Vragen over lozingen van giftige stoffen door de chemische industrie


Indiendatum: mei 2017

Betreft: Statenvragen van de Partij voor de Dieren Statenfractie Groningen aan het college van GS ex artikel 46 RvO betreffende het lozen van giftige stoffen door de chemische industrie.

Geacht college,

In het Dagblad van het Noorden van 22 april 2017 stond vermeld dat de chemische industrie meer schadelijke stoffen loost dan bekend is. Volgens de genoemde wetenschappers in het artikel is er een dagelijkse forse toename van het aantal chemische stoffen, maar is de regelgeving hier niet op toegerust. Het lijkt zo te zijn dat de sterke lobby van de chemische industrie de strengere regelgeving zelfs tegengaat.

Aangezien de provincie Groningen een uitgebreide chemische industrie heeft, maakt de Statenfractie van de Partij voor de Dieren zich zorgen over de gevolgen voor de gezondheid en het milieu en stelt daarom de volgende vragen:

  1. Deelt het college de zorgen van de wetenschappers uit het artikel? Graag een gemotiveerd antwoord.
  2. Op welke manier wordt de provincie op de hoogte gehouden als er nieuwe chemische stoffen worden gebruikt?
  3. Hoe wordt er gecontroleerd op het gebruik en de inzet van nieuwe chemische stoffen?
  4. Is bekend hoe er wordt omgegaan met nieuwe chemische stoffen wat betreft uitstoot?
    a) Zo ja, wat is de regelgeving en handhaving hieromtrent?
    b) Zo nee, waarom niet?
  5. Is bekend hoe er wordt omgegaan met nieuwe chemische stoffen wat betreft lozing?
    a) Zo ja, wat is de regelgeving en handhaving hieromtrent?
    b) Zo nee, waarom niet?
  6. Zijn er de laatste 5 jaar gevallen bekend van (illegale) lozingen van (nieuwe) giftige stoffen? Zo ja, graag een uitgebreid antwoord.
  7. Hoe waarborgt het college dat er geen vreemde stoffen in het milieu komen die nog niet op de controlelijst staan? Graag een gemotiveerd antwoord.
  8. De landelijke vereniging van chemische bedrijven bepleit een onafhankelijke analyse van de meetgegevens over de kwaliteit van het oppervlaktewater. Is het college van mening dat een dergelijke analyse voldoende resultaat geeft over de uitstoot en het mogelijke gevaar van nieuwe chemische stoffen?
    a) Zo ja, hoe gaat het college eraan bijdragen deze analyse vorm te geven en binnen welke tijd?
    b) Zo nee, welke methode zou wel voldoende resultaat geven? Is het college bereid hieraan mee te werken? Graag een gemotiveerd antwoord.

Met vriendelijke groet,
Ankie Voerman

Partij voor de Dieren

Indiendatum: mei 2017
Antwoorddatum: 31 mei 2017

Datum: 31 mei 2017
Documentnummer: 2017-043.493/22/A.15
Behandeld door: J. Veerkamp
Antwoord op: Uw brief van 3 mei 2017
Onderwerp: Statenvragen lozingen chemische industrie

Geachte mevrouw Voerman,

In uw bovenvermelde brief heeft u naar aanleiding van een artikel in het Dagblad van het Noorden van 22 april 2017 over lozingen van de chemische industrie ons een aantal vragen gesteld. In deze brief beantwoorden wij uw vragen.

1. Deelt het college de zorgen van de wetenschappers uit het artikel? Graag een gemotiveerd antwoord.
Antwoord: Ja, wij begrijpen de zorgen. Zo kennen wij enkele voorvallen. Er zijn bijvoorbeeld lozingen van chemicali├źn (pyrazool in 2015 in het Maaswateren verontreinigd bluswater in 1986 in het Rijnwater) waardoor de inname van rivierwater voor de drinkwaterproductie moest worden gestopt. Dit maakt dat dit onderwerp aandacht behoeft. Tegen deze achtergrond hebben wij in ons beleid aandacht voor de verspreiding van Zeer Zorgwekkende Stoffen. Dit zijn stoffen die gevaarlijk zijn voor mens en milieu omdat ze bijvoorbeeld kankerverwekkend zijn, de voortplanting belemmeren of zich in de voedselketen ophopen. Het RIVM heeft in opdracht van het ministerie van Milieu & Infrastructuur de lijst met Zeer Zorgwekkende Stoffen opgesteld.

2. Op welke manier wordt de provincie op de hoogte gehouden als er nieuwe chemische stoffen worden gebruikt?
Antwoord: Wij krijgen de informatie van de bedrijven. Zij hebben van ons vergunning gekregen voor het gebruik van typen chemische stoffen. Wanneer een nieuwe chemische stof tot het vergunde type behoort, worden wij daarover niet specifiek ingelicht. Wanneer een nieuwe chemische stof niet behoort tot de type stoffen waarvoor het bedrijf vergunning heeft, dan hoort het bedrijf hiervoor een wijziging van de vergunning aan te vragen.

3. Hoe wordt er gecontroleerd op het gebruik en de inzet van nieuwe chemische stoffen?
Antwoord: Ons toezicht is risico-gestuurd volgens de Toezicht- en handhavingsstrategie die wij u met het Milieuplan provincie Groningen 2017-2020 ter kennis hebben aangeboden. In voorkomende gevallen zullen de toezichthouders informatie vragen aan het bedrijf.

4. Is bekend hoe er wordt omgegaan met nieuwe chemische stoffen wat betreft uitstoot? a) Zo ja, wat is de regeigeving en handhaving hieromtrent? b) Zo nee, waarom niet?
Antwoord: Wij hebben in ons milieuplan beleidsdoelen voor de uitstoot van (zeer zorgwekkende) stoffen vastgesteld. In geval van een lozing op het riool vragen wij advies aan het Waterschap. Voor lozingen op oppervlaktewateren zijn de Waterschappen of Rijkswaterstaat het bevoegd gezag. Zij hebben beleid voor lozingen van stoffen. Onze toezicht- & handhavingstrategie hebben wij vastgelegd. Deze strategie is van toepassing op overtredingen van vergunningvoorschriften en de regels van het Activiteitenbesluit Milieu en daarmee van toepassing op ongeoorloofde emissies van nieuwe stoffen naar lucht, bodem en riool. Onderdeel van de strategie is het aanspreken van de overtreder, het schrijven van de controlebrief, het sturen van de waarschuwingsbrief, het voeren van een bestuurlijk gesprek, het uitvoeren van verscherpt toezicht en zo nodig het handhavend optreden met een Last onder Dwangsom, Last onder bestuursdwang of een tijdelijke stillegging.

5. Is bekend hoe er wordt omgegaan met nieuwe chemische stoffen wat betreft lozing? a) Zo Ja, wat is de regelgeving en handhaving hieromtrent? b) Zo nee, waarom niet?
Antwoord: Aangezien de Waterschappen of Rijkswaterstaat het bevoegd gezag voor dergelijke lozingen kunt u aan deze organisaties detailinformatie over de - van toepassing zijnde - regelgeving en de handhaving vragen.

6. Zijn er de laatste 5 Jaar gevallen bekend van (illegale) lozingen van (nieuwe) giftige stoffen? Zo Ja, graag een uitgebreid antwoord.
Antwoord: Nee, wij beschikken niet over informatie over illegale lozingen van nieuwe giftige stoffen in onze provincie.

7. Hoe waarborgt het college dat er geen vreemde stoffen In het milieu komen die nog niet op de controlelijst staan? Graag een gemotiveerd antwoord.
Antwoord: Wij verwijzen u naar het antwoord op vraag 2. Verder is uiteraard het (reguliere) toezicht van de Omgevingsdienst aan de orde.

8. De landelijke vereniging van chemische bedrijven bepleit een onafhankelijke analyse van de meetgegevens over de kwaliteit van het oppervlaktewater. Is het college van mening dat een dergelijke analyse voldoende resultaat geeft over de uitstoot en het mogelijke gevaar van nieuwe chemische stoffen? a) Zo Ja, hoe gaat het college eraan bijdragen deze anaiyse vorm te geven en binnen weike tijd? b) Zo nee, welke methode zou wel voldoende resultaat geven? Is het college bereid hieraan mee te werken? Graag een gemotiveerd antwoord.
Antwoord: Zoals hiervoor opgemerkt zijn de Waterschappen en Rijkswaterstaat het bevoegd gezag voor lozingen op en de kwaliteit van de oppervlaktewateren. Provincies zijn bevoegd gezag als het gaat om de kwaliteit van het grondwater. De provincies hebben in 2015 en 2016 een gezamenlijke meetronde uitgevoerd ter bepaling van de kwaliteit van de Kaderrichtlijn Water (KRW) grondwaterlichamen, deels speciaal gericht op de aanwezigheid van stoffen zoals gewasbeschermingsmiddelen en 'opkomende' stoffen als farmaceutica en overige verontreinigende stoffen. Hierbij zijn ook meetpunten in de provincie Groningen meegenomen. Reden om deze stoffen te monitoren was dat deze stoffen recent in water voor de drinkwaterbereiding en (ook na zuivering nog) in het oppervlaktewater in Nederland zijn aangetroffen. Van sommige van deze stoffen was tot op heden onvoldoende bekend in welke mate zij verspreid zijn in het grondwater in Nederland. Dit rapport geeft daarvan de feitelijke resultaten weer. Het rapport wordt beschikbaar gesteld via het Informatiehuis Water via het waterkwaliteitsportaal www.waterkwaliteitsportaal.nl.

Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Een afschrift van deze brief hebben wij gestuurd naar hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat NoordNederland en naar de Dagelijkse besturen van de waterschappen Hunze en Aa's en Noorderzijlvest.

Hoogachtend, Gedeputeerde Staten van Groningen

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer