Vragen betref­fende dood­schieten van knob­bel­zwanen


Indiendatum: apr. 2012

Statenvragen van de Partij voor de Dieren Statenfractie Groningen aan het college van GS op grond van artikel 46 van het Reglement van Orde.

Geacht college,

Onlangs bereikte ons het bericht dat er op zwanen geschoten wordt in percelen onder beheer van de Agrarische Natuurvereniging Oost Groningen (ANOG). Het gaat om twee percelen in Finsterwolde, waarvan één dient als winterfouageerperceel en de andere als broedperceel, beiden bedoeld voor akkervogels. Op deze akkers worden geen gewassen verbouwd of geoogst. Er is dus geen sprake van jonge gewassen waar zwanen schade aan zouden kunnen richten. De ANOG vindt het niet acceptabel dat er op hun percelen gejaagd wordt. De ANOG is van mening dat er voorafgaand contact met hen opgenomen zou moeten worden voordat er enige vorm van jacht plaatsvindt. In dit geval zijn zij niet op de hoogte gebracht van enige vorm van verjaging of doden van zwanen.

In het beheerplan knobbelzwanen en de bijbehorende ontheffing staat dat speciaal aangewezen zwanenverjagers eerst moeten pogen vogels te verjagen middels een afweerpistool, en dat er sprake moet zijn van belangrijke dreigende landbouwschade. Als dit niet voldoende geacht wordt, mag er een machtiging worden verleend voor het doden van maximaal vier zwanen. Aan dit beleid werken volgens het beheerplan ‘ vrijwel alle wildbeheereenheden’ mee.

Graag stellen wij u onderstaande vragen.

1. Bent u bekend met het feit dat er op zwanen gejaagd wordt in de gebieden in Finsterwolde waar de ANOG het beheer voert?
2. Met welk doel werd er daar gejaagd, en was dit onder ontheffing van de Faunabeheereenheid? Was er sprake van ‘belangrijke dreigende landbouwschade’ (voorwaarde voor doden knobbelzwanen)?
3. Is er een machtiging afgegeven door de Inspecteur Groene Wetten voor het doden van zwanen in bovengenoemd gebied?
4. Is het vooraf in kennis stellen van agrarische natuurverenigingen bij voorgenomen jacht op of in nabijheid van hun percelen vereist? Zo nee, waarom niet?
5. Is er een algemeen geldende beleid voor jacht in gebieden die beheerd worden door agrarische natuurverenigingen? Zo ja, hoe luidt dit? Zo nee, waarom niet, en bent u bereid dit op te stellen?
6. Bent u van mening dat het doodschieten van dieren geoorloofd is op percelen die bedoeld zijn om vogels rust, broed- en fourageermogelijkheden te bieden? Zo ja, hoe beoordeelt u de optredende verstoring in relatie tot de doelstellingen die de agrarische natuurverenigingen nastreven middels hun beheer?
7. Is het nog steeds zo dat ‘bijna alle’ WBE’s meewerken aan het preventief verjagen van zwanen? Zo ja, welke WBE’s werken niet mee en waarom niet?
8. Zijn er sancties mogelijk om WBE’s te dwingen eerst verjaging toe te passen voordat ze over gaan tot het doden van dieren?
9. Kunt u aangeven hoeveel zwanen er sinds 2008 gedood zijn, en welk percentage dit is van de totale populatie zwanen in Groningen?
10. Worden er in Groningen ruiende zwanen gevangen op open water? Zo ja, waar, waarom en om hoeveel dieren gaat het?
11. Kunt u aangeven hoeveel zwaneneieren er in Groningen geschud c.q geraapt zijn sinds 2002? (De laatst gepubliceerde gegevens van de FBE dateren uit 2002.)
12. Kunt u aangeven hoeveel financiële compensatie er is uitgekeerd door het Faunafonds voor schade door zwanen sinds 2008, en om hoeveel dossiers het gaat? Is er schade verhaald op de provincie omdat de verleende machtiging van 2 x 2 gedode zwanen niet ‘toereikend’ bleek te zijn?
13. Heeft de dalende lijn in schade die sinds 2005 optrad (zoals vermeld in het beheerplan) zich doorgezet na 2009? Waardoor wordt volgens u een dalende (of stijgende) lijn veroorzaakt?
14. In het beheerplan is sprake van een evaluatie van het zwanenbeheerbeleid in 2011. Is deze evaluatie inmiddels afgerond en waar kunnen wij deze inzien?
15. Bent u voornemens uw beleid ten aanzien van het doden van zwanen in de (nabije) toekomst aan te passen en op welke wijze?

Met vriendelijke groet,

Wynanda van der Land

Indiendatum: apr. 2012
Antwoorddatum: 29 mei 2012

Geachte mevrouw Van der Land,

Bij uw bovengenoemde brief zond u ons een 15-tal vragen met betrekking tot de bestrijding van schade door knobbelzwanen in de provincie Groningen. De beantwoording van deze vragen treft u hieronder aan.

Vraag 1
Bent u bekend met het feit dat er op zwanen gejaagd wordt in de gebieden in Finsterwolde waar de ANOG het beheer voert?
Antwoord vraag 1
Ja, dat is ons bekend.

Vraag 2
Met welk doel werd er daar gejaagd, en was dit onder ontheffing van de Faunabeheereenheid? Was er sprake van 'belangrijke dreigende landbouwschade' (voorwaarde voor doden knobbelzwanen)?
Vraag 3
Is er een machtiging afgegeven door de inspecteur Groene Wetten voor het doden van zwanen in bovengenoemd gebied?
Antwoord vragen 2 en 3
Op grond van de provinciebrede door ons aan de Faunabeheereenheid Groningen afgegeven ontheffing (zaaknummer: 225051) kan de Faunabeheereenheid Groningen een machtiging verstrekken voor het afschieten van maximaal 2 knobbelzwanen per verjagingsactie, met een maximum van 4 knobbelzwanen per machtiging. Dit kan pas nadat er minimaal twee verjagingsacties met een vogelafweerpistool hebben plaatsgevonden én na een positief advies van de provinciale inspecteur Groene Wetten. In het door u geschetste geval is op advies van de provinciale inspecteur Groene wetten door de Faunabeheereenheid Groningen een dergelijke machtiging afgegeven ter bestrijding van belangrijke schade in het kapitaalsintensieve gewas koolzaad. Van belangrijke schade is sprake bij een schade van € 250,- per geval. Verder heeft de jager in het onderhavige geval één keer een voorgenomen schadebestrijdingsactie gemeld bij de provinciale inspecteur Groene Wetten, zodat er in dit geval sprake is van het afschot van maximaal twee knobbelzwanen.

Vraag 4
Is het vooraf in kennis stellen van agrarische natuurverenigingen bij voorgenomen jacht op of in nabijheid van hun percelen vereist? Zo nee, waarom niet?
Antwoord vraag 4
Nee, dit is niet vereist. De jager die de schadebestrijding uitvoert, dient in het bezit te zijn van een verklaring waarbij de grondgebruiker toestemming verleent tot het betreden van diens gronden ter bestrijding van de schade (een zogenaamde grondgebruikersverklaring). De Flora- en faunawet stelt geen regels ten aanzien van het in kennis stellen van agrarische natuurverenigingen of andere instanties wanneer gebruik wordt gemaakt van een ontheffing. En overigens is dit ook niet als voorwaarde in de provinciale ontheffing of de machtiging opgenomen. Het ligt niet in de rede het in kennis stellen van derden met betrekking tot aspecten van agrarische bedrijfsvoering te reguleren binnen de context van een ontheffing. Het ligt veel meer op de weg van de agrarische natuurverenigingen zelf hierover onderling, met hun leden en wildbeheereenheden afspraken te maken.

Vraag 5
Is er een algemeen geldend beleid voor jacht in gebieden die beheerd worden door agrarische natuurverenigingen? Zo ja, hoe luidt dit? Zo nee, waarom niet en bent u bereid dit op te stellen?
Antwoord vraag 5
In de Flora- en faunawet zijn jacht en schadebestrijding verschillende zaken. Het Ministerie van ELI is bevoegd gezag waar het gaat om jacht. Voor wat betreft schadebestrijding is er geen algemeen geldend (landelijk), noch provinciaal beleid voor gebieden die beheerd worden door agrarische natuurverenigingen. Schadebestrijding mag alleen bij schade van meer dan € 250,- per geval én nadat gekeken is naar andere oplossingen. Denk aan zogenaamde zwanenverjagers, visuele en akoestische preventieve maatregelen. Schade die kan worden teruggevoerd op eigen provinciaal beleid op het gebied van schadebestrijding wordt door het Faunafonds verhaald op de provincie.
De provincie heeft mogelijkheden om zelf beleid te bepalen. Op dit moment denken wij na over een diervriendelijker en minder verstorend schadebestrijdingsbeleid. Wij zoeken naar duurzame oplossingen. Dit vraagt om een zorgvuldige aanpak. Daarom kijken we naar verjaagmethodes voor meerdere soorten: hoe effectief zijn deze, leveren deze verstoring op in het landelijk gebied etc. En: verwachten we toename van kosten doordat de schadevergoeding omhoog gaat. Wij steunen momenteel het inzetten van zwanenverjagers en deze zomer starten we met de ganzenpilot. Een te terughoudend schadebestrijdingsbeleid kan mogelijk leiden tot een grotere populatie schadeveroorzakende dieren waardoor we op termijn mogelijk genoodzaakt zijn een intensievere schadebestrijding in te zetten. Deze situatie willen we nadrukkelijk voorkomen.

Vraag 6
Bent u van mening dat het doodschieten van dieren geoorloofd is op percelen die bedoeld zijn om vogels rust, broed- en foerageermogelijkheden te bieden? Zo ja, hoe beoordeelt u de optredende verstoring in relatie tot de doelstellingen die de agrarische natuurverenigingen nastreven middels hun beheer?
Antwoord vraag 6
De onderhavige machtiging is afgegeven voor het bestrijden van schade op percelen met koolzaad en de schadebestrijding heeft ook op die percelen plaatsgevonden. Tussen de percelen waarop gewassen worden verbouwd liggen andere percelen waarvoor pakketten gelden voor doortrekkende en overwinterende vogels, waarbij het vaak gaat om akkers met niet geoogst zomergraan. Er gelden echter geen restricties ten aanzien van schadebestrijding in de nabijheid van dergelijke percelen. De gebieden die door agrarische natuurverengingen worden beheerd hebben in hoofdzaak een agrarische functie. Het is een goede zaak dat agrarische natuurverenigingen zich er voor inzetten de verstoring door agrarische activiteiten te verminderen. Naast schadebestrijding en de normale agrarische bedrijfsvoering vinden er in het landelijke gebied ook allerlei andere activiteiten plaats, die verstorend kunnen werken op rustende, broedende en foeragerende vogels. Aan verstoring valt in het agrarische cultuurlandschap niet te ontkomen.

Vraag 7
Is het nog steeds zo dat 'bijna alle' WBE's meewerken aan het preventief verjagen van zwanen? Zo ja, welke WBE's werken niet mee en waarom niet?
Antwoord vraag 7
Alle WBE's werken mee aan het preventief verjagen van zwanen. Zij komen echter alleen in actie als dat noodzakelijk is vanwege schade aan gewassen, waardoor niet altijd alle WBE's gebruik hoeven te maken van die mogelijkheid.

Vraag 8
Zijn er sancties mogelijk om WBE's te dwingen eerst verjaging toe te passen voordat ze overgaan tot het doden van dieren?
Antwoord vraag 8
Eerst preventieve maatregelen nemen, dan pas gebruik maken van de ontheffing. Dit staat nadrukkelijk in voorwaarden van de provinciebrede ontheffing aan de Faunabeheereenheid Groningen. Bij diersoorten waarvan het gezien de schadehistorie aannemelijk is dat zij veelvuldig schade aanrichten in de gewassen waarvoor de ontheffing geldt, wordt steekproefsgewijs gecontroleerd of preventieve middelen zijn ingezet. Wanneer bij controle blijkt dat dit niet of niet voldoende het geval is, wordt de desbetreffende machtiging ingetrokken. Bij diersoorten waarvan bekend is dat zij slechts incidenteel schade aanrichten in de gewassen waarvoor de ontheffing geldt, alsmede wanneer schade wordt veroorzaakt
door knobbelzwanen, bezoekt de provinciale inspecteur Groene Wetten de schadepercelen voordat een machtiging voor afschot wordt verleend door de Faunabeheereenheid Groningen. Wanneer geen of niet voldoende preventieve middelen zijn ingezet, wordt geen machtiging verleend. Het Faunafonds zal niet overgaan tot het uitkeren van een schadevergoeding, wanneer niet of niet voldoende gebruik is gemaakt van de wettelijke mogelijkheden tot bestrijding van de schade. Hiervan is onder andere sprake wanneer een machtiging
door de Faunabeheereenheid niet wordt verleend of vroegtijdig wordt ingetrokken.

Vraag 9
Kunt u aangeven hoeveel zwanen er sinds 2008 gedood zijn, en welk percentage dit is van de totale populatie zwanen in Groningen?
Antwoord vraag 9
In de tabel hieronder is te zien hoeveel knobbelzwanen er sinds 2008 per schade-bestrijdingsperiode (1 oktober tot 1 juli) zijn gedood.

2007/2008 29
2008/2009 29
2009/2010 55
2010/2011 60

Met betrekking tot de populatie knobbelzwanen kan uit gegevens van Sovon en van de Knobbelzwaanwerkgroep Avifauna Groningen worden opgemaakt, dat het aantal overwinterende knobbelzwanen vanaf 2005 t/m 2009 stabiel is gebleven, en dat er sprake is van een daling in de periode 2009/2010, hetgeen waarschijnlijk te wijten is aan het feit dat door de ijsbedekking in deze strenge winter de zwanen naar elders zijn getrokken. Er zijn geen absolute aantallen bekend, dus kunnen wij niet aangeven welk percentage zwanen sinds 2008 is gedood. Het aantal broedende knobbelzwanen in Groningen vertoont in de periode 1990-2010 een matige stijging. Het aantal uitgevlogen jongen neemt sinds 2000 licht af, de laatste 5-6 jaar met 10-20%. De Knobbelzwaanwerkgroep Avifauna Groningen wijt dit hoofdzakelijk aan streng winterweer en predatie door vossen. Uit deze gegevens kan de conclusie worden getrokken dat het schadebestrijdingsbeleid van de provincie geen negatieve invloed heeft op de gunstige staat van instandhouding van de knobbelzwaan.

Vraag 10
Worden er in Groningen ruiende zwanen gevangen op open water? Zo ja, waar, en om hoeveel dieren gaat het?
Antwoord vraag 10
Het vangen van ruiende zwanen op open water is illegaal, tenzij er door het Ministerie van ELI een ontheffing is afgegeven om zwanen te ringen voor wetenschappelijke doeleinden. Er zijn geen meldingen binnengekomen van het vangen van ruiende zwanen op open water, noch hebben de provinciale Inspecteurs Groene Wetten dergelijke acties bemerkt.

Vraag 11
Kunt u aangeven hoeveel zwaneneieren er in Groningen geschud c.q. geraapt zijn sinds 2002? (De laatst gepubliceerde gegevens van de FBE dateren uit 2002.)
Antwoord vraag 11
In de tabel is te zien hoeveel eieren van knobbelzwanen er per schadebestrijdings-seizoen vanaf 2004 zijn geschud c.q. geraapt. Van 2005/2006 ontbreken de gegevens.

2004/2005 41
2005/2006
2006/2007 31
2007/2008 30
2008/2009 4
2009/2010 24
2010/2011 18

Vermoed wordt, dat de oorzaak van deze lage aantallen van organisatorische aard is.

Vraag 12
Kunt u aangeven hoeveel financiële compensatie er is uitgekeerd door het Faunafonds voor schade door zwanen sinds 2008, en om hoeveel dossiers het gaat? Is er schade verhaald op de provincie omdat de verleende machtiging van 2x2 gedode zwanen niet 'toereikend' bleek te zijn?
Antwoord vraag 12
In de tabel hieronder zijn de totaal door het Faunafonds uitgekeerde, maar ook de getaxeerde schadebedragen per jaar vanaf 2008 te zien, alsmede om hoeveel gevallen het ging. De getaxeerde schadebedragen geven een beeld van de werkelijke schade die is ontstaan.

Jaar Schade € uitgekeerd Schade € getaxeerd Aantal gevallen
2008 9.781 13.468 12
2009 3.857 7.356 19
2010 4.452 5.797 15
2011 7.053 7.724 7

Er is geen schade verhaald op de provincie in gevallen waarin na gebruikmaking van de mogelijkheden die de ontheffing voor knobbelzwanen biedt alsnog schade optreedt.

Vraag 13
Heeft de dalende lijn in schade die sinds 2005 optrad (zoals vermeld in het beheerplan) zich doorgezet na 2009? Waardoor wordt volgens u een dalende (of stijgende) lijn veroorzaakt?
Antwoord vraag 13
Het aantal schademeldingen is vanaf 2009 verder gedaald, maar de getaxeerde schade in 2009 ligt op hetzelfde niveau als in 2011. Omdat hier geen onderzoek naar wordt gedaan, is moeilijk aan te geven wat de oorzaken van dalende, stijgende of fluctuerende schade is. De volgende factoren kunnen onder andere van invloed zijn op het stijgen of dalen van de schade:
- In hoeverre er effectief gebruik wordt gemaakt van de provinciale ontheffing.
- De omvang van het areaal waarop kapitaalsintensieve gewassen worden verbouwd.
- De grootte van de populatie knobbelzwanen op een bepaald moment.

Vraag 14
In het beheerplan is sprake van een evaluatie van het zwanenbeleid in 2011. Is deze evaluatie inmiddels afgerond en waar kunnen wij deze inzien?
Antwoord vraag 14
Op 27 januari 2011 heeft er een bijeenkomst plaatsgevonden met de zwanenverjagers, ter uitwisseling van de ervaringen met het verjaagbeleid en over de vraag of voortzetting hiervan gewenst is. De conclusie van deze bijeenkomst was, om ondanks kritische kanttekeningen, dit beleid voort te zetten gedurende de looptijd van de ontheffing (deze loopt in 2014 af).
Van de bijeenkomst en de getrokken conclusie wordt kort melding gemaakt in de knobbelzwanenrapportage 2010/2011 van de Faunabeheereenheid Groningen. Deze rapportage ligt voor u ter inzage in de statenkast.

Vraag 15
Bent u voornemens uw beleid ten aanzien van het doden van zwanen in de (nabije) toekomst aan te passen en op welke wijze?
Antwoord vraag 15
Voor knobbelzwanen wordt op dit moment al een diervriendelijk schadebestrijdingsbeleid gevoerd. Pas wanneer verjaging met een vogelafweerpistool niet het gewenste effect heeft kan worden overgegaan tot het afschot van een gelimiteerd aantal knobbelzwanen, ter ondersteuning van de verjaging. Beleid waarbij geen knobbelzwanen geschoten behoeven te worden geniet de voorkeur. In hoeverre dit mogelijk is moet nader worden bekeken. Zie verder het antwoord op vraag 5.

Wij vertrouwen er op u hiermede voldoende te hebben geïnformeerd.

Hoogachtend,
Gedeputeerde Staten van Groningen

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer