Vragen betref­fende muizen en ecolo­gisch evenwicht


Indiendatum: jan. 2015

Geacht college,

In grote delen van Friesland zijn boeren gedupeerd door de veldmuizenexplosie. De totale schade wordt geschat op 80 miljoen euro. Onlangs berichtte RTV Noord dat de muizenoverlast ook Groningen bereikt [1]. Naar aanleiding van muizenoverlast in 2005, deed Alterra onderzoek naar de oorzaken. De Partij voor de Dieren wil u graag de volgende vragen stellen over deze kwestie.

  1. Wat is volgens u de oorzaak van de grote populatie muizen en kunt u dit toelichten?
  2. Bent u bekend met het Alterra-rapport "Muizenplagen in Nederland: oorzaken en bestrijding" [2], waaruit blijkt dat naast weersomstandigheden vooral een verlaagd waterpeil, graslandbeheer, het doden van roofvogels en het verdwijnen van de koe in de wei een rol spelen in het voorkomen van muizenoverlast? Deelt u deze conclusies van Alterra? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke consequenties verbindt u hieraan?
  3. Deelt u de mening dat bestrijding van muizenoverlast primair gezocht moet worden in het structureel verhogen van het grondwaterpeil, het verplichten van weidegang, het stoppen van de jacht op predatoren en het strenger handhaven in gevallen van het illegaal doden van beschermde predatoren? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke wijze wilt u, samen met het Rijk, waterschappen en LTO deze zaken oppakken?

Een vos eet gemiddeld zo'n zes muizen per dag. Een muizenpaartje kan in een gunstig jaar tot 2600 nakomelingen zorgen. Stel dat de zes muizen die de vos per dag kan verorberen uit drie paartjes bestaan. Dan voorkomt die ene vos dat er ruim 7800 muizen niet worden geboren. Per dag. Dat is ruim drie miljoen muizen per jaar.

  1. Is deze informatie voor u een reden om geen nieuwe ontheffingen voor het doodschieten van vossen te verlenen en kunt u dit toelichten? Zo nee, waarom niet?
  2. Kunt u een overzicht geven van (het verloop van) de populaties vossen, roofvogels, uilen en andere predatoren van de muis (zoals bunzingen, hermelijnen en wezels) over de afgelopen jaren, in de omgeving van Enumatil en het Westerkwartier, waar de muizenpopulatie uit balans lijkt te raken?
  3. Bent u bereid de inzet van dieronvriendelijke bestrijdingsmethoden, zoals gif, te ontmoedigen zolang andere maatregelen niet getroffen zijn c.q. getoetst op hun werkzaamheid? Zo nee, waarom niet?
  4. Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat de agrarische sector niet in aanmerking zou moeten komen voor schadevergoeding van de overheid omdat zij deze muizenplaag deels zelf hebben veroorzaakt, daar zij de uitkomsten van het Alterra onderzoek terzijde hebben geschoven? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke consequenties verbindt u hieraan?
  5. Bent u het met ons eens dat de provinciale facilitering van grootschalige landbouw en veehouderij mede schuldig is aan de verstoring van het ecologisch evenwicht op het platteland door het verdwijnen van bosjes, houtwallen, bloeiende akkerranden e.d.? Welke consequenties verbindt u aan de wetenschap dat het gebied hiermee gevoeliger wordt voor muizenoverlast?
  6. Bent u bereid om te kijken naar mogelijkheden om het beleid van kunstmatig laag gehouden grondwaterstanden te wijzigen en kunt u dit toelichten? Zo nee, waarom niet?
  7. Jagers huren terreinen van agrariërs voor de jacht en betalen hiervoor jachtpacht. Deze pacht is echter een schijntje van de schade die de agrariërs nu oplopen door de muizenoverlast. Bent u bereid om in overleg te treden met LTO Noord, teneinde agrariërs te wijzen op de verstoorde relatie predator - prooidieren ten gevolge van de jacht? Zo nee, waarom niet?

Met vriendelijke groet,

Kirsten de Wrede

Partij voor de Dieren

Indiendatum: jan. 2015
Antwoorddatum: 1 jan. 1970

Geachte mevrouw De Wrede,


Naar aanleiding van uw vragen over gedupeerde boeren door de veldmuizenexplosie berichten wij u het volgende.


Vraag 1. Wat is volgens u de oorzaak van de grote populatie muizen en kunt u dit toelichten? En:

Vraag 2. Bent u bekend met het Alterra-rapport "Muizenplagen in Nederland: oorzaken en bestrijding" waaruit blijkt dat naast weersomstandigheden vooral een verlaagd waterpeil, graslandbeheer, het doden van roofvogels en het verdwijnen van de koe in de wei een rol spelen in het voorkomen van muizenoverlast? Deelt u deze conclusies van Alterra? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke consequenties verbindt u hieraan?


Antwoord 1 en 2: Er zijn meerdere factoren die een rol spelen bij de ontstane grote muizenpopulatie. Niet alleen menselijk handelen maar ook natuurlijke processen spelen hierbij een belangrijke rol. De oorzaak van de grote muizenpopulatie in Noord-Nederland is mogelijk mede veroorzaakt door de gunstige weersomstandigheden in 2014 waardoor het voortplantingsseizoen tot laat in de herfst heeft voortgeduurd.


Vraag 3. Deelt u de mening dat bestrijding van muizenoverlast primair gezocht moet worden in het structureel verhogen van het grondwaterpeil, het verplichten van weidegang, het stoppen van de jacht op predatoren en het strenger handhaven in gevallen van het illegaal doden van beschermde predatoren? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke wijze wilt u, samen met het Rijk, waterschappen en LTO deze zaken oppakken?


Antwoord: Op dit moment willen wij nog niet vooruitlopen op de maatregelen die moeten worden genomen ter bestrijding van de muizenoverlast. Bij de aanpak van de muizenoverlast zullen wij de rol nemen die ons toebehoort. Op dit moment oriënteren wij ons over de taken die wij in deze kwestie kunnen vervullen.

Een vos eet gemiddeld zo'n zes muizen per dag. Een muizenpaartje kan in een gunstig jaar tot 2600 nakomelingen zorgen. Stel dat de zes muizen die de vos per dag kan verorberen uit drie paartjes bestaan. Dan voorkomt die ene vos dat er ruim 7800 muizen niet worden geboren. Per dag. Dat is ruim drie miljoen muizen per jaar.


Vraag 4. Is deze informatie voor u een reden om geen nieuwe ontheffingen voor het doodschieten van vossen te verlenen en kunt u dit toelichten? Zo nee, waarom niet?


Antwoord: De vos is een van de predatoren die invloed uitoefenend op de muizenpopulaties. Ons afwegingskader om te beslissen wel of niet een ontheffing te verlenen voor het doden van vossen is breder dan alleen de problematiek omtrent de muizenpopulatie.


Vraag 5. Kunt u een overzicht geven van (het verloop van) de populaties vossen, roofvogels, uilen en andere predatoren van de muis (zoals bunzingen, hermelijnen en wezels) over de afgelopen jaren, in de omgeving van Enumatil en het Westerkwartier, waar de muizenpopulatie uit balans lijkt te raken?


Antwoord: Wij hebben zelf geen gegevens over de populaties van de genoemde diersoorten. Wel hebben wij voor bijvoorbeeld vossen data over het aantal vossenburchten. Deze informatie is te vinden in het voor u bekende Faunabeheerplan. Data over roofvogels, uilen en andere predatoren worden gemonitord door partijen zoals SOVON Nederland en de Zoogdiervereniging.


Vraag 6. Bent u bereid de inzet van dieronvriendelijke bestrijdingsmethoden, zoals gif, te ontmoedigen zolang andere maatregelen niet getroffen zijn c.q. getoetst op hun werkzaamheid? Zo nee, waarom niet?


Antwoord: Nee, wij zien nu geen aanleiding om dergelijke middelen te ontmoedigen. Het gebruik van bestrijdingsmiddelen en methoden zijn ons inziens goed geregeld in de wet.


Vraag 7. Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat de agrarische sector niet in aanmerking zou moeten komen voor schadevergoeding van de overheid omdat zij deze muizenplaag deels zelf hebben veroorzaakt, daar zij de uitkomsten van het Alterra onderzoek terzijde hebben geschoven? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke consequenties verbindt u hieraan?


Antwoord: Wij laten onderzoek doen naar de muizenoverlast. Daarna zullen wij onze positie bepalen.


Vraag 8. Bent u het met ons eens dat de provinciale facilitering van grootschalige landbouw en veehouderij mede schuldig is aan de verstoring van het ecologisch evenwicht op het platteland door het verdwijnen van bosjes en houtwallen e.d.? Welke consequenties verbindt u aan de wetenschap dat het gebied hiermee gevoeliger wordt voor muizenoverlast?


Antwoord: Wij herkennen ons niet in uw typering van het provinciaal beleid en zijn het daar dan ook niet mee eens. Ons beleid is er juist op gericht om de duurzame ontwikkeling van de landbouw te faciliteren - voor een toekomstgerichte landbouw, die in balans is met de fysieke (natuur en landschap) en maatschappelijke omgeving. Het onderzoek waar wij naar refereren bij de beantwoording van vraag 7, wordt gecoördineerd door een ecologisch onderzoeksbureau.


Vraag 9. Bent u bereid om te kijken naar mogelijktieden om het beleid van kunstmatig laag gehouden grondwaterstanden te wijzigen en kunt u dit toelichten? Zo nee, waarom niet?


Antwoord: Het beheren van het waterpeil is een bevoegdheid van het waterschap. Wij hebben er vertrouwen in dat zij een goede afweging maken tussen de verschillende belangen.


Vraag 10. Jagers huren terreinen van agrariërs voor de jacht en betalen hiervoor jachtpacht. Deze pacht is echter een schijntje van de schade die de agrariërs nu oplopen door de muizenoverlast. Bent u bereid om in overleg te treden met LTO Noord, teneinde agrariërs te wijzen op de verstoorde relatie predator - prooidieren ten gevolge van de jacht? Zo nee, waarom niet?


Antwoord: Wij gaan niet in overleg treden met jagers en LTO Noord om over de relatie predator - prooidieren te spreken. Afwegingen omtrent de noodzaak van afschot van predatoren vinden primair plaats binnen de Faunabeheereenheid. Overigens is de vos de enige predator waarop in Groningen afschot plaats vindt.


Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.


Hoogachtend,
Gedeputeerde Staten van Groningen:

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer