Statenvragen betreffende de verwachte sterfte onder vogels en vleermuizen bij de windparken Geefsweer en Oostpolder.

Geacht college,

Op 27 juli jl. is de adviescommissie M.E.R. gekomen met een advies betreffende windpark Oostpolderi en al in een eerder stadium de windmolens bij Geefsweerii. Het Dagblad van het Noorden schrijft als reactie hierop op 27 juli j.l. o.a. dat de sterfte onder vogels (in beide parken) en vleermuizen (in Geefsweer) onvoldoende zijn onderzochtiii. In dat artikel staat ook dat de adviescommissie al op een eerder moment gewaarschuwd heeft voor het cumulatieve effect als het gaat om sterfte onder vogels en vleermuizen van de honderden windmolens die langs het Groningse Wad staan en komen.

Naar aanleiding daarvan heeft de Statenfractie van de Partij voor de Dieren de volgende vragen:

  1. Afgelopen seizoen heeft u in de commissie en de Statenvergadering aangegeven dat alle nieuwe windmolens langs het Wad voorzien zouden worden van een vogelradar met stilstand voorziening. Is het juist dat de genoemde twee windparken niet onder die afspraken vallen? Zo ja, waarom niet?
     
  2. Bent u bereid alsnog vogelradars met een stilstand voorziening verplicht te stellen voor deze twee windparken en in navolging daarop voor alle nieuwe windmolens langs het Wad?

    De adviescommissie merkt in haar advies van 27 juli jl. met betrekking tot de Oostpolder op dat de verwachte sterfte onder vogels niet voldoende is onderzocht.
     
  3. Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat dit een grove nalatigheid is, zeker aan de rand van zo’n waardevol natuurgebied als de Waddenzee dat van essentieel belang is voor het voortbestaan van vele vogelsoorten? Hoe heeft dit kunnen gebeuren? Is deze procedure niet standaard? Gaat u dit advies alsnog opvolgen en een onderzoek laten verrichten? Zo ja, kunt u ons van de uitkomsten op de hoogte stellen? Indien uw antwoord negatief is, waarom niet? Gaat u zich ervoor inspannen om onderzoek naar de sterfte van vogels en vleermuizen bij windmolens standaard plaats te laten vinden? Zo ja, hoe? Zo nee, waarom niet?
     
  4. Er komen erg veel windmolens langs het Wad. Het lijkt er op dat er ook in het algemeen weinig aandacht is besteed aan het cumulatieve effect van al deze molens als het gaat om slachtoffers onder vogels en vleermuizen. Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat dit cumulatieve effect onderzocht zou moeten worden en ondervangen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke wijze gaat u eraan bijdragen dat dit gaat gebeuren?
     
  5. Kunt u ons uitleggen hoe u de afweging maakt tussen de wens en noodzaak voor duurzame energie in de vorm van windparken aan het Wad en de slachting die dit hoe dan ook (afhankelijk van uw keuzes, meer of minder) zal aanrichten onder vogels en vleermuizen?
     
  6. Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat er om redenen van welzijn voor mens en dier meer nadruk gelegd zou moeten worden op energiebesparing? Graag een gemotiveerd antwoord.

Met vriendelijke groet,

Ankie Voerman
Partij voor de Dieren

i http://api.commissiemer.nl/docs/mer/p31/p3125/3125_vts_persbericht.pdf

ii http://api.commissiemer.nl/docs/mer/p31/p3135/3135_rd_advies_reikwijdte_en_detailniveau.pdf

iii http://www.dvhn.nl/groningen/%E2%80%98Vogelsterfte-door-windmolens-aan-Groningse-kust-niet-helder%E2%80%99-22387564.html

Antwoorden

Datum: 12/09/2017
Documentnr: K48 2017-083.239/37/A.30
Behandeld door: P.A. Smale
Antwoord op: uw brief van 1 augustus 2017 
Onderwerp: schriftelijke vragen van de Partij voor de Dieren fractie m.b.t. aanvaringsslachtoffers windparken Geefsweer en Oostpolder

Geachte mevrouw Voerman,

Op 1 augustus 2017 heeft u schriftelijke vragen gesteld naar aanleiding van een artikel in het Dagblad van het Noorden m.b.t. de adviezen van de Commissie voor de m.e.r. betreffende de windparken Geefsweer en Oostpolder. Hieronder volgt de beantwoording van uw vragen.

1. Afgelopen seizoen heeft u in de commissie en de Statenvergadering aangegeven dat aiie nieuwe windmolens langs het Wad voorzien zouden worden van een vogeiradar met stiistandvoorziening. is het juist dat de genoemde twee windparken niet onder die afspraken vallen? Zo Ja, waarom niet?
Antwoord: Op 10 januari heeft ons college besloten om een stilstandvoorziening verplicht te stellen voor de nieuwe windturbines in het concentratiegebied Eemshaven. Wij hebben Provinciale Staten hierover per brief geïnformeerd (zie brief met briefnummer 2016-75.382/2/A. 18, RS, d.d. 10 januari 2017). Deze briefis besproken in de commissie Ruimte, Natuur en Leefbaarheid van 29 maart 2017 en is voor kennisgeving aangenomen tijdens de vergadering van Provinciale Staten van 19 april 2017. Provinciale Staten hebben op 12 juli 2017 ingestemd met het aanwenden van maximaal € 600.000,- voor het aanschaffen en installeren van een vogelradar om op een zo efficiënt mogelijke wijze de turbines stil te zetten. Voor alle duidelijkheid willen we aangeven dat ons besluit alleen geldt voor alle nieuwe windturbines in het concentratiegebied Eemshaven. Ons besluit heeft geen betrekking op de concentratiegebieden Delfzijl en N33.

2. Bent u bereid alsnog vogeiradars met een stiistandvoorziening verplicht te stellen voor deze twee windparken en in navolging daarop voor alle nieuwe windmolens langs het Wad?
Antwoord: De adviescommissie merkt in haar advies van 27 juli Ji. met betrekking tot de Oostpoider op dat de verwachte sterfte onder vogels niet voldoende is onderzocht. De stilstandvoorziening geldt voor alle nieuwe windturbines in het concentratiegebied Eemshaven en daarmee ook voor windpark Oostpolder. Windpark Geefsweer is gelegen in concentratiegebied Delfzijl, hier geldt geen verplichting tot stilstand. In gesprekken die wij hebben gevoerd met de Commissie voor de m.e.r. voorafgaand aan de adviezen die zij hebben uitgebracht op de MER-rapporten voor de windparken Geefsweer en Oostpolder, werd duidelijk dat zij graag zouden zien dat de gecumuleerde effecten voor vogels en vleermuizen van de beide windparken met de bestaande windparken in kaart zouden worden gebracht.  In het kader van de voorbereiding van de vergunningaanvragen ingevolge de Wet Natuurbescherming waren wij. in overleg met de verschillende initiatiefnemers van de nieuw op te richten windparken, ook al tot de conclusie gekomen dat inzicht in de cumulatieve ecologische effecten van de windparken noodzakelijk is. Daarom is door de gezamenlijke initiatiefnemers aan Arcadis, Altenburg & Wymenga, Bureau Waardenburg en Pondera de opdracht gegeven een dergelijk onderzoek uit te voeren. Dat onderzoek was nagenoeg afgerond ten tijde van de gesprekken die wij voor de zomer met de Commissie m.e.r. hebben gevoerd. Uit het rapport 'Groningse Windparken - Cumulatie Ecologie' blijkt dat de effecten van de windparken bij Eemshaven en Delfzijl met zekerheid niet leiden tot significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen en daarmee de natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden, zowel in Nederland als in Duitsland. Tevens zijn er geen negatieve gevolgen voor de gunstige staat van instandhouding van beschermde vogel- en vleermuissoorten. Het rapport is eind juli naar de Commissie m.e.r. gestuurd. Het rapport is inmiddels door de Commissie als aanvulling op de MER-rapporten van beide windparken beoordeeld. De Commissie geeft in haar advies van 28 augustus 2017 weer dat significante gevolgen voor de onderzochte vogelsoorten kunnen worden uitgesloten. Bij vleermuizen zijn dergelijke gevolgen ook uit te sluiten mits de windturbines in een deel van het gebied worden stilgezet op het ogenblik dat de vleermuizen actief zijn. Het rapport en de toetsingadviezen van de commissie m.e.r. op de windparken Oostpolder en Geefsweer zijn als bijlage bij deze brief gevoegd.

3. Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat dit een grove naiatigheid is, zeker aan de rand van zo'n waardevoi natuurgebied als de Waddenzee dat van essentieel belang is voor het voortbestaan van veie vogelsoorten? Hoe heeft dit kunnen gebeuren? Is deze procedure niet standaard? Gaat u dit advies alsnog opvolgen en een onderzoek laten verrichten?
Zo Ja, kunt u ons van de uitkomsten op de hoogte stellen?
indien uw antwoord negatiefis, waarom niet?
Gaat u zich ervoor inspannen om onderzoek naar de sterfte van vogels en vleermuizen bij windmolens standaard plaats te laten vinden?
Zo Ja, hoe?
Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Voor de afzonderlijke windparken Geefsweer en Oostpolder is onderzoek verricht met betrekking tot effecten op flora en fauna. Dat is een standaard procedure die gevolgd is. Uit dat onderzoek bleek dat de effecten per windpark meevielen. De Commissie m.e.r. sprak echter haar zorg uit dat voor de concentratiegebieden Eemshaven en Delfzijl gecumuleerd er wel sprake zou kunnen zijn van significante negatieve effecten en wilde dit graag onderzocht hebben. Wij waren in overleg met de verschillende initiatiefnemers van de nieuw op te richten windparken, op een eerder moment ook al tot de conclusie gekomen dat inzicht in de cumulatieve ecologische effecten van de windparken noodzakelijk is. Daarom hebben de gezamenlijke initiatiefnemers opdracht gegeven om het onderzoek uit te voeren, zoals toegelicht onder het antwoord op vraag 2.

4. Er komen erg veel windmolens langs het Wad. Het lijkt er op dat er ook in het algemeen weinig aandacht is besteed aan het cumulatieve effect van al deze molens ais het gaat om slachtoffers onder vogels en vleermuizen. Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat dit cumulatieve effect onderzocht zou moeten worden en ondervangen?
Zo nee, waarom niet?
Zo Ja, op welke wijze gaat u eraan bijdragen dat dit gaat gebeuren?

Antwoord: Zie het antwoord op vraag 2 en 3.

5. Kunt u ons uitleggen hoe u de afweging maakt tussen de wens en noodzaak voor duurzame energie in de vorm van windparken aan het Wad en de slachting die dit hoe dan ook (afhankelijk van uw keuzes, meer of minder) zal aanrichten onder vogels en vleermuizen?
Antwoord: De provincie Groningen heeft een taakstelling van 855,5 MW in 2020,• Deze taakstelling is afgesproken in IPO-verband met het Rijk. Ons college en ook een meerderheid in Provinciale Staten wil deze afspraak nakomen. Om de taakstelling te realiseren zijn er drie concentratiegebieden aangewezen; Eemshaven, Delfzijl en N33. Deze zijn vastgelegd in de Omgevingsvisie en verordening die vorig jaar door Provinciale Staten zijn vastgesteld. Wij proberen de negatieve effecten van de windparken tot een minimum te beperken. Met betrekking tot aanvaringsslachtoffers hebben wij ervoor gekozen om een stilstandvoorziening te eisen voor de nieuwe windturbines in de Eemshaven, waar ten opzichte van andere windparken in Nederland relatief veel vogelslachtoffers vallen. Provinciale Staten hebben op 12 juli 2017 ingestemd met het aanwenden van maximaal € 600.000,- voor het aanschaffen en installeren van een vogelradar om op een zo efficiënt mogelijke wijze de turbines stil te zetten. Uitgangspunt daarbij is het aantal vogelslachtoffers minimaliseren tegen zo laag mogelijke kosten en zo hoog mogelijke energieopbrengst. Met de invoering van deze stilstandvoorziening en het aanschaffen van deze vogelradar loopt de provincie Groningen voorop in Nederland. Wij kunnen hiermee als voorbeeld dienen voor nog te ontwikkelen windparken in vogelrijke gebieden.

6. Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat er om redenen van welzijn voor mens en dier meer nadruk gelegd zou moeten worden op energiebesparing? Graag een gemotiveerd antwoord.
Antwoord: In het door Provinciale Staten vastgestelde programma Energietransitie is een doelstelling vastgelegd om 60% van het energieverbruik in de provincie duurzaam op te wekken in 2035 en 100% in 2050. Daarnaast is de doelstelling om 1,5% energiebesparing jaarlijks te realiseren. In ons programma stimuleren we in een aantal sporen (gebouwde omgeving, eigen gebouwen, aanpak bij gemeenten en bedrijven) energiebesparing. In de verschillende sporen hebben we verschillende rollen. Wij zijn het met u eens dat energiebesparing niet genoeg aandacht kan krijgen, maar tegelijk is onze provinciale rol hierin vaak klein.

Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Hoogachtend, Gedeputeerde Staten van Groningen