Schrif­te­lijke vragen betref­fende subsidies verduur­zaming melk­vee­hou­derij


Geacht college,

Binnenkort wordt de subsidieaanvraag voor maatregel 7 uit POP3, de Samenwerking voor Innovaties Noord Nederland (SINNO) geopend.

Wij stellen u graag de volgende vragen:

  1. De ‘Versnellingsagenda Melkveehouderij’ richt zich op het nog verder verhogen van de produktie en concurrerend opereren op de wereldzuivelmarkt. Bent u van mening dat subsidie verlenen aan projecten met deze doelstellingen te verenigen zijn met het streven naar een natuurinclusieve, grondgebonden en duurzame landbouw, en kunt u dit toelichten?
  2. Op welke wijze gaat u voorkomen dat een substantieel deel van de subsidies terecht komt bij projecten die zich slechts richten op verbetering marktpositie en risicomanagement (thema 5.2 i. en ii. uit het openstellingsbesluit)? Heeft u een bepaalde verdeling voor ogen tussen de thema’s, m.a.w. is er gegarandeerd dat alle 7 thema’s meeprofiteren van de geldpot?
  3. Worden er eisen gesteld aan de samenwerkingspartners, i.e. de bedrijven die met een landbouwbedrijf de subsidieaanvraag indienen? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet, en bent u met ons van mening dat er juist aan deze bedrijven eisen op het gebied van maatschappelijk en ecologisch verantwoorde bedrijfsvoering zouden moeten worden gesteld? Bent u bereid dit mee te nemen in uw beoordeling van de subsidieaanvragen?
  4. De ambitie van de Versnellingsagenda is grondgebonden duurzame melkveehouderij in 2020. Denkt u dat het haalbaar is om de gehele Groninger melkveehouderij grondgebonden te laten produceren in 2020 en kunt u dit toelichten? Hoe denkt u dat dit te verenigen is met het streven naar produktieverhoging en produceren voor de wereldmarkt?
  5. Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat een toekomstbestendige landbouw slechts bereikt kan worden door het verminderen van de dieraantallen, produceren voor de nationale en lokale markt en bedrijfsvoering op basis van wérkelijk grondgebondenheid (voerteelt, mest en mineralen)? Zo nee, kunt u dit toelichten? Krijgen bedrijven die bovengenoemde weg inslaan volgens u voldoende toegang tot de subsidies en kunt u dit toelichten?
  6. Bent u het met ons eens dat innovatie niet gelijk staat aan duurzaamheid? Waarom wordt dit dan in het gros van de communicatie in één adem genoemd, en hoe wordt voorkomen dat onder de dekmantel van innovatie duurzaamheid, ecologie of dierenwelzijn slechts een geringe rol spelen in subsidierondes?
  7. Bent u bereid om binnen het thema ‘Biobased economy’ ruim baan te geven aan verdere ontwikkeling van plantaardige voeding, zoals lokaal geproduceerde vlees- en zuivelvervangers? Zo nee, waarom niet?

Dank u wel,

met vriendelijke groet,

Kirsten de Wrede

Partij voor de Dieren

Antwoorddatum: 30 okt. 2018

1. De 'Versnellingsagenda Melkveehouderij' richt zich op het nog verder verhogen van de productie en concurrerend opereren op de wereldzuivelmarkt. Bent u van mening dat subsidie verlenen aan projecten met deze doelstellingen te verenigen zijn met het streven naar een natuurinclusieve, grondgebonden en duurzame landbouw, en kunt u dit toelichten?

Ja, het verlenen van subsidies aan projecten die onder de versnellingsagenda melkveehouderij vallen, is verenigbaar met het streven naar natuurinclusieve, grondgebonden en duurzame landbouw. De versnellingsagenda melkveehouderij heeft voor Noord-Nederland als missie om de top te worden in een grondgebonden melkveehouderij die zich in harmonie met haar leefomgeving ontwikkelt. Ook is er aandacht voor natuurinclusieve landbouw en het sluiten van kringlopen.

2. Op welke wijze gaat u voorkomen dat een substantieel deel van de subsidies terecht komt bij projecten die zich siechts richten op verbetering marktpositie en risicomanagement (thema 5.2 i. en ii. uit het opensteliingsbesluit)? Heeft u een bepaalde verdeling voor ogen tussen de thema's, m.a.w. Is er gegarandeerd dat alle 7 thema's meeprofiteren van de geldpot?

Alle projecten die worden ingediend moeten aansluiten bij provinciaal beleid (Programma Duurzame Landbouw; Agro Agenda & Naturinclusieve Landbouw). Vervolgens moet het project ook bijdragen aan minimaal twee van de genoemde punten bij Artikel 5. Er is daarom geen verdeling gemaakt voor de verschillende thema's. Alle 7 thema's kunnen meeprofiteren, maar garantie dat alle 7 thema's meeprofiteren/aan bod komen in de uiteindelijke selectie van de projecten is er niet.

3. Worden er eisen gesteld aan de samenwerkingspartners, i.e. de bedrijven die met een landbouwbedrijf de subsidieaanvraag indienen? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet, en bent u met ons van mening dat er juist aan deze bedrijven eisen op het gebied van maatschappelijk en ecologisch verantwoorde bedrijfsvoering zouden moeten worden gesteld? Bent u bereid dit mee te nemen in uw beoordeling van de subsidieaanvragen?


Er worden geen aanvullende eisen aan de samenwerkingspartners gesteld (naast algemene eisen omtrent gezonde economische staat van de organisatie/het bedrijf). De subsidieregeling P0P3 biedt die mogelijkheid ook niet.

4. De ambitie van de Versneliingsagenda is grondgebonden duurzame melkveehouderij in 2020. Denkt u dat het haalbaar is om de gehele Groninger melkveehouderij grondgebonden te laten produceren in 2020 en kunt u dit toelichten? Hoe denkt u dat dit te verenigen is met het streven naar productieverhoging en produceren voor de wereldmarkt?

De meeste melkveebedrijven in Groningen produceren al grondgebonden. Uit gegevens die in 2017 zijn gepubliceerd in het kader van de 'Foto van de landbouw in Noord Nederland' blijkt dat melkveebedrijven in Groningen gemiddeld 1,8 koeien per ha (grasland en voergewassen) hebben. De ambitie om in 2020 alle bedrijven grondgebonden te hebben is, als deze al niet is gehaald, zeker haalbaar.

5. Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat een toekomstbestendige landbouw slechts bereikt kan worden door het verminderen van de dieraantallen, produceren voor de nationale en lokale markt en bedrijfsvoering op basis van wérkelijk grondgebondenheid (voerteeit, mest en mineralen)? Zo nee, kunt u dit toelichten? Krijgen bedrijven die bovengenoemde weg inslaan volgens u voldoende toegang tot de subsidies en kunt u dit toelichten?

Er zijn meerdere wegen te bewandelen naar een toekomstbestendige landbouw. De richting van kleine dieraantallen en meer produceren voor de nationale en lokale markt is daar één van.
Wat betreft de toegang tot subsidies; alle samenwerkingsverbanden met ten minste één boer kunnen een project indienen binnen deze openstelling, hierbij wordt geen onderscheid gemaakt in type bedrijf.

6. Bent u het met ons eens dat innovatie niet gelijk staat aan duurzaamheid? Waarom wordt dit dan in het gros van de communicatie in één adem genoemd, en hoe wordt voorkomen dat onder de dekmantel van innovatie duurzaamheid, ecologie of dierenwelzijn slechts een geringe rol spelen in subsidierondes ?

Ja, wij delen die mening. Binnen het P0P3 programma kunnen we verschillende openstellingen doen. Deze openstelling, maatregel 7, is gericht op samenwerking voor innovaties die bijdragen aan verduurzaming van de landbouw.

7. Bent u bereid om binnen het thema 'Biobased economy' ruim baan te geven aan verdere ontwikkeling van plantaardige voeding, zoals lokaal geproduceerde vlees- en zuivelvervangers? Zo nee, waarom niet?
Op dit moment is dat geen provinciaal beleid. Wij richten ons op de speerpunten uit het programma Duurzame Landbouw.

Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer