Vragen betref­fende proef­boring gas Noordzee


Indiendatum: jul. 2015

Statenvragen van de Partij voor de Dieren Statenfractie Groningen aan het college van GS op grond van artikel 46 van het Reglement van Orde betreffende gasboringen Noordzee

Geacht college,

Het Britse olie- en gasbedrijf Hansa Hydrocarbons gaat 20 kilometer ten noorden van Schiermonnikoog proefboringen verrichten naar een nieuw gasveld. Deze boringen vinden plaats op relatief korte afstand van de Groninger eilanden en het verdere Waddengebied. Rottumeroog, Rottumerplaat en Zuiderduin zijn essentiele broed-, fourageer- en rustgebieden voor zowel trekvogels als standvogels. Tevens zijn de eilanden kraamkamer voor zeehonden. Een ongeluk bij de boringen kan enorme gevolgen hebben voor deze kwetsbare ecosystemen. Bovendien zal er lichtvervuiling en verstoring door helikopterverkeer en affakkelen optreden.

Graag stellen we u de volgende vragen.

  1. Heeft u inzake deze proefboring contact gehad met het ministerie van EZ? Zo ja, wat is er gecommuniceerd? Zo nee, waarom niet?
  2. Staat het vergunnen van deze proefboring in relatie tot de vermindering van gaswinning uit het Groninger veld? Zo ja, heeft het ministerie van EZ hier contact met u over opgenomen?
  3. Bent u van mening dat het toestaan van (proef)boringen op korte afstand van de kust en eilanden verantwoord is, gegeven de risico’s voor natuur, milieu en kustbewonders die er aan kleven, en kunt u dit toelichten? Vorenstaande ook in het licht van de aangenomen motie [1] dat iedere verdere vorm van mijnbouw onder het Wad verhinderd zou moeten worden? Bent u bereid zich publiekelijk uit te spreken tegen deze proefboring? Zo nee, waarom niet?
  4. Bent u van mening dat het toestaan van proefboringen en nieuwe boorconcessies in het algemeen gewenst is, in het licht van de nu breed gepropageerde uitstap uit fossiele brandstoffen, en kunt u dit toelichten?

Met vriendelijke groet,

Ankie Voerman

Partij voor de Dieren

[1] http://www.provinciegroningen.nl/fileadmin/user_upload/Documenten/Besluitenlijst_PS/Besluiten_Provinciale_Staten_29_april_2015.pdf

Indiendatum: jul. 2015
Antwoorddatum: 24 aug. 2015

Geachte mevrouw Voerman,

Op 17 juli jl. heeft u namens de PvdD-Statenfractie schriftelijke vragen gesteld over gasboringen in de Noordzee.

Met deze brief beantwoorden wij deze vragen.

1. Heeft u inzake deze proefboring contact gehad met het ministerie van EZ? Zo ja, wat is er gecommuniceerd? Zo nee, waarom niet?

Wij hebben naar aanleiding van deze proefboring geen contact gehad met het ministerie van Economische Zaken. Wij hebben formeel geen rol in dit initiatief.

2. Staat het vergunnen van deze proefboring in relatie tot de vermindering van gaswinning uit het Groninger veld? Zo Ja, heeft het ministerie van EZ hier contact met u over opgenomen?

De maximale winning uit het Groningenveld is niet gekoppeld aan de winning uit andere velden, zo ook niet uit het veld waar nu een proefboring zal plaatsvinden. Wel zal, bij het terugdraaien van de kraan in het Groningenveld, het Rijk naar alternatieven gaan zoeken. Zoals eerder genoemd, heeft het ministerie van Economische Zaken hierover geen contact met ons opgenomen.

3. Bent u van mening dat het toestaan van (proefjboringen op korte afstand van de kust en eilanden verantwoord is, gegeven de risico's voor natuur, milieu en kustbewoners die er aan kleven, en kunt u dit toelichten? Vorenstaande ook in het licht van de aangenomen motie dat iedere verdere vorm van mijnbouw onder het Wad verhinderd zou moeten worden? Bent u bereid zich publiekelijk uit te spreken tegen deze proefboring? Zo nee, waarom niet?

Op 30 juni jl. hebben wij u per brief (kenmerk 2015-25,439/26/A.27, OM) geïnformeerd over de brieven die wij hebben verzonden aan NAM en het ministerie van EZ, waarin wij uiteen zetten dat nieuwe gaswinningsactiviteiten op dit moment ongewenst zijn. Wij begrijpen dat door het Rijk nu naar alternatieven voor de energievoorziening op korte termijn wordt gezocht, in al die gevallen moeten echter wel de consequenties goed in beeld worden gebracht. Het moet veilig zijn, zonder schadelijke effecten. Wij kunnen niet inschatten of het toestaan van (proef)boringen op korte afstand van de kust en eilanden verantwoord is.

4. Bent u van mening dat het toestaan van proefboringen en nieuwe boorconcessies in het algemeen gewenst is, in het licht van de nu breed gepropageerde uitstap uit fossiele brandstoffen, en kunt u dit toelichten?

Zie het antwoord op vraag 3. Bovendien blijven wij inzet plegen om de energietransitie te bespoedigen.

Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Hoogachtend,

Gedeputeerde Staten van Groningen

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer