Vragen betref­fende kraai­en­schiet­dagen


Indiendatum: mrt. 2014

Geacht college,

Wildbeheereenheid (WBE) Drachten zou afgelopen zaterdag, 22 maart, een ‘Kraaiendag’ houden, waarbij het doel is om onbegrensd en willekeurig zoveel mogelijk kraaien en kauwtjes te doden. De winnaar, die de eerste vogels geschoten had,zou een ‘mooie prijs’ krijgen. De aankondiging van dit evenement leidde tot grote maatschappelijk weerstand, waarna de WBE Drachten dit dodelijke festijn heeft afgeblazen .

Aanstaande zaterdag organiseren verschillende WBE’s in de provincie Groningen (waaronder Noordelijk Westerkwartier, Fivelgo, Oldambt, Noord-West Groningen de “Provinciale WBE Kraaiendag” . De Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging vraagt jaarlijks aandacht voor deze kraaiendagen.

De Partij voor de Dieren heeft, naar aanleiding van bovenstaande gegevens, de volgende vragen:

1. Bent u op de hoogte van de door WBE’s georganiseerde Kraaiendag, die aanstaande zaterdag plaatsvindt?
2. De provincie blijkt geen gegevens te hebben van aantallen dieren die geschoten worden tijdens dergelijke schietfeesten. Hoe beoordeelt u het feit dat de provincie geen inzicht heeft in deze gegevens?
3. Kunt u aangeven hoe geborgd is dat door evenementen waarbij op grote schaal in een groot deel van de provincie zoveel mogelijk kraaien en kauwtjes geschoten worden de ‘gunstige staat van instandhouding van deze soorten’ niet in gevaar komt? Zo nee, waarom niet?
4. Deelt u de mening dat het aselect afschieten van dieren in de broedtijd afkeurenswaardig is? Zo nee, waarom niet? Zo ja, bent u bereid te doen wat in uw macht ligt om deze praktijken een halt toe te roepen?
5. Erkent u dat, mede gelet op het zachte weer, de kans groot is dat de provinciale kraaiendag wordt gehouden terwijl verschillende vogelsoorten aan het broeden zijn? Zo ja, vindt u dat wenselijk? Zo nee, wat houdt de jagers tegen?
6. Vindt u het massaal en georganiseerd afschieten van beschermde dieren in overeenstemming met het provinciaal faunabeleid? Zo ja, waarom? Zo nee, welke actie gaat u naar aanleiding hiervan ondernemen?
7. Bent u met de Partij voor de Dieren van mening dat het wedstrijdelement de selectiviteit van het afschot niet ten goede zal komen? Zo ja, bent u bereid handhavend optreden te stimuleren tijdens dergelijke evenementen wanneer blijkt dat dieren onnodig lijden of wanneer andere beschermde dieren slachtoffer worden? Zo nee, waarom niet?
8. Bent u met de Partij voor de Dieren eens dat van deze kraaiendagen bijdragen aan het slechte imago van zwarte vogels? Zo ja, denkt u dat het doodschieten van een roek door een 18-jarige hier hiermee verband houdt? Zo nee, waarom niet?
9. Erkent u het feit dat kraaien en kauwtjes in de natuur en voor de mens ook een nuttige functie hebben en dat zij intelligente, voelende wezens zijn? Zo ja, bent u bereid om een bijdrage te leveren ter verbetering van het imago van de zwarte kraai en kauw? Zo nee, waarom niet?
10. Erkent u dat er vele andere opties zijn om overlast door kraaien en kauwtjes te beperken, behalve het doden van het dier? Zo ja, op welke wijze gaat u het gebruik van deze middelen stimuleren in de provincie? Zo nee, waarom niet?


Met vriendelijke groet,

Anja Hazekamp
Partij voor de Dieren

Indiendatum: mrt. 2014
Antwoorddatum: 23 apr. 2014

Geachte mevrouw Hazekamp,

Bij uw brief van 28 maart jl. zond u ons een 10-tal vragen met betrekking tot door wildbeheereenheden georganiseerde "kraaiendagen". De beantwoording van deze vragen treft u hieronder aan.

Vraag 1 Bent u op de hoogte van de door WBE's georganiseerde Kraaiendag, die aanstaande zaterdag plaatsvindt?
Antwoord: Ja.

Vraag 2 De provincie blijkt geen gegevens te hebben van aantallen dieren die geschoten worden tijdens dergelijke schietfeesten. Hoe beoordeelt u het feit dat de provincie geen inzicht heeft in deze gegevens?
Antwoord: Zwarte kraaien en kauwen staan op de zogenaamde landelijke vrijstellingslijst. Dit betekent dat de minister heeft bepaald dat zij op grond van een vrijstelling ex art. 65 van de Flora- en faunawet mogen worden afgeschoten ter bestrijding of voorkoming van landbouwschade op WBE-niveau. Aangezien het gaat om een landelijke vrijstelling, is het monitoren van de staat van instandhouding van deze soorten of van het aantal geschoten dieren tijdens bedoelde 'kraaiendagen' geen provinciale taak.

Vraag 3 Kunt u aangeven hoe geborgd is dat door evenementen waarbij op grote schaal in een groot deel van de provincie zoveel mogelijk kraaien en kauwtjes geschoten worden de "gunstige staat van instandhouding" van deze soorten niet in gevaar komt? Zo nee, waarom niet?
Antwoord: De minister heeft de zwarte kraai en de kauw gekenmerkt als soorten die in het gehele land belangrijke schade aanrichten en een landelijke vrijstelling afgegeven van het verbod op het doden van deze soorten, ter voorkoming en bestrijding van belangrijke schade. Hierbij moet op grond van de Flora- en faunawet de afweging worden gemaakt of de gunstige staat van instandhouding van deze soorten daardoor in gevaar komt. Gezien het feit dat er een vrijstelling is afgegeven, is de conclusie van de minister geweest dat de landelijke vrijstelling geen afbreuk doet aan gunstige staat van instandhouding van de zwarte kraai en de kauw.

Vraag 4 Deelt u de mening dat het aselect afschieten van dieren in de broedtijd afkeurenswaardig is? Zo nee, waarom niet? Zo ja, bent u bereid te doen wat in uw macht ligt om deze praktijken een halt toe te roepen?
En vraag 5 Erkent u dat, mede gelet op het zachte weer, de kans groot is dat de provinciale kraaiendag wordt gehouden terwijl verschillende vogelsoorten aan het broeden zijn? Zo ja, vindt u dat wenselijk? Zo nee, wat houdt de jagers tegen?
Antwoord: Aangezien het gaat om een landelijke vrijstelling, is het niet aan de provincie hier een oordeel over te hebben of een verbod op te leggen. Daarnaast kent de vrijstelling geen restricties voor wat betreft het afschieten van zwarte kraaien en kauwen in de broedtijd.

Vraag 6 Vindt u het massaal en georganiseerd afschieten van beschermde dieren in overeenstemming met het provinciaal faunabeleid? Zo ja, waarom? Zo nee, welke actie gaat u naar aanleiding hiervan ondernemen?
Antwoord: De zwarte kraaien en kauwen worden afgeschoten op grond van een landelijke vrijstelling van het verbod op het doden van deze soorten. Het provinciale faunabeleid doet hierbij niet ter zake en wij zullen dan ook geen actie ondernemen.

Vraag 7 Bent u met de Partij voor de Dieren van mening dat het wedstrijdelement de selectiviteit van het afschot niet ten goede zal komen? Zo ja, bent u bereid handhavend optreden te stimuleren tijdens dergelijke evenementen wanneer blijkt dat dieren onnodig lijden of wanneer andere beschermde dieren het slachtoffer worden? Zo nee, waarom niet?
Antwoord: Onze mening hierover is in dit geval niet relevant. De Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit is de aangewezen instantie om handhavend op te treden als het gaat om een landelijke vrijstelling. Provinciale inspecteurs Groene Wetten, die tevens Bijzonder Opsporingsambtenaar zijn, onder de vlag van het Openbaar Ministerie, kunnen eveneens handhaven, maar zijn niet het eerste aanspreekpunt. Wanneer zij echter tijdens steekproefsgewijze handhavingswerkzaamheden onregelmatigheden constateren, waarbij de Flora-en Faunawet wordt overtreden, zullen zij actie ondernemen. Van provinciezijde zullen wij hier geen extra inzet op plegen.

Vraag 8: Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat deze kraaiendagen bijdragen aan het slechte imago van zwarte vogels? Zo ja, denkt u dat het doodschieten van een roek door een 18-jarige hiermee verband houdt? Zo nee, waarom niet?
Antwoord: Ons oordeel hierover doet in dit verband niet ter zake. Het incident waar u op doelt was een overtreding van de Flora- en faunawet, waarop adequaat actie is ondernomen door de handhavende instantie.

Vraag 9 Erkent u het feit dat kraaien en kauwtjes in de natuur en voor de mens ook een nuttige functie hebben en dat zij intelligente, voelende wezens zijn? Zo ja, bent u bereid om een bijdrage te leveren ter verbetering van het imago van de zwarte kraai en de kauw? Zo nee, waarom niet?
Antwoord:Op grond van de Flora- en faunawet is het doden van dieren onder bepaalde voorwaarden toegestaan en in dit geval gaat het om een landelijke vrijstelling.De provincie is het bevoegde gezag als het gaat om het verlenen van ontheffingen van het verbod op het doden van beschermde inheemse dieren (waarvoor geen landelijke vrijstelling geldt), onder andere ter bestrijding van landbouwschade. Hierbij vindt een zorgvuldige afweging plaats. Het verbeteren van het imago van bepaalde soorten verstaan wij niet als onderdeel van de uitvoering van deze wettelijke taak.

Vraag 10 Erkent u dat er vele andere opties zijn om overlast door kraaien en kauwtjes te beperken, behalve het doden van het dier? Zo ja, op welke wijze gaat u het gebruik van deze middelen stimuleren in de provincie? Zo nee, waarom niet?
Antwoord Het gaat in dit geval om een landelijke vrijstelling, waarbij de minister heeft afgewogen of er andere bevredigende oplossingen zijn om landbouwschade te bestrijden. Gezien het bovenstaande zien wij het niet als onze taak en zijn wij niet voornemens om het gebruik van alternatieve middelen te stimuleren.

Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer