebied en werelderfgoed, terwijl enkele honderden kilometers verderop aan de Duitse Waddenkust tonnen zout in het water geloosd worden? Kunt u uw antwoord toelichten?
Antwoord: Zoals eerder aangegeven gaan wij ervan uit dat de zoutwinning onder de Waddenzee geen ecologische effecten veroorzaakt. In antwoord op Kamervragen naar de bruikbaarheid van Duitse pekel heeft minister Kamp laten uitzoeken of het gebruik van Duitse pekel voor zoutproductie door Frisia een alternatief kan zijn voor de zoutwinning onder de Waddenzee. Kort samengevat is de conclusie dat de kostprijs van het aldus geproduceerde zout ruim boven de marktprijs van zout zou uitkomen en er dus geen bedrijfseconomische haalbare business case mogelijk is. De betreffende brief is te vinden op de site van de Tweede Kamer.


Vraag 7. Bent u van mening dat het beheer van het Wad nog functioneel is, gezien het feit dat er 13 verschillende beherende organisaties in het spel zijn, en kunt u dit toelichten?
Antwoord: In het kader van de Samenwerkingsagenda beheer Waddenzee werken wij samen met de partners aan de verbetering van het beheer in het Waddengebied. Het doel is de samenwerking te verbeteren en de verantwoordelijkheden te verscherpen.

Afsluiting
Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer