Staten­vragen bodem­daling Waddenzee


Indiendatum: jan. 2017

Groningen, 20 januari 2017

Betreft: Statenvragen van de Partij voor de Dieren Statenfracties Groningen en Noord Holland aan de resp. colleges van GS betreffende de dreigende natuurramp in het Waddengebied ten gevolge van bodemdaling door gas- en zoutwinning;

Geacht college,

Uit onderzoek van de onafhankelijke commissie die de gaswinning onder het Wad controleert is gebleken dat voor het tweede jaar achtereen een onverklaarbare en forse bodemdaling onder de Waddenzee heeft plaatsgevonden.[i] De commissie noemt een combinatie van diepe bodemdaling, erosie en analysefouten als mogelijke oorzaak. Minister Kamp heeft het laatste rapport van die commissie ook gezien en deze aan de Tweede Kamer gestuurd, zonder erbij te vermelden wat hij gaat doen om (verdere) schade aan het gebied te voorkomen, en dat terwijl de Minister in mei 2016 nog beloofde in te grijpen als de bodemdaling zou doorzetten.[ii]

Het afgelopen jaar is volgens het betreffende onderzoek de bodem gedaald met maar liefst 5 cm. Er zijn grote zorgen over het verdwijnen van zandplaten door bodemdaling en de verhoging van de zeespiegel, waardoor er geen voedsel meer te vinden zal zijn voor de miljoenen vogels die nu nog het Wad gebruiken om te foerageren. Een uniek vogelgebied lijkt letterlijk onder water te verdwijnen.[iii] Dit kan ook voor het toerisme rampzalig zijn. Veel Noordzeevissen gebruiken de Waddenzee bovendien als kraamkamer, zodat ook voor hen dit een ramp zou zijn.[iv]

De Partij voor de Dieren maakt zich grote zorgen over de mijnbouwactiviteiten onder de Waddenzee en heeft daarom de volgende vragen:

1 Op 29 april 2015 heeft de Provinciale Staten in Groningen een motie aangenomen waarin de Staten als haar mening uitspreekt dat zij richting de landelijke overheid alles zal doen om iedere vorm van mijnbouw onder de Waddenzee te verhinderen.[v] Moties van soortgelijke strekking zijn aangenomen in de provincies Friesland (motie 3)[vi] en Noord Holland[vii]. Op welke wijze heeft u uitvoering gegeven aan deze moties?
2 Onderschrijft u dat het voor het behoud van dit Natura2000 gebied noodzakelijk is om alle mijnbouwactiviteiten, waaronder gaswinning, te staken? Zo ja, welke consequenties verbindt u daaraan?
3 Bent u het met ons eens dat dat ook zou moeten gelden voor de winning vanaf de randen van het Wad? Zo nee, waarom niet?
4 Bent u het met ons eens dat mijnbouw onder en aan de rand van de Waddenzee incongruent zijn aan het recent door de drie provincies vastgestelde investeringskader Waddengebied en met name aan de ecologische doelen die daarin zijn opgenomen? Zo ja, op welke wijze gaat u er zorg voor dragen dat de ecologische doelen uit het Investeringskader toch gerealiseerd kunnen worden?
5 Bent u bereid om samen met de andere Waddenprovincies richting het rijk eendrachtige een vuist te maken tegen iedere vorm van mijnbouw onder het Wad, en om zich daarbij richting de minister nogmaals uit te spreken over onze grote zorgen over het Wad en haar unieke ecosysteem en hem te vragen hoe lang hij nog van plan is om dit prachtige natuurgebied te offeren op het altaar van de economie?

Bij voorbaat dank ik u voor uw antwoord.

Met vriendelijke groet,

Ankie Voerman,

Partij voor de Dieren Groningen

[i]http://api.commissiemer.nl/docs/mer/p31/p3110/3110_advies_auditcommissie_over_het_monitoringsjaar_2015.pdf

[ii] http://www.rtvnoord.nl/nieuws/170684/Kamp-moet-ingrijpen-bij-gaswinning-onder-Waddenzee-vanwege-de-bodemdaling

[iii] https://www.wnf.nl/nieuws-en-resultaten/bericht/helft-natuurlijk-werelderfgoed-in-gevarenzone.htm

[iv] http://www.waddensea-worldheritage.org/nl/waddenzee-werelderfgoed/waddenleven/talloze-dieren

[v]http://www.openindex.io/outlink?ssi=4282426198a584a2&url=http%3A%2F%2Fwww.provinciegroningen.nl%2Ffileadmin%2Fuser_upload%2FDocumenten%2FBesluitenlijst_PS%2FBesluiten_Provinciale_Staten_29_april_2015.pdf&r=1&q=mijnbouw%20waddenzee

[vi] http://www.fryslan.frl/20504/provinciale-staten-26-10-2016/files/2016-10-26%20moasjes%20en%20amendeminten.pdf

[vii] http://www.fryslan.frl/20319/26-oktober-2016-vergadering-provinciale-staten/files/08-4-motie%2046a%20pvda%20gl%20pvdd%20opnh%20sp%20d66%20cusgp.pdf

Indiendatum: jan. 2017
Antwoorddatum: 20 jan. 2017

Datum: 15 maart 2017
Briefnummer: 2017-09823/11/A.6 671880
Behandeld door: P.G. van der Sleen
Antwoord op: uw brief van 20 januari 2017
Onderwerp: schriftelijke vragen betreffende de dreigende natuurramp in het Waddengebied t.g.v. bodemdaling door gas- en zoutwinning

Geachte mevrouw Voerman,

Op 20 januari 2017 ontvingen wij uw vragen omtrent een dreigende natuurramp in het Waddengebied ten gevolge van bodemdaling door gas- en zoutwinning.
De vraagstelling in uw bovengenoemde brief komt deels overeen met de vragen eerder door de Partij voor de Dieren gesteld op 15 april 2016 en door ons beantwoord op 31 mei 2016. Wij willen u dan ook graag mede daar naar verwijzen.

Zie hier voor deze vragen en antwoorden.

In het onderwerp van uw brief wordt gas- én zoutwinning genoemd. Voor onze provincie heeft de zoutwinning geen impact op de bodemdaling in de Waddenzee. De bodemdalingseffecten van de bestaande zoutwinningen in onze provincie interfereren, gelet op de ligging van de winlocaties en de daarbij behorende bodemdalingsprofielen en -contouren, niet met gemeten dan wel gemodelleerde bodemdaling in de Waddenzee ten gevolge van de aardgaswinning. In onze beantwoording zijn wij verder dan ook niet op de zoutwinning in onze provincie ingegaan. Wij willen u verder ook graag verwijzen naar de Kamerbrief van 1 februari 2017 van de minister van Economische Zaken (in het vervolg EZ). In die brief geeft de minister aan dat de in 2015 geconstateerde bodemdaling van ongeveer 5 centimeter in het Pinkegat het gevolg is van meetonnauwkeurigheden van de LiDAR-metingen (metingen vanuit een vliegtuig met laser) en het dus geen daadwerkelijke bodemdaling betreft. Hierna volgt onze reactie. Wij herhalen de vragen en beantwoorden die.

1. Op 29 april 2015 heeft de Provinciale Staten In Groningen een motie aangenomen waarin de Staten als haar mening uitspreekt dat zij richting de landelijke overheid alles zal doen om Iedere vorm van mijnbouw onder de Waddenzee te verhinderen. Moties van soortgelijke strekking zijn aangenomen In de provincies Friesland (motie 3) en Noord Holland. Op welke wijze heeft u uitvoering gegeven aan deze moties?
Antwoord: Allereerst hechten wij eraan op te merken dat wij begrip hebben voor uw zorgen over de Waddenzee en het Waddengebied, in het bijzonder met de status van een Unesco Werelderfgoed-gebied en ais een kwetsbaar ecosysteem en ais een belangrijk gebied om in te recreëren. Wij delen uw zorgen en wij vinden dat wij met dit bijzondere gebied zeer zorgvuldig moeten omgaan. Onze inzet ten aanzien van mijnbouwactiviteiten nabij de Waddenzee is hieronder beschreven.
Ons beleid over mijnbouwactiviteiten is verwoord in onze Visie op de Ondergrond, die op 11 maart 2015 door de Staten is vastgesteld. In onze Omgevingsvisie, die door de Staten op 1 juni 2016 is vastgesteld, hebben we in hoofdstuk 21 "Gebruik van de ondergrond" een verwijzing opgenomen naar deze visie. De doelstellingen van onze visie sluiten aan op de provinciale belangen, op het gebied van ruimte, natuur en landschap, water en milieu, en de doelstellingen zien toe op het streven naar een zorgvuldig gebruik van de (diepe) ondergrond en een veilige winning en/of opslag van (delf)stoffen.
Wij hebben bij brief van 30 juni 2015, als aanvulling op onze visie, de Staten geïnformeerd over ons standpunt richting NAM en het ministerie van EZ dat wij geen nieuwe gaswinningen in onze provincie willen, ook niet vanuit de zogenaamde kleine velden. Daarnaast vinden wij dat al bestaande activiteiten in en rond een beschermd gebied, zoals de Waddenzee, die negatieve gevolgen kunnen hebben voor de natuurwaarden, niet mogen plaatsvinden zonder een Natuurbeschermingswetvergunning, verleend door het Rijk. Voor de Waddenzee geldt ook dat wij daar geen winlocaties toestaan.
Onze advisering en onze inspraak dan wel bezwaar en beroep richting de minister/het ministerie van EZ is de afgelopen jaren in lijn met dit beleid uitgevoerd, in het bijzonder in het dossier ten aanzien van de gaswinning uit het Groningenveld.
Dit beleid kan beschouwd worden in het licht van de op 29 april 2015 ingediende motie. Een motie overigens die door het presidium op 28 oktober 2015 is afgehandeld onder agendapunt 5 b.

2. Onderschrijft u dat het voor het behoud van dit Natura 2000-gebled noodzakelijk Is om alle mijnbouwactiviteiten, waaronder gaswinning, te staken? Zo ja, welke consequenties verbindt u daaraan?
Antwoord: Wij hebben kennisgenomen van de op deze zaak betrekking hebbende relevante stukken. Uit de Kamerbrief van 1 februari 2017 (zie hierboven) blijkt - ook naar onze overtuiging - dat de in 2015 geconstateerde lokale extreme bodemdaling in het Pinkegat (mede) te wijten is aan meetonnauwkeurigheden. De Auditcommissie concludeert in haar adviezen over de afgelopen twee jaar ook dat er geen aanwijzingen zijn voor veranderingen in natuurwaarden (bijvoorbeeld soorten en habitats waar instandhoudingsdoelen voor zijn opgesteld) die het gevolg zijn van de gaswinning.
Wij hechten aan een onafhankelijke validatie van monitoringsinformatie. Naar ons inzicht wordt dit ingevuld door de onafhankelijke wetenschappelijke Auditcommissie. Wij vertrouwen op het oordeel van deze commissie over de rapportages en de gemaakte afspraken over vervolgonderzoek naar bodemdaling in het Pinkegat. Wij wachten het eindoordeel van de Auditcommissie belangstellend af.
3. Bent u het met ons eens dat dat ook zou moeten gelden voor de winning vanaf de randen van het Wad? Zo nee, waarom niet?
Antwoord: Wij verwijzen u hiervoor naar onze beantwoording op de vragen 1 en 2.

4. Bent u het met ons eens dat mijnbouw onder en aan de rand van de Waddenzee incongruent zijn aan het recent door de drie provincies vastgestelde investeringskader Waddengebied en met name aan de ecologische doelen die daarin zijn opgenomen? Zo Ja, op welke wijze gaat u er zorg voor dragen dat de ecologische doelen uit het investeringskader toch gerealiseerd kunnen worden?
Antwoord: Wij verwijzen u hiervoor mede naar onze beantwoording op vraag 2. Op dit moment zijn er geen aanwijzingen dat de natuurwaarden in zijn algemeenheid door onderhavige winning daar ter plaatse zijn aangetast. Wij zijn van mening dat de ecologische doelen mede via investeringen in projecten binnen het op 13 december 2016 vastgestelde Investeringskader Waddengebied, haalbaar zijn.

5. Bent u bereid om samen met de andere Waddenprovincies richting het rijk eendrachtige een vuist te maken tegen iedere vorm van mijnbouw onder het Wad, en om zich daarbij richting de minister nogmaals uit te spreken over onze grote zorgen over het Wad en haar unieke ecosysteem en hem te vragen hoe lang hij nog van plan is om dit prachtige natuurgebied te offeren op het altaar van de economie?
Antwoord: Wij volgen de effecten van mijnbouwactiviteiten vanuit onze provincie met een mogelijke beïnvloeding, waaronder ook bodemdaling, op de Waddenzee nauwgezet. Op dit moment zien wij geen reden richting de minister stelling te nemen, anders dan dat wij dat al doen vanuit het dossier gaswinning Groningenveld. Er is nu geen aanleiding, omdat de bodemdalingssnelheid binnen de toegestane gebruiksruimte blijft en er nu geen aanwijzingen zijn voor een negatieve verandering in de onderzochte natuurwaarden.
Er vindt periodiek afstemming plaats tussen de drie Waddenprovincies over ook mijnbouwactiviteiten in dat gebied.
Ook over de door de Partij van de Dieren en de Partij van de Arbeid (in Fryslan) gestelde vragen op dit punt is onderling contact geweest.

Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Hoogachtend,
Gedeputeerde Staten van Groningen

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer