Vragen visstand Waddenzee


Indiendatum: apr. 2014

Statenvragen van de Partij voor de Dieren Statenfractie Groningen aan het college van GS op grond van artikel 46 van het Reglement van Orde.

Geacht college,

Het NIOZ bracht recentelijk naar buiten dat de visstand in de Waddenzee achteruit gaat[1]. Zowel de hoeveelheid als soortenrijkdom zijn drastisch teruggelopen. Mogelijke oorzaken die genoemd worden zijn onder andere overbevissing en zandsuppletie. De Waddenzee is een kraamkamer voor Noordzeevis, en de teruglopende visstand vormt een verdere bedreiging voor toekomstige gezonde vispopulaties.

De heer Bakker van de Statenfractie van VVD stelde hierover in de Provinciale Statenvergadering van 16 april jl. een vraag. Hierop antwoordde Gedeputeerde Bouwmans dat er contact is tussen Gedeputeerde Staghouwer en Rijkswaterstaat over de visstand en dat de bereidheid er is om de achteruitgang tegen te gaan.

Recentelijk heeft de provincie €760.000 euro subsidie toegekend voor de visserij in Hoogeland. Met deze bijdrage wordt o.a. beoogd de concurrentiekracht van de lokale visserij vergroten en de werkgelegenheid te stimuleren. De subsidie wordt onder andere besteed aan ontwikkeling van nieuwe visproducten en het aantrekken van een nieuwe generatie vissers[2]. De afgelopen jaren zijn er meer van dergelijke visserijbevorderende provinciale subsidies verleend.

Graag stellen wij u de volgende vragen:

  1. Welke actie bent u van plan te ondernemen om te proberen de achteruitgang een halt toe te roepen?
  2. Bent u het met de Partij voor de Dieren eens, dat overbevissing waarschijnlijk één van de oorzaken is van de achteruitgang van de visstand in de Waddenzee? Zo ja, bent u bereid de visserij aan banden te leggen? Zo nee, waarom niet?
  3. Hoe beoordeelt u het verstrekken van bovengenoemde en vergelijkbare visserijsubsidie(s), die het onttrekken van meer vissen uit de Waddenzee stimuleren, in het kader van de achteruitgang van de visstand?
  4. Bent u bereid bovengenoemde en vergelijkbare subsidie in te trekken, ofwel aanvullende voorwaarden te stellen naar aanleiding van teruglopende visstand? Zo ja, kunt u dit toelichten? Zo nee, waarom niet?

Met vriendelijke groet,

Anja Hazekamp

Partij voor de Dieren

1. Welke actie bent u van plan te ondernemen om te proberen de achteruitgang een halt toe te roepen?

Wij hebben kennis genomen van de door u aangehaalde berichten over de uitkomsten van langjarige monitoring door het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee naar aantallen en hoeveelheden vissoorten in het Marsdiep. Hieruit blijkt over een periode van 50 jaar een beduidende afname van verscheidene vissoorten, maar voor bepaalde soorten ook een toename. Door de onderzoekers in het bijzonder en de wetenschap in het algemeen kan geen duidelijke oorzaak voor de afnemende visstand worden gegeven. Diverse omstandigheden worden als mogelijkheid genoemd, waaronder voortdurende zandsuppletie langs de Noordzeekust, de nog steeds voortdurende gevolgen van de afsluiting van de Zuiderzee en de Lauwerszee, klimaatverandering c.q. temperatuurstijging van het zeewater en zo mogelijk invloed van de visserij. Waar dermate onduidelijkheid bestaat over oorzaken en omstandigheden, alsook welke mitigerende maatregelen eventueel in aanmerking zouden komen, is het in de eerste plaats aan kennisinstellingen om verder onderzoek te doen. Het ligt niet in de rede van de provincie hierin acties te ondernemen.

2. Bent u het met de Partij voor de Dieren eens, dat overbevissing waarschijnlijk één van de oorzaken is van de achteruitgang van de visstand in de Waddenzee? Zo ja, bent u bereid de visserij aan banden te leggen? Zo nee, waarom niet?

Nee. Zoals bij vraag 1. aangegeven, kunnen de oorzaken en omstandigheden van afname van de visstand verscheiden zijn en is de invloed van de verschillende factoren onduidelijk. Daarom achten wij het voorbarig daar uitspraken over te doen. Waar u spreekt over maatregelen jegens de visserij, merken wij op dat de provincie op dat vlak niet over bevoegdheden beschikt. De uitvoering en vergunningverlening krachtens zowel de visserij- als natuurwetgeving is een zaak van de rijksoverheid. Inmiddels zijn voor belangrijke visserijsegmenten in de Waddenzee via convenanten met visserij- en natuurorganisaties afspraken vastgelegd rond natuurontwikkeling en beheersing van visserijdruk. Te noemen het convenant voor de mosselsector en de handkokkelvisserij. Ondertussen wordt gewerkt aan eveneens een convenant voor de garnalensector die actief is op de Waddenzee.


3. Hoe beoordeelt u het verstrekken van bovengenoemde en vergelijkbare visserijsubsidie(s), die het onttrekken van meer vissen uit de Waddenzee stimuleren, in het kader van de achteruitgang van de visstand?

De door u bedoelde subsidies zijn verleend in het kader van het Europees visserijfonds, deelprogramma Duurzame ontwikkeling visserijgebieden. De projecten krachtens dit programma zijn van lokale en regionale aard en gericht op een meer duurzame visserij bijvoorbeeld door visvangst meer op het seizoen af te stemmen, energiebesparing voor motoren en koeling, verminderen van bijvangst, toerisme, kwaliteitsbevordering, educatie en het verkorten van de keten visserij-horeca. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan verduurzaming, innovatie, regionale verankering, inkomensverbetering en imago van de visserijsector.

4. Bent u bereid bovengenoemde en vergelijkbare subsidie in te trekken, ofwel aanvullende voorwaarden te stellen naar aanleiding van teruglopende visstand? Zo ja, kunt u dit toelichten? Zo nee, waarom niet?

Nee, daargelaten dat daarvoor een rechtsgeldige grondslag ontbreekt, mag uit beantwoording van vorige vragen blijken dat dit niet opportuun is.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer