Staten­vragen betref­fende provin­ciale taken bij mili­eu­rampen Wadden­gebied


Geacht college,

“We lijken wel zeeblind", stelde klimaatjournalist Bernice Notenboom over de vervuiling die gepaard gaat met de steeds groter wordende containerschepen. Ze maakte er een documentaire over, 'Seablind'. “Hoe groter de containerschepen worden, hoe minder wij over ze weten,” aldus Notenboom. Een nieuw dieptepunt inzake het containervervoer is het verlies van 345 containers in het Waddengebied.

Tijdens de eerste dagen na het ongeluk met de MSC Zoë ontbrak duidelijke coördinatie, waardoor mogelijk kostbare tijd verloren ging. Zo stonden er vele vrijwilligers klaar die niet aan de slag konden omdat de regie ontbrak. Organisaties als het Waddencentrum in Pieterburen konden de vrijwilligers niet inzetten omdat de waterschappen en RWS hiertoe geen toestemming gaven. Omdat het lang duurde voordat een georganiseerde aanpak op gang kwam, verdween onder andere veel van het voor dieren gevaarlijke plasticgranulaat onder het strandzand en de modder in de kwelders. De Partij voor de Dieren maakt zich grote zorgen over dit granulaat dat overal op stranden, in kwelders en tegen de dijken ligt. Inmiddels is het gebied grotendeels ‘schoon’ verklaard, maar dit geldt slechts voor de grotere voorwerpen, de kleine korrels zijn in de kwelders verzonken.

Wij stellen u graag de volgende vragen.

  1. Kunt u uiteenzetten wat uw overwegingen zijn geweest om al dan niet in de openbaarheid te treden als provincie na het ongeluk?
  2. Kunt u uiteenzetten wat precies uw formele rol is als zich een ecologische ramp voordoet in het Waddengebied? Welke bestuurlijke en financiële taken en verplichtingen heeft de provincie?
  3. Kunt u aangeven welke stappen u heeft gezet meteen na het bekend worden van het overboord slaan van de containers en in de daarop volgende dagen? Op welke wijze heeft u hulp gefaciliteerd? Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat de provincie bij een scheepvaartramp geen formele rol draagt, maar in dit geval wel een rol heeft omdat natuur één van de provinciale kerntaken is en deze ramp grote gevolgen kan hebben voor de flora en fauna op de kwelders en de kust?
  4. De eindverantwoordelijkheid voor de Waddenzee en –kust is opgeknipt in vele stukjes. Hoe kan volgens u voorkomen worden dat er door deze splitsing van verantwoordelijkheden vertraging wordt opgelopen in het bestrijden van rampen?
  5. In de berichtgeving valt te lezen dat vanuit Den Haag werd aangedrongen op een opschaling naar Grip4. In Friesland is men daartoe overgegaan, ook omdat men dan meer hulp zou kunnen inschakelen. In Groningen is dat niet gebeurd. Een nadeel van Grip4 is dat de besluitvorming plaats vindt in de grootste gemeente van de Veiligheidsregio, terwijl een lokale aanpak vaak het meest doeltreffend is. Wat is uw oordeel over deze formaliteiten en deze gang van zaken?
  6. Kunt u aangeven op welke manier de provincie medewerking gaat verlenen aan het nieuwe veiligheidsplan? Bent u bereid om onder andere aan te dringen op het afsluiten van de ‘korte’ vaarroute langs de Wadden voor grote schepen? Het gaat ons dan om een specifiek plan voor kust én Wad voor rampenbestrijding door vervuiling anders dan door olie.
  7. Het kan nog jaren duren voordat er een veiligheidsplan ligt. Wat gaat er gebeuren op de korte termijn, is er een interim-manier om bindende afspraken te maken, bijvoorbeeld als er volgende maand een schip weer lading verliest?
  8. Welke rol ziet u bij rampenbestrijding weggelegd voor de toekomstige Waddenautoriteit? Het is bekend dat één van de kritiekpunten op de autoriteit is dat zij weinig bindende aanwijzingen zal kunnen geven en dat er moeilijk knopen doorgehakt zullen worden. Juist in acute situaties als deze is besluitvorming en slagvaardigheid essentieel. Bent u van mening dat rampenbestrijding een voldoende prominente plaats kan krijgen binnen (de ontwikkeling van) de Waddenautoriteit? Hoe gaat u zich hier voor inzetten?
  9. Bent u bereid om aan te dringen op en bij te dragen aan een gedegen organisatie voor (vrijwillige) opruimacties op de Wadden, waarbij veiligheid en informatievoorziening (centraal aanspreekpunt, materiaal, instructies, uitrusting) goed geregeld worden? Bent u bereid om hierover in overleg te treden met het Waddencentrum in Pieterburen en andere betrokken partijen? Zo niet, waarom niet?
  10. Wie is volgens u verantwoordelijk voor het opruimen van het plastic granulaat? Zijn dit alleen de waterschappen of zijn hier ook natuurorganisaties en Rijkswaterstaat bij betrokken? Kunt u ons meenemen in de stappen die genomen zijn en die nog genomen worden om kwelders en kust te ontdoen van granulaat?
  11. Bent u bereid om extra middelen in te zetten om (de kwelders en) dijken te ontdoen van het plasticgranulaat, en zo organisaties (die bijvoorbeeld al met zuigmachines aan het werk zijn) meer slagkracht te geven? Zo nee, waarom niet?
  12. Kunt u aangeven op welke wijze de gevolgen van de vervuiling voor natuur en milieu in Groningen inzichtelijk gemaakt worden, inclusief de negatieve effecten op dieren door het eten van kleine plastic deeltjes op de korte, midden en lange termijn?
  13. De burgemeesters van de Nederlandse Waddeneilanden maken zich al lange tijd ernstige zorgen over het schijnbare gemak waarop containers van boord kunnen slaan, met alle gevolgen van dien. Zij hebben een brandbrief aan de voorzitter van de Tweede Kamer gestuurd, waarin ze vragen om de volgende maatregelen: - 1) Adequater toezicht en handhaving op het beladen en sjorren van de zeecontainers; - 2)Verplichten dat de zeecontainers worden voorzien van een GPS-marker, waarmee de containers ook onder water te lokaliseren zijn; - 3)Verplichten dat de zeecontainers worden voorzien van chips, waarmee aan de buitenkant van de zeecontainer af te lezen is, welke inhoud de container bevat en of deze gevaarlijke/giftige stoffen bevat; - 4) Toezicht op de keuze die door de kapitein van het schip wordt gemaakt met betrekking tot de te volgen route boven de Waddeneilanden en het Waddengebied. Bent u bereid hun pleidooi te ondersteunen, middels bijvoorbeeld een brief samen met de provincie Fryslân? Zo nee, waarom niet?
  14. Nu er is afgeschaald naar GRIP-0 hebben betrokken partijen in het Waddengebied opnieuw gezamenlijk maatregelen afgesproken voor het opruimen van de (nog niet) aangespoelde lading uit de overboord geslagen containers van het schip MSC Zoe, zo werd door onder andere Rijkwaterstaat ongeveer twee weken geleden naar buiten gebracht. Hoe oordeelt u over deze maatregelen? [1] Welke stappen heeft u als portefeuillehouder natuur genomen om u hiervan op de hoogte te stellen? Bent u bij de totstandkoming van dit pakket betrokken geweest en zo nee, waarom niet?
  15. De aanpak van de ramp heeft hinder ondervonden van het feit dat deze exact in de kerstvakantie lag. Alhoewel de parate diensten altijd oproepbaar zijn, viel dit incident daar niet in, omdat er niet letterlijk iets “in brand stond”. Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat dit de aanpak heeft bemoeilijkt en dat moet worden nagedacht over de vraag hoe bij een soortelijke ramp wel onmiddellijk alle hulpdiensten in staat van paraatheid kunnen worden gebracht? Zo ja, hoe gaat u zich daarvoor inzetten en zo nee, waarom niet?
  16. Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat de ramp met de MSC Zoë een afspiegeling van de wereld in het klein is? Welke conclusies trekt u daaruit?

Bij voorbaat dank ik u voor uw antwoorden.

Met vriendelijke groet,

Kirsten de Wrede,

Partij voor de Dieren

[1] https://staticresources.rijkswaterstaat.nl/binaries/maatregelenpakket%20eindversie%202.0_tcm21-207860.pdf

Antwoorddatum: 2 apr. 2019



1. Kunt u uiteenzetten wat uw overwegingen zijn geweest om al dan niet in de openbaarheid te
treden ais provincie na het ongeluk?

Via het provinciale twitteraccount zijn berichten gedeeld over de opruimacties en over het bezoek van de
commissaris van de Koning aan het gebied. Met deze berichten is in de openbaarheid getreden, omdat er
materiaal was aangespoeld op het grondgebied van de provincie Groningen.

2. Kunt u uiteenzetten wat precies uw formele rol is ais zich een ecologische ramp voordoet in
het Waddengebied? Welke bestuurlijke en financiële taken en verpachtingen heeft de
provincie?

Voor ons college is er geen formele rol. De coördinatie van rampenbestrijding in het Waddengebied is belegd bij
de veiligheidsregio's. In het geval van de MSC Zoë trad de veiligheidsregio Fryslän op als coördinerende partij.
Rijkswaterstaat is voor zowel de Noordzee als de Waddenzee verantwoordelijk voor de waterkwaliteit, het
natuurbeheer, de bereikbaarheid en, samen met de Kustwacht, voor de veiligheid van de scheepvaart. De
gemeenten, waterschappen en terrein beherende organisaties zijn vanuit hun verantwoordelijkheden gericht op
het land. Daarnaast kan de Gecoördineerde Regionale Incidentenbestrijdingsprocedure (GRIP) worden
ingesteld. Overigens bieden wij als mede overheid waar mogelijk en binnen onze financiële kaders
ondersteuning en gebruik van faciliteiten.

3. Kunt u aangeven welke stappen u heeft gezet meteen na het bekend worden van het
overboord slaan van de containers en in de daarop volgende dagen? Op welke wijze heeft u
hulp gefaciliteerd?

Zodra bekend was dat er ook materiaal was aangespoeld op grondgebied van de provincie Groningen, heeft de
commissaris van de Koning contact opgenomen met de betrokken burgemeesters. Vervolgens heeft de
commissaris van de Koning met de dijkgraaf van Hunze en Aa's de dijk in de gemeente Delfzijl bezocht en met
de burgemeester van Het Hogeland heeft hij het daar getroffen gebied bezocht. Tevens heeft de commissaris
nauw contact met hem gehouden gedurende de opruimactie en de opschaling.


4.Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat de provincie bij een scheepvaartramp geen formele rol
draagt, maar in dit geval wel een rol heeft omdat natuur één van de provinciale kerntaken is en deze
ramp grote gevolgen kan hebben voor de flora en fauna op de kwelders en de kust?
Voor beantwoording wordt verwezen naar vraag 2.

De eindverantwoordelijkheid voor de Waddenzee en -kust is opgeknipt in vele stukjes. Hoe
kan volgens u voorkomen worden dat er door deze splitsing van verantwoordelijkheden
vertraging wordt opgelopen in het bestrijden van rampen?
Vanwege de omvang is het logisch dat er meerdere organisaties betrokken zijn bij het beleid en beheer van het
Waddengebied. Rampbestrijding in de Wadden is belegd bij de veiligheidsregio's. Er bestaan duidelijke
afspraken over taken en bevoegdheden en over hoe te handelen als een ramp zich voordoet.

5. In de berichtgeving valt te lezen dat vanuit Den Haag werd aangedrongen op een opschaling
naar Grip4. In Friesland is men daartoe overgegaan, ook omdat men dan meer hulp zou
kunnen inschakelen. In Groningen is dat niet gebeurd. Een nadeel van Grip4 is dat de
besluitvorming plaats vindt in de grootste gemeente van de Veiligheidsregio, terwijl een
lokale aanpak vaak het meest doeltreffend is. Wat is uw oordeel over deze formaliteiten en
deze gang van zaken?

Op initiatief van de betrokken burgemeesters is per 7 januari 2019, GRIP 4 (Gecoördineerde Regionale
Incidentenbestrijdingsprocedure) ingesteld. De Veiligheidsregio Fryslan was de coördinerende veiligheidsregio
mede namens de Veiligheidsregio's Groningen en Noord-Holland. De Veiligheidsregio Groningen was nauw
betrokken bij de door de Veiligheidsregio Fryslan gecoördineerde actie, onder andere door aanwezigheid van
de plaatsvervangend directeur van de Veiligheidsregio Groningen en de burgemeester van Het Hogeland bij het
regionaal beleidsteam. Vanwege de coördinatie door de Veiligheidsregio Fryslan was er in de provincie
Groningen geen reden om op te schalen.

6. Kunt u aangeven op welke manier de provincie medewerking gaat verlenen aan het nieuwe
veiligheidsplan? Bent u bereid om onder andere aan te dringen op het afsluiten van de
‘korte’ vaarroute langs de Wadden voor grote schepen? Het gaat ons dan om een specifiek
plan voor kust én Wad voor rampenbestrijding door vervuiling anders dan door olie.

Uit de brief van 15 januari 2019 van de Minister van l&W aan de Tweede Kamer (TK 2018-2019, 29684, nr.
165): Het vervoer van containers over zee is gereguleerd via de internationale Safety of Life at Sea (SOLAS)
Conventie met onderliggende verplichte Codes, resoluties en richtlijnen. Deze voorzien in een helder
normenkader, ook voor het beladen en vastzetten van containers. Sinds 2016 zijn aangescherpte regels van
kracht voor het verifiëren van de gewichten van containers zodat de verdeling van het gewicht aan boord van
schepen kan worden verbeterd. Deze aangescherpte regelgeving kwam voort uit een voorstel van Nederland,
Denemarken en Australië en was gebaseerd op onderzoek onder leiding van MARIN.
De burgemeesters van de eilanden hebben de Minister van l en W een brief overhandigd waarin ze hun zorg
hebben uitgesproken over de risico’s van intensieve scheepvaart en met name containervervoer in de nabijheid
van het Waddengebied. De Minister van l en W hebben ter plekke ook aangegeven dat zij zich er voor zal
inspannen dat containers bij incidenten gemakkelijker kunnen worden opgespoord. Dit zou bijvoorbeeld kunnen
door het chippen van containers. De Minister zal daartoe de mogelijkheden verkennen. Daartoe strekkende
afspraken zijn echter alleen te realiseren in internationaal verband.
Het opstellen van regels ten aanzien van de uitrusting van containers is bij uitstek een internationaal onderwerp
In IMO-verband worden hierover afspraken gemaakt. Hierbij spelen wereldwijde harmonisatie en technische
mogelijkheden een belangrijke rol. De regels over te volgen routes zijn ook internationaal vastgelegd. Zo
moeten wijzigingen van internationale vaarroutes in IMO-verband goedgekeurd worden.



7. Het kan nog jaren duren voordat er een veiligheidsplan ligt. Wat gaat er gebeuren op de
korte termijn, is er een interim-manier om bindende afspraken te maken, bijvoorbeeld als er
volgende maand een schip weer lading verliest?

De verantwoordelijkheden zijn helder en daarop kan voor de korte termijn worden teruggevallen.
Rijkswaterstaat is voor zowel de Noordzee als de Waddenzee verantwoordelijk voor de waterkwaliteit, het
natuurbeheer, de bereikbaarheid en, samen met de Kustwacht, voor de veiligheid van de scheepvaart. De
gemeenten, waterschappen en terrein beherende organisaties zijn vanuit hun verantwoordelijkheden gericht op
het land. Daarnaast kan de Gecoördineerde Regionale Incidentenbestrijdingsprocedure) worden ingesteld. Ten
slotte gaat de ervaring die is opgedaan na het verlies van de containers door de MSC Zoe niet verloren en kan
deze ervaring bijdragen aan een effectieve aanpak ais in de toekomst een ander schip lading verliest.

8. Welke rol ziet u bij rampenbestrijding weggelegd voor de toekomstige Waddenautoriteit?
Het is bekend dat één van de kritiekpunten op de autoriteit is dat zij weinig bindende
aanwijzingen zal kunnen geven en dat er moeilijk knopen doorgehakt zullen worden. Juist in
acute situaties als deze is besluitvorming en slagvaardigheid essentieel. Bent u van mening
dat rampenbestrijding een voldoende prominente plaats kan krijgen binnen (de ontwikkeling
van) de Waddenautoriteit? Hoe gaat u zich hier voor inzetten?

In het kader van de uitvoering van het kabinetsakkoord gestreefd naar de vorming van een beheerautoriteit voor
de Waddenzee. De beheerautoriteit beoogt een betere bescherming van natuurgebieden en een beter
visbeheer. De beheerautoriteit zal zich naar verwachting vooral richten op fysiek beheer, handhaving,
vergunningverlening en monitoring. In de loop van dit jaar verwachten wij hierover meer duidelijkheid.

9. Bent u bereid om aan te dringen op en bij te dragen aan een gedegen organisatie voor
(vrijwillige) opruimacties op de Wadden, waarbij veiligheid en informatievoorziening
(centraal aanspreekpunt, materiaal, instructies, uitrusting) goed geregeld worden? Bent u
bereid om hierover in overleg te treden met het Waddencentrum in Pieterburen en andere
betrokken partijen? Zo niet, waarom niet?

De rollen en taken ingeval van milieurampen waaronder benodigde opruimacties zijn formeel belegd bij de
verantwoordelijke organisaties (zie vraag 7). Wij zijn niet voornemens om hier nadere afspraken over te maken
met het Waddencentrum. Wij zien hierin mede een taak voor de op te richten Waddenautoriteit en het op te
stellen Waddenbeheerplan.

10. Wie is volgens u verantwoordelijk voor het opruimen van het plastic granulaat? Zijn dit alleen
de waterschappen of zijn hier ook natuurorganisaties en Rijkswaterstaat bij betrokken? Kunt
u ons meenemen in de stappen die genomen zijn en die nog genomen worden om kwelders
en kust te ontdoen van granulaat?

Het verwijderen van het granulaat vindt plaats onder verantwoordelijkheid van Rijkswaterstaat. Voor meer
informatie kunt u zich het best rechtstreeks wenden tot Rijkswaterstaat.

11. Bent u bereid om extra middelen in te zetten om (de kwelders en) dijken te ontdoen van het
plasticgranulaat, en zo organisaties (die bijvoorbeeld al met zuigmachines aan het werk zijn)
meer slagkracht te geven? Zo nee, waarom niet?

Zoals uit beantwoording van vraag 10 blijkt is het verwijderen van het granulaat primair een
verantwoordelijkheid van Rijkswaterstaat. Op dit moment kunnen wij derhalve geen financiële of materiële
toezeggingen doen anders dan de ondersteuning die bij beantwoording van vraag 2 wordt genoemd.

12. Kunt u aangeven op welke wijze de gevolgen van de vervuiling voor natuur en milieu in
Groningen inzichtelijk gemaakt worden, inclusief de negatieve effecten op dieren door het
eten van kleine plastic deeltjes op de korte, midden en lange termijn?

Wij zien op dit moment geen noodzaak om in aanvulling op de lopende afspraken tussen de beheerders
gevolgen in kaart te brengen. Overigens vindt monitoring plaatst via de Toestand van de Natuur (Groningen) en
de basismonitoring Wadden (Waddengebied als geheel). Daarnaast start Rijkswaterstaat samen met de Waddenacademie een onderzoek naar de (middel)lange termijneffecten van de plasticverontreiniging op de
Waddenzee.

13. De burgemeesters van de Nederlandse Waddeneilanden maken zich ai lange tijd ernstige
zorgen over het schijnbare gemak waarop containers van boord kunnen slaan, met alle
gevolgen van dien. Zij hebben een brandbrief aan de voorzitter van de Tweede Kamer
gestuurd, waarin ze vragen om de volgende maatregelen: -1) Adequater toezicht en
handhaving op het beladen en sjorren van de zeecontainers; - 2) Verpachten dat de
zeecontainers worden voorzien van een GPS-marker, waarmee de containers ook onder
water te lokaliseren zijn; - 3) Verplichten dat de zeecontainers worden voorzien van chips,
waarmee aan de buitenkant van de zeecontainer af te lezen is, welke inhoud de container
bevat en of deze gevaarlijke/giftige stoffen bevat; - 4) Toezicht op de keuze die door de
kapitein van het schip wordt gemaakt met betrekking tot de te volgen route boven de
Waddeneilanden en het Waddengebied. Bent u bereid hun pleidooi te ondersteunen,
middels bijvoorbeeld een brief samen met de provincie Fryslên? Zo nee, waarom niet?

Wij zijn zeker bereid het pleidooi van de Waddeneilanden te ondersteunen en zullen hierover contact opnemen
met beide andere waddenprovincies.

14. Nu er is afgeschaald naar GRIP-0 hebben betrokken partijen in het Waddengebied opnieuw
gezamenlijk maatregelen afgesproken voor het opruimen van de (nog niet) aangespoelde
lading uit de overboord geslagen containers van het schip MSC Zoe, zo werd door onder
andere Rijkswaterstaat ongeveer twee weken geieden naar buiten gebracht. Hoe oordeelt u
over deze maatregelen? 1 Welke stappen heeft u als portefeuillehouder natuur genomen om
u hiervan op de hoogte te stellen? Bent u bij de totstandkoming van dit pakket betrokken
geweest en zo nee, waarom niet?

Sinds de afschaling van GRIP 4 naar GRIP 1 is de verdere afwikkeling overgedragen aan het Bestuurlijk
Waddenoverleg (BWO) Het BWO heeft geconstateerd dat de afhandeling op koers ligt. Provincies worden
hierover geïnformeerd via de daarvoor geëigende afstemmingsoverleggen, in dit geval het Regie College voor
de Waddenzee.

15. De aanpak van de ramp heeft hinder ondervonden van het feit dat deze exact in de
kerstvakantie lag. Alhoewel de parate diensten altijd oproepbaar zijn, viel dit incident daar
niet in, omdat er niet letterlijk iets “in brandstond”. Bent u het met de Partij voor de Dieren
eens dat dit de aanpak heeft bemoeilijkt en dat moet worden nagedacht over de vraag hoe
bij een soortelijke ramp wel onmiddellijk alle hulpdiensten in staat van paraatheid kunnen
worden gebracht? Zoja, hoe gaat u zich daarvoor inzetten en zo nee, waarom niet?

Dat het verlies van de containers in de kerstvakantie plaatsvond, heeft de aanpak niet in de weg gestaan. Het
opruimen van aangespoelde zaken behoort tot de reguliere taken van bijvoorbeeld Rijkswaterstaat en de
waterschappen en is door hen en andere verantwoordelijken ter hand genomen. Verder kan verwezen worden
naar het bij vraag 7 gegeven antwoord.

16. Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat de ramp met de MSC Zoë een afspiegeling
van de wereld in het klein is? Welke conclusies trekt u daaruit?

Nee, dit zijn wij niet met u eens. Wel zijn wij van mening dat een ramp als deze vraagt om adequaat handelen,
en vertrouwen erop dat dit binnen de verschillende gremia als genoemd in de eerder vragen wordt opgepakt.








Wij staan voor:

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer