Schrif­te­lijke vragen betref­fende gebruik laser­ap­pa­ratuur voor verjagen ganzen


Groningen, 9 januari 2019

Betreft: Statenvragen van de Partij voor de Dieren Statenfractie Groningen aan het college van GS ex artikel 46 RvO betreffende toezicht op laserapparatuur voor verjagen ganzen.

Geacht college,

De afgelopen periode ontving onze fractie signalen over verkeerd gebruik van laserapparatuur om ganzen te verjagen, op diverse lokaties in de provincie. Onder andere zijn vaste lasers veel hoger bevestigd dan de voorgeschreven ooghoogte, waardoor ze in natuurgebieden met broedende en overtijende vogels schijnen, en over de dijk. Ook is er burenoverlast door de lasers. Burgers hebben hun zorgen over de lasers bij de Omgevingsdienst gemeld en ook contact gehad met de provinciale afdeling. Hen werd echter te kennen gegeven dat de verantwoordelijkheid bij het ministerie zou liggen, of bij een BOA van een natuurorganisatie. Gemeente en politie schijnen melders juist weer terug te verwijzen naar de provincie. Ons inziens bestaat hier een ongewenste situatie.

Uit onderzoek door BIJ12 en SOVON is gebleken dat er veiligheidsrisico’s optreden bij verkeerd gebruik van lasers, en dat aanbevolen wordt om voor elk gebruik eerst een risico- en veiligheidsanalyse uit te voeren, alsmede handhaving en toezicht goed te regelen[1]. Momenteel bestaat er nauwelijks wetgeving in Nederland om het bezit en gebruik van lasers te reguleren, en gelden alleen de productspecifieke gebruikersrichtlijnen.

Graag stellen wij u de volgende vragen.

  1. Wie is volgens u eindverantwoordelijk voor toezicht op en handhaving van (correct) gebruik van de lasers, en kunt u dit toelichten? Welke taken liggen, indien van toepassing, bij de Omgevingsdienst en de provinciale BOA’s? Is het correct dat er geen officieel protocol is opgesteld voor toezicht en handhaving omtrent lasers?
  2. Bent u van mening dat handhaving en toezicht op dit moment (toch) afdoende worden uitgevoerd? Zo ja, hoe verklaart u dan de bovengenoemde voorvallen? Zo nee, welke verbeterpunten ziet u en op welke wijze gaat u deze implementeren?
  3. Wat is uw reactie op het doorschuiven van de verantwoordelijkheid naar het ministerie en de gemeenten door mensen van de provinciale afdeling?
  4. Het wordt afgeraden lasers te gebruiken in gebieden met grote aantallen weidevogels. Op welke wijze wordt hierop gecontroleerd in onze provincie? Bent u van mening dat extra waakzaamheid ook geboden zou moeten zijn in gebieden met broedende, doortrekkende en overtijende vogels? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe gaat u hier invulling aan geven?
  5. BIJ12 concludeert dat aan verkeerd gebruik van lasers zeer ernstige veiligheidsrisico’s voor de openbare veiligheid kleven. Provincies zijn verantwoordelijk voor het verlenen van ontheffingen in het belang van de openbare veiligheid. Bent u van mening dat voor gebruik van vaste en/of handheld lasers een provinciale ontheffing zou moeten worden aangevraagd? Zo nee, waarom acht u dit onnodig? Zo ja, welke stappen gaat u, i.s.m. Rijk en andere provincies, ondernemen om nieuw beleid te realiseren?
  6. Bent u van mening dat voor elk bedrijf dat lasers wil gebruiken zowel een risicoanalyse als een apart belichtingsplan zou moeten worden opgesteld en goedgekeurd? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wie zou hierbij moeten assisteren en op toezien?
  7. Kunt u bevestigen dat sinds het uitbrengen van bovengenoemd rapport provincies het gebruik van lasers niet meer actief promoten? Bent u van mening dat lasers nog steeds een wenselijk en effectief middel kunnen zijn om ganzen te verjagen? Zo nee, is dit omdat het effect volgens u te wensen overlaat of omdat de voorzorgsmaatregelen en controle op gebruik te gecompliceerd worden geacht?

Bij voorbaat dank ik u voor uw antwoord.

Met vriendelijke groet,

Kirsten de Wrede,

Partij voor de Dieren

[1] https://www.bij12.nl/wp-content/uploads/2018/05/Laser-Rapport-2388-AW-SOVON-versie-15-5-2018.pdf