Staten­vragen betref­fende achter­uitgang boeren­land­vogels en preda­tie­beheer


Betreft: Statenvragen van de Partij voor de Dieren Statenfractie Groningen aan het college van GS ex artikel 46 RvO betreffende achteruitgang boerenlandvogels.

Geacht College,

Vorige week presenteerde de Vogelbescherming het document ‘Red de boerenlandvogels’.[1] Hierin worden enige positieve, maar vooral heel veel alarmerende ontwikkelingen beschreven :

“Met de soorten van het kleinschalig cultuurland gaat het in Groningen gelukkig beter en de aantallen van sommige soorten nemen zelfs toe. Dat is extra bemoedigend als we beseffen dat de landelijke trend voor deze groep daalt. De vooruitzichten voor weide- en akkervogels in de Groningen zijn echter somber. Als de huidige trends zich voortzetten, zijn op korte termijn (1-10 jaar) de patrijs, scholekster en grutto in aantallen gehalveerd. In een tijdsbestek van 50 jaar geldt datzelfde lot voor de slobeend, torenvalk, kievit, tureluur, veldleeuwerik, spreeuw en spotvogel. (…) De meest bedreigde soorten in Groningen, zoals de kemphaan, zomertortel, steenuil en grauwe gors, zijn vermoedelijk al niet meer te redden.”

In het rapport worden de belangrijkste oorzaken voor de afname per vogelcategorie benoemd. Grote gemene deler zijn stikstofoverbelasting en pesticide gebruik, waardoor insecten, ongewervelden en muizen het loodje leggen. Daarnaast de grootschalige monoculturen met lage grondwaterstand en nauwelijks voedsel voor zaden- en insectenetende vogels. Bovendien schijnt verdroging van weilanden tot een toename van vossen en steenmarters te leiden en dus hogere predatiedruk.

In het rapport lezen wij ook een scherpe analyse van waar het in Groningen aan zou schorten:

“De visie Natuur- en landschapsbeheer na 2016 van de provincie Groningen (2014) constateert dat het beheer voor zowel akkervogels als weidevogels niet of maar matig effectief is. Vervolgens wordt geconcludeerd dat dit beheer wél zal worden voortgezet. Dat ademt niet echt een ambitie om naar verbeteringen te zoeken. Ook andere documenten van de provincie blinken niet uit in een duidelijke beschermingsvisie. Zo lezen we in de Omgevingsvisie 2016-2020 dat instrumenten worden ingezet om het weidevogelbeheer te stimuleren. Maar om welke instrumenten het gaat blijft onvermeld. (…) De vastgelegde beschermingsstatus ‘leefgebied weidevogels’ lijkt een beperkte waarde te hebben, want nieuwe grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen blijven mogelijk.”

Graag stellen wij u de volgende vragen:

  1. Bent u er nog steeds van overtuigd dat predatiebeheer een zinvolle maatregel is om toename van de aantallen weidevogels te bereiken? Zo ja, kunt u ons de gemeten positieve effecten van beheer op de weidevogelpopulaties overleggen? Zo nee, waarom niet? Bent u bereid om predatiebeheer onder het mom van weidevogelbescherming stop te zetten?
  2. Bent u het met ons eens dat de terugkeer van nat, kruidenrijk grasland én herstel van de biodiversiteit de enige manieren zijn om boerenlandvogels voor Groningen te kunnen behouden? Zo ja, welke conclusies trekt u dan? Zo nee, denkt u dat er met uw huidige beleid, waarin grootschalige landbouw geen strobreed in de weg wordt gelegd, nog wél hoop is op herstel van de populaties en waarop baseert u deze aanname?
  3. Wat is uw reactie op de ‘beleidsanalyse Groningen’ (paragraaf 3.4), waarin onder andere wordt gesteld dat ambitie voor verbetering en beschermingsvisie tekort schieten?
  4. In Friesland is een onderzoek uitgevoerd naar 4400 gruttokuikens, waaruit bleek dat de kans dat die kuikens uiteindelijk volwassen zouden worden, voor vrouwtjes 15 tot 30 procent lager was dan voor de mannetjes. Ook als volwassen vogels overleven mannetjes iets beter dan vrouwtjes, met als gevolg dat in het onderzochte gebied bijna twee van de drie grutto’s mannetjes waren, met alle gevolgen van de voortplanting van dien.[2] Reden is dat vrouwtjes meer voedsel nodig hebben en dat voedsel wordt steeds schaarser. In hoeverre denkt u dat de resultaten van dit onderzoek verplaatsbaar zijn naar onze provincie? Welke conclusie trekt u uit dit onderzoek?
  5. Al eerder zei Jelle Loonstra van de RUG: “Als je serieus iets wilt doen om de stand van de grutto en de andere weidevogels te verbeteren, dan zul je ervoor moeten zorgen dat predatoren ook in het gewone boerenland voldoende te vreten hebben. Anders worden de reservaten niets anders dan een goedgevulde voorraadkast waar kraaien, kiekendieven of marters hun tekorten aanvullen.”[3] Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat deze onderzoeker hiermee duidelijk maakt dat de huidige weidevogelbescherming te zeer een kwestie is van postzegeltjes in een woestijn en daarmee nutteloos? Zo ja, welke conclusie trekt u daaruit? Zo nee, waarom niet?
  6. Om voort te borduren op de voorgaande stelling: ieder jaar schieten jagers op private gronden vele duizenden hazen, konijnen, eenden en houtduiven dood. Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat het slim zou zijn om deze dieren te sparen, zodat de zogenaamde predatoren zich ook hiermee zouden kunnen voeden? Van hazen en eenden is bijvoorbeeld bekend dat de aantallen steeds kleiner worden. Bent u bereid om dit in Den Haag op tafel te leggen en te verzoeken om het beëindigen van de plezierjacht, in het belang van de gehele biodiversiteit op het platteland?
  7. Bent u het eens met de stelling dat het doden van vossen zinloos is om predatie te verminderen zoals onderzoek in Engeland heeft aangetoond, waarbij kilometers weidevogelgebied met stroomdraad werd afgezet en waarbij andere predatoren, die op hun beurt anders gepakt zouden zijn door de vos, extra hun gang gingen?[4] In hoeverre is volgens u het onderzoek in de provincie Groningen naar verwachting verlopen, waarbij stroomdraad tegen vossen werd ingezet?
  8. In hoeverre vindt u uw beleid, dat inhoudt dat u de hoofdoorzaken van de achteruitgang van de weidevogels niet aanpakt, maar talloze dieren laat doden onder het mom van “predatorenbeheer”, (een “beleidsmaatregel” die eenvoudig uitvoerbaar is en u als provincie niets kost) moreel te verantwoorden, zeker gezien wetenschappers wijzen op het feit dat “predatorenbeheer” zinloos is zonder grootschalige veranderingen in agrarische productiemethodes?
  9. Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat wil men het probleem van de achteruitgang van de biodiversiteit en daarmee die van de boerenlandvogels, daadwerkelijk aanpakken, er een mentaliteitsverandering noodzakelijk is waarbij het leven van dieren en de biodiversiteit belangrijker worden geacht dan de productiviteit van de grond waarop zij leven? Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat zolang mensen zonder gewetensbezwaren vossen en steenmarters doden en dit door de overheid wordt gefaciliteerd en zelfs ondersteund, wij nooit daadwerkelijk een samenleving zullen creëren waarin biodiversiteit, natuurherstel en dierenwelzijn een belangrijke plaats innemen? Zo ja, welke conclusies verbindt u hieraan? Zo nee, waarom niet?

Bij voorbaat dank ik u voor uw antwoord.

Met vriendelijke groet,

Kirsten de Wrede,

Partij voor de Dieren

[1] https://assets.vogelbescherming.nl/docs/afb38503-7c83-4822-b21a-09c723fdd4be.pdf

[2] https://www.volkskrant.nl/wetenschap/zware-tijden-voor-damesgrutto-s-toekomst-weidevogel-somber-als-er-niets-verandert-~bdf781b3/

[3] https://www.trouw.nl/home/als-je-de-grutto-wilt-helpen-moeten-rovers-voldoende-te-vreten-hebben~a0ff6200/

[4] https://www.trouw.nl/home/als-je-de-grutto-wilt-helpen-moeten-rovers-voldoende-te-vreten-hebben~a0ff6200/

Antwoorddatum: 9 apr. 2019

U kunt de antwoorden hier inzien: https://www.provinciegroningen...

Wij staan voor:

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer