Vragen mega­melk­vee­hou­derij Belling­wedde


Indiendatum: apr. 2014

Statenvragen van de Partij voor de Dieren Statenfractie Groningen aan het college van GS op grond van artikel 46 van het Reglement van Orde.

Geacht college,

In Wedderveer, gemeente Bellingwedde, staat een uitbreiding van een melkveehouderij gepland tot ruim duizend dieren. Deze zullen gestald worden op twee naast elkaar gelegen bouwblokken maar zijn van één eigenaar.

Wij willen u graag de volgende vragen voorleggen:

  1. Kunt u uiteenzetten of volgens u de situatie van twee naast elkaar gelegen bouwblokken van één bedrijf toegestaan is volgens de Omgevingsverordening, in acht nemend dat een dergelijke uitbreiding op één perceel niet zonder meer toegestaan zou worden?
  2. Deelt u het oordeel van de Partij voor de Dieren dat een dergelijke opzet niet de bedoeling was van Provinciale Staten toen zij een maximum aan het bouwblok vaststelden? Zo ja, welke maatregelen gaat u treffen en op welke termijn om dit te repareren? Zo nee, kunt u dit toelichten?
  3. Bent u van mening dat er überhaupt een maximum gesteld dient te worden aan het aantal bouwblokken dat naast elkaar mag worden volgebouwd? Zo ja, hoe gaat u dit vastleggen in de Omgevingsverordening? Zo nee, waarom niet?
  4. Hoe gaat u borgen dat naast elkaar liggende bedrijven van megastal-proportie ook gaan voldoen aan de voorwaarden van het Groninger Verdienmodel, zodat er geen 'ontsnappings-route' ontstaat?

Staatssecretaris Dijksma heeft aangegeven dat de melkveehouderij grondgebonden dient te zijn als het melkquotum volgend jaar wordt afgeschaft. Megamelkveehouderijen overschrijden bijna altijd de norm van 1 á 2 GVE per hectare en hebben dus een mestoverschot, waardoor er mestverwerking plaats moet vinden. Het PBL geeft aan dat er in 2015 onvoldoende capaciteit zal zijn om alle mest te verwerken.

  1. Kunt u aangeven hoe u aankijkt tegen het snel groeiende aantal megamelkveehouderijen gezien de toekomstige eis tot grondgebondenheid en beperkte capaciteit tot mestverwerking? Worden er door het toestaan van talloze uitbreidingen geen probleemcases gefaciliteerd, waarvan het milieu de dupe wordt en deze veehouders over enkele jaren tegen wettelijke en financiële problemen aanlopen?

Met vriendelijke groet,
Anja Hazekamp
Partij voor de Dieren

Indiendatum: apr. 2014
Antwoorddatum: 4 jun. 2014

Geachte mevrouw Hazekamp,

Bij uw bovenvermelde brief, heeft u aan ons een aantal vragen gesteld over een voorgenomen uitbreiding van een bestaand melkrundveehouderijbedrijf aan de Hoofdweg Wedderveer te Wedde in de gemeenteBellingwedde. Wij beantwoorden uw vragen als volgt.

Volgens door de gemeente verstrekte informatie, is aan de Hoofdweg Wedderveer 73 te Wedde een melkrundveebedrijf gevestigd. Op het naastgelegen perceel Hoofdweg Wedderveer 71 werd tot voor enkele jaren geleden een varkenshouderijbedrijf uitgeoefend. Thans vinden hier geen agrarische activiteiten plaats. Op beide percelen kan op basis van het geldende bestemmingsplan een agrarisch bedrijf worden uitgeoefend. Beide percelen zijn voorzien van een agrarisch bouwperceel, waarbinnen agrarische bebouwing moet worden geconcentreerd. De beide bouwpercelen grenzen aan elkaar en hebben een gezamenlijke oppervlakte van 3,5 hectare.

In het in voorbereiding zijnde nieuwe bestemmingsplan voor het buitengebied, krijgen beide percelen wederom een agrarische bestemming, met elk een agrarisch bouwperceel, dat qua omvang gelijk is aan de omvang in het huidige bestemmingsplan. Ook in dit plan grenzen de bouwpercelen aan elkaar.

Het melkveehouderijbedrijf aan de Hoofdweg Wedderveer 73 is van plan om het naastgelegen agrarische perceel aan de Hoofdweg Wedderveer 71 aan te kopen.

Het melkveehouderijbedrijf heeft, anticiperend op de verwerving van het perceel, een omgevingsvergunning (bouw en milieu) aangevraagd voor de bouw van een ligboxenstal aan de Hoofdweg Wedderveer 71 en voor het houden van
602 melkkoeien, 430 kalfkoeien en 20 opfokstieren, verdeeld over de percelen Hoofdweg Wedderveer 73 en Hoofdweg Wedderveer 71. In de nieuwe ligboxenstal kunnen 325 koeien worden gehouden. In de bestaande gebouwen aan de Hoofdweg Wedderveer 71 zullen 240 stuks jongvee worden gehouden. Aan de Hoofdweg Wedderveer 73 worden momenteel 218 melkkoeien, 141 stuks jongvee en 2 opfokstieren gehouden.

Ten aanzien van het milieudeei van de omgevingsvergunning, worden de bedrijfsactiviteiten op beide percelen als eeÂn inrichting beschouwd, omdat sprake is van organisatorische, technische en/of functionele bindingen daartussen.

De bouw van de nieuwe ligboxenstal past binnen het geldende en het toekomstige bestemmingsplan.

Vraag 1
Kunt u uiteenzetten of volgens u de situatie van twee naast elkaar gelegen bouwblokken van eeÂn bedrijf toegestaan is volgens de Omgevingsverordening, In acht nemend dat een dergelijke uitbreiding op eeÂn perceel niet zonder meer toegestaan zou worden?

Antwoord
De Omgevingsverordening stelt regels over de mogelijkheid om in een bestemmingsplan nieuwe agrarische bouwpercelen te creëren en bestaande agrarische bouwpercelen uit te breiden. Omdat in dit geval geen sprake is van nieuwvestiging en evenmin van uitbreiding, verzet de Omgevingsverordening zich niet tegen de situatie, dat twee naast elkaar gelegen agrarische bouwpercelen door eeÂÂn bedrijf worden gebruikt.

Vraag 2
Deelt u het oordeel van de Partij voor de Dieren dat een dergelijke opzet niet de bedoeling was van Provinciale Staten toen zij een maximum aan het bouwblok vaststelden? Zo ja, welke maatregelen gaat u treffen en op welke termijn om dit te repareren? Zo nee, kunt u dit toelichten?

Antwoord
De regels in de Omgevingsverordening met betrekking tot de ontwikkelingsruimte van agrarische bedrijven, zijn gesteld voor nieuwvestiging en uitbreiding van agrarische bedrijven. Daarbij heeft de situatie van twee naast elkaar gelegen agrarische bouwpercelen die door een bedrijf worden gebruik, niet voor ogen gestaan. Voor zover ons bekend, komt een dergelijke bijzondere situatie elders in de provincie niet voor. Wij zien daarom geen reden om met een voorstel tot aanpassing van de Omgevingsverordening te komen, die erop gericht is om dit gebruik te voorkomen. De Omgevingsverordening is niet bedoeld om regelste stellen voor eeÂn enkel geval. Wij onderkennen echter dat de bouwpercelen in kwestie, hoewel deze elk een omvang van 2 hectare niet te boven gaan, planologisch kunnen worden gebruikt op een wijze en in een mate die vergelijkbaar is met een bouwperceel van 3,5 hectare. Deze gebruiksmogelijkheden zijn in beginsel groter dan die van de afzonderlijke delen, terwijl daarvoor geen planherziening nodig is en bijgevolg de maatwerkbenadering bij agrarische schaalvergroting en het Groninger Verdienmodel buiten toepassing blijven. In verband daarmee zullen wij het gemeentebestuur in overweging geven om de bouwmogelijkheden binnen de beide bouwpercelen afhankelijk te stellen van een nadere afwegingsprocedure, voor zover het gaat om gebouwen en andere bouwwerken met een schaalgrootte die de maat van een agrarisch bedrijf binnen een bouwperceel tot 2 hectare te boven gaan. In het kader van deze belangenafweging kunnen een goede ruimtelijke ordening en het Groninger Verdienmodel als voorwaarden worden gesteld.

Vraag 3
Bent u van mening dat er uberhaupt een maximum gesteld dient te worden aan het aantal bouwblokken dat naast elkaar mag worden volgebouwd? Zo ja, hoe gaat u dit vastleggen in de Omgevingsverordening? Zo nee, waarom niet?

Antwoord
Nee, Wij verwijzen daarvoor naar ons antwoord op vraag 2.

Vraag 4
Hoe gaat u borgen dat naast elkaar liggende bedrijven van megastal-proportie ook gaan voldoen aan de voorwaarden van het Groninger Verdienmodel, zodat er geen 'ontsnappingsroute' ontstaat?

Antwoord
Wij verwijzen hier naar ons antwoord op vraag 2.

Vraag 5
Kunt u aangeven hoe u aankijkt tegen het snelgroeiende aantal megamelkveehouderijen gezien de toekomstige eis tot grondgebondenheid en beperkte capaciteit tot mestverwerking? Worden er door het toestaan van talloze uitbreidingen geen probleemcases gefaciliteerd, waarvan het milieu de dupe wordt en deze veehouders over enkele jaren tegen wettelijke en financiele problemen aanlopen?

Antwoord
Op 1 januari 2014 is een nieuwe mestwet in werking getreden. Hiermee is door het rijk een nieuwe weg ingeslagen om het probleem van het mestoverschot op te lossen. Nieuw hierin is verplichte mestverwerking. Dit moet er voor zorgen dat op termijn voldoende mest wordt verwerkt, zodat wat resteert binnen de geldende normen kan worden toegepast in delandbouw.
Als gevolg van het vervallen van het stelsel van melkquotering op 1 april 2015, ontstaan voor de zuivelsector kansen om te groeien. Uiteraard dient deze groei plaats te vinden binnen de kaders van de mestwetgeving en de milieurandvoorwaarden. Blijkens haar brief van 12 december 2013 aan de Voorzitter van de Tweede Kamer over het toekomstige mestbeleid, zal de Staatsecretaris van Economische Zaken, binnen het publieke instrumentarium, borgen dat ook op bedrijfsniveau de productie blijft plaatsvinden binnen de milieurandvoorwaarden. Gelet hierop delen wij uw vrees niet, dat probleemsituaties ontstaan. Overigens is hier sprake van nationale wet- en regelgeving. De provincie ziet niet toe op correcte naleving hiervan.

Wij vertrouwen erop uw vragen hiermee voldoende te hebben beantwoord. Hoogachtend,

Gedeputeerde Staten van Groningen:

, voorzitter.

, secretaris.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer