Vragen betref­fende proef Metam-natrium


Indiendatum: jun. 2014

Statenvragen van de Partij voor de Dieren Statenfractie Groningen aan het college van GS op grond van artikel 46 van het Reglement van Orde.

Geacht college,

Staatssecretaris Dijksma heeft onlangs een voorlopig verbod ingesteld op het gebruik van Metam- natrium[1]. Zij laat weten dat ze de effecten van Metam-natrium op omwonenden wil onderzoeken via een volledige herbeoordeling. In afwachting van de resultaten van het onderzoek heeft zij het gebruik van het bestrijdingsmiddel per direct verboden.

Op 8 mei jl. meldde het Dagblad van het Noorden dat de provincie een proef zal laten uitvoeren om het gebruik van Metam-natrium te verminderen. Doel van de proef is niet om het gebruik van Metam-natrium volledig te stoppen.

Naar aanleiding hiervan heeft de Partij voor de Dieren de volgende vragen:

  1. Bent u op de hoogte van het (vooralsnog) tijdelijke verbod op het gebruik van Metam-natrium?
  2. Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat het uit laten voeren van een proef, gericht op het continueren van Metam-natriumgebruik, verspilling van geld en moeite is nu het gif in ieder geval voorlopig verboden is, en de kans groot is dat het gif van de vrijstellingenlijst gehaald wordt? Zo ja, wat voor consequenties verbindt u hieraan? Zo nee, waarom niet?
  3. Vindt u het, gezien het verbod en de toxiciteit van het gif, niet passender en effectiever om te investeren in de doorontwikkeling van teeltmethoden die het gebruik van Metam-natrium overbodig maken (zoals het telen van lelies in kratten, of voorteelt van Afrikaantjes)? Zo ja, wat voor actie gaat u hiertoe ondernemen? Zo nee, waarom niet?

Met vriendelijke groet,

Anja Hazekamp

Partij voor de Dieren

Indiendatum: jun. 2014
Antwoorddatum: 24 jun. 2014

Geachte mevrouw Hazekamp,


Op 5 juni 2014 hebben wij van u een brief ontvangen met daarin een aantal vragen omtrent de ondersteuning van een project van Agrifirm omtrent de bestrijding van vrijlevende aaltjes. In dat project wordt onder andere aandacht besteed aan de mogelijkheden om het gebruik van het middel Metam natrium voor dit doel te verminderen. Hierbij beantwoorden wij uw vragen.

Vraag 1. Bent u op de hoogte van het (vooralsnog) tijdelijke verbod op het gebruik van Metam-natrium?


Antwoord: Ja. Wij zijn op de hoogte van de inhoud van de brief die de staatssecretaris aan de Tweede Kamer heeft gestuurd.


Vraag 2. Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat het uit laten voeren van een proef, gericht op het continueren van Metam-natriumgebruik, verspilling van geld en moeite is nu het gif in ieder geval voorlopig verboden is, en de kans groot is dat het gif van de vrijstellingenlijst gehaald wordt? Zo ja, wat voor consequenties verbindt u hieraan? Zo nee, waarom niet?


Antwoord: Nee, wij zijn het niet eens met die conclusie. Het aangekondigde verbod is van tijdelijke aard. Uit de brief van de staatssecretaris spreekt geen intentie om tot een volledig, definitief verbod te komen. Uit de brief blijkt wel dat ook de Rijksoverheid veel waarde hecht aan onderzoek en ontwikkeling van alternatieven en manieren om het gebruik te verminderen. Het gesubsidieerde project geeft hier nu juist invulling aan. Het betreft een onderzoek naar de relatie tussen besmetting met aaitjes en het organische-stofgehalte in de bodem. Deze gegevens kunnen vervolgens gebruikt worden om preciezer te voorspellen waar en wanneer een besmetting zich zou kunnen voordoen. Eventuele bestrijdingsmiddelen kunnen dan directer en effectiever worden ingezet. Het project draagt daarmee bij aan de vermindering van het gebruik, niet alleen voor Metam Natrium, maar in potentie ook voor andere middelen die als alternatief kunnen worden toegepast. Overigens willen wij erop wijzen dat de provincie geen opdrachtgever is voor deze proef; het onderzoek wordt uitgevoerd op initiatief van partijen uit de sector. De provincies Groningen en Drenthe zijn gevraagd om een bijdrage te ieveren in de
kosten van het project.


Vraag 3. Vindt u het, gezien het verbod en de toxiciteit van het gif, niet passender en effectiever om te investeren in de doorontwikkeling van teeltmethoden die het
gebruik van Metam-natrium overbodig maken (zoals het telen van lelies in kratten, of voorteelt van Afrikaantjes)? Zo ja, wat voor actie gaat u hiertoe ondernemen? Zo
nee, waarom niet?


Antwoord: Wij willen meewerken aan alternatieve manieren om aaltjes te bestrijden, maar het initiatief daarvoor moet vanuit de sector komen. Onlangs is
een project afgerond rondom de teelt van afrikaantjes (tagetes) als aaltjesbestrijder. Belangrijk doel daarvan was om te kijken of dit gewas bijvoorbeeld vergist zou kunnen worden, om het als salderend tussengewas te kunnen telen. Dit vooral omdat de teelt van afrikaantjes voor bollentelers een teeltseizoen kost en daarmee op dit moment niet renderend is. Dergelijke
onderzoeken zijn belangrijk voor het ontwikkeien van haalbare alternatieven.


Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.


Hoogachtend,
Gedeputeerde Staten van Groningen.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer