Schrif­te­lijke vragen betref­fende het doden van hazen


Indiendatum: dec. 2015


Groningen, 14 december 2015
Betreft: Statenvragen van de Partij voor de Dieren Statenfractie Groningen aan het college van GS op grond van ex artikel 46 RvO betreffende het doden van hazen

Geacht college,
De Partij voor de Dieren heeft recentelijk begrepen dat er sprake is van een aanvraag om op basis van artikel 68 van de Flora en Faunawet ontheffing te verlenen voor onder andere het doden van hazen en overige diersoorten voor vijf jaar. Tegelijkertijd hebben wij verschillende signalen binnen gekregen over een mogelijk (veel) lagere hazenstand in de afgelopen jaren.


Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en het Groninger Landschap bevestigden bij navraag de indruk te hebben van een (plaatselijk) teruglopende hazenstand dan wel teruglopende waarnemingen van hazen. Deze instanties tellen de hazen echter niet. In het Leekstermeer gebied wordt door vrijwilligers bij de broedvogeltelling wel de haas geteld en zou in tien jaar tijd het aantal getelde hazen met 80% zijn afgenomen. Uit de gegevens op telmee.nl blijkt dat er in de zomer van dit jaar op het hoogtepunt van de grafiek zo’n 95 waarnemingen van hazen in Nederland zijn geweest en zo’n 180 exemplaren zijn geteld, een teruglopende trend vanaf 2010 met toen 1000 waarnemingen respectievelijk ruim 1500 exemplaren, een afname van bijna 90 %.


Daarom willen wij u graag de volgende vragen stellen.
1. Is het college het met ons eens dat deze en gelijksoortige berichten meegenomen moeten worden bij de beoordeling van de aanvraag om hazen te mogen doden ter voorkoming van schade aan gewassen? Zo ja, welke consequenties verbindt u hieraan? Zo nee, waarom niet?
2. Vorig jaar doken er berichten op dat jagers meer ganzen telden dan vogelliefhebbers en dat de telmethode van de vogelliefhebbers waarschijnlijk beter was.[1] Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat dit de tellingen van wildbeheer eenheden twijfelachtig maakt? Zo ja, welke consequenties verbindt u hieraan? Zo nee, waarom niet?
3. De meest recente cijfers over de hazenstand in het Fauna Beheerplan dateren van 1999/2000. Tellingen worden niet provincie breed uitgevoerd. Bent u van mening dat beslissingen over ontheffingen en vrijstellingen gefundeerd genomen kunnen worden als er van verouderde cijfers gebruik wordt gemaakt?
4. Bent u van mening dat u op dit moment een goed beeld hebt van de hazenstand en zo ja, op welke wijze? Zo nee, welke consequenties verbindt u hieraan?
5. Waarom zijn er geen bepalingen over instandhoudingsdoelstellingen opgenomen in het Fauna Beheer Plan? Indien een diersoort onder bepaalde aantallen komt, zelfs in een deelgebied, moet het mogelijk zijn de jacht te sluiten en ontheffingen niet meer te verlenen. Bent u dat met ons eens? Zo nee, waarom niet?
6. Zijn er recente onderzoeken gedaan naar de schade van hazen in onze provincie en zo ja, om hoeveel gevallen ging het en wat was de hoogte van de schade? Zo nee, bent u het met ons eens dat er dan geen sprake kan zijn van ontheffingen voor het doden van hazen vanwege eventuele schade?
7. Hoeveel hazen zijn er de afgelopen 5 jaar geschoten op basis van de in 2009 verleende ontheffing, uitgesplitst per jaar?
8. Is er ondanks de ontheffing voorafgaand toestemming nodig van een provincie-ambtenaar voor een dodingsactie?[2] Zo ja, hoe wordt deze controle dan nu en straks vormgegeven? Zo nee, lijkt het u dan niet wenselijk om een dergelijke waarborg in te bouwen, en waarom?
9. De afgelopen jaren heerst er een nieuwe ziekte onder hazen, genaamd hazenpest/ tularemie. Contact met de Universiteit Wageningen leerde ons hier het volgende over: recent opgedoken; nog weinig over bekend; hazen sterven eraan en of ze elkaar kunnen besmetten is de vraag, maar in ieder geval kunnen ze de mens besmetten bij aanraking. Bent u het met ons eens dat zeker in het licht van deze nieuwe ziekte, het onverantwoord is om een ontheffing te verlenen voor het doden van hazen, omdat daardoor mensen extra bloot staan aan het risico van besmetting en omdat het nog onduidelijk is hoe de populatie hazen zich in de komende vijf jaar zal ontwikkelen door deze ziekte? Zo nee, waarom niet?
10. In de inmiddels verlopen ontheffing viel te lezen: “Verwacht wordt dat de effectiviteit van verjaging (o.a. bij eksters en hazen) eveneens zal afhangen van de beschikbaarheid van alternatieve foerageergebieden van gelijkwaardige kwaliteit.” Zijn die naar uw mening voldoende aanwezig? Bent u het met ons eens dat de voortdenderende intensivering van de melkvee-industrie en de bijbehorende monoculturen van mais en raaigras een verdere aantasting betekenen van het leefgebied van veel flora en fauna waaronder de haas? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke consequenties trekt u hieruit?
11. Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat gezien de aanwijzingen over het steeds minder veelvuldig voorkomen van de haas, het vogelvrij zijn van dit dier tijdens het jachtseizoen zeer discutabel is? Zo nee, waarom niet? Zo ja, bent u bereid hierover contact op te nemen met de betreffende staatssecretaris en te pleiten voor een einde van het doodschieten van hazen in het kader van de benuttingsjacht, in ieder geval in onze provincie?

Met vriendelijke groet,

Partij voor de Dieren
Kirsten de Wrede

[1] http://www.boerderij.nl/Home/Nieuws/2014/8/Jager-telt-meer-ganzen-dan-vogelliefhebber-1578916W/

[2] In de vorige, inmiddels verlopen, ontheffing viel te lezen: “De onderhavige ontheffing heeft betrekking op deze soorten. Hierbij is sprake van een verscherpt toezicht, omdat elk gebruik van de ontheffing vooraf wordt gecontroleerd. (…)Daarom zal elke keer controle vooraf worden uitgeoefend door de provinciale inspecteur groene wetten, wanneer machtiging wordt gevraagd. (…) Hiernaast zal ook steekproefsgewijs controles worden uitgevoerd door de Inspecteurs groene wetten.” ( pag. 9)

Indiendatum: dec. 2015
Antwoorddatum: 2 feb. 2016

Geachte mevrouw De Wrede,

In reactie op uw brief van 14 december 2015, waarin u vragen stelt over het doden van hazen ontvangt u hierbij onze antwoorden. Omwiiie van het ieesgemak voigt eerst uw inieiding op de vragen.

De Partij voor de Dieren heeft recentelijk begrepen dat er sprake is van een aanvraag om op basis van artikel 68 van de Flora en Faunawet ontheffing te verienen voor onder andere het doden van hazen en overige diersoorten voor vijf jaar. Tegeiijkertijd hebben wij verschiiiende signaien binnen gekregen over een mogeiijk (veel) lagere hazenstand in de afgeiopen jaren.

Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en het Groninger Landschap bevestigden bij navraag de indruk te hebben van een (piaatseiijk) terugiopende hazenstand dan wel teruglopende waarnemingen van hazen. Deze instanties tellen de hazen echter niet. in het Leekstermeer gebied wordt door vrijwilligers bij de broedvogelteliing wei de haas geteid en zou in tien jaar tijd het aantai getelde hazen met 80% zijn afgenomen. Uit de gegevens op teimee.nl blijkt dat er in de zomer van dit jaar op het hoogtepunt van de grafiek zo'n 95 waarnemingen van hazen in Nederiand zijn geweest en zo'n 180 exemplaren zijn geteid, een teruglopende trend vanaf 2010 met toen 1000 waarnemingen respectievelijk ruim 1500 exempiaren, een afname van bijna 90 %.

Vraag 1. Is het college het met ons eens dat deze en gelijksoortige berichten meegenomen moeten worden bij de beoordeiing van de aanvraag om hazen te mogen doden ter voorkoming van schade aan gewassen? Zo ja, welke consequenties verbindt u hieraan? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Bij het vaststelien van een ontheffing om hazen te schieten ter voorkoming van iandbouwschade houden wij rekening met de gunstige staat van in standhouding van de haas. Mede om die reden beoordeelt een inspecteur Natuurwetgeving de situatie op noodzaak, voordat wij afschot eventueei toestaan.

Vraag 2. Vorig jaar doken er berichten op dat jagers meer ganzen telden dan vogelliefhebbers en dat de telmethode van de vogelliefhebbers waarschijnlijk beter was. Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat dit de tellingen van wildbeheereenheden twijfelachtig maakt? Zo ja, welke consequerities verbindt u hieraan? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Zo ver wij weten wordt dit verschil met name veroorzaakt door een verschil in methodiek.

Vraag 3. De meest recente cijfers over de hazenstand in het Fauna Beheerplan dateren van 1999/2000. Tellingen worden niet provincie breed uitgevoerd. Bent u van mening dat beslissingen over ontheffingen en vrijstellingen gefundeerd genomen kunnen worden als er van verouderde cijfers gebruik wordt gemaakt?

Antwoord: Er zijn inderdaad onvoldoende recente telcijfers van de hazenpopulatie. Wel is bekend dat hazen op een aantal locaties landbouwschade veroorzaken. Met name op het Hoogeland, waar de hazenstand vermoedelijk hoger ligt. De ontheffing wordt provinciebreed verleend om in incidentele gevallen schade te kunnen bestrijden. Voorafgaand aan het verstrekken van een machtiging door de faunabeheereenheid aan een grondgebruiker beoordeelt de inspecteur Natuurwetgeving eerst de situatie ter plaatse. Schadebestrijding vindt overigens slechts zeer incidenteel plaats, aangezien de jacht op hazen ook een deel van het jaar geopend is.

Vraag 4. Bent u van mening dat u op dit moment een goed beeld hebt van de hazenstand en zo ja, op welke wijze? Zo nee, welke consequenties verbindt u hieraan?

Antwoord: In absolute zin kunnen wij geen uitspraak doen over de hazenstand in onze provincie. Wel is bekend dat de hazenstand over het algemeen op de kleigronden hoger ligt dan op de zand- en veengronden. Dit beeld komt overeen met de signalen die wij vanuit de agrarische sector krijgen over landbouwschade.

Vraag 5. Waarom zijn er geen bepalingen over instandhoudingsdoelstellingen opgenomen in het Fauna Beheer Plan? Indien een diersoort onder bepaalde aantallen komt, zelfs in een deelgebied, moet het mogelijk zijn de jacht te sluiten en ontheffingen niet meer te verlenen. Bent u dat met ons eens? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Het Faunabeheerplan is een plan van de Faunabeheereenheid. Het is bedoeld om in beeld te brengen waar faunaschade wordt veroorzaakt aan onder andere landbouwgewassen en welke beheermaatregelen genomen kunnen worden. Het is niet bedoeld om de gunstige staat van instandhouding te borgen. Uiteraard wordt hier in de beoordeling van de ontheffingsaanvraag wel rekening mee gehouden. De meeste hazen worden geschoten tijdens de door de wetgever opengestelde jachtperiode. Alleen bij bijzondere weersomstandigheden hebben wij de mogelijkheid om de jacht te sluiten.

Vraag 6. Zijn er recente onderzoeken gedaan naar de schade van hazen in onze provincie en zo ja, om hoeveel gevallen ging het en wat was de hoogte van de schade? Zo nee, bent u het met ons eens dat er dan geen sprake kan zijn van ontheffingen voor het doden van hazen vanwege eventuele schade?

Antwoord: Er is recent geen onderzoek gedaan naar hazenschade. Aangezien er geen tegemoetkoming in de schade wordt uitgekeerd door het Faunafonds wanneer de schade is aangericht door bejaagbare soorten, zoals de haas, wordt de schade ook niet getaxeerd. Wel zijn er individuele meldingen bij ons bekend waaruit blijkt dat er hazenschade is.

Vraag 7. Hoeveel hazen zijn er de afgelopen 5 jaar geschoten op basis van de in 2009 verleende ontheffing, uitgesplitst per jaar?

Antwoord: In 2009 zijn 12 hazen geschoten op basis van de provinciale ontheffing. In de jaren daarop is het niet nodig geweest gebruik te maken van de ontheffing. De ontheffing is bedoeld voor het bestrijden van incidentele schade op een landbouwperceel. Wij gaan er vanuit dat de wildbeheerder zoveel mogelijk de schade voorkomt door het beheren van de populatie in de bejaagbare periode.

Vraag 8. Is er ondanks de ontheffing voorafgaand toestemming nodig van een provincie-ambtenaar voor een dodingsactie? Zo ja, hoe wordt deze controle dan nu en straks vormgegeven? Zo nee, lijkt het u dan niet wenselijk om een dergelijke waarborg in te bouwen, en waarom?

Antwoord: Zoals uit onze beantwoording op uw eerdere vragen blijkt, is bij iedere aanvraag om hazen te doden ter voorkoming van landbouwschade een beoordeling nodig van een inspecteur Natuurwetgeving. Dit was in voorgaande ontheffing de gang van zaken en zal ook in de komende ontheffing zo zijn

Vraag 9. De afgelopen jaren heerst er een nieuwe ziekte onder hazen, genaamd hazenpest/ tularemia. Contact met de Universiteit Wageningen leerde ons hier het volgende over: recent opgedoken; nog weinig over bekend; hazen sterven eraan en of ze elkaar kunnen besmetten is de vraag, maar in ieder geval kunnen ze de mens besmetten bij aanraking. Bent u het met ons eens dat zeker in het licht van deze nieuwe ziekte, het onverantwoord is om een ontheffing te verlenen voor het doden van hazen, omdat daardoor mensen extra bloot staan aan het risico van besmetting en omdat het nog onduidelijk is hoe de populatie hazen zich in de komende vijfjaar zal ontwikkelen door deze ziekte? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Nee, dit staat los van onze afweging om wel of niet een ontheffing te verstrekken. Overigens vindt het meeste contact met hazen plaats in het jachtseizoen, wanneer onze ontheffing niet van kracht is

Vraag 10. In de inmiddels verlopen ontheffing viel te lezen: "Verwacht wordt dat de effectiviteit van verjaging (o.a. bij eksters en hazen) eveneens zal afhangen van de beschikbaarheid van alternatieve foerageergebieden van gelijkwaardige kwaliteit." Zijn die naar uw mening voldoende aanwezig? Bent u het met ons eens dat de voortdenderende intensivering van de melkvee-industrie en de bijbehorende monoculturen van mais en raaigras een verdere aantasting betekenen van het leefgebied van veel flora en fauna waaronder de haas? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke consequenties trekt u hieruit?

Antwoord: Naast de landbouwgewassen zijn er veel maaipaden en slootkanten waar hazen kunnen foerageren. Toch blijkt in de praktijk dat landbouwgewassen vaak meer in trek zijn bij de haas. Mogelijk komt dit door een hogere energetische waarde van het gewas. De veranderingen in de landbouw hebben inderdaad invloed op de flora en fauna in onze provincie. Welke gevolgen dit heeft voor de haas is niet duidelijk. Het ontbreekt, zoals u aangeeft, aan telgegevens. Incidentele waarnemingen wijzen erop dat op de klei, waar de landbouw intensief is, meer hazen voorkomen dan op bijvoorbeeld de zandgronden.

Vraag 11. Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat gezien de aanwijzingen over het steeds minder veelvuldig voorkomen van de haas, het vogelvrij zijn van dit dier tijdens het jachtseizoen zeer discutabel is? Zo nee, waarom niet? Zo ja, bent u bereid hierover contact op te nemen met de betreffende staatssecretaris en te pleiten voor een einde van het doodschieten van hazen in het kader van de benuttingsjacht, in ieder geval in onze provincie?

Antwoord: Het is aan de staatssecretaris om te beoordelen of de jacht op haas geopend wordt. Dit gebeurt per ministeriële regeling. Wij zien geen aanleiding om hier met de staatssecretaris over in gesprek te gaan.

Afsluiting Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Hoogachtend, Gedeputeerde Staten van Groningen

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer