Vragen over uitbraak van een dodelijke konij­nen­ziekte


Indiendatum: sep. 2016


Groningen, 5 september 2016

Betreft: Statenvragen van de Partij voor de Dieren Statenfractie Groningen aan het college van GS ex artikel 46 RvO betreffende de uitbraak van een dodelijke konijnenziekte;

Geacht College,

Vanaf begin december 2015 zijn vanuit diverse delen van het land meldingen binnengekomen over acute sterfte van zowel tamme als wilde konijnen. Uit onderzoek is gebleken dat een nieuwe variant van het Rabbit Hemorrhagic Disease (RHD), namelijk het RHD2-virus, deze plotselinge sterfte veroorzaakt.[1] Het RHD-virus greep voor het eerst om zich heen in de jaren ’90, wat toen naar schatting 75% van de wilde konijnen het leven kostte; bovendien zijn ook hazen vatbaar voor dit type ziekte.[2] Ondanks de snelle reproductiecyclus van konijnen zijn de oorspronkelijke populaties in sommige gebieden nog niet hersteld. De Universiteit van Utrecht waarschuwt dat kwetsbare populaties mogelijk onder een kritische ondergrens komen. Wilde konijnen zijn belangrijk voor de Nederlandse natuur. Van eerdere uitbraken van VHS in Nederland, en de daarmee gepaard gaande lage konijnenstand, is bekend dat het konijn een sleutelrol speelt bij ecosystemen op arme zandgronden en dat zonder konijnen niet alleen roofdieren hun voedselbron kwijtraken, maar ook de diversiteit in plantenvegetatie snel achteruit gaat.[3] Het konijnenvirus richt ook in Groningen inmiddels een slachting aan onder konijnen.[4]

Daarom stellen wij graag de volgende vragen:

1. Klopt het dat het konijn op “plezierjacht”-basis mag worden gedood van 15 augustus tot en met 31 december, en op basis van “schadebestrijdingsjacht” jaarrond (onder voorwaarden), beide op basis van landelijke regels? Klopt het eveneens dat het konijn bovendien in onze provincie ter schadebestrijding ’s nachts met kunstlicht (onder voorwaarden) mag worden gedood op basis van een provinciale ontheffing? Zijn er hiernaast nog andere (legale) mogelijkheden om wilde konijnen te doden in onze provincie?

2. Welke bevoegdheden en mogelijkheden heeft u om maatregelen te nemen om het aantal op deze basis gedode dieren te verminderen? Bent u in staat en bereid om:

a. de dodingsacties met kunstlicht stil te leggen door het intrekken of opschorten van de ontheffing dan wel door in elk geval bij de begunstigde aan te dringen op het zeer terughoudend zijn met het gebruikmaken ervan,

b. bij de landelijke overheid aan te dringen op het stoppen van de “plezierjacht” (bijv. op grond van artikel 53 lid 2 Flora- en Faunawet in verband met de instandhouding van de wildstand), en de “schadebestrijdingsjacht” vanwege deze uitbraak van het virus, en

c. gebruik te maken van eventuele andere bevoegdheden en mogelijkheden?

Zo niet, waarom niet?

3. Bent u het met ons eens dat het gaat om een zeer besmettelijk virus dat op veel verschillende wijzen verspreid kan worden en bovendien buiten het lichaam (van het dier) erg lang besmettelijk blijft? Kunt u uitsluiten dat verspreiding van de ziekte via de jagers plaatsvindt? Zo niet, welke gevolgen verbindt u hier dan aan en waarom?

4. Klopt het dat de provinciale ontheffing voor het doden van konijnen met kunstlicht bepaalt dat jagers de gedode konijnen voor eigen gebruik mogen aanwenden? Bent u bereid en in staat om, in het licht van deze ziekte, deze bepaling te wijzigen zodanig, dat dit niet meer toegestaan zal zijn?

5. Bent u bekend met het artikel “Snuf krijgt de prik, wild konijn is het haasje”?[5] Deelt u de zorgen van de dierenartsen, dat “bijna alle” wilde konijnen zullen sterven door het virus? Deelt u eveneens onze zorgen dat dit tot moeilijk zo niet onomkeerbare verruiging van het landschap zal leiden, waarbij het inmiddels duidelijk is dat begrazing door grotere dieren niet hetzelfde gunstige effect heeft op het ecosysteem als begrazing door konijnen?

6. U geeft in uw ontheffing aan dat de stand van het konijn in onze provincie laag is, maar precieze cijfers niet voorhanden zijn. In het faunabeheerplan valt ook te lezen dat ziektedruk de stand van de konijnen erg doet fluctueren. Toch beperkt u niet het aantal konijnen dat mag worden afgeschoten met deze ontheffing. Bent u het met onze fractie eens dat onder deze voorwaarden, de kans bestaat dat op enig moment door combinatie van ziekte en (diverse vormen van) jacht, afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van de instandhouding van de soort? Bent u bereid en in staat om alsnog maximumaantallen dieren op te nemen in de ontheffing? Vindt u het – in het licht van deze uitbraak en mogelijke gevolgen voor de konijnenstand – verstandig dat u ontheffingen telkens voor 5 jaar uitgeeft in plaats van een kortere periode, en waarom?

Ik verzoek u, gezien de urgentie van deze kwestie, zo snel mogelijk en in elk geval binnen de daarvoor geldende termijn over te gaan tot (gemotiveerde) beantwoording van deze vragen.

Met vriendelijke groet,

K. de Wrede

Partij voor de Dieren

1 http://www.uu.nl/nieuws/landelijke-sterfte-onder-konijnen-als-gevolg-van-vhd-viral-hemorrhagic-disease

2 https://www.dwhc.nl/wp-content/uploads/2016/03/RHD-Konijnenziekte-TvD-mrt-2016-Alleen-lezen.pdf (via https://www.dwhc.nl/publicaties/ )

3 http://www.kennislink.nl/publicaties/dodelijke-virusziekten-bij-konijnen

4 http://www.rtvnoord.nl/nieuws/166265/Konijnenvirus-richt-slachting-aan-op-kinderboerderij

5 http://www.uu.nl/nieuws/snuf-krijgt-prik-wild-konijn-is-het-haasje

Indiendatum: sep. 2016
Antwoorddatum: 28 sep. 2016

Geachte mevrouw De Wrede,

Bij uw in de aanhef genoemde brief zond u ons een zestal vragen met betrekking tot de uitbraak van een dodelijke konijnenziekte. De beantwoording daarvan treft u hieronder aan.

Vraag 1

Klopt het dat het konijn op "plezierjacht"-basis mag worden gedood van 15 augustus tot en met 31 december, en op basis van "schadebestrijdingsjacht" jaarrond (onder voorwaarden), beide op basis van landelijke regels? Klopt het eveneens dat het konijn bovendien in onze provincie ter schadebestrijding 's nachts met kunstlicht (onder voorwaarden) mag worden gedood op basis van een provinciale ontheffing? Zijn er hiernaast nog andere (legale) mogelijkheden om wilde konijnen te doden in onze provincie?

Antwoord vraag 1

Het is juist dat de jacht op het konijn gedurende door u genoemde periode is geopend en dat het doden van het konijn op grond van artikel 65, van de Flora- en faunawet jaarrond is toegestaan ter bestrijding van landbouwschade. De provincie Groningen heeft een ontheffing verleend voor het nachtelijke afschot van het konijn in het belang van de openbare veiligheid. Andere legale mogelijkheden om wilde konijnen te doden waar het gaat om jacht, beheer en schadebestrijding zijn ons niet bekend.

Vraag 2

Welke bevoegdheden en mogelijkheden heeft u om maatregelen te nemen om het aantal op deze basis gedode dieren te verminderen? Bent u in staat en bereid om:

a. de dodingsacties met kunstlicht stil te leggen door het intrekken of opschorten van de ontheffing dan wel door in elk geval bij de begunstigde aan te dringen op het zeer terughoudend zijn met het gebruikmaken ervan,

b. bij de landelijke overheid aan te dringen op het stoppen van de "plezierjacht" (bijv. op grond van artikel 53 lid 2 Flora- en Faunawet in verband met de instandhouding van de wildstand), en de "schadebestrijdingsjacht" vanwege deze uitbraak van het virus, en

c. gebruik te maken van eventuele andere bevoegdheden en mogelijkheden? Zo niet, waarom niet? Antwoord vraag 2

a. Op dit moment zijn wij bezig met een afweging op dit punt. Een en ander naar aanleiding van een tegen de bedoelde ontheffing aangetekend bezwaar en het advies van de Commissie Rechtsbescherming hierover.

b. Het is niet onze bedoeling hier bij de landelijke overheid op aan te dringen. Sluiting van de jacht kan alleen aan de orde zijn als de gunstige staat van instandhouding van de soort, in dit geval het konijn, in het geding zou zijn. Er is op dit moment geen aanleiding hiervan uit te gaan. Eerder hebben vergelijkbare of zelfs meer ernstige virusziekten die onder konijnen hebben geheerst, ook de gunstige staat van instandhouding niet in gevaar gebracht.

Voor wat betreft de vrijstelling in verband met de bestrijding van gewassenschade geldt hetzelfde. Het konijn is op de landelijke vrijstellingslijst geplaatst omdat de staat van instandhouding als gunstig is beoordeeld. Daar waar plaatselijk geen of minder konijnen voorkomen als gevolg van virusziekten, richten konijnen geen schade aan gewassen aan en vindt om die reden geen bestrijding van konijnen plaats.

c. Om redenen genoemd bij de beantwoording van vraag 2b, zullen wij ook geen gebruik maken van andere bevoegdheden of mogelijkheden, als die er zouden zijn.

Vraag 3

Bent u het met ons eens dat het gaat om een zeer besmettelijk virus dat op veel verschillende wijzen verspreid kan worden en bovendien buiten het lichaam (van het dier) erg lang besmettelijk blijft? Kunt u uitsluiten dat verspreiding van de ziekte via de jagers plaatsvindt? Zo niet, welke gevolgen verbindt u hier dan aan en waarom?

Antwoord vraag 3

U veronderstelt dat wij beschikken over expertise op veterinair en humaan geneeskundig gebied, hetgeen niet het geval is. Wij kunnen daarom niet uitsluiten, noch bevestigen dat verspreiding van de ziekte via de jagers kan plaatsvinden. Wij verbinden hieraan geen gevolgen, omdat uw vraag is gericht op het aspect volksgezondheid, waarvoor het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) verantwoordelijk is.

Vraag 4

Klopt het dat de provinciale ontheffing voor het doden van konijnen met kunstlicht bepaalt dat jagers de gedode konijnen voor eigen gebruik mogen aanwenden? Bent u bereid en in staat om, in het licht van deze ziekte, deze bepaling te wijzigen zodanig, dat dit niet meer toegestaan zal zijn?

Antwoord vraag 4

Het lijkt ons weinig zinvol om deze bepaling te wijzigen. Ten eerste omdat dit bij jacht en schadebestrijding op grond van de landelijke vrijstelling ook is toegestaan. Ten tweede sluit een dergelijke bepaling niet uit dat alsnog (illegaal) geschoten konijnen voor eigen gebruik worden aangewend of worden geconsumeerd, of dat andere consumenten dan jagers wilde konijnen eten.

Wanneer daadwerkelijk een gevaar voor de volksgezondheid zou bestaan door het voor eigen gebruik aanwenden of consumeren van wilde konijnen, is het RIVM voornoemd de instantie die op dit punt actie moet ondernemen. Zie verder ook ons antwoord op vraag 3.

Vraag 5

Bent u bekend met het artikel "Snuf krijgt de prik, wild konijn is het haasje"?^ Deelt u de zorgen van de dierenartsen, dat "bijna alle" wilde konijnen zullen sterven door het virus? Deelt u eveneens onze zorgen dat dit tot moeilijk zo niet onomkeerbare verruiging van het landschap zal leiden, waarbij het inmiddels duidelijk is dat begrazing door grotere dieren niet hetzelfde gunstige effect heeft op het ecosysteem als begrazing door konijnen?

Antwoord vraag 5

Wij zijn bekend met het door u aangehaalde artikel. Wij delen deze zorg niet, aangezien er regelmatig virusziekten als myxomatose en RDH 1 opduiken in de konijnenpopulatie. Bekend is dat het nu heersende RDH 2 milder is dan de twee hiervoor genoemde. Bij nieuw optredende virusziekten is de impact in de beginfase het ernstigst. Uw zorg over onomkeerbare verruiging van het landschap delen wij evenmin, aangezien u bij dat scenario lijkt uit te gaan van het uitsterven van het konijn en daar is naar onze mening geen sprake van.

Vraag 6

U geeft in uw onttheffing aan dat de stand van het konijn in onze provincie laag is, maar precieze cijfers niet voorhanden zijn. In het faunabeheerplan valt ook te lezen dat ziektedruk de stand van de konijnen erg doet fluctueren. Toch beperkt u niet het aantal konijnen dat mag worden afgeschoten met deze ontheffing. Bent u het met onze fractie eens dat onder deze voorwaarden, de kans bestaat dat op enig moment door combinatie van ziekte en (diverse vormen van) jacht, afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van de instandhouding van de soort? Bent u bereid en in staat om alsnog maximumaantallen dieren op te nemen in de ontheffing? Vindt u het - in het licht van deze uitbraak en mogelijke gevolgen voor de konijnenstand -verstandig dat u ontheffingen telkens voor 5 jaar uitgeeft in plaats van een kortere periode, en waarom?

Antwoord vraag 6

Zie ook ons antwoord op vraag 2a.

Wij zagen en zien geen aanleiding tot het stellen van beperkingen aan het aantal konijnen dat met deze ontheffing mag worden afgeschoten, aangezien deze ontheffing zeer restrictief is opgesteld en het belang van de openbare veiligheid dient. De gunstige staat van instandhouding van het konijn loopt geen gevaar. Zie verder ons antwoord op vraag 2 b.

Ontheffingen worden verleend voor de duur van 5 jaar, hetgeen gerelateerd is aan de looptijd van het faunabeheerplan waarin de onderbouwing voor deze ontheffingen is opgenomen. Mocht hiertoe aanleiding bestaan, kunnen ontheffingen in de tussentijd worden gewijzigd of ingetrokken.

Wij vertrouwen er op u hiermede voldoende te hebben geïnformeerd.

Hoogachtend,

Gedeputeerde Staten van Groningen

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer