Schrif­te­lijke vragen inzake jacht wilde eend op provin­ciale gronden


Geacht college,

Op gronden die in provinciaal bezit zijn, kan een jachtrecht liggen en kan door de grondgebruiker jacht ter voorkoming van schade worden ingezet. Op provinciale gronden langs het Reitdiep worden momenteel wilde eenden dood geschoten “ter voorkoming van landbouwschade”, zo is ons gebleken uit ambtelijke navraag. De wilde eend heeft in 2015 voor plm. € 900,00 schade aangericht en in 2016 en 2017 was er geen schade in Groningen[1]. Bij het Reitdiep is volgens de cijfers van het Faunafonds geen schade uitgekeerd.

De aantallen van de wilde eend zijn in de afgelopen jaren zo'n 20% achteruit gegaan. De Vogelbescherming heeft daarom vorig jaar opnieuw opgeroepen om de wilde eend van de jachtlijst af te halen en roept provincies op om geen ontheffingen voor de jacht op wilde eenden te verlenen in het kader van schadebestrijding.

Wij stellen u hier graag enkele vragen over.

  1. Acht u het noodzakelijk dat de wilde eend bij het Reitdiep bejaagd wordt, gezien het feit dat er geen of geringe schade optreedt? Bent u bereid om met de grondgebruiker in overleg te treden om het doden te laten stoppen? Zo nee, waarom niet?
  2. Acht u het in het algemeen wenselijk dat een soort die in aantallen terugloopt a. vrij bejaagd mag worden, en b. voor geringe schade gedood mag worden?
  3. In het Faunabeheerplan staat dat afschot van de wilde eend ten gevolge van schadebestrijding zeer gering is in vergelijk tot afschot ten gevolge van jacht en daarom de gunstige staat van instandhouding niet zal aantasten. Betekent dit dat deze gunstige staat van instandhouding door de jacht wel wordt aangetast? Zo ja, wat is uw visie hierop? Zo nee, waarom niet?
  4. Bent u het met ons eens dat de cijfers die gehanteerd worden voor de wilde eend te oud zijn om iets zinnigs te kunnen zeggen over de gunstige staat van instandhouding? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe gaat u die nieuwe tellingen tot stand brengen? Bent u het met ons eens dat u verplicht bent om voldoende kennis te hebben van die gunstige staat van instandhouding, omdat u anders onvoldoende bent toegerust om ontheffingen te kunnen verlenen?
  5. In het Faunabeheerplan staat: “De Provincie verwacht van jachthouders in eerste instantie dat ze de stand (in een groter gebied) met reguliere bejaging op een acceptabel niveau houden teneinde schade te voorkomen en te beperken.” Kunt u bevestigen dat u een taakstelling/opdracht bij plezierjagers neerlegt om aantallen te beperken? Bent u het met ons eens dat hiermee plezierjacht en schadebestrijding door elkaar heen lopen?
  6. In hoeverre acht u het wenselijk dat een overheidslaag zich afhankelijk maakt van plezierjagers? Kunt u dit toelichten?
  7. Bent u bereid om vanaf de periode dat de provincie eigenaar is van gronden het jachtrecht (per direct of per einddatum overeenkomst) in te trekken? Zo nee, waarom niet?
  8. Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat de uitwerking van de in december 2016 aangenomen motie van de Partij voor de Dieren, waarin de Staten het college hebben opgeroepen de plezierjacht zoveel mogelijk in te perken(motie: Plezierjacht aan banden), erom vraagt dat op gronden van de provincie geen plezierjacht (meer) plaatsvindt? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke wijze gaat u dat bewerkstelligen?
  9. In juli 2017 is tevens de motie “Doel en de middelen” aangenomen (ingediend met de SP en de PvdA) , waarin de Staten het college hebben opgeroepen “zich in de diverse landelijke en interprovinciale gremia, uit te spreken voor meer onderzoek naar het inzetten van preventieve middelen in het voorkomen van landbouwschade; zich tevens in te zetten voor onderzoek naar de effectiviteit van afschot inzake het verminderen van landbouwschade, in onze provincie dan wel daarbuiten”. Op welke wijze heeft u deze motie uitgevoerd, of op welke wijze gaat u deze motie uitvoeren?
  10. Hoeveel wilde eenden zijn er de afgelopen jaren in het kader van schadebestrijding dood geschoten? Kunt u specificeren naar de provinciale gronden?

Met hartelijke groet,

Kirsten de Wrede

Partij voor de Dieren

[1] Gegevens Bij12 Faunafonds https://www.bij12.nl/onderwerpen/faunazaken/taxaties-en-schadecijfers/

Antwoorddatum: 24 jan. 2018

Vraag 1. Acht u het noodzakelijk dat de wilde eend bij het Reitdiep bejaagd wordt, gezien het feit dat er geen of geringe schade optreedt? Bent u bereid om met de grondgebruiker in overieg te treden om het doden te laten stoppen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: De jacht langs het Reitdiep op provinciale gronden betreft smalle stroken langs het Reitdiep. Wij hebben deze toestemming in het verleden gegeven omdat er belangrijke terugkerende schade was op de landbouwpercelen langs het Reitdiep. De schade is de afgelopen jaren gering, wellicht mede door de jachtmogelijkheden in het gebied. De jacht is verhuurd aan de plaatselijke wildbeheereenheid en enkele individuele jagers. Op dit moment zien wij geen aanleiding om met de grondgebruikers dan wel jagers in gesprek te gaan.

Vraag 2. Acht u het in het algemeen wenselijk dat een soort die in aantallen terugloopt a. vrij bejaagd mag worden, en b. voor geringe schade gedood mag worden?

Antwoord: Jacht op wilde eend wordt landelijk bepaald. Provincies gaan daar niet over. Het is dan ook aan het Rijk om de afweging te maken of een soort zoals de wilde eend bejaagbaar blijft. In de Wet natuurbescherming is bepaald dat jacht niet wordt geopend op soorten waarvan de staat van instandhouding in het geding is.

Vraag 3. In het Faunabeheerplan staat dat afschot van de wilde eend ten gevolge van schadebestrijding zeer gering is in vergelijk tot afschot ten gevolge van Jacht en daarom de gunstige staat van instandhouding niet zal aantasten. Betekent dit dat deze gunstige staat van instandhouding door de Jacht wel wordt aangetast? Zo Ja, wat is uw visie hierop? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Jacht hoeft niet de gunstige staat van instandhouding van de wilde eend aan te tasten. Door goede uitoefening van de jacht blijft de gunstige staat van instandhouding geborgd en kan de jacht bijdrage aan het beperken van landbouwschade.


Vraag 4. Bant u het met ons eens dat de cijfers die gehanteerd worden voor de wiide eend te oud zijn om iets zinnigs te kunnen zeggen over de gunstige staat van instandhouding? Zo nee, waarom niet? Zo Ja, hoe gaat u die nieuwe tellingen tot stand brengen? Bent u het met ons eens dat u verplicht bent om voldoende kennis te hebben van die gunstige staat van instandhouding, omdat u anders onvoldoende bent toegerust om ontheffingen te kunnen verlenen?

Antwoord: Opening van de jacht op wilde eend is een Rijksbevoegdheid en daarmee ook het bepalen van de gunstige staat van instandhouding en de cijfers die daaraan ten grondslag liggen. Het Is aan de Faunabeheereenheid om met gedegen cijfers te komen indien zij een ontheffing aanvragen bij de provincie voor afschot van wilde eend te behoeve van schadebestrijding. Dat is op dit moment niet aan de orde. Met jacht kan in veei gevallen worden voorkomen dat er landbouwschade optreed.

Vraag 5. in het Faunabeheerpian staat: "De Provincie verwacht van Jachthouders in eerste instantie dat ze de stand (in een groter gebied) met reguliere bejaging op een acceptabel niveau houden teneinde schade te voorkomen en te beperken." Kunt u bevestigen dat u een taakstelling/opdracht bij piezierjagers neerlegt om aantallen te beperken? Bent u het met ons eens dat hiermee plezierjacht en schadebestrijding door eikaar heen lopen?

Antwoord: Door de uitoefening van de jacht kan een populatie wilde eenden zodanig worden beheerd dat er weinig tot geen landbouwschade ontstaat. Jacht draag hiermee bij aan het voorkomen van schadebestrijding. Daarmee is een ontheffing ter bestrijding van schade buiten de bejaagbare periode vaak niet nodig .

Vraag 6. in hoeverre acht u het wenselijk dat een overheidslaag zich afhankelijk maakt van piezierjagers? Kunt u dit toelichten?

Antwoord: Wij stellen ons niet afhankelijk van jacht. Jacht draagt bij aan het voorkomen van schade. Daar waar nodig kunnen wij tevens op verzoek ontheffing verlenen om aanvullend, vaak buiten de jachtperiode, schade te voorkomen . De afgelopen jaren is dit niet aan de orde geweest.

Vraag 7. Bent u bereid om vanaf de periode dat de provincie eigenaar is van gronden het Jachtrecht (per direct of per einddatum overeenkomst) in te trekken? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Koop breekt geen huur. Dit betekent dat de jachtovereenkomst doorloopt nadat wij de gronden hebben aangekocht. Pas aan het einde van de overeenkomst kunnen wij besluiten over verlengen dan wel stoppen van de overeenkomst.

Vraag 8. Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat de uitwerking van de in december 2016 aangenomen motie van de Partij voor de Dieren, waarin de Staten het college hebben opgeroepen de plezierjacht zoveel mogelijk in te perken(motie: Plezierjacht aan banden), erom vraagt dat op gronden van de provincie geen plezierjacht (meer) plaatsvindt? Zo nee, waarom niet? Zo Ja, op welke wijze gaat u dat bewerkstelligen?

Antwoord: De provincie heeft weinig mogelijkheden om de jacht te beperken. Wij gaan in de beleidsnota fauna en flora hier nader op in.

Vraag 9. in Juli 2017 is tevens de motie "Doei en de middelen" aangenomen (ingediend met de SP en de PvdA), waarin de Staten het college hebben opgeroepen "zich in de diverse landelijke en interprovinciale gremia, uit te spreken voor meer onderzoek naar het inzetten van preventieve middelen in het voorkomen van landbouwschade; zich tevens in te zetten voor onderzoek naar de effectiviteit van afschot inzake het verminderen van landbouwschade, in onze provincie dan wei daarbuiten". Op welke wijze heeft u deze motie uitgevoerd, of op welke wijze gaat u deze motie uitvoeren?

Antwoord: Wij zijn voortdurend betrokken bij onderzoeken waarin middelen worden onderzocht om landbouwschade te voorkomen. Bij 12 Faunafonds geeft namens de provincies vaak opdracht voor dergelijke onderzoeken. Daarnaast wordt provinciale schaal in bijvoorbeeld het GAK (Ganzenafstemmingskader) verschillende middelen ingezet om ganzenschade te voorkomen.

Vraag 10. Hoeveel wilde eenden zijn er de afgelopen Jaren In het kader van schadebestrijding dood geschoten? Kunt u specificeren naar de provinciale gronden?

Antwoord: De afgelopen jaren is er geen ontheffing verstrekt in het kader van schadebestrijding wilde eend. De eventuele schade die zich aandiende is in de bejaagbare periode (15 augustus t/m 31 januari) in het kader van jacht beperkt of voorkomen. In tabel 1 is het gemelde afschot van wilde eend weer gegeven dat in het kader van jacht is geschoten. Het betreft de periode van 01-01-2014 tot 21-12-2017. Opgemerkt moet worden dat het melden van geschoten wilde eenden pas verplicht is geworden op 1 januari 2017.
jaar
2014
2015
2016
2017
aantal
1080
2934
3676
2175
Tabel 1 Aantal geschoten wilde eenden provincie Groningen (01-01-2014 tot 21-12-2017) (Bron: FBE)

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer