Staten­vragen uitstoot Waddenzee


Groningen, 30 november 2016

Betreft: Statenvragen van de Partij voor de Dieren Statenfractie Groningen aan het college van GS ex artikel 46 RvO betreffende uitstoot rondom Waddenzee.

Geacht college,

Op 2 mei 2016 heeft onze fractie technische vragen gesteld over de emissies van bepaalde schadelijke stoffen rondom de Waddenzee, waaronder (zware) metalen. Uit de antwoorden maakt onze fractie op dat het gaat om een selectie van een 15-tal bedrijven, en niet om een totaalbeeld. Uit deze antwoorden maakt onze fractie bovendien op dat er eigenlijk geen heldere grens zou zijn aan de totale toegestane uitstoot van die schadelijke stoffen en dat het bovendien ook niet volledig duidelijk zou zijn wat de werkelijke uitstoot van deze schadelijke stoffen rondom de Waddenzee zijn. Naar aanleiding hiervan heeft de Partij voor de Dieren de volgende vragen:

1. Klopt bovenstaande lezing? Zo niet, wat klopt hier dan niet aan?

2. Is onze conclusie juist dat er een “best guess” wordt gedaan naar de totale uitstoot en jaarvrachten, vanuit een “selectie” aan bedrijven rondom de Waddenzee? Zo ja, vindt u dat een wenselijke situatie?

3. In een notitie van de Omgevingsdienst, Advies Lucht, maken wij op dat de bedrijven zijn geanonimiseerd. Uit welke overweging is dit gebeurd?

4. Bent u in staat antwoord te geven op de vraag wat het totaal aan emissies op jaarbasis aan bedrijven in respectievelijk omgeving Delfzijl (inclusief Farmsum) en omgeving Eemshaven is? Zo niet, waarop baseert u dan de ontwikkelingen in het kader van o.a. de totstandkoming van de structuurvisie Eemshaven-Delfzijl en het uitoefenen van andere taken en bevoegdheden die u eventueel nog meer heeft die op de uitstoot van invloed (kunnen) zijn? Zo ja, kunt u ons uitgebreide en complete informatie hierover doen toekomen?

5. Bent u van mening dat u zo een volledig beeld heeft van de totale uitstoot? Zo ja, hoe? Vindt u dat u de emissies voldoende volledig in beeld heeft om de effecten van de ontwikkelingen in de regio Eemshaven-Delfzijl te kunnen overzien? Zo ja, kunt u uw antwoord motiveren? Zo nee, bent u met ons van mening dat het geen wenselijke situatie is? En welke stappen gaat u ondernemen om de totale uitstoot wel helder te krijgen?

6. Bent u het met onze fractie eens dat zware metalen voornamelijk bij ophoping in voedselketens en lichamen een gevaar vormen, en deelt u onze zorgen dat door jarenlange uitstoot van zware metalen op de omgeving van de Waddenzee er op den duur ernstige, nadelige effecten kunnen optreden voor dit belangrijke en unieke gebied en de daarin levende dieren? Wat kunt u (nog meer) doen om dit tegen te gaan? Bent u hiertoe bereid?

7. Bent u het met onze fractie eens dat met het oog op de problematiek van de zware metalen, er geen nieuwe ruimte meer mag komen in de (industrie)gebieden rondom de Waddenzee voor industrie die zware metalen uitstoot? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat gaat u dan daartoe ondernemen?

Bij voorbaat dank ik u voor uw antwoord.

Met vriendelijke groet,

Ankie Voerman,

Partij voor de Dieren

Antwoorddatum: 30 nov. 2016

7-2-2017

Bijlage: 1

Geachte mevrouw Voerman,

In uw brief van 30 november 2016 stelt u ons namens de fractie van de Partij voor de Dieren een aantal schriftelijke vragen naar aanleiding van onze eerdere beantwoording op uw technische vragen van 2 mei 2016 over de emissies van bepaalde schadelijke stoffen rond de Waddenzee. U leest in onze antwoorden dat er eigenlijk geen heldere grens zou zijn aan de totale toegestane uitstoot van die schadelijke stoffen en dat het bovendien ook niet volledig duidelijk zou zijn wat de werkelijke uitstoot van deze schadelijke stoffen rondom de Waddenzee is. In deze brief beantwoorden wij uw vervolgvragen.

Vraag 1 Klopt de lezing zoals verwoord in het schrijven van 30 november 2016? Zo niet, wat klopt hier dan niet aan? en Vraag 2 Is onze conclusie juist dat er een "best guess" wordt gedaan naar de totale uitstoot en jaarvrachten, vanuit een "selectie" aan bedrijven rondom de Waddenzee? Zo ja, vindt u dat een wenselijke situatie?

Ons antwoord op de vragen 1 en 2 De Omgevingsdienst Groningen is in haar notitie uitgegaan van de 15 bedrijven met een relevante emissie voor wat betreft de stoffen arseen, kwik, lood, stikstofoxiden en cadmium. De notitie classificeert dit als een "best guess". De Omgevingsdienst Groningen heeft de notitie op ons verzoek geschreven voor een overleg met de Samenwerkende Bedrijven Eemsmond (verder; SBE) en de natuur- en milieufederatie (hierna NMF). In dat overleg is ons de vraag gesteld of de industriële emissies van zware metalen, NOx en geur in de Eemsdelta kunnen worden verminderd. De notitie is specifiek voor dat overleg opgesteld. De Omgevingsdienst heeft de kanttekeningen bij de "best guess" uitgebreid toegelicht in de notitie. In deze context zijn wij van mening dat een "best guess" een wenselijke situatie is geweest. Voor andere beleidsvragen benutten wij ook andere methoden om inzicht te krijgen in de totale emissie, zie verder onder vier.

Vraag 3 In de notitie van de Omgevingsdienst, Advies Lucht, maken wij op dat de bedrijven zijn geanonimiseerd. Uit weike overweging is dit gebeurd?

Ons antwoord op vraag 3

Milieu-informatie is in principe volgens het verdrag van Arhus openbare informatie. De Omgevingsdienst heeft de notitie geschreven. Zij heeft daartoe gebruik gemaakt van het Landelijke Emissieregistratiesysteem. Daarin zijn openbare en vertrouwelijke bedrijfsgegevens opgenomen. Gezien de korte voorbereidingstijd van de notitie hebben wij de individuele bedrijven niet geconsulteerd over het openbaar maken van de gegevens. In het verlengde daarvan hebben wij besloten de gegevens te anonimiseren: dit deed geen afbreuk aan het doel van de notitie, de bespreking daarvan met de SBB en de NMF.

Vraag 4 Bent u in staat antwoord te geven op de vraag wat het totaal aan emissies op jaarbasis aan bedrijven in respectievelijk omgeving Delfzijl (inclusief Farmsum) en omgeving Eemshaven is? Zo niet, waarop baseert u dan de ontwikkelingen in het kader van o.a. de totstandkoming van de structuurvisie Eemshaven-Deifziji en het uitoefenen van andere taken en bevoegdheden die u eventueel nog meer heeft die op de uitstoot van invloed (kunnen) zijn? Zo ja, kunt u ons uitgebreide en complete informatie hierover doen toekomen?

Ons antwoord op vraag 4. Ja, wij zijn hiertoe in staat met daarbij enkele kanttekeningen, zoals hierboven in antwoord op vragen 1 en 2 aangegeven. In het kader van de structuurvisie hebben wij een andere systematiek toegepast: één met kentallen per hectare industrie. Dit is een landelijk geaccepteerde methode om de emissies van industriegebieden in te schatten en beschreven in de bijgevoegde memo 'Belasting van het EemsDollardestuarium door zware metalen, dioxines en zwaveldioxide t.b.v. Structuurvisie Eemsdelta' van de Omgevingsdienst Groningen. Voor de specifieke uitwerking per stof verwijzen wij naar de Passende beoordeling die in het kader van de structuurvisie Eemsmond Delfzijl is opgesteld. Al met al oordelen wij dat wij voor onze besluitvorming beschikken over voldoende emissiegegevens. In aanvulling hierop doen wij op verzoek van de NMF onderzoek naar de uitstoot van zware metalen in de Eemsdelta. Dit onderzoek zal rond de zomer van 2017 tot een eerste resultaat leiden. Mocht het onderzoek hier aanleiding toe geven dan zal een monitoringsplan worden opgesteld om de emissies van stof(fen) te volgen.

Vraag 5 Bent u van mening dat u zo een volledig beeld heeft van de totale uitstoot? Zo ja, hoe? Vindt u dat u de emissies voldoende volledig in beeld heeft om de effecten van de ontwikkelingen in de regio EemshavenDelfziji te kunnen overzien? Zo ja, kunt u uw antwoord motiveren? Zo nee, bent u met ons van mening dat het geen wenselijke situatie is? En welke stappen gaat u ondernemen om de totale uitstoot wel helder te krijgen?

Ons antwoord op vraag 5. Zoals in de beantwoording hierboven aangegeven zijn wij van oordeel dat wij voor onze besluitvorming voldoende inzicht hebben in de uitstoot van zware metalen. Desalniettemin wordt, zoals eerder aangegeven, dit jaar nader onderzoek uitgevoerd naar de uitstoot van zware metalen.

Vraag 6 Bent u het met onze fractie eens dat zware metalen voorna melijk bij ophoping in voedselketens en lichamen een gevaar vormen, en deelt u onze zorgen dat door jarenlange uitstoot van zware metalen op de omgeving van de Waddenzee er op den duur ernstige, nadelige effecten kunnen optreden voor dit belangrijke en unieke gebied en de daarin levende dieren? Wat kunt u (nog meer) doen om dit tegen te gaan? Bent u hiertoe bereid?

Ons antwoord op vraag 6. In 2016 hebben wij met andere overheden het beheerplan Waddenzee en het Integraal Management Plan Eems Dollard vastgesteld. Tijdens de voorbereiding van deze plannen is onderzocht welke factoren het behalen van de natuurdoelen kunnen frustreren. Naar aanleiding daarvan is de concentratie van zware metalen niet aangemerkt als een factor van belang voor het ecologisch functioneren van de Waddenzee en Eems Dollard. Dit laat onverlet dat wij met ons beleidskader voor vergunningverlening, toezicht en handhaving bij vergunningverlening binnen de bandbreedte van de best beschikbare techniek inzetten op minimale uitstoot van zware metalen.

Vraag 7 Bent u het met onze fractie eens dat met het oog op de problematiek van de zware metalen, er geen nieuwe ruimte meer mag komen in de (industrie)gebieden rondom de Waddenzee voor industrie die zware metalen uitstoot? Zo nee, waarom niet? Zo Ja, wat gaat u dan daartoe ondernemen?

Ons antwoord op vraag 7 Nee, wij zien daartoe geen aanleiding. Wij verwijzen verder naar de structuurvisie Eemsmond Delfzijl en de afwegingen die wij in dit kader gebben gemaakt. In de structuurvisie is aangegeven dat de industriegebieden zich binnen milieugrenzen kunnen ontwikkelen. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Hoogachtend,

Gedeputeerde Staten van Groningen

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer