Vervolg­vragen dood­schieten van knob­bel­zwanen


Indiendatum: jul. 2012

Statenvragen van de Partij voor de Dieren Statenfractie Groningen aan het college van GS op grond van artikel 46 van het Reglement van Orde.

Geacht college,

Op 30 mei ontvingen wij uw antwoorden op onze schriftelijke vragen met betrekking tot het doodschieten van knobbelzwanen, waarvoor dank.

Graag stellen wij u enkele vervolgvragen.

1. Kunt u aangeven hoeveel de kosten bedragen van de procedure om een zwaan te kunnen doden (advies en machtiging inspecteur Groene Wetten, afgeven grondgebruikersverklaringen, logistiek/communicatie met WBE/jager, en overige kosten)?
2. Bent u van mening dat deze kosten te verdedigen zijn gegeven de beperkte schadeuitkeringen en kunt u dat toelichten?
3. Kunt u aangeven wat u bedoelt met 'nadenken over een diervriendelijker en minder verstorend schadebestrijdingsbeleid', en een termijn verbinden aan uw denktijd?
4. Kunt u uiteenzetten hoe u tot de conclusie komt dat het doden van zwanen geen negatief effect heeft op de gunstige staat van instandhouding, gegeven de door u opgevoerde feiten dat er geen absolute aantallen zwanen bekend zijn en het aantal uitgevlogen jongen afneemt?
5. Wat is de reden voor verdubbeling van het aantal gedode zwanen sinds 2007?
6. Bent u van mening dat verstoring door jagers gelijkgesteld mag worden aan verstoring door agrarische werkzaamheden en / of andere activiteiten in het buitengebied, en kunt u dit toelichten?

Met vriendelijke groet,

Anja Hazekamp

Indiendatum: jul. 2012
Antwoorddatum: 25 sep. 2012

Geachte mevrouw Hazekamp,

Bij uw in de aanhef genoemde brief zond u ons een zestal aanvullende vragen met betrekking tot de bestrijding van schade door knobbeizwanen in de provincie Gro-ningen. De beantwoording van deze vragen treft u hieronder aan.

Vraag 1
Kunt u aangeven hoeveel de kosten bedragen van de procedure om een zwaan te kunnen doden (advies en machtiging inspecteur Groene Wetten, afgeven grondgebruikersverklaringen, logistiek/communicatie met WBE/jager, en ovedge kosten)?
Vraag 2
Bent u van mening dat deze kosten te verdedigen zijn gegeven de beperkte scha-deuitkeringen en kunt u dat toelichten?
Antwoord vragen 1 en 2
De kosten worden niet bijgehouden per diersoort en komen ook deels voor rekening van anderen dan de provincie, zoals het afgeven van grondgebruikersverklaringen, wat een zaak is tussen de grondgebruiker en degene die de schadebestrijding uitvoert. Bovendien is het voor een compleet overzicht noodzakelijk de kosten af te zetten tegen uitgekeerde tegemoetkomingen voor schade waarbij we niet weten hoe hoog de voorkomen schade is, vanwege fluctuerende gewasprijzen.

Vraag 3
Kunt u aangeven wat u bedoelt met 'nadenken over een diervriendelijker en minder verstorend schadebestrijdingsbeleid' en een termijn verbinden aan uw denktijd?
Antwoord vraag 3
Met een diervriendelijker schadebestrijdingsbeleid bedoelen wij dat aan verjaging ondersteunend afschot zo veel mogelijk wordt beperkt. In ons antwoord op uw vraag 5 uit uw brief d.d.17 april 2012, hebben wij aangegeven welke overwegingen hierbij een rol spelen: "Daarom kijken we naar verjaag-methodes voor meerdere soorten: hoe effectief zijn deze, leveren deze verstoring op in het landelijk gebied etc. ". In dit verband kunnen wij u melden, dat wij voornemens zijn dit jaar de ontheffing voor het aan verjaging ondersteunend afschot van knobbelzwanen in te trekken. Op dit moment wordt een dusdanig klein aantal zwanen afgeschoten dat het niet in de lijn der verwachting ligt dat er veel schade is. Overigens blijft de mogelijkheid om te verjagen zonder afschot bestaan.

Vraag 4
Kunt u uiteenzetten hoe u tot de conclusie kornt dat het doden van zwanen geen negatief effect heeft op de gunstige staat van instandhouding, gegeven de door u opgevoerde feiten dat er geen absolute aantallen zwanen bekend zijn en het aan-tal uitgevlogen jongen afneemt?
Antwoord vraag 4
De populatie in Groningen is stablel waardoor doden van dieren vrijwel niet aan de orde is. De knobbelzwaanwerkgroep Avifauna Groningen wijt de lichte daling in het aantal uitgevlogen jongen sinds 2000 aan streng winterweer en predatie door vossen. Het gegeven dat het aantal uitgevlogen jongen een lichte daling vertoont is voorts niet alleen bepalend als het om de populate knobbelzwanen gaat. Andere gegevens als het aantal broedvogels en de winterpopulatie, moeten hierin eveneens worden meegenomen. Een daling in het aantal uitgevlogen jongen betekent dan ook niet per definitie een afname van de populatie. Essentieel is hoe succesvol deze jongen zijn. In het vaste monitoringsgebied tussen Hoogkerk en Winsum is sprake van een stabiele broedpopulatie. In de periode 2008 t/m 2011 en tussen 2008 en 2011 vertoonde het aantal knobbelzwanen dat zich in de wintermaanden in Groningen bevond een stijgende lijn. Van een afname van de populatie lijkt dus geen sprake te zijn. Maar wanneer dit wel het geval zou zijn, zou het te ver gaan hieraan direct de conclusie te verbinden dat de gunstige staat van instandhouding van de knobbelzwaan in gevaar zou zijn en al helemaal dat de oorzaak hiervan gevonden zou moeten worden in het provinciale verjagingsbeleid.

Vraag 5
Wat is de reden voor verdubbeling van het aantal gedode zwanen sinds 2007?
Antwoord vraag 5
In het jaar 2005/2006 lag het aantal geschoten zwanen op 80, de daling in de jaren daarna had te maken met de invoering van het huidige verjaagbeleid. Overigens zijn de aantallen geschoten zwanen laag, zodat het bij een verdubbeling van het aantal (van 29 near 60) in absolute zin om een geringe toename gaat. Het vermoeden bestaat dat de stijging in de jaren 2009/2010 en 2010/2011 te maken heeft met de verbouw van een groter areaal koolzaad, een kapitaalsintensief gewas waarbij door het Faunafonds van de grondgebruiker een forse inspanning wordt verwacht alvorens in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming in de schade. Het doden van zwanen als verjaagmethode maakt nu onderdeel uit van de vereisten. Dit is dan ook onderwerp van gesprek tussen de provincie en het Faunafonds.

Vraag 6
Bent u van mening dat verstoring door jagers gelijkgesteld mag worden aan verstoring door agrarische werkzaamheden en/of andere activiteiten in het buitengebied, en kunt u dit toelichten?
Antwoord vraag 6
Het moge duidelijk zijn, dat schadebestrijding deel uitmaakt van de agrarische bedrijfsvoering en als zodanig ook een agrarische activiteit is. Verjagen met een vogelafweerpistool en al dan niet met ondersteunend afschot heeft meer impact dan 'reguliere' (agrarische) activiteiten. We willen opnieuw beschouwen of verjagen zonder afschot niet even effectief is als verjagen met ondersteunend afschot.

Wij vertrouwen er op u hiermede voldoende te hebben geInformeerd.

Hoogachtend,
Gedeputeerde Staten van Groningen:

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer