Vragen inzake invoering fosfaat­rechten


Statenvragen van de Partij voor de Dieren Statenfractie Groningen aan het college van GS op grond van artikel 46 van het Reglement van Orde betreffende invoering fosfaatrechten

Geacht college,

Onlangs kondigde staatssecretaris Dijksma de invoering van fosfaatrechten voor de melkveehouderij aan. De veehouderij is in zeer korte tijd door het fosfaatplafond geknald en het ruimhartige beleid van de afgelopen jaren wreekt zich.

Veehouders die kleinschalig zijn gebleven of wel volledig grondgebonden werken worden nu geconfronteerd met flinke kosten om fosfaatrechten te moeten kopen als zij willen uitbreiden. Hier is inmiddels flinke onrust over ontstaan [1]. De Partij voor de Dieren maakt zich met name zorgen over biologische boeren die willen uitbreiden en daarmee voldoen aan de stijgende vraag naar produkten die op meer diervriendelijke wijze en met respect voor natuur , landschap en gezondheid zijn geproduceerd. Zij worden ernstig benadeeld door de invoering van de fosfaatrechten.

De snelle groeiers van de afgelopen jaren (de megastallen) hebben de overschrijding van het fosfaatplafond veroorzaakt, en worden nu ook nog beloond worden met gratis fosfaatrechten voor hun nieuwe dieren.

Graag stellen we u de volgende vragen.

Bent u nog steeds van mening dat de provincie Groningen c.q. de noordelijke provincies groeimogelijkheden moet(en) bieden voor de melkveehouderij, nu naast het stikstofoverschot ook het fosfaatplafond is overschreden? Zo ja, kunt u dit toelichten? Zo nee, hoe gaat u uw beleid hier op aanpassen?
Bent u bereid om voor biologische veehouders een regeling in het leven te roepen of aanvullend provinciaal beleid op te stellen om de belangen van deze groep te behartigen? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid om bij staatssecretaris Dijksma aan te dringen op een regeling voor biologische veehouders? Zo nee, waarom niet?
Wat kunnen volgens u de gevolgen zijn voor vergunningen van bedrijven die al wel toestemming hebben gekregen voor meer koeien, maar deze per 2 juli 2015 nog niet in de stal hadden staan? Immers het is zeer waarschijnlijk er zal worden afgeroomd om de overschrijding van het fosfaatplafond te doen keren. Blijft de verleende vergunning onverminderd van kracht? Zo ja, kunt u dit toelichten? Zo nee, wat is uw plan van aanpak?
Bent u van mening dat het nog zinvol is om nieuwe aanvragen voor uitbreidingen in behandeling te nemen, gegeven het feit dat er hoe dan ook ingekrompen zal moeten worden? Zo ja, kunt u dit toelichten?
U heeft enige tijd geleden een brief naar staatssecretaris Dijksma gestuurd om te bewerkstelligen het fosfaatplafond niet voor het Noorden te laten gelden. Deze brief lijkt met de invoering van bedrijfsgebonden fosfaatrechten achterhaald. Bent u voornemens om een vergelijkbare actie te ondernemen om het fosfaatrechtenstelsel op enigerlei wijze te versoepelen voor het Noorden? Zo ja, kunt u dit toelichten?
Zal er met de invoering van fosfaatrechten sprake zijn van provinciale monitoring op één of meerdere delen van de nieuwe regelgeving, of komt deze volledig bij het Rijk en private partijen te liggen?
Ziet u aanleiding om extra controles te gaan uitvoeren op het aantal op het bedrijf aanwezige dieren en de meststromen, nu er mogelijk een extra aanleiding is om een ‘creatieve boekhouding’ te voeren? Zo nee, waarom niet?
Dijksma geeft aan dat er momenteel bedrijven zijn waar de stallen en de milieuruimte niet corresponderen met de nationale milieuruimte [2]. Bent u bekend met dergelijke gevallen in onze provincie? Zo ja, hoe heeft deze situatie kunnen ontstaan en hoe wordt deze opgelost?

Graag stellen wij u ook enkele vragen met betrekking tot (de invoering van) de PAS. Inmiddels is de ontwikkelruimte in de nabijheid van Lieftingsbroek zo goed als op, geldt daar een maximale stikstofdepositie van 0,05 mol/ha met Nbwet verplichting. Het ministerie van EZ heeft bekend gemaakt dat ook de Waddenzee zeer waarschijnlijk overbelaste habitats kent, waaronder het Eems-Dollard gebied [3]. Daarnaast wordt in talloze andere natuurgebieden in Groningen de kritische depositiewaarde ook overschreden, met het verdwijnen van zeldzame soorten tot gevolg.

Hoe bent u voornemens te borgen c.q. heeft u geborgd dat biologische veehouders met uitbreidingswens de dupe worden van megastalondernemers die alle PAS-ontwikkelruimte gebruiken? Indien u dit niet van plan bent, kunt u uw beweegredenen toelichten?
Bent u bereid om, net als in de provincie Brabant, bij meerdere natuurgebieden als extra eis te stellen dat geen extra stikstof mag worden uitgestoten bij uitbreidingen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, per wanneer treedt dit in werking?
Welke invloed gaan volgens u de inmiddels aangevraagde uitbreidingen op de kritische depositiewaarde van het Lieftingsbroek en andere stikstofgevoelige natuurgebieden in Groningen hebben, waaronder het Waddengebied? Bent u van mening dat ondanks de run op ontiwkkelruimte en de bestaande stikstofbelasting onder meer door RWE, de depositie zal dalen? Zo ja, kunt u dit toelichten? Zo nee, acht u dit acceptabel gezien het voortschrijdende verlies aan biodiversiteit?

Met vriendelijke groet,

Kirsten de Wrede

[1] ‘Frustratie bij melkveehouders’, Dagblad van het Noorden, 09-07-2015.

[2] Interview Dijksma in Boerderij, 4 juli 2015.

[3] http://www.nieuweoogst.nu/scripts/edoris/edoris.dll?tem=LTO_TEXT_VIEW&doc_id=228356&h=#.VZ0ub2cw9yI

Antwoorddatum: 17 sep. 2015

Geachte mevrouw De Wrede,

Naar aanleiding van uw met bovengemelde brief gestelde vragen over de invoering van fosfaatrechten berichten wij u het volgende.

1. Bent u nog steeds van mening dat de provincie Groningen c.q. de noordelijke provincies groeimogelijkheden moet(en) bieden voor de melkveehouderij, nu naast het stikstofoverschot ook het fosfaatplafond is overschreden? Zo ja, kunt u dit toelichten? Zo nee, hoe gaat u uw beleid hier op aanpassen?

Antwoord:

Ja, de groeimogelijkheden in Noord Nederland zijn er nog steeds. De overschrijding van het plafond is een probleem wat zich op nationale schaal afspeelt en waarin de opvulling van het plafond door nietgrondgebonden melkveebedrijven een belangrijke rol speelt. In ons beleid willen wij uitstralen dat in Noord Nederland als geheel, en Groningen in het bijzonder, grondgebondenheid een belangrijk kenmerk van de melkveehouderij is, wat wij willen behouden. Als de regelgeving rondom het fosfaatplafond op een goede manier wordt uitgewerkt en de melkveehouders zich inspannen om hun bedrijfsvoering verder te verduurzamen, is in Noord Nederland groei van de sector nog zeker mogelijk. In de Versnellingsagenda Melkveehouderij is dat ook een belangrijk uitgangspunt.

2. Bent u bereid om voor biologische veehouders een regeling in het leven te roepen of aanvullend provinciaal beleid op te stellen om de belangen van deze groep te behartigen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:

Wij willen inzetten op goede landelijke regelgeving rondom het fosfaatplafond. Omdat het hier gaat om een nationaal plafond hebben wij als provincie geen mogelijkheden om hiervoor een aparte regeling in het leven te roepen of aanvullend beleid te maken.

3. Bent u bereid om bij staatssecretaris Dijksma aan te dringen op een regeling voor biologische veehouders? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: zie ook het antwoord onder 2. De noordelijke lobby zet in op een verbinding tussen fosfaatrechten en grondgebondenheid. Wij kijken daarbij naar alle grondgebonden bedrijven en sturen niet aan op een aparte regeling voor biologische veehouders.

4. a) Wat kunnen volgens u de gevolgen zijn voor vergunningen van bedrijven die al wel toestemming hebben gekregen voor meer koeien, maar deze per 2 juli 2015 nog niet in de stal hadden staan? Immers het is zeer waarschijnlijk dat er zal worden afgeroomd om de overschrijding van het fosfaatplafond te doen keren. Blijft de verleende vergunning onverminderd van kracht? Zo ja, kunt u dit toelichten? Zo nee, wat is uw plan van aanpak?

Antwoord:

Zoals al eerder aangegeven is de regeling nog niet van kracht. Dat maakt het lastig om hier concreet iets over te zeggen.

b) Bent u van mening dat het nog zinvol is om nieuwe aanvragen voor uitbreidingen in behandeling te nemen, gegeven het feit dat er hoe dan ook ingekrompen zal moeten worden? Zo ja, kunt u dit toelichten?

Antwoord;

zie ook het antwoord onder a). Net als bij het melkquotum is het voor het verlenen van een milieuvergunning niet relevant of een veehouder voldoende rechten heeft om een uitbreiding te realiseren. Aanvragen moeten in behandeling worden genomen en vergunningen kunnen op die basis ook niet worden geweigerd. Als er al sprake is van inkrimping van de sector als geheel wil dat niet zeggen dat dat ook voor individuele bedrijven geldt.

5. U heeft enige tijd geleden een brief naar staatssecretaris Dijksma gestuurd om te bewerkstelligen het fosfaatplafond niet voor het Noorden te laten gelden. Deze brief lijkt met de invoering van bedrijfsgebonden fosfaatrechten achterhaald. Bent u voornemens om een vergelijkbare actie te ondernemen om het fosfaatrechtenstelsel op enigerlei wijze te versoepelen voor het Noorden? Zo ja, kunt u dit toelichten?

Antwoord:

De brief waarop wordt gedoeld ging niet over een vrijstelling van het fosfaatplafond, maar over het opnemen van grondgebondenheid in de Melkveewet. De lobby die daarvoor vanuit Noord Nederland is gevoerd is succesvol geweest. In de lobby rondom fosfaatrechten wordt opnieuw de nadruk gelegd op het grondgebonden karakter van de melkveehouderij in Noord Nederland en de noodzaak om de regeling in algemene zin zo in te richten dat grondgebonden bedrijven in het voordeel zijn.

6. Zal er met de invoering van fosfaatrechten sprake zijn van provinciale monitoring op één of meerdere delen van de nieuwe regelgeving, of komt deze volledig bij het Rijk en private partijen te liggen? Ziet u aanleiding om extra controles te gaan uitvoeren op het aantal op het bedrijf aanwezige dieren en de meststromen, nu er mogelijk een extra aanleiding is om een 'creatieve boekhouding' te voeren? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:

Aangezien de controle van de mestwetgeving tot nu toe bij de NVWA heeft gelegen, ligt het niet in lijn der de verwachting dat de provincie hierin nu een rol zal krijgen.

7. Dijksma geeft aan dat er momenteel bedrijven zijn waar de stallen en de milieuruimte niet corresponderen met de nationale miiieuruimte. Bent u bekend met dergelijke gevallen in onze provincie? Zo ja, hoe fieeft deze situatie kunnen ontstaan en hoe wordt deze opgelost?

Antwoord:

Zoals eerder ook al aangegeven is het al dan niet verlenen van milieuvergunningen niet rechtstreeks gekoppeld aan het al dan niet hebben van rechten. Omdat ook de regeling nog niet bekend is, is niet aan te geven of er in Groningen dergelijke gevallen zijn en hoe deze eventueel worden opgelost. Over de PAS: De ontwikkelingsruimte in de nabijheid van Lieftingsbroek is zo goed als op en er geldt daar een maximale stikstofdepositie van 0.05 mol/ha met Nb-wetverplichting. Ook de Waddenzee, waaronder de Eems Dollard, kent overbelaste habitats.

8. Hoe bent u voornemens te borgen c.q. heeft u geborgd dat biologische veehouders met uitbreidingswens niet de dupe worden van megastal ondernemers die alle PAS-ontwikkelruimte gebruiken? Indien u dit niet van plan bent, kunt u uw beweegredenen toelichten?

Antwoord:

U doelt met het opraken van de ontwikkelingsruimte rond Lieftingsbroek op het deel ontwikkelingsruimte dat voor meldingen van agrarische bedrijven was gereserveerd (uitbreidingen met toenames tussen de 0.05 mol/ha/j en 1 mol/ha/j. Dit deel (13 mol, waarvan 3 mol voor Groningse meldingen) blijkt volledig benut te zijn. Er resteert echter voldoende ontwikkelingsruimte rond Lieftingsbroek binnen segment 2. Voor de Waddenzee geldt dat vanwege fouten in de PAS-habitatkaarten ten onrechte het beeld is geschetst dat in de nabijheid van Groningen overbelaste habitats in de Waddenzee voorkomen. Wij zijn, gelet op bovenstaande, van oordeel dat de PAS-ruimte voldoende is voor de verdere ontwikkeling van de agrarische sector in Groningen, inclusief biologische veehouders.

9. Bent u bereid om, net als in de provincie Brabant, bij meerdere natuurgebieden als extra eis te stellen dat geen extra stikstof mag worden uitgestoten bij uitbreidingen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, per wanneer treedt dit in werking?

Antwoord:

Nee, daar zien wij geen aanleiding toe. Op basis van de PAS en onderliggende rapportages gaan wij ervan uit dat, ook indien beperkt ruimte wordt geboden voor een verdere ontwikkeling van de agrarische sector rond de Groningse natuurgebieden, de Natura 2000 doelen zullen worden gehaald.

10. Welke invloed gaan volgens u de inmiddels aangevraagde uitbreidingen op de kritische depositiewaarde van het Lieftingsbroek en andere stikstofgevoelige natuurgebieden in Groningen hebben, waaronder het Waddengebied? Bent u van mening dat ondanks de run op ontwikkelruimte en de bestaande stikstofbelasting onder meer door RWE, de depositie zal dalen? Zo ja, kunt u dit toelichten? Zo nee, acht u dit acceptabel gezien het voortschrijdende verlies aan biodiversiteit?

Antwoord:

Binnen de PAS is onwikkelingsruimte georeerd voor (agrarische) bedrijven. Deze ruimte is ontstaan omdat in het programma maatregelen worden genomen om de achtergrondbelasting omlaag te krijgen en natuurherstelmaatregelen worden uitgevoerd. Uit de aan de PAS ten grondslag liggende prognoses volgt dat de stikstofbelasting zal dalen, ook indien de ontwikkelingsruimte wordt ingevuld.

Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Hoogachtend,

Gedeputeerde Staten van Groningen

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer